Pandora

Ik weet het,  eerst verhaaltjes over het eten van speciale groenten beloven en dan weer met oude grieken afkomen. Ik had zelf niet verwacht dat ik er weer zo snel over ging beginnen, maar hoe gaan zo’n dingen.

Sakouleika revisited

Er dook een griekse bezoeker op in de statistiekjes van deze blog en ik ben nogal nieuwsgierig.  Dus googelde ik maar “Sakouleika”, de enige term die ik kon linken aan deze blog en Griekenland. Al op de eerste google pagina duikt er een bekende naam op  “Sevastakis”. Nu is er maar één achternaam die ik heb onthouden, namelijk die van de man naar wie we onze oudste zoon hebben genoemd.   Hij was zo’n beetje de onofficiële burgemeester van het dorp, de man die er voor zorgde dat het graan  en de olijven van alle dorpelingen tijdig werd verzameld  zodat het naar de molen of de pers  kon vertrekken. Door samenwerking kon er immers een betere prijs  bedongen worden. Hij zorgde er bijvoorbeeld ook voor dat het hele dorp samen de renovatie van de dorpsschool  bekostigde.  Niet dat ze verwachtten dat er nog voldoende kinderen in het dorp zouden komen wonen, maar in zo’n mooi groot klaslokaal die samen met de kerk het mooiste uitzicht van het dorp deelt, daar kun je met de dorpelingen vergaderen en feesten.   Een op het eerste zicht wat norse man van weinig woorden, die trots op het hart kloppend te kennen gaf dat hij communist was “Kappa. Kappa”. Wel dagelijks alle kranten van de andere partijen lezen,  omdat je je wereld moet kennen.   Enfin, een mens die indruk op ons heeft gemaakt.  En dan klik je ergens op en lap, daar is hij !

Op zoek naar de foto’s voor mijn vorige post had ik de brief teruggevonden waarin mijn man het verhaal  doet van het stoken van tsipouro of soùma.  Het filmpje eindigt met zingen, maar toen mijn man er bij was eindigde  het met een verboden griekse traditie en het tevergeefs zoeken naar het sleutelgat in het donker.  Ik vond het filmpje op de blog van Maria Sevastaki, en laat dat nu net de artieste zijn die mijn man destijds op sleeptouw nam om  borden tegen de grond te kwakken.

Ellende

Hoewel ze blijkbaar al een aantal jaar niet meer blogt, nodig ik u toch uit om een kijkje te gaan nemen. Er zit knap werk tussen. Wat mij tijdens het dwalen door haar blog echter het meeste trof was, dat terwijl de schijnwerpers van onze media  pas sinds deze zomer op “vluchtelingen” zijn  gericht,  het op een eiland als Samos al  jaren dagelijkse kost is.  Hun nationaliteiten variëren, maar de verhalen blijven schrijnend.  Ook gisteren verdronken weer drie kinderen in de buurt van het eiland.

Ik heb vandaag tevergeefs uitgekeken naar het vogeltje dat hoop heet.

Advertenties

Eenvoudig leven

Onder medebloggers is er onlangs een chalenge gestart waarbij oude vakantiefoto’s opgediept worden om vervolgens  er een vlot verhaaltje rond te bouwen. Zo’n challenge is niet zo mijn ding , maar  het bleef wel in mijn hoofd spoken, omdat er een reis is waar ik zelfs na 23 jaar bijna dagelijks aan denk.

Mijn man heeft al een aantal keer in zijn leven een beslissing genomen waarbij de meesten eerst de wenkbrauwen fronsen, maar hem achteraf groot gelijk geven. Ergens in de tweede helft van ’92 besloot hij een jaar naar Griekenland te trekken om zich onder een boom te verdiepen in allerlei filosofische werken, een beetje in de voetsporen van de denkers uit de oudheid.  Ik studeerde toen nog en bleef achter, maar na enkele maanden hield ik het niet meer uit en reisde hem begin 93 achterna.

Het mooie Sakouleika

We verbleven op het eiland  Samos,  in een klein bergdorpje.   Ze beschikten  er nog maar enkele maanden  over stromend water en lang niet alle bewoonde huizen hadden elektriciteit. In de wintermaanden woonden er slechts een vijftiental mensen, waarvan de meesten de pensioenleeftijd al ver voorbij waren.  Sommigen hadden een groot deel van hun leven doorgebracht in Australië of de Verenigde Staten en waren terug gekomen om van hun pensioen te genieten.  Een viertal families waren hun dorp trouw gebleven ondanks de ellende en armoede van de oorlog en het kolonelsregime. Het waren kleine boeren die vooral leefden van  wat hun olijven en wijngaarden opbrachten.  De vrouwen deden samen de was in de dorpswasplaats  en als  iemand een oven ontstak voor het  bakken van brood, legden de buren hun broden er bij.sakou006

Mijn man werd aanvankelijk wat wantrouwig ontvangen door de dorpelingen, maar hier en daar een ongevraagde helpende hand  bleek genoeg om het ijs te doen smelten. Tegen dat ik aankwam werden we helemaal bedolven onder de Griekse gastvrijheid. We huurden een klein huisje of liever een “kalivie” een bouwsel bestaande uit één ruimte van pakweg 3 op 2 m, voorzien van een open haard.

De zoon van de eigenaar van onze kalivie,  een teruggekeerde Australiër, had  ons in het dorpje geïntroduceerd.  Tijdens de eerste maanden van ons verblijf ontfermden we ons over zijn hond Max, gaven bloed toen zijn vrouw in het ziekenhuis lag,  schilderden het huis van zijn vader  en hielpen we bij de opening van zijn nieuwe restaurant.  Toen we  echter weigerden om iedere dag in dat restaurant te gaan werken , werden we prompt de deur gewezen.

Hoe het precies gebeurde weet ik niet meer. Kwam het door het heen en weer gerij omdat de hond niet met het baasje mee wou, of dat ik met tranen in de ogen  het dorp kwam ingelopen ?  In een mum van tijd stond het dorp op stelten en werd er alleen nog maar schande gesproken over de Australiër.  Ons budget was er niet op voorzien om in vol toeristenseizoen iets anders te huren,  dus wachtte er ons niets anders dan een vlucht richting België te boeken.  De dorpsbewoners beslisten daar echter anders over.  De volgende dag kregen we zonder enige voorwaarde  de sleutel van een zomerhuisje verderop.  Matras, huisraad, een gaspit met gasfles,  zelfgemaakte wijn, brood en kaas, tomaten, sla en uien. Zo goed als iedere dorpeling kwam ons wel iets aanbieden waarvan hij of zij dacht dat we het konden gebruiken. Het zomerhuisje had geleden onder een aantal aardbevingen en er was geen elektriciteit,  maar we hadden een waterput waar we ons eten koel in konden houden  en een simpele olielamp gaf ons licht. Vanuit het slaapkamerraam konden we vijgen plukken  en eten deden we in de schaduw van een amandelboom.

Maria en Alexis

Ik zou over iedere bewoner wel een mooi verhaal kunnen vertellen en misschien komt dat er wel eens van, maar het is vooral het verhaal van Maria en Alexis die me naar de pen het toetsenbord deed grijpen.  Ze hadden geen auto maar een ezel, een geit en wat kippen. Ik denk dat ze alleen, vis, koffie, zout, zeep en sigaretten aankochten, de rest kwam van eigen land. Eenmaal per jaar kwam er geitelam op tafel , simpelweg omdat de geit zonder lam  geen melk gaf.  Het was eigenlijk maar een half lam, de andere helft ging naar de eigenaar van de bok, die er natuurlijk ook voor iets tussen zat. We werden uitgenodigd om dit feestmaal met hen te delen.  Net toen ik tussen mijn tanden wou zeggen dat het beest ons lag aan te staren, werd het oog van het lammetje door Maria op het bord van mijn lief  gedeponeerd. Zelf kreeg ik de tong van het beest,  dit alles onder de trieste blik van Alexis die de delicatessen aan zijn neus zag voorbij gaan. Nooit heb ik nog zo’n zacht stukje vlees geproefd, maar mijn lief verging het anders, drie dagen nadien had hij nog steeds buikpijn, waartegen Alexis prompt kwam opdraven met zelfgeplukte kamillethee.

Eenvoudig leven

Hoewel er een televisietoestel stond in hun alles in één  kamer, werd er slechts zelden naar gekeken. ’s Avonds was het immers interessanter om met de dorpsbewoners “nichtèr” te houden onder de plataan midden in het dorp. Ik zie de verbolgen reactie van Alexis nog voor me toen hij een reclame zag voor kattenvoer op de satellietzender van één van de seizoensbewoners.   Voor ze beiden ’s morgens naar het land vertrokken  was het simpele  avondmaal (meestal bonen) al bereid en bleef het de hele dag staan op een hoopje smeulend (ook al zelf geproduceerde) houtskool in de broodoven. Langs hun huisje lagen de tomaatjes in de zon te drogen, druk bezocht door vliegen, maar lekkerder heb ik nooit gegeten.  Iedere druppel water werd als het niet gedronken werd, tot drie keer toe gebruikt : voor het wassen van de groenten, daarna voor de afwas en tenslotte om de tomaten of andere groenten mee te begieten.  We leerden hoe ze retsina maakten en hoe ze de prut die overbleef gebruikten om er ouzo van te destilleren, om vervolgens een tweede maal  te destilleren tot “tsipouro”.  Ik herinner me nog hoe Maria met handen en voeten probeerde uit te leggen hoe je  feta maakt  (trouwens nog een reden waarom die geit moest bevallen , er was immers een verse jaarvoorraad stremsel nodig uit de maag van het lam) en jammer genoeg ben ik er nooit in geslaagd haar onnavolgbare tuinbonenpuree te reproduceren, hoe simpel het recept ook is.

centrum005

dorpscentrum

Ze hadden weinig en hebben nooit veel van de wereld gezien, maar door de manier waarop ze leefden bezaten ze een rijkdom aan levenswijsheid, wat zeg ik levenskunst , die ik hen tot op de dag van vandaag benijd.

We herinneren ons dat jaar allebei als het mooiste uit ons leven.

 

Aanvulling : hoewel het volgende artikel  het leven op het naburige eiland Ikaria in de kijker zet , zijn de gelijkenissen met onze ervaring treffend.  Het vat op een meer wetenschappelijk onderbouwde manier samen waarom het leven in Sakouleika zo’n indruk op ons gemaakt heeft. 

http://exopermaculture.com/2012/10/25/on-this-greek-island-they-dont-care-about-clocks-or-money-its-not-a-me-place-its-an-us-place/