Eten uit een wilde tuin: jonge scheuten

Minstens één keer per maand wou ik u een receptje met ongewone eetbare planten uit de tuin voorschotelen , getest en gekeurd door de bewoners van de jardin. Door gezondheidsperikelen van de jongste zoon werd het proeven en experimenteren even op pauze gezet. Niet dat er geen  wilde planten werden geserveerd, maart en april zijn nu eenmaal maanden waarin de eetbare onkruiden het eerste verse groen is, wat je uit de tuin kunt halen.  Brandnetel werd soep en thee en bloedzuring ging in de puree.   De eerste blaadjes daslook waren meer dan welkom, gezien de lookteentjes in deze periode van het jaar beginnen te schieten en ik look  als  een onmisbaar ingrediënt beschouw  in de keuken.   Er  werd en wordt hier nog steeds goed gesmaakte pesto en kruidenboter van gemaakt, het vervangt  look in soepen en sauzen en zal dit blijven doen tot na de bloei. Ook de bloemen belanden één dezer zeker nog in een slaatje, ze geven er een lekkere pittige toets aan.

Timing

Ik wou het dus hebben over jonge scheuten, want  heel wat eetbare wilde planten zijn dan op hun lekkerst. Naarmate ze groeien worden ze dikwijls te taai, te harig of te bitter.  Als je jonge scheuten wilt moet je de oogst natuurlijk precies weten te timen en klaarblijkelijk maak ik op dat vlak  nogal eens inschattingsfouten.  Zo wou ik dolgraag daglelie en hosta scheuten uitproberen, niet meteen “wild” , maar ook  niet de meest gangbare groenten.  Helaas,  terwijl ze de ene dag pas komen piepen, staan ze de volgende dag al volop in het blad, in beide gevallen had ik moeten oogsten bij het nemen van de foto. Niet erg, zowel hosta als daglelie bloeien later op het seizoen en ik  snoep graag van de knapperige bloemen. Maart en april zijn ook nog eens maanden waarin het moestuinseizoen uit de startblokken schiet.  In de tijd die ik in de tuin kon doorbrengen ging al mijn aandacht vooral naar de meest dringende klusjes, waardoor er geen tijd meer was voor het bijeenzoeken van genoeg gewenste scheuten om een gezin van vier te voeden. De formule van eten uit een wilde tuin werd bijgevolg  een beetje aangepast. In plaats van uitgebreide gerechten, die de hoofdmoot van de maaltijd moeten vormen, koos ik voor de simpelste en snelste bereidingen, want door de slechte timing bleef de oogst beperkt. Geloof me, hongerige pubers  is iets wat een mens ten allen tijden moet vermijden, dus werden de ongewone  groenten opgediend als kleine bijgerechtjes.

Zevenblad

Ik denk niet dat zevenblad moet worden voorgesteld, zeker niet als het in uw tuin te vinden is. In de jardin wordt zevenblad getolereerd  onder de oostelijke haag langs het bospad en mag het zelfs bloeien, want mooi is het wel en insecten zijn er dol op.  Op alle andere plekken waar het opduikt  wordt het onverbiddelijk en veelvuldig gemaaid, in de hoop dat de plant op die manier uitgeput raakt.  Ik gebruikte het wel al eens ter vervanging van peterselie en draaide  het al enkele keren gestoofd met een uitje en gemengd met verkruimelde feta in een bladerdeegje, maar hier ten huize ging de voorkeur absoluut uit naar de spinazie versie van dit gerecht. Ik  vond de smaak zelf ook niet echt denderend en ging er  dan ook  van uit dat je het slechts in kleine hoeveelheden kon gebruiken  in combinatie met andere smaakmakers. Tot ik las dat de jongste scheuten, wanneer het blad zich nog net niet heeft  ontrold, het lekkerste zijn.  De eigenschap van zevenblad om zelfs na een maaibeurt meteen weer op te schieten kwam me deze keer van pas, ik hoefde niet lang te zoeken naar jonge scheuten. Twee vliegen in één klap ! Mijn nieuwe aanplant veilig gesteld tegen aanrukkend zevenblad en ook nog iets voor op tafel.

P1010982.JPG

De bereiding kan niet simpeler, na grondig spoelen, stoom je de scheuten tussen de vijf  à tien minuten, afhankelijk van de hoeveelheid. Een beetje zout, olijfolie of gesmolten boter is alles wat het vraagt. Voor het zevenblad op tafel kwam proefde ik voor en vond het buitengewoon lekker, een zeer typerende smaak die je nergens anders mee kan vergelijken. De spelregels van deze reeks ten spijt, heb ik de klaargemaakte portie helemaal zelf opgegeten. Ik vond het zo lekker dat ik eigenlijk geen zin had om het met mijn mannen te delen.  De twee jongsten zouden het toch niet lusten, ik ken mijn pappenheimers, jong zevenblad heeft nu eenmaal een smaak waar je van houdt of niet. Als de smaak je wel bevalt en het staat ook nog eens in je tuin is het toch mooi meegenomen dat je door deze, op zijn zachtst uitgedrukt invasieve plant,  te bestrijden, jezelf verzekert van lekkere jongen scheuten tot ver in het seizoen.

Berenklauw en fiddleheads

Deze twee planten hebben me in snelheid gepakt, vooral de fiddleheads. Fiddleheads zijn eigenlijk niets anders dan het nog niet ontkrulde spiraal van het jonge blad van de struisvaren. Dat ontvouwen kan dus snel gaan, stelde ik vast.  Nu, varens determineren vind ik niet makkelijk, in de jardin staan er verschillende en als dat blad nog niet ontkruld is, heb je als leek weinig  aanknopingspunten om uit te vinden welke varen je voor je hebt. Afhankelijk van de bron zou ook adelaarsvaren hiervoor in aanmerking komen, één ding staat wel vast, ongeacht de soort speel je op zeker door ze te koken of te stomen. In de U.S. en Canada, waar het blijkbaar meer gegeten wordt, werden diverse gevallen gesignaleerd  van voedselvergiftiging na het eten van de jonge varens.  De oorzaak bleef echter  onbekend. Er zit dus niet één of ander gevaarlijk stofje in, alleen is rauw eten een no no. Het criterium dat ik gebruikt heb om de geschikte varens te vinden was eerder ingegeven door gemakzucht : die met het minste bruin vlies, kwestie van niet lang te moeten prutsen om ze schoon te krijgen.

DSC_0046

Dat ook berenklauw eetbaar is doet waarschijnlijk bij velen de wenkbrauwen fronsen, want de naam roept direct de associatie op met horrorverhalen over  moeilijk te genezen brandwonden. Klopt, maar dan gaat het wel over de reuzenberenklauw  die in combinatie met zonlicht door fotosensibilisatie best wel gevaarlijk is.  Gewone berenklauw is niet geheel onschadelijk want het bevat de zelfde cumarinen en furocumarinen die verantwoordelijk zijn voor deze reactie, maar in mindere mate. Mensen die er gevoelig voor zijn moeten, op een zonnige zomerdag, zelfs oppassen met het oogsten van selder, want ook daarin zitten dezelfde stoffen. Een kwestie van niet in volle zon te oogsten (of wieden)  en er voor te zorgen dat er niet te veel plantensap op de huid terecht komt. Berenklauw duikt overal op in de jardin en dat heb ik aan mezelf te danken. Ik laat altijd een aantal planten staan. Soms omdat ik ze over het hoofd heb gezien, soms omdat ik de bloemschermen mooi vindt, maar vooral uit empathie met insecten en vogels.  De bloemen bieden nectar, de zaden zijn een welkome aanvulling voor vogels  en de holle stengels dienen als winterse schuilplaatsen voor insecten. De plant blijkt ook nog eens veelzijdig te zijn in de keuken, hoewel ik dat nog niet kan bevestigen. Ik vond interessante  recepten voor de bloemknoppen, de zaden zouden een lekkere toevoeging zijn aan kruidenmengsels en de wortel zou iets weg hebben van pastinaak. Deze keer was het me dus te doen om de jonge bladscheuten en ook hier was de natuur me te snel af en was de oogst beperkt.

Dat ik deze twee planten samen vermeld, is omdat ik besloot ze op dezelfde manier klaar te maken, niet vanwege een kant en klaar recept.  Beiden werden grondig gespoeld, een vijftal minuutjes gestoomd en daarna nog wat aangebakken in de pan met  boter tot ze lichtjes bruin zagen.  Zout en peper  naar smaak  toegevoegd.  De berenklauw verspreidt bij het bereiden een opvallende geur die doet denken aan kokosnoot, dat beloofde dus.

En ja hoor, zelfde scenario als bij het zevenblad : voorproeven en het zelf zo lekker vinden dat ik  het onopvallend presenteerde als “weer één van die wilde probeersels” met het gewenste effect. De mannen voelden zich niet geroepen te proeven, dus was het allemaal voor mij en het heeft mij gesmaakt ! Hadden mijn mannen wel de moeite genomen het te proeven, ze zouden het ook lekker hebben gevonden, want in tegenstelling tot het zevenblad leunt het smaakpallet van varen en berenklauw dichter bij wat we doorgaans op ons bord verkiezen.

P1010986.JPG

Ik weet dat wanneer je de berenklauw wilt verwijderen je ook de wortel er uit moet zien te krijgen, want terugkomen doet hij anders toch. Dit zou dus betekenen dat ook deze plant een kandidaat is waarvan je langer kunt eten door in te grijpen. Ik zal het zeker uitproberen. Achterin de tuin, bij het wilde hoekje ontdekte ik zeer veel berenklauw, een testveldje zowaar. Ik kijk er alvast naar uit om deze onverwachte groente nogmaals te bereiden. Ook de fiddleheads wil ik absoluut nog eens klaar maken, maar daarvoor zal ik een jaartje moeten wachten.

Advertenties

Eten uit een wilde tuin : of hoe het wel eens verkeerd kan lopen.

Ik had een receptje gevonden voor het bereiden van smeerwortel, uitgetest en lekker bevonden door ons lokale transitie werkgroepje “les jardiniers complices”. Met smeerwortel moet je  echter oppassen, het zou namelijk pyrrolizidine alkaloïden bevatten die leverbeschadiging als gevolg kunnen hebben. Of je nu al dan niet veilig smeerwortel kan eten is blijkbaar een welles nietes discussie.  Een mooie samenvatting van het wetenschappelijk onderzoek naar de toxiciteit van smeerwortel  en wanneer je kan beslissen om  het wel te eten vind je hier. Nu staat er in de jardin veel smeerwortel, ook in deze periode van het jaar, alleen gaat het om Symphytum grandiflora, een grondbedekkende variëteit voor de siertuin, die vroeg en langdurig bloeit. Hoewel deze uitbundige groeier  hier zijn nut bewezen heeft  als barrière tegen onkruid , versneller in  de composthoop en  voedende  mulch, is hij dus zeker niet geschikt voor in de pan, m.a.w. recept afgevoerd.

smeerwortel jan.JPG

Symphytum Grandiflora in bloei in januari

 

Koppig of creatief ?

Misschien was het het succes van deze logreeks, waardoor ik mezelf onder druk zette om snel met een recept op de proppen te komen, of nam de drang om te bewijzen dat er lekker kan gekookt worden met wilde planten en vaste groenten de overhand (beide, volgens de man).  In ieder geval het recept bleef door mijn hoofd spoken.  Er was  natuurlijk ook nog die andere eetbare telg uit de ruwbladigenfamilie, oosters komkommerkruid (Trachystemon Orientalis) die ik hier al eens aan bod liet komen.  Het leek wel alsof deze Turkse groente me ieder keer ik er langs wandelde mij verleidelijk aankeek en ” eet mij, eet mij” riep, los van het feit dat de plant er niet overdreven smakelijk uitziet.  Mijn  vorige experiment met het Turkse recept  was allesbehalve in de smaak gevallen, ook ik vond het niet lekker en was tot de conclusie gekomen dat je er jong blad voor nodig had. Op dit moment is het blad van deze bodembedekker jong en qua grootte en textuur vergelijkbaar met smeerwortel… dus waarom niet ? Geen smeerwortelfilets, maar komkommerkruidfilets.

Ik ging dus aan de slag met een hartig pannenkoekendeeg, blaadjes twee aan twee door het deeg halen en bakken in wat olie in een hete pan.  De eerste  “filet” die aan beide zijden lichtbruin gebakken uit pan kwam proefde ik alvast voor. Een verrassend effect, vlezig vond ik. Nog wat parmezaan erover en even dacht/hoopte  ik dat ik een succesje ging boeken.

Ontnuchtering, discussie en schuldgevoel

Met open geest tastten de man en zoon 2 toe,  maar wat ik vlezig vond was voor zoon 2 vooral “plant” en “dof” voor de man. Zoon 1 keek de kat uit de boom en besloot, afgaande op de steeds bedenkelijkere gezichten van de man en zoon 2  niet te proeven.  Na enkele happen  begon zoon 2 een beetje te kokhalzen en ook de man sprak van een raar gevoel in de mond.  Ik zelf had nergens last van en vond het eigenlijk wel  smaken. Het duurde echter niet lang of er ontspon zich een met momenten heftige maar interessante discussie over de textuur van eetbaar  eten, deontologie van de kok,  psychologie en voedsel.  Begrijp me niet verkeerd, wat op tafel gegooid werd, was niet zomaar kritiek, maar raakte wel degelijk gevoelige snaren in verband met ons voedsel en welke grenzen er al dan niet kunnen overschreden worden.   De man die op zijn werkreizen in Cuba en Kenia regelmatig gerechten kreeg voorgeschoteld,  waarvoor hij behoorlijk buiten zijn comfort zone moest treden om ze op te eten  en ze achteraf nog lekker vond ook, is dus niet aan zijn proefstuk toe. Zoon 2 eet gewoon heel graag en vanuit een soort trouw aan zijn mama, bereid om op zijn minst te proberen wat hem wordt voorgeschoteld.    Het bleef echter niet bij een discussie. Passionele discussies horen nu eenmaal bij ons gezin. Nee, het werd erger,  na de maaltijd liep de man tot 2 maal toe richting toilet, omdat het eten blijkbaar de neiging had terug te komen en zoon 2 sprak van een gezwollen gevoel in de keel.  Niet dat de situatie  zeer ernstig leek of dat ze allebei doodziek werden, maar toch.  Zoon 2 zit  momenteel nog maar eens in de afbouwfase van een cortisone kuur,  dus waakzaamheid is wat hem betreft sowieso geboden. De rest van de avond en nacht  bracht ik piekerend door . Was  ik hier toch geen stap te ver was gegaan ?  Internet afgeschuimd op zoek naar bijkomende informatie over eventuele allergische reacties  en/of  tegenindicaties bij het gebruik van leden van de Boraginaceae familie, maar met uitzondering over wat ik al wist over smeerwortel en een vermelding van contactallergie bij het eenjarige komkommerkruid kon ik niets verontrustends vinden.

Lesje geleerd

Vanmorgen bij het ontwaken bleek noch zoon 2, noch de man ergens last van te hebben. Oef, opluchting !   De vraag die we ons nu alle drie stellen is of wat er zich gisterenavond heeft afgespeeld een reële allergische of overgevoelige  reactie was,  of iets wat zich enkel heeft afgespeeld tussen de oren.  We zullen het waarschijnlijk nooit weten, want we houden het  liever  veilig en leden van de ruwbladigenfamilie komen hier niet meer op tafel.   Wat wel vaststaat is dat bij volgende experimenten met vreemde en wilde eetbare planten, de regeltjes van de wildplukker *  die ik beschreef in het logje over kleefkruid veel strenger zullen worden toegepast.  Van dieren is het geweten dat ze intuïtief op zoek gaan naar eten die ze op dat moment nodig hebben en hoewel wij als mens deze eigenschap lijken  verloren te hebben,  ben ik er van overtuigd dat er daar toch nog iets is van blijven hangen, zelfs al proppen  we ons tegen beter weten in vol met allerlei chemisch bewerkte troep. Ik herinner me hoe ik tijdens mijn zwangerschappen kokhalsde als ik nog maar een zweem van broccoli of bloemkool rook, terwijl ik beide groenten echt wel lekker vind. Het mag van mijn part zweverig klinken, maar als het op voedsel aankomt denk ik dat het verstandig kan zijn beroep te doen op je intuïtie.  Hadden zoon 2 en de man gisteren in plaats van mij een plezier willen doen,  afgegaan op hun intuïtie, dan hadden ze niet geproefd.

(*) De regeltjes van de wildplukker : Gebruik al uw zintuigen, kijk, ruik, luister en voel voor je de plant ook maar in de buurt van je lippen brengt.  Als je dan al iets is opgevallen wat je onappetijtelijk vindt, laat de plant dan voor wat het is.  Alles nog ok ? Zo ja,  dan kun je de plant naar je lippen brengen, maar nog niet in je mond stoppen.  Indien er zich geen tinteling of zwelling van de lippen voordoet, kan je een piepklein hapje nemen en zo stilletjes opbouwen . Best wel een tijdje wachten tussen het contact met de lippen en de volgende stapjes.  

Eten uit een wilde tuin: kleefkruid

Eén van mijn motto’s is “gebruik wat je hebt” en hoewel er op dit moment van het jaar nog een hoop andere eetbare planten te vinden zijn, viel mijn oog gisteren op de jonge kleefkruidplantjes die in de startblokken staan om straks, naar jaarlijkse gewoonte, de gemengde haag  aan de westzijde van de tuin helemaal te overwoekeren.  Ik val een beetje in herhaling : opnieuw een eenjarig “onkruid” in de pan.  Om het goed te maken, krijgt u vandaag niet één maar drie receptjes door de bewoners van de jardin uitgetest.P1010524.JPG

Ik ga er van uit dat u kleefkruid of Galium aparine kent en omdat er gekookt moet worden verwijs ik u voor het gemak door naar een logje van Anne Tanne die alles wat u weten moet over kleefkruid al eens haarfijn heeft uitgelegd.

 

 

Oogsttip

Ik heb de vorige keer, bij het schoonmaken van vogelmuur, mijn lesje geleerd. Het klinkt goed hé “wieden is oogsten”, maar ik verzeker u, zorgvuldig oogsten is een pak werk gespaard als je tenminste proper wilt eten. Knip dus enkel wat er smakelijk genoeg uitziet om ook op te eten, dat wieden kan later wel.

Toch even een kleine waarschuwing meegeven : het sap van kleefkruid kan bij sommige mensen contactallergie veroorzaken.  Testen dus ! Wildplukkers doen dit meestal in stappen. Gebruik al uw zintuigen, kijk, ruik, luister en voel voor je de plant ook maar in de buurt van je lippen brengt.  Als je dan al iets is opgevallen wat je onappetijtelijk vindt, laat de plant dan voor wat het is.  Alles nog ok ? Zo ja,  dan kun je de plant naar je lippen brengen, maar nog niet in je mond stoppen.  Indien er zich geen tinteling of zwelling van de lippen voordoet, kan je een piepklein hapje nemen en zo stilletjes opbouwen . Best wel een tijdje wachten tussen het contact met de lippen en de volgende stapjes.  Ik raad het u echter volkomen af om kleefkruid rauw te eten.  Die haartjes die van kleefkruid, kleefkruid maken, blijven gegarandeerd in uw keel steken. Nee, kleefkruid moet hoe dan ook eerst in de pan voor het op je bord belandt.  Echt geen blaadje voor in het slaatje.

Soep

Telkens ik aankondig dat het eten weer een specialleke wordt, doet de man zijn eigen research. Google je “kleefkruid recepten” dan krijg je meteen een fotootje van soep te zien en laat de man nu een groot liefhebber van soep zijn.  “Soep” it will be ! Tomaat-wortel-kleefkruid-soep.  Kleefkruid heeft niet echt een uitgesproken smaak, dus maakt het niet echt uit dat dit gewoon een variatie van tomatensoep is. P1010531.JPG

Soep heb ik wel in de vingers, een vluchtige blik op het recept volstaat om aan de slag te gaan. Uitje fijnhakken en glazig fruiten, fijngehakte look en gesneden worteltjes er bij,  een aardappeltje (in dit geval een restje) en alles even laten aanbakken. Om het geheel wat pittiger te maken mikte ik er nog een theelepeltje chili kruiden mix bij.   Tomaatjes toevoegen, in dit geval uit blik, de ingemaakte tomaatjes van eigen kweek zijn helaas al lang op. Het geheel onder water zetten en pas  wanneer het kookt gaat ook het grof gehakt kleefkruid in de pot.  Ik voegde er ook nog een lepeltje bouillonpoeder bij.  Vlak voor het serveren ging de staafmixer er in.  Als u nood hebt aan exacte hoeveelheden bij het koken: hier vindt u het oorspronkelijke recept.

Quinoaburgers

Soep voor de man, maar ik ken mijn pappenheimers. Zonen 1 en 2 zullen de soep links laten staan. Zoon 2 vanwege de tomaten (zeker als ze uit blik komen, voelt hij het meteen aan zij darmen), zoon 1 omdat hij simpelweg geen soepliefhebber is.P1010527.JPG

Ik kwam onlangs een mooi filmpje voor quinoa burgers met spinazie tegen en gebruikte het dan ook als inspiratie voor mijn kleefkruidburgers. Ook hier wijk ik een beetje af van het inspiratierecept. Zo’n 125gr quinoa, een 50gr havermoutvlokken waar ik nog een goeie eetlepel chiazaad en een goeie eetlepel sesamzaad aan toe voeg.  125 gr feta (verkruimelen), 2 eieren en natuurlijk een bosje fijngehakt kleefkruid. De quinoa wordt eerst gekookt, 10 min volstaat.  Alle ingrediënten gaan in een grote kom (liefst nadat de quinoa wat is afgekoeld) duik met uw handen er in en mengen maar ! Dit mengsel kan je het best nog een half uurtje laten opstijven in de ijskast. Ik had daarvoor geen tijd. Het lukt ook prima zonder opstijven. Burgertjes vormen en bakken in een hete pan aan beide zijden tot ze goudbruin zijn.

Lauw wortelslaatje

Tot nu toe ben ik de slaatjes uit de weg gegaan omdat ze zo voor de hand liggen. Dit receptje wou ik gewoon eens uitproberen, vooral omdat ik wel hou van de geur en smaak van Ras El hanout en ik het wel grappig vind om mezelf in één en hetzelfde logje tegen te spreken.

P1010526.JPG

Toegegeven de hoeveelheid kleefkruid heb ik bij het klaarmaken gehalveerd. Ik had toch nog een beetje schrik voor het in de keel plakken. Achteraf besefte ik ook dat ik vergeten ben mijn flesje zelfgemaakte appelazijn op de foto te zetten en dat terwijl ik daar zo trots op ben.   Hier gaan we: worteltjes grof raspen, kleefkruid fijn hakken, pan op het vuur met een beetje olie.  Worteltjes en kleefkruid in de pan met een goeie koffielepel Ras El Hanout en een klein beetje water.  Het geheel wat door elkaar roeren totdat het kleefkruid is geslonken en de worteltjes zacht en zoet zijn. Doe dit alles in een kommetje,  werk het af met een snuifje zout en een geutje appelazijn voor de extra “zing” ( zoals ze het in het engels uitdrukken)   Citroensap kan natuurlijk ook.

De maaltijd

P1010534.JPG

Wel de maaltijd verliep rommelig, want verstoord door discussies over vrouwenrechten. Ik hou van mijn mannen, hun hart zit op de goeie plaats en ik kan niet anders dan trots zijn op hun denken.  Alleen vergeten ze mij met mijn eten te complementeren.  Niet dat er geklaagd werd, of toch een beetje : te weinig feta in de burgers,  liever geen wortel meer in de soep. De croutons daarentegen, de perfecte manier om oud brood te verwerken, zijn altijd een succes.  Of er nu al dan niet kleefkruid in het eten verwerkt zat, speelde blijkbaar geen grote rol en ik had niet anders verwacht.  Kleefkruid heeft nu eenmaal geen uitgesproken smaak.  Voor herhaling vatbaar ?  Ja, maar dan gewoon om aan het einde van de winter je gerechten op te leuken met een groene toets.  Later op het seizoen lijkt het me echt te taai om te gebruiken, dan verwijs ik het gewoon naar de composthoop.

Koffie

Ook even meegeven dat de zaadjes van kleefkruid als vervangkoffie kunnen gebruikt worden. De man en ik zijn grote koffiedrinkers en omdat er nog een aantal planten zijn, waarvan beweerd wordt dat je ze kunt gebruiken als koffievervanger voorzie ik ergens in de herfst een echte “erzats koffie special” … nog even geduld.

Eten uit een wilde tuin: vogelmuur

Strikt genomen hoort vogelmuur of Stellaria Media niet thuis in deze reeks. Het is namelijk geen vaste plant, maar een eenjarige die het hele jaar door groeit en bloeit en zich dus ook het hele jaar uitzaait. Een onkruid dus, maar zeg nu zelf : eetbaar,  overvloedig aanwezig, zelfs in januari,  zonder dat je er ook maar iets voor moet doen, ik zou wel stom moeten zijn om daar geen gebruik van te maken.

AlsineMedia

Hoewel ik het plantje zowat overal in de tuin aantref waar de aarde verstoord werd, kan ik het mezelf gemakkelijk maken. De serre staat er vol van en begint de spinazie die ik eind november nog zaaide te overwoekeren.   “If you can’t beat it, eat it” zeggen ze dan en wieden is in dit geval ook oogsten.  Op 10 min tijd heb ik me ruim 150 gr bij elkaar gewied. Te veel, blijkt achteraf, voor het recept dat ik in gedachten heb.

P1010463.JPG

Prutswerk

Een keer je de plant geïdentificeerd hebt,  zie je ze  overal staan. Er bestaat een kans dat je ze in het niet bloeiende stadium kan verwarren met rood guichelheil. Op zich kan dit geen kwaad, ook de blaadjes van rood guichelheil zouden eetbaar moeten zijn. Het is wel oppassen geblazen met de zaden van rood guichelheil, want die zijn giftig, maar de rode bloemetjes  zijn  duidelijk te onderscheiden van de witte bloemetjes van vogelmuur. Vogelmuur is het lekkerst wanneer het nog niet bloeit, niet omdat het bitter wordt, maar omdat bij iets oudere planten de stengels wat taai worden.  Als je ze wil oogsten, raad ik je aan ze met een schaar af te knippen en niet zoals ik al wiedend uit te trekken. De plantjes wortelen niet diep, maar doordat alle blaadjes en stengeltjes aan elkaar blijven haken is het een vervelend werkje om ze schoon te maken, vooral als je dan ook nog eens de worteltjes moet verwijderen. Ook met de zaadjes kun je aan de slag, alleen lijkt me dat allesbehalve praktisch om te oogsten en heb je er enorme massa’s van nodig om er iets mee te kunnen aanvangen… misschien iets voor iemand die een aantal moestuinbedden op overschot heeft en voldoende  zin heeft om andere onkruiden er tussenuit te wieden.

Voedingswaarde

Een aantal internetsites vermelden graag dat het plantje zo voedzaam is. Nu geloof ik zelf dat verse groene blaadjes, die de kracht hebben om spontaan een serre te overwoekeren sowieso voedzamer zijn dan een hydrocultuur sla, die meer dan een week vers wordt gehouden dankzij met Co2 gevulde verpakking en allerlei koelinstallaties. Betrouwbare cijfertjes zijn moeilijk te vinden maar naast eiwitten, koolhydraten, vezels en mineralen zou het rijk zijn aan vitamine C en vitamine A en bevat het ook saponine. Saponine vind je in veel groenten,  dus zolang je geen onmenselijke hoeveelheden er van naar binnen werkt is er niets aan de hand.

Recepten

Deze keer vond ik meer recepten, vermoedelijk omdat we het in deze contreien al heel lang eten en het zowat overal te vinden is. Rauw is het heel goed te doen als basis voor sla omdat het een milde smaak heeft, maar je kan het ook kwijt in kruidenboter, pesto of op de boterham met wat roomkaas bijvoorbeeld..  Warm kan je het klaar maken zoals spinazie,  verwerken in soep of door een aardappelpuree mengen. Ik koos voor een iets exotischer recept, namelijk in pakoras.  Pakora is een indiaans gefrituurd hapje, waarbij een groente (en dat kan vanalles zijn) eerst door een beslag van kikkererwtenmeel wordt gehaald.  Ik had er nog nooit van gehoord, maar de foto’s waren veelbelovend, de bereidingstijd kort, kan blijkbaar niet misgaan en ik had nog kikkererwtenmeel staan.  Je hoeft niet echt kikkererwtenmeel te gebruiken, maar ik denk wel dat het zorgt voor het extra indiaanse tintje. Ook qua kruiden kan je  volgens mij met dit recept alle kanten op. Het originele recept vermeld teentjes kraailook , ook interessant maar dat heb ik (nog)  niet in de tuin staan, dus dan maar zonder.

Voor 4 personen nam ik:

150 gr kikkererwtenmeel

180ml water

1 koffielepel curry, 1/2 koffielepel bakpoeder, 1 koffielepel zout

1 teentje fijngehakte knoflook

100 gr grof gehakte vogelmuur

Het kikkererwtenmeel meng je met het water, de curry , het bakpoeder en het zout in een kom tot een glad beslagje. Je kiepert de vogelmuur en de look er in en mengt alles goed door elkaar.  Ondertussen laat je een bodempje olie goed heet worden in een pan. Met een lepel schep je  balletjes van het mengsel in de pan en zorgt er voor dat de balletjes elkaar niet raken.  Deksel op de pan en zo’n vijf minuten laten bakken totdat de balletjes aan één kant goudbruin zien, omdraaien en opnieuw vijf minuutjes laten bakken. Klaar !

Het oordeel

Zoon 1 trok een bedenkelijk gezicht toen hij de pakoras in de pan zag liggen, maar volgens mij was dat meer om me te jennen. Nog voor iedereen aan tafel zat had zoon 2 al geproefd en kondigde aan dat het “te doen”  was. Tijdens de maaltijd bleef het stil, wat ik persoonlijk een goed teken vind.  Er was pasta, gegrilde paprika’s en courgettes, reuzebonen op zijn grieks, feta en wat sla zodat niemand met honger van tafel moest in geval de pakora’s tegen zouden vallen. Alle 14 pakora’s werden opgegeten en  gewoon ok bevonden, niet “mmmm” of “lekkerrrrr”, maar gewoon ok.  De man merkte terecht op dat ik beter een “gewoon” recept had gekozen zodat er beter over de smaak kon geoordeeld worden. Want toegegeven ik ben geen gepassioneerde kok, het is voor mij vooral een kwestie van gezonde verse maaltijden op tafel zetten, zonder dat ik achteraf voortdurend “ik heb nog honger” moet aanhoren. Geloof me, dat op zich vind ik iedere dag al een serieuze opdracht.

P1010472.JPG

Ondanks het feit dat de reactie op de maaltijd eerder lauw was, denk ik dat vogelmuur hier regelmatiger op tafel zal verschijnen. Niet als hoofdgerecht of als belangrijkste ingrediënt van een maaltijd,  maar eerder als aanvulling. Wanneer er bijvoorbeeld  net niet genoeg spinazie valt te oogsten, of de slakken al van de sla hebben gesmuld.  Niet dat ik het met opzet ga kweken, dat is hier duidelijk niet nodig, maar ik zal toch twee keer nadenken als ik aan het wieden sla.