Sneak peek

Het is altijd deel van “ons plan” geweest om de jardin op één of andere manier open te stellen voor bezoekers en gasten.  De  exacte formule staat nog niet helemaal op punt , dat wordt ons winterproject, maar  een link met onze dada’s, permacultuur en ons bescheiden Keniaans project zal er zeker deel van uit maken.   De   lente en  zomer  hebben we dan ook   volop gebruikt   om  de “accommodatie”  rond  te krijgen, zeg maar.

Nee, helemaal af is het nog niet, maar we zijn apetrots op wat we de afgelopen zes maanden voor elkaar hebben gekregen :  we gebruiken voortaan uitsluitend regenwater,  de badkamer is eindelijk die naam waardig, twee extra kamers konden in gebruik genomen worden, zonnepanelen produceren sinds enkele dagen een groot deel van onze elektriciteit, de volledige elektrische installatie diende  en passant  vernieuwd (pff, ik ruim nog steeds het stof), de jardin kreeg zijn eigenste persoonlijke  toe- en ingang en de  extra (gasten)kamer die we bij wijze van inside joke  “dispensaire “* noemen, kreeg  een eigen trap met terras.   Een plek van waaruit je  de vogels die de jardin aandoen, buitengewoon goed  kan gadeslaan.   “As we speak write ” wordt  helemaal achter in de tuin de  kers op de taart gezet. Voor deze kers sneuvelden helaas een aantal bomen en struiken, maar ze krijgen uiteraard een nieuwe functie, als stekmateriaal, brandhout, insectenhotel, vlechtmateriaal, bladaarde, composttoilet materiaal, mulch, houthakselpad, takkenril,…

Enkele impressies badend in  herfstlicht .

Wordt uiteraard vervolgd.

 

(*) dispensaire:  geen vertaling  beschikbaar van frans naar nederlands.

  • uitgebreide vertaling : dispensé : vrijgesteld – aire : territorium , leefgebied 
  • verwijzing naar een gedenkplaat gezien in een Brussels café met de vermelding van een   “dispensaire des artistes”  opgericht  door Koningin Elisabeth .
  • Synoniemen voor “dispensaire”: infirmerie; hôpital; hospice; asile; clinique; maternité; sanatorium 

 

Dominator 98

DSC_0172.JPG

DSC_0105.JPG

Nee, geen vakantiefoto’s , maar sfeerbeelden  van hoe het er op dit moment rond de jardin uitziet.  Er straalt een zeker rust van uit, vind u niet ? Maar ik moet u teleurstellen.

DSC_0129 (1).JPG

De enorme machines die voor de oogst ingezet worden doen ons  huis  telkens  opnieuw  daveren op zijn grondvesten. Alleen al de naam van deze monsters spreekt boekdelen.

DSC_0144 (1).JPG

 

Zo’n dikke 50 jaar geleden was ons graan zo’n 5 tot 10 cm langer. Er werd aan gesleuteld om een hogere opbrengst te bekomen.  Korter graan is naar het schijnt makkelijker machinaal te oogsten. Volgens sommigen zou door dit genetisch gesleutel ons graan verworden zijn tot het “perfecte chronische gif”  Of dit klopt , laat ik in het midden.  Ik denk eerder aan die boeren die blijkbaar geen andere keuze hebben dan onder concurrentiedruk , contracten, de volgende afbetaling en wat al nog meer,  mee te draaien in deze  waanzinnige race naar meer en groter.

Achter de beschutting  van de haag  maaiden wij ondertussen het gras met ons trouw kooimaaiertje.

DSC_0160.JPG

Iedereen maar klagen

Ik sta met de zoon te wachten op de trein . De zon verdwijnt en plots worden we bekogeld door duizenden  kleine sneeuwballetjes. Het is niet eens nodig om te schuilen.

P1010949.JPG

Tussen twee regenbuien door sla halen. Een in november geplante krop voldoening uit de serre.

DSC_0016 (1).JPG

De herontdekking van een aangewaaide salomonszegel, vorig jaar in zeven haasten verplaatst wegens pas ontdekt halverwege de opbouw van het kippenhok.

DSC_0007 (1).JPG

Ontkiemende zeekool, terwijl ik allang dacht dat het niet meer voor dit jaar zou zijn.

DSC_0022 (1).JPG

Daslook  bij de achterdeur  vinden om  dan te herinneren dat ik er vorig  jaar  achteloos zaad heb rondgestrooid .

Uitglijden op een modderig pad en lachen omdat het er over enkele dagen of weken helemaal anders uit zal zien.

Druppels

DSC_0003 (2).JPG

Nieuwe aardappeltjes eten met kerst mocht dan een illusie zijn, het idee blijkt toch nog vruchtbaar.

DSC_0011 (1).JPG

Tomatenplantjes die beter tegen de kou kunnen dan wat ze een mens willen doen geloven, terwijl de natuur (woord)spelletjes speelt.

DSC_0020 (1).JPG

Ach, de lente heeft even verlof genomen, maar ik zie geen reden tot klagen.

Te veel ineens !

Na meer dan een maand vooral rond te hebben  gehangen in het ziekenhuis, kon ik vorige vrijdag eindelijk weer de tuin in. Van “lentestaren” is er deze keer geen sprake , wat ik sindsdien elke dag zie, hoor en ruik , overdonderd me een beetje. Iedere dag valt er wel iets nieuws te ontdekken.  Zo zijn  er  de elkaar opvolgende bloesems,

en de vroege bloeiers,

de eetbare beloftes,

de kandidaten voor ” eten uit een wilde tuin” ,

de beestjes,

de kleine details,

en  mooie plekjes

Ik word daar intens gelukkig van.

 

Mannen van hun woord

Het was  wat stil de afgelopen week hier op de blog, maar niet zo in de jardin. Het is eigenlijk nooit stil in de jardin, rustig , maar nooit stil, zelfs al maakt iedere bezoeker van de jardin steevast de opmerking dat je er echt wel niets hoort, altijd is er wel een vogel met een lied, een opschrikkende fazant of een kraai die zijn makkers waarschuwt dat er mensen in de buurt zijn.  Dit weekend werd al dat kwetterend gevogelte overstemd door het geluid van kettingzagen.

hout 7.JPG

In mijn vorige log had ik het er al over, 21 knotwilgen vormen de westelijk haag van onze jardin en werden al tientallen jaren niet meer geknot.  Voor ons eigenlijk wel een zorg, we konden dat knotten echt niet blijven uitstellen. Alleen ben je niet meteen stadsmus af omdat je op het platte land gaat wonen.  De man kan dan wel  goed overweg met handzaag en bijl, maar  toen er deze zomer na een hevige storm een tiental stammen sneuvelden werd al snel duidelijk dat goed materiaal onontbeerlijk is, net zoals kennis van zaken. Ons elektrisch aangedreven kettingzaagje, een erfstuk,  raakte amper enkele centimeters diep en zat klem voor  we het goed en wel beseften. De klus professioneel laten klaren zou ons meer dan een maandloon kosten en eventuele  bijklussers met ervaring waren alleen geïnteresseerd als ze ook het hout konden meenemen. Een opleiding  ” kettingzaag gebruik”  mocht dan op korte termijn  niet meer haalbaar zijn, maar de aankoop van deftig materiaal en bijhorende bescherming  was toch al een eerste stap om die metershoge stammen neer te krijgen. Onzekerheid en gebrek aan ervaring bleef ons echter parten spelen en om het even welk excuus was goed genoeg om het knotten, tegen beter weten in, iedere dag weer uit te stellen.

hout 1.JPG

Er is iets met hout,  ik veronderstel dat het met oerinstincten te maken heeft, maar het heeft een soort magnetisch effect.  Er staan al een tijdje twee palletten hout op onze oprit, wegens plaatsgebrek en een zachtere winter dan verwacht. Iedereen die langs rijdt , begrijpt het : hier wordt op hout gestookt. Misschien was het toeval, hoewel de verklaring  eerder zal moeten gezocht worden in  het glas wijn wat ze  hadden gedronken,  maar twee vrolijke vrienden besloten, na in de weer geweest te zijn met hun kettingzaag, bij ons aan te bellen. Waarom was niet helemaal duidelijk, vage vragen over hoeveel we betaalden voor zo’n pallet , hoeveel dat eigenlijk  was en iets van zelf te veel hout hebben. De man wou laten zien dat het ons aan hout niet ontbrak en troonde ze mee de jardin in om de knotwilgen te tonen.  Bewonderende bewoordingen over de knoestige tuinbewoners waren niet van de lucht en dat ze meer dan  “mûr” waren.   Onze nog maagdelijke kettingzaag werd bovengehaald, geschouwd, gestreeld  en goedgekeurd en meteen kregen we een les in het aanspannen van de ketting. Het was duidelijk, deze mannen hadden een passie  en deden niets liever dan ze te delen.  Zoals het hoort  zaten ze iets later rond de keukentafel met een glas Geuze in de hand (het enige bier dat koud stond)  en een deal werd snel beklonken. De volgende morgen zouden ze terugkomen en al een aantal wilgen te lijf gaan, zien hoe het ging.  Dat de man zich als leerling profileerde vonden ze een strak plan, de jedi’s en de padawan,  enige tegenprestatie: een goede maaltijd.

hout 6.JPG

We zouden het niet raar gevonden hebben, mochten ze niet zijn komen opdagen. Een mens kan al eens overmoedig worden met een glas te veel op, maar ze hielden woord en stonden de volgende morgen op het afgesproken uur aan de deur. Na een stevige koffie togen ze aan het werk.  De stammen begonnen één voor één over het gazon te rollen. Hoewel ze de dag voordien nog lieten uitschijnen dat het een fluitje van een cent zou zijn , bleek de klus toch moeilijker dan verwacht. De stammen waren bij nader inzien dikker en de sappen beginnen al te stijgen, waardoor het zagen zwaarder is. Zowel de kettingzagen als de mannen kregen er serieus dorst van.

hout 5.JPG

Zelf heb ik het spektakel slechts kort mogen aanschouwen, ik concentreerde me vooral op de wederdienst en stond te zweten achter mijn houtgestookt  kookfornuis.  Een inderhaast samengesteld menu, waarvoor ik de inspiratie vond bij de roots van één van de twee mannen, een Griek. De vaste lezers van deze blog weten het al, we hebben iets met Griekenland en zeker met de  Griekse keuken.   Het werd een megaportie Griekse reuzebonen (bereid in de pan met veel ui , look, stukjes tomaat,  paprikapoeder, oregano, rijkelijk overgoten met olijfolie), spanakopita (spinazie en feta in een bladerdeegje) en keftedes (allez, eigenlijk gewoon gehaktballetjes in tomatensaus, DZV ten spijt). Dit alles geserveerd met ovenverse broodjes,  daslookboter en als drank , hoe kan het ook anders,  enkele flessen Retsina.  Omdat er toch genoeg was en onder het motto , hoe meer zielen hoe meer vreugd werden ook de respectievelijke echtgenotes erbij gehaald.  Enne, sorry  dat foto’s ontbreken, maar lekker eten is er om opgegeten te worden.

De maaltijd werd gesmaakt. Van hard werken krijg je immers honger en dan smaakt alles. Het gezelschap was aangenaam en vrolijk.  Zelfs al kenden we deze mensen van toeten noch blazen ,  als het over het goede leven gaat dan volstaan de simpele dingen.

hout 2.JPG

En de knotwilgen, wel 2 en halve wilg werden afgewerkt, nog 18 en een half te gaan. Klinkt misschien weinig, maar voor ons  al een serieuze prestatie gezien het gebrek aan ervaring en de kanjers van stammen. De kans is zeer klein dat we de rest voor het einde van de  winter nog kunnen afwerken, maar de bomen die het meest wind vangen zijn veilig gesteld en de man beschikt nu over de nodige kennis en vertrouwen om die hoop stammen te verwerken.  Het mooie aan dit verhaal is voor mij toch wel weer  het toevallige van het gebeuren, die zich als een rode draad door ons leven baant. Telkens  een situatie er hopeloos begint uit te zien,  kruist een oplossing  op klaarblijkelijk willekeurige wijze weer ons pad.

 

 

Fraternité of hoe dromen werkelijkheid worden

Zondagmorgen, 9u30, een gewone straat ergens in Moeskroen.  De deur van arbeidershuisje nr. 58 staat open. Volk loopt af en aan. Jong, oud, alternatief, gewoon, Vlaams, Frans, Waals.  Als rond 10u een handbel het begin van de gratis les in permacultuur aankondigt, zit er meer dan 100 man op elkaar gepakt in een ruimte waarvan de muren volledig bedekt zijn door boekenkasten. Boeken staan er niet, maar wel zaden van 6500 plantenvariëteiten. Als je verder de ruimte doorloopt kom je in een tuin met een hallucinant aantal fruitbomen en struiken. Zo’n goeie 2000, waarvan 1300 verschillende variëteiten. Een drietal serres, een vijver en in vol seizoen ook nog eens rond de 5000 verschillende soorten eetbare planten en kruiden, dit alles op slechts 1800m²

We kunnen blijven doorgaan met cijfertjes : 100 vrijwilligers, minstens 200 cursisten verspreid over 2 zondagen per maand, 1300 betalende leden aan 1.50€/jaar en iedere donderdagnamiddag  tientallen bezoekers over de vloer.  Een pakje zaad kost gemiddeld 0.50 €.  De tuingrond bevat 12% humus en in één kubieke meter zitten 3 kilo wormen. Josine en Gilbert Cardon zijn al meer dan 40 jaar de bezielers  van la  Fraternitè d’ouvrière de Mouscron en zijn ondertussen de 80 al ver voorbij. Of de cijfertjes echt kloppen, doet er niet toe, niemand zal ze natellen. Net zoals het geld dat in een kartonnen doos  wordt gedeponeerd bij de aankoop van zaden, ook niet wordt nageteld. “Reken zelf maar uit” zegt Gilbert, de prijs staat op het zakje.  Fraternité betekent hier ook vertrouwen.

P1010568

Het begon als een coöperatieve voor groepsaankopen van bio-groenten,  als steuntje in de rug voor arbeiders uit de plaatselijke textielindustrie, toen eind jaren zestig massaal ontslagen vielen.  Arme mensen hebben ook recht op gezond voedsel.  Van het één kwam het ander, waarom niet zelf voedsel kweken en elkaar de knepen van het vak leren kennen. Het is niet helemaal duidelijk hoe of wanneer  Gilbert  en Josine de permacultuur ontdekten of dat de permacultuur hen ontdekt heeft. Een feit is dat hun tuin het oudste voedselbos van België is en de manier waarop ze met hun medemensen omgaan een schoolvoorbeeld van sociale permacultuur.

Ik was vorige zondag één van de cursisten en heb volop genoten van het enthousiasme waarmee Gilbert zijn kennis overbrengt. Op een eenvoudige en grappige manier weet hij de soms ongelovige toehoorders over de permacultuurstreep te trekken. Wat mij nog het meest opviel is dat ondanks jaren ervaring , deze man nog steeds open staat  voor en actief zoekt naar nieuwe ideeën.  Alles evolueert voortdurend, zegt hij, ook de natuur rondom ons, een fietser die ter plekke wil fietsen valt om.

Ik heb me laten vertellen dat er in onze lage landen onder permapuriteinen wel eens neerbuigend wordt gedaan over de jardin de la fraternité ouvrière de mouscron : het zou geen echt  voedselbos zijn, slecht onderhouden, lage productie, … vage kritieken die voorbij gaan aan het feit dat deze simpele mensen de permacultuur principes al toepasten lang voor  David Holmgren ze in 2002 nog eens voor alle duidelijkheid moest ordenen en opschrijven.  Of zou het misschien zijn omdat ze het derde ethische principe “eerlijk delen” ten volle toepassen en met een ongeëvenaard enthousiasme gratis hun kennis ter beschikking stellen ?  Weet u wat, neem eens een uurtje de tijd en oordeel zelf. Hieronder vind je een  inspirerende documentaire die de wereld van Josine en Gilbert mooi in beeld brengt.  De  film start op 16 min, maar is in het Frans en niet ondertiteld.

Als je het wat moeilijk  hebt met het frans, is er ook een vimeo versie beschikbaar met engelse ondertitels  – https://vimeo.com/127024480

Weinig tijd?  Hier kan je terecht voor  een korter verslag, waarin ook de rol van Josine,  die in dit verhaal minstens even belangrijk is, beter tot uiting komt.

 

Alle informatie over de lessen en openingsuren, alsook de audio van de lessen kunt u terug vinden op de blog van “La fraternité ouvrière de mouscron

In de documentaire zegt Gilbert dat je je kinderdromen niet mag laten varen wanneer je volwassen bent, maar ze dan juist waar moet maken.  Het werk van Gilbert en Josine is voor mij alvast één van de grootste inspiratiebronnen voor het waarmaken van mijn dromen.

Vuilnisbakkendag, of de tevergeefse war on waste.

In de keuken van mijn grootmoeder, in de lade naast de bestekbak staken de plastic en papieren zakjes, touwtjes en elastiekjes. Alles met de onmiskenbare sporen van  hergebruik.  De diepvrieszakjes verkleurd tot een bijna ondoorzichtig wit en op de broodzakken dezelfde kreukels als de huid op de handen die ze telkens opnieuw gladstreken.  In mijn hedendaagse keuken is een dergelijke lade gedoemd  om binnen de kortste keren uit te puilen en klem te zitten door  zakjes die tussen het schuifmechanisme zijn terechtgekomen.

Iedere week, bij het buitenzetten van de zak met restafval,  word ik met mijn neus op de niet altijd welriekende feiten gedrukt.  Mijn tenen krullen als ik artikels tegenkom met als titel “Elke Belg produceert elk jaar gemiddeld 500 kilo afval”.  Sorry , maar ik produceer dat dus niet zelf, het wordt me gewoonweg aangesmeerd !   Hoe gretig ik ook de tips van bloggende supermadammen lees over een zero waste huishouding, iedere week staat daar  weer een  zak restafval.

Refuse, Reuse, Recycle, Rot

Rotten staat voor composteren ! No problemo , alles wat geleefd heeft, kan opnieuw leven en vliegt bijgevolg op de composthoop. Tuinafval bestaat niet in de jardin, ideeën en plaats genoeg om alles te verwerken, van houtsnipperpad tot takkenwal, van mulch tot plantengier. Zelfs toen we nog in de grote stad woonden composteerde ik al zoveel mogelijk op ons koertje in 2 gegalvaniseerde vuilnisbakken. Niet altijd even succesvol, maar ik leerde  wel  dat  brood er echt niet bij  kan en je moet waken over een goed evenwicht tussen bruin en groen.  Zonder evenwicht krijg je namelijk een stinkende brij waarmee je de hele buurt terroriseert (en dat was in een Brussel van voor de aanslagen).

P1010460.JPG

Ook recyclen of beter, sorteren, doen we als brave Belgen al jaren, maar eerlijk gezegd niet van harte. Niet dat het sorteren ons moeilijk valt, maar als je bedenkt dat er massa’s energie in zowel productie, distributie en recyclage  van al die verpakkingen  moet worden gestopt,  om dan weer iets te produceren dat op zijn beurt nog eens opnieuw wordt verpakt,pff… Niet zo’n efficiënt gebruik van grondstoffen, toch ?

Komen we bij hergebruik. Leuk !  Nee, echt ! Maar hoeveel zaaibakjes, mini-serres, lampenkappen, confituurpotten, geldbeugeltjes,  armbandjes, palettenzetels, kippenhokken  en nog meer van dat fotogeniek en creatief ge-DIY  kan een mens gebruiken ? Trouwens het opbergen van al dat bijeen gespaarde materiaal vraagt al een extra kamer/schuur/garage op zich en al staat  het Pinterest bord vol fantastische ideeën,  bij mij komt het er zelden van om die dan ook nog eens uit te voeren. Als ik dan al eens een creatieve bevlieging heb, dan ontbreekt het me gegarandeerd aan het juiste aantal doosjes, blikjes of wat dan ook. Zelfs al slaag ik er in om de komende jaren drie maal zoveel uit de tuin te oogsten en rekken vol met appelmoes,  appelsap, confituur en ingemaakte groenten vol te stouwen, dan nog zal ik niet alle verzamelde bokaaltjes kunnen hergebruiken.

De clou zit hem dus in  het eerste woord van de mantra “refuse”, weigeren dus.  Wat niet binnenkomt, moet ook niet weggegooid worden, simpel toch ! Tot op zekere hoogte lukt dat. Wasmiddel maak ik al jaren zelf waardoor de verpakking werd gereduceerd tot twee kartonnen dozen per jaar. De propere was is niet smetteloos wit en ruikt alleen lentefris als het weer meezit, om ze buiten te laten drogen. Hoeft ook niet, we dragen gewoon geen witte kleren. Papieren, zakdoeken, servetten of keukenrol  zijn allemaal vervangen door hun stoffen herbruikbare evenknie. Er wordt al eens een brood gebakken, yoghourt gemaakt en zelfs de chocopasta is van eigen makelij. Alleen, dat volstaat dus niet hé.

Het ontbreekt mij waarschijnlijk aan organisatietalent en assertiviteit. Ik zie me echt niet als een overjaarse hipster met mijn mason jar (lees confituurbokaal) een meeneem latté gaan bestellen in die ene broodjeszaak in het station.  Ik woon niet in een grote stad met trendy zero waste- en biowinkels waar je (opnieuw) bulk goederen vindt.   Ik ben nog steeds op zoek naar een boer in de buurt waar je gewoon met de ouderwetse melkkan je rauwe melk kan gaan halen, want ook de ” magasins à la ferme” zijn overstag gegaan voor de o zo praktische plastic kleinverpakkingen of moeten voldoen aan de wetgeving rondom voedselhygiëne.  De melkkoeien werden dankzij  het groeiende succes meteen verbannen naar enorme stallen, waar ze alleen nog kunnen dromen van de smaak van vers groen gras. Als ik met mijn eigen potjes op de markt verse kaas bestel, weegt de welwillende marktkramer ze  eerst af in zijn eigen plastic schaaltjes alvorens het in mijn bakje te leggen.  Ik heb er een hekel aan de moeilijke klant uit te hangen aan de verstoog in de supermarkt of discussies aan te gaan met de dame achter de kassa over mijn netjes die niet doorzichtig genoeg zijn om te zien of er nu conférence of doyenne peren in zitten. Wat je nog los kunt kopen is dan nog niet eens bio, want bio, tja dat wordt apart verpakt om “besmetting” te voorkomen.  Ik heb noch de fut, noch het budget om bestellingen te plaatsen bij twintig verschillende webwinkels waar ze wel een grootverpakking hebben voor dat ene product, maar wat bij levering dan toch nog eens driedubbel verpakt blijkt te zijn.   Ik ….Oei, ik ben aan het klagen. Waar is die positieve boodschap ? Waar zijn die grappige anekdotes, die waardevolle tips ? Weet u wat, ik hou er mee op. Ik ga de vuilniszak buiten zetten en dan de tuin in. De zon schijnt ! Afgewaaide takken rapen en  trots naar mijn groter wordende takkenwal kijken.

Eenvoudig leven

Onder medebloggers is er onlangs een chalenge gestart waarbij oude vakantiefoto’s opgediept worden om vervolgens  er een vlot verhaaltje rond te bouwen. Zo’n challenge is niet zo mijn ding , maar  het bleef wel in mijn hoofd spoken, omdat er een reis is waar ik zelfs na 23 jaar bijna dagelijks aan denk.

Mijn man heeft al een aantal keer in zijn leven een beslissing genomen waarbij de meesten eerst de wenkbrauwen fronsen, maar hem achteraf groot gelijk geven. Ergens in de tweede helft van ’92 besloot hij een jaar naar Griekenland te trekken om zich onder een boom te verdiepen in allerlei filosofische werken, een beetje in de voetsporen van de denkers uit de oudheid.  Ik studeerde toen nog en bleef achter, maar na enkele maanden hield ik het niet meer uit en reisde hem begin 93 achterna.

Het mooie Sakouleika

We verbleven op het eiland  Samos,  in een klein bergdorpje.   Ze beschikten  er nog maar enkele maanden  over stromend water en lang niet alle bewoonde huizen hadden elektriciteit. In de wintermaanden woonden er slechts een vijftiental mensen, waarvan de meesten de pensioenleeftijd al ver voorbij waren.  Sommigen hadden een groot deel van hun leven doorgebracht in Australië of de Verenigde Staten en waren terug gekomen om van hun pensioen te genieten.  Een viertal families waren hun dorp trouw gebleven ondanks de ellende en armoede van de oorlog en het kolonelsregime. Het waren kleine boeren die vooral leefden van  wat hun olijven en wijngaarden opbrachten.  De vrouwen deden samen de was in de dorpswasplaats  en als  iemand een oven ontstak voor het  bakken van brood, legden de buren hun broden er bij.sakou006

Mijn man werd aanvankelijk wat wantrouwig ontvangen door de dorpelingen, maar hier en daar een ongevraagde helpende hand  bleek genoeg om het ijs te doen smelten. Tegen dat ik aankwam werden we helemaal bedolven onder de Griekse gastvrijheid. We huurden een klein huisje of liever een “kalivie” een bouwsel bestaande uit één ruimte van pakweg 3 op 2 m, voorzien van een open haard.

De zoon van de eigenaar van onze kalivie,  een teruggekeerde Australiër, had  ons in het dorpje geïntroduceerd.  Tijdens de eerste maanden van ons verblijf ontfermden we ons over zijn hond Max, gaven bloed toen zijn vrouw in het ziekenhuis lag,  schilderden het huis van zijn vader  en hielpen we bij de opening van zijn nieuwe restaurant.  Toen we  echter weigerden om iedere dag in dat restaurant te gaan werken , werden we prompt de deur gewezen.

Hoe het precies gebeurde weet ik niet meer. Kwam het door het heen en weer gerij omdat de hond niet met het baasje mee wou, of dat ik met tranen in de ogen  het dorp kwam ingelopen ?  In een mum van tijd stond het dorp op stelten en werd er alleen nog maar schande gesproken over de Australiër.  Ons budget was er niet op voorzien om in vol toeristenseizoen iets anders te huren,  dus wachtte er ons niets anders dan een vlucht richting België te boeken.  De dorpsbewoners beslisten daar echter anders over.  De volgende dag kregen we zonder enige voorwaarde  de sleutel van een zomerhuisje verderop.  Matras, huisraad, een gaspit met gasfles,  zelfgemaakte wijn, brood en kaas, tomaten, sla en uien. Zo goed als iedere dorpeling kwam ons wel iets aanbieden waarvan hij of zij dacht dat we het konden gebruiken. Het zomerhuisje had geleden onder een aantal aardbevingen en er was geen elektriciteit,  maar we hadden een waterput waar we ons eten koel in konden houden  en een simpele olielamp gaf ons licht. Vanuit het slaapkamerraam konden we vijgen plukken  en eten deden we in de schaduw van een amandelboom.

Maria en Alexis

Ik zou over iedere bewoner wel een mooi verhaal kunnen vertellen en misschien komt dat er wel eens van, maar het is vooral het verhaal van Maria en Alexis die me naar de pen het toetsenbord deed grijpen.  Ze hadden geen auto maar een ezel, een geit en wat kippen. Ik denk dat ze alleen, vis, koffie, zout, zeep en sigaretten aankochten, de rest kwam van eigen land. Eenmaal per jaar kwam er geitelam op tafel , simpelweg omdat de geit zonder lam  geen melk gaf.  Het was eigenlijk maar een half lam, de andere helft ging naar de eigenaar van de bok, die er natuurlijk ook voor iets tussen zat. We werden uitgenodigd om dit feestmaal met hen te delen.  Net toen ik tussen mijn tanden wou zeggen dat het beest ons lag aan te staren, werd het oog van het lammetje door Maria op het bord van mijn lief  gedeponeerd. Zelf kreeg ik de tong van het beest,  dit alles onder de trieste blik van Alexis die de delicatessen aan zijn neus zag voorbij gaan. Nooit heb ik nog zo’n zacht stukje vlees geproefd, maar mijn lief verging het anders, drie dagen nadien had hij nog steeds buikpijn, waartegen Alexis prompt kwam opdraven met zelfgeplukte kamillethee.

Eenvoudig leven

Hoewel er een televisietoestel stond in hun alles in één  kamer, werd er slechts zelden naar gekeken. ’s Avonds was het immers interessanter om met de dorpsbewoners “nichtèr” te houden onder de plataan midden in het dorp. Ik zie de verbolgen reactie van Alexis nog voor me toen hij een reclame zag voor kattenvoer op de satellietzender van één van de seizoensbewoners.   Voor ze beiden ’s morgens naar het land vertrokken  was het simpele  avondmaal (meestal bonen) al bereid en bleef het de hele dag staan op een hoopje smeulend (ook al zelf geproduceerde) houtskool in de broodoven. Langs hun huisje lagen de tomaatjes in de zon te drogen, druk bezocht door vliegen, maar lekkerder heb ik nooit gegeten.  Iedere druppel water werd als het niet gedronken werd, tot drie keer toe gebruikt : voor het wassen van de groenten, daarna voor de afwas en tenslotte om de tomaten of andere groenten mee te begieten.  We leerden hoe ze retsina maakten en hoe ze de prut die overbleef gebruikten om er ouzo van te destilleren, om vervolgens een tweede maal  te destilleren tot “tsipouro”.  Ik herinner me nog hoe Maria met handen en voeten probeerde uit te leggen hoe je  feta maakt  (trouwens nog een reden waarom die geit moest bevallen , er was immers een verse jaarvoorraad stremsel nodig uit de maag van het lam) en jammer genoeg ben ik er nooit in geslaagd haar onnavolgbare tuinbonenpuree te reproduceren, hoe simpel het recept ook is.

centrum005

dorpscentrum

Ze hadden weinig en hebben nooit veel van de wereld gezien, maar door de manier waarop ze leefden bezaten ze een rijkdom aan levenswijsheid, wat zeg ik levenskunst , die ik hen tot op de dag van vandaag benijd.

We herinneren ons dat jaar allebei als het mooiste uit ons leven.

 

Aanvulling : hoewel het volgende artikel  het leven op het naburige eiland Ikaria in de kijker zet , zijn de gelijkenissen met onze ervaring treffend.  Het vat op een meer wetenschappelijk onderbouwde manier samen waarom het leven in Sakouleika zo’n indruk op ons gemaakt heeft. 

http://exopermaculture.com/2012/10/25/on-this-greek-island-they-dont-care-about-clocks-or-money-its-not-a-me-place-its-an-us-place/