Sluimerstand

Een winterdip, writersblock,   noem het hoe je wil, maar de afgelopen maanden leken mijn hersenspinsels te zwart en te somber om aan deze blog toe te vertrouwen. Zeg nou zelf : de sociale en andere media bezorgden ons een overdosis aan, al dan niet gelogen, uitermate angstaanjagend  en betreurenswaardig nieuws. Iconen sneuvelden bij bosjes. Tijdens de  feestdagen, sowieso  al niet mijn ding,  vond  het letseltje in het hoofd van jongste zoon het nodig,  ons met een epilepsieaanval er aan te herinneren dat het er nog steeds zat. Klaarblijkelijk toevallig (hoewel toeval niet  bestaat) vernamen we,  net  op de drempel van het nieuwe jaar, de dood van een oude vriend, een ambachtsman van het leven.

DSC_0020.JPG

Plichtsgetrouw werkte ik de nieuwjaarswensen af, maar hoe hard ik ook mijn best deed om er mijn hart in te leggen, ik slaagde er niet in de leegte van het verplichte nummertje te camoufleren, zelfs al scheen met momenten de zon.

In dit soort  sluimerstand stapte ik eergisteren op het boemeltreintje die ons verbindt met de rest van de wereld. Ik vergat een ticket te nemen. De conducteur zag het door de vingers,  bij mijn overstap moest ik maar een ticket kopen.  Nog voor we het station binnenreden daagde het mij dat ik mijn portefeuille met cash en bankkaart op de vensterbank had laten liggen. De kans dat diezelfde conducteur mij op de terugweg opnieuw, om met het met zijn woorden te zeggen, “une fleur” zou geven was gering en verder reizen kon ik ook al niet.   Er zat niets anders op dan onverrichter zake, de kleine 10 kilometer naar huis, te voet af te leggen.

4,5  jaar geleden, toen we nog op zoek waren naar een tuin met huis,  legden mijn man en ik deze tocht voor de eerste keer ook te voet af. Het bleek een aangename wandeling te zijn,  langs kronkelige landwegen, die ons op één of andere manier terug naar een tijd van  eenvoud bracht. Het eindpunt van toen werd het begin van de realisatie van een droom.

Naarmate mijn onvoorziene tocht vorderde,  werd ik wakker uit mijn sluimerstand. Ik zag dat de littekens die de mens in het landschap had gemaakt toch weer overgenomen werd door de natuur. Het hallucinante  beeld van een desolate stoffige oude blauwsteengroeve  bijvoorbeeld,  wordt in realiteit opgevrolijkt door een actieve en luid kwetterende bende pimpelmeesjes.

IMG_20170112_103104.jpg

Ik vervolgde mijn tocht al zingend “t is nog al nie noar de wuppe” , met iedere stap meer vastberaden om  voort te doen, zoals  pioniersplanten die een terril van steengruis terug vruchtbaar maken, traag maar zeker.

IMG_20170112_104358.jpg

En weet u, er bloeit bijna altijd wel ergens een bloem.

DSC_0096.JPG

En al komt er een sneeuwstorm langs en vallen er slachtoffers, de zon schijnt bijna alle dagen.

DSC_0012 (1).JPG

2017, ongeacht wat je voor ons in petto hebt, we zijn er klaar voor en bouwen, gesteund door de liefde,  verder aan onze droom.

Advertenties

Sh*t

“Hippie ” Mijn beide zonen scheppen er ontzettend veel plezier in om me te pas en te onpas zo te noemen.  Niet dat het er hier zweverig aan toe gaat of dat ik getooid in kleurige katoenen slobberkleren, volgehangen met kraaltjes en geurend naar wierook of patjoeli door het  leven ga, integendeel. Nee, ze maken zich vooral vrolijk over mijn  experimenten in tuin, keuken , badkamer en wasplaats om  zo zelfvoorzienend en ecologisch mogelijk door het leven te gaan. Meestal gaan ze ook wel mee in het verhaal en komen ze zelf al eens met een voorstel op de proppen, behalve die keer dat ik over een composttoilet begon. ieew ! De afkeer bleek zo groot, dat er ogenblikkelijk beslist werd te stemmen -dat komt er van als je je kinderen naar democratisch onderwijs stuurt- en ik met  3 tegen 1  het idee onmiddellijk mocht opbergen.   Keiharde argumenten op tafel gooien mocht niet baten. Beslist is beslist, ik mocht er mijn mond niet meer over open doen.

Uit noodzaak

Tot jongste zoon kort na onze verhuis naar de jardin last kreeg van diarree. Hij had al altijd gevoelige darmen gehad, maar dit was anders. Chronisch, explosief en pijnlijk, dag en nacht, de “ongelukjes” waren niet meer te tellen.  De diagnose, colitis ulcerosa,  betekende niet meteen een oplossing, maar luidde een nog steeds aanslepende zoektocht  naar  de juiste medicatie in.

Ons nieuw optrekje telde maar één (ijskoud) toilet zo’n  dikke 20 meter verwijderd van de slaapkamer van de jongste zoon, vooral ’s nachts mondde dit uit in kleine drama’s. Schuldgevoel omdat hij het weer net niet had gehaald, chronisch slaapgebrek omdat hij mij niet wou wakker maken en alle sporen zelf trachtte te wissen, door en door koud en afzien van de pijn. Een moederhart breekt voor minder.

Ik vond een rechthoekige 30 liter emmer met deksel. Een afgedankte wc bril bleek  er precies op  te passen. Als afdekmateriaal  verzamelde  ik droge bladeren uit de tuin, en plaatste de emmer in het overloopje naast zoons kamer. Onze nachten verliepen terug wat rustiger. Het zag er niet uit, was veel te laag, maar ik duldde geen commentaar, dit was een gedeeltelijke, maar snelle oplossing voor een ernstig probleem.

Bij de aanvang van de eerste fase van onze verbouwingswerken verhuisde zoons slaapkamer naar de kamer met enige toegang tot het spoeltoilet. Aanvankelijk kon het geïmproviseerde composttoilet opgeborgen worden, maar een tweede toilet bleek toch onontbeerlijk. Jongste zoon had zijn slaap broodnodig, we stoorden hem liever niet.  De tweede fase van de verbouwingswerken , waarbij de badkamer zou worden afgewerkt zou nog enige tijd op zich laten wachten, dus het composttoilet maakte opnieuw zijn entree

Doe het zelf

Die lage emmer, die waarschijnlijk ons gewicht niet lang zou kunnen dragen werd inderhaast vervangen door een oude stoel, ontdaan van simili lederen kussen, met een ovaal gat in de zitting op maat van de wc-bril. Een hoog plastiek curver vuilbakje paste er precies onder . ‘T was maar tijdelijk, dus veel aandacht besteedden we er niet meer aan. Snel bleek dit model toch voor verbetering vatbaar, er durfde al eens wat plas tussen emmer en zitting terecht te komen en het vuilbakje zonder hengsel  was nogal zwaar in gevulde toestand. De soms klotsende tocht naar de composthoop was daardoor niet zo’n prettige onderneming. Na verloop van tijd begon er zich een bruinig laagje te vormen in de plastiek emmer die je er niet met even spoelen uit kreeg en waardoor ook geurtjes bleven  hangen.

 

Ondanks deze minpuntjes was het composttoilet niet langer een controversieel onderwerp in ons gezin.  Toen aan het einde van de tweede verbouwingsfase bleek  dat  we een inschattingsfout hadden gemaakt  en het  tot wastafelmeubel omgetoverde dressoir  iets  te groot was om een comfortabele plaatsing van een toilet toe te laten , was de oplossing voor de hand liggend: retour composttoilet, want geen  waterafvoer nodig. In afwachting van een esthetisch verantwoord model, besloot ik om de oude stoel te pimpen. Een aantal plankjes op maat zagen om de emmer aan het zicht te onttrekken, een restje zwarte verf, twee rvs emmers (eentje als reserve)  en een passend deksel, meer was er niet nodig. Alleen voor het  “plas tussen emmer en zitting” probleem had ik niet meteen een oplossing. Nadat de man mij had zien sukkelen om een soort kraag in plastic tussen bril en emmer  te bevestigingen, kwam hij op het lumineuze idee om de emmer niet onder de zitting te plaatsen maar er in.  Het resultaat voldoet, wat ons betreft,  nog steeds  zowel esthetisch als op het vlak van gebruiksgemak.

Hoe werkt dat nu ?

In de handel zijn er allerlei modellen beschikbaar, waarbij urine gescheiden wordt, ventilatie is  voorzien,  het hoopje moet worden afgedekt met speciale doekjes, soit met alle mogelijke technische snufjes om zo dicht mogelijk  het “spoel het probleem weg” toilet te benaderen. Deze modellen zijn duur in aankoop, volumineus en meestal technisch ook niet zo eenvoudig te installeren.

Terwijl het principe o zo simpel is : een absorberende laag koolstofrijk organisch materiaal wordt in een emmer aangebracht, na de grote of kleine boodschap voeg je een laagje van hetzelfde organisch materiaal toe en dit totdat de emmer bijna vol is. De inhoud wordt vervolgens naar de composthoop gebracht, waar het bedekt wordt met een laagje hooi of ander beschikbaar materiaal. Vanaf dan doen micro-organismes en schimmels hun werk en na een jaar heb je goede compost, vrij van pathogenen, waarin zelfs residuen van medicatie niet meer in  terug te vinden zijn.

Nee, het stinkt niet, zolang je het na ieder gebruik voldoende afdekt en regelmatig de emmer leegt. Eerlijkheidshalve moet ik er bij vermelden dat dit wel kan verschillen al naargelang de hoeveelheid en het soort afdekmateriaal.  Het afdekmateriaal moet koolstofrijk zijn, het bruine materiaal van je composthoop zeg maar, pis en kak zijn in tegenstelling tot wat de kleur laat vermoeden stikstofrijk  en vertegenwoordigen dus het groen materiaal van je composthoop. Het meest voor de hand liggende materiaal zijn houtkrullen of zaagsel, maar tenzij je er geld wil aan uitgeven of een houtbewerker in de familie hebt, vergt het soms al wat zoekwerk om er aan te komen. Hier hebben we alle mogelijke materialen uitgeprobeerd : papier en karton snippers, verhakseld hout,  gevallen blad, hooi,  kortom alles wat we op een bepaald moment ter beschikking hadden. Houtkrullen of zaagsel dragen mijn voorkeur weg vanwege de goede absorptie, maar ze werken enkel optimaal wanneer ze een beetje vochtig zijn. Buiten bewaren volstaat om de juist vochtigheidsgraad te bekomen.  Vers bladafval en verhakseld hout absorberen niet zo goed, tenzij ze al een tijdje hebben liggen composteren. Hooi is mijn minst favoriete afdekmateriaal,  te lange vezels die weinig tot niets absorberen. Papier en karton snippers vallen vooral tegen qua geurabsorptie maar na het afdekken even besproeien met een plantenspuit kan helpen. Ook het composteringsproces van papier en karton duurt wat langer, ik vermoed  omdat het materiaal  aanvankelijk te steriel is.

Voor diegenen die lekkere geurtjes en luxe belangrijk vinden kan ik  een kommetje verse rozenblaadjes aanraden om ieder laagje mee af te werken.

Akkoord, er zijn plezantere klusjes dan het legen van het composttoilet en om één of ander mysterieuze reden ben ik de enige in huis die merkt dat de emmer vol is, maar het kost me amper 5 minuten. Daarbovenop put ik als gepassioneerd tuinierster,  meer voldoening uit het aanvullen van de composthoop,  dan het schrobben  van de porseleinen pot om ze te ontdoen van  aangekoekte remsporen en kalkaanslag. Ook het feit dat een mens daarbij soms moet grijpen naar  toxische substanties, misleidend verpakt als kleurige wc-eenden, kan ik niet in overeenstemming brengen met mijn groene principes. Het proper houden van een rvs emmer is trouwens een koud kunstje, na het ledigen volstaat het om de emmer uit te spoelen en er desnoods er even door te gaan met een wc-borstel.  Een emmer in rvs is geen noodzaak, maar zoals ik al schreef,  zijn plastic emmers na verloop van tijd minder goed schoon te houden en moet je ze toch  een 24u  buiten in de “week” laten staan wil je gebruik kunnen maken van een geurloos exemplaar.  De verleiding zal bestaan om een emmer van 20 tot 30l te scoren, kwestie van ze minder dikwijls te moeten ledigen,  maar de ervaring heeft mij geleerd dat het makkelijker is een keer vaker met een emmer van 15l op en af naar de composthoop te lopen dan met een zwaar exemplaar van 30l.

Ja,  ik gebruik de compost ook in de moestuin. Er zijn mensen die absoluut op veilig willen spelen en het eindresultaat enkel bij fruit- en sierbomen gebruiken. Dat kan, maar ik zie  eerlijk  gezegd het verschil niet met het gebruik van koeien, paarden of kippenmest in de moestuin. Dat zijn herbivoren, zegt u,  ja maar weet u wat de boer of de paardenliefhebber allemaal aan zijn beesten voedert? Van kippen is het geweten dat ze geen enkel bron van eiwitten links laten liggen dus waar zit het verschil ?  Ik weet daarentegen zeer goed  wat mijn gezin allemaal  naar binnen werkt.  Ook hier geldt voor mij eenzelfde redenering : waarom moeite of kosten doen om aan dierenmest te geraken voor een florerende moestuin, als je het eenvoudigweg zelf kunt produceren, met een minimale milieu impact nog wel.

Argumenten

De argumenten voor de keuze van het composttoilet zijn voor mij evident.  Als u bedenkt dat 10% van de wereldbevolking nog steeds geen toegang heeft tot zuiver water,  terwijl  wij  het doodnormaal vinden om  bij iedere toiletpassage zo’n  10l zuiver en drinkbaar water het riool injagen … ik moet daar toch even van slikken.

Wij mogen dan wel gratis regenwater en spaarknoppen gebruiken, maar daarmee is de kous niet af, want  wanneer we doorspoelen lijkt het wel alsof we verlost zijn van ons “sanitaire” afval, maar het duikt  hoe dan ook weer op aan het einde van het riool waardoor er  weer een pak energie en geld nodig is om de kwaliteit van dat water opnieuw acceptabel  genoeg te krijgen om het terug te kunnen lozen.  De toegepaste zuiveringsmethodes zijn niet 100%. Om maar een voorbeeld te noemen :  het is bewezen dat de oestrogenen afkomstig van de pil in onze waterlopen invloed  hebben op de  geslachtsvorming van in het wild levende vissen. Probeert u zich eens voor te stellen wat er allemaal in dat water terecht komt  en welke impact dat zou kunnen hebben, ik kan niet dat alvast niet, maar ik vrees dat het gezegde “wat niet weet , niet deert” hier niet op gaat.

Zelfs al beschik je over een individueel zuiveringssysteem , al dan niet met planten, het “harde” materiaal moet  nog steeds, voor er zuivering  plaats kan vinden,  opgevangen worden en nadat het een jaar of 3 onder anaerobe omstandigheden(door het water) toxisch heeft liggen wezen, moet het hoe dan ook weggehaald worden. Weet u wat er mee gebeurt nadat de mestboer is langs geweest ? Als het goed is, loost  deze het op zijn beurt in een openbaar rioolzuiveringsinstallatie,  het probleem blijft m.a.w. hetzelfde. Uiteindelijk komt alles terug terecht in onze oppervlaktewateren en dus ten lange leste ook in ons leidingwater, sorry , maar dat vind ik pas een vies idee.

Er kan nog wel even worden doorgegaan met het aanleveren van argumenten voor het gebruik van composttoiletten en ik bevind me in de luxepositie dat ik eventuele tegenargumenten hier niet hoef te beantwoorden, maar laat ze gerust op me los in de commentaren, ik zal mijn best doen. Stel dat  ik u toch getriggerd heb met dit stukje  en u meer wilt weten, wel er is de klassieker “The humanure handbook” van Joseph Jenkins  (zelfs gratis down te loaden) of u kunt eens een workshop bijwonen van deze mensen, wiens creaties zelfs al in het MAS te bewonderen zijn.

 

Overvloed en appelsap

Alles wees er op dat het er zat aan te komen, de kleur van het licht, de frisser wordende avonden, die eerste doffe plofgeluiden.  En toch verrast het me iedere herfst opnieuw : ’t is solden in de tuin.

3  Appelbomen, geplant in een tijd waarin zelfvoorzienend zijn een evidentie  was en waarvan wij  nog steeds de vruchten plukken. Ik bedoel eigenlijk : de vruchten rapen.   We kunnen niet meer bij de hoogste,  met blozende appels volgeladen takken. Het ladderdansen (lees: de ladder voortdurend verplaatsen op aanwijzingen van de partner om precies bij dat ene fantastische exemplaar te kunnen komen) gaat na een tijd vervelen,  dus wachten we gewoon tot ze vanzelf naar beneden komen. Terwijl ik zo appels  opraap, priemen rode vlekjes langs mijn ooghoeken mijn gezichtsveld binnen, herfstframbozen ook al in grote hoeveelheden.  Als ik even met mijn voet een brandnetel op afstand probeer te houden, verschijnt het frisse natte geaderde bruin van een walnoot. De volgende golf van overvloed kondigt zich bij deze ook weer aan en een gevoel van onmetelijk rijkdom overmeesterd me. Ik las ooit ergens dat de reden waarom mensen zo graag shoppen, stamt uit de tijd dat we jager-verzamelaars waren, shoppen als surrogaat voor het bevredigende gevoel van het verzamelen van je eigen voedsel. Volgens mij klopt dat ook, het is een eeuwigheid geleden dat ik ben gaan shoppen, behalve dan in eigen tuin.

DSC_0112 (1).JPG

Na een aantal weken val je bij het naar buiten gaan bijna letterlijk over de appels. Alle wasmanden, kratten  en emmers die ik in huis heb zijn tot boven de rand gevuld met appels . Genietend van de nazomerzon, maak ik me de bedenking dat de natuur toch wel een overweldigende overvloed creëert. Een overvloed die voor de meesten onder ons onzichtbaar en ontoegankelijk is geworden. We zitten weggestopt in kantoorgebouwen of fabrieken en als er al sprake is van groen , dan is het puur ornamenteel. We worden gedreven door een economisch denken waarvan de voornaamste regels gebaseerd zijn op schaarste. Om te ontsnappen aan die  schaarste is er immers geld nodig, om in de supermarkt appels te kunnen kopen  bijvoorbeeld, of de elektriciteits- water- en gas rekening te betalen. Ik heb het geluk gehad en de kans gegrepen om aan die ratrace te ontsnappen,  appels raap ik op,  het water komt uit de hemel  vallen,  de zon doet de elektriciteitsmeter terug draaien en straks verwarmen we ons met hout uit de tuin of het bos hier enkele honderden meters verder. Als je het mij vraagt heeft de westerse mensheid zichzelf toch wel serieus bij zijn eigen pietje genomen,  toen ze die  natuurlijke overvloed de rug toekeerde om zichzelf gevangen te zetten in het  spel  van de imaginaire schaarste en de daarmee gepaard gaande eindeloze  gecreëerde behoeften.

DSC_0322.JPG

 

Soit, genoeg diepe gedachten, als ik die appels laat staan neemt de natuur ze terug.  Al drie jaar experimenteren we met allerlei technieken om die enorme hoeveelheid appels zo lang mogelijk te bewaren. Zo schaften we ons een fruitpers aan, om tot de conclusie te komen dat je die appels in een persbaar formaat moet zien te  krijgen. Twee dagen appels met de hand raspen, daar zie je het volgende jaar serieus tegen op, dus kwam er ook een appelmolentje, toch kon het appelmolentje niet voorkomen dat  er nog steeds een enorme hoeveelheid appels op de composthoop belandde. De nodige hulp kwam dit jaar via “Soignies en transition” het lokale transitienetwerk, onder de vorm van een appelsap workshop of beter “Atelier de jus de pomme”. De formule is simpel : wij voorzien in appels, pers en molen, ruimte en toch al een beetje know-how, de deelnemers brengen hun flessen mee en steken  de handen uit de mouwen. In ruil  krijgen ze enkele liters  vers appelsap en een gezellige namiddag .

DSC_0321.JPG

Een tiental mensen,   de meerderheid had ik nog nooit in mijn leven  gezien, vielen hier vorige zaterdag binnen.   Sommigen beladen met eigen oogst, anderen met een hele collectie flessen.  Een korte uitleg over de uit te voeren stappen: wassen, snijden, malen, persen, pasteuriseren en bottelen. Nog meegeven dat je met de overblijvende prut gemakkelijk je eigen appelazijn kan maken en iedereen toog aan het werk . De werkverdeling wees zichzelf uit, het enige wat ik nog moest doen was het houtgestookte kookfornuis op temperatuur brengen  voor het pasteuriseren van het sap en het steriliseren van de flessen en  nu en dan een extra snijplank , handdoek, of kom aandragen. Ondertussen werden ideeën voor een vlotter verloop uitgewisseld, afgewogen en uitgeprobeerd, gespeculeerd over hoe je nog meer appels  zou kunnen verwerken en diverse maal- en perstechnieken passeerden de revue.  Drie uur later stond er meer dan veertig liter heerlijk appelsap op de keukentafel . Iedereen vertrok tevreden, met in het achterhoofd plannen om dit volgend jaar  opnieuw te doen.  Ook dat noem ik  overvloed.

DSC_0324.JPG

DSC_0329.JPG

DSC_0330.JPG

DSC_0337.JPG

Verwaarloosd

Yep, de blog , de tuin,  allemaal verwaarloosd. Het huis ging met alle aandacht lopen. Er werd gegraven, geboord, geschaafd, geslepen, gepleisterd, geschilderd, … maar het einde van al dat werk is in zicht en we kunnen  al volop genieten van  eenvoudige maar pure luxe.

Zoals een bad “with a view”

DSC_0066

Toegegeven, momenteel nog wat kaal , maar de krentenboom trekt een verscheidenheid van vogels aan en als het herfst wordt kleurt de kardinaalsmuts prachtig rood.

Puur, chloorvrij, zacht en lekker hemelwater rechtstreeks uit de kraan.DSC_0096 (2).JPG

 

En de tuin  … tja,  die werd de afgelopen maand(en) aan zijn lot overgelaten. Eerst was het te nat en bleef je steken in de modder.

DSC_0003.JPG

Daarna werd de toegang grotendeels belet door de aanleg van de regenputten en toen die in de grond zaten kwam er nog meer regen. De plannen voor onder andere een kruidentuin bij de achterdeur werden wegens andere prioriteiten nog even opgeborgen en nu is het het ontkiemend gras die ons de toegang belet.

DSC_0094.JPG

De grillige mei en  natte junimaand zorgden er trouwens voor dat mijn enthousiasme voor de tuin onder nul zakte. De spinazie schoot meteen door en de radijzen waren houterig.  De moestuin rook naar rotte ui.  De aardbeien die niet werden opgegeten door vogels of slakken, beschimmelden terwijl je er op stond te kijken. De lookoogst is amper genoeg om de zomer  door te komen en de aardappelen kregen voortijdig last van de plaag.  Niets leek te normaal te groeien behalve het gras maar dat kon met al die nattigheid niet worden gemaaid.

En dan, als je het eigenlijk een beetje hebt opgegeven, ontdek je dit :

DSC_0118.JPG

Mocht de haag het zicht niet belemmeren,   mijn buurman met de gemillimeterde moestuin zou  meewarig het hoofd schudden.  Dat deze moestuin ontworpen is op basis van een mengelmoes van permacultuurtechnieken kon u hier lezen. Ook liet ik me bij de aanplant inspireren door het principe van de “schijnbare chaos“, alleen mag u in mijn geval ook het woord “schijnbaar” laten vallen. Mijn tuinplan (jawel, er was een tuinplan) bleef namelijk in de regen liggen, waardoor ik me maar vaag kan herinneren wat ik waar heb gezaaid of geplant. Ik zal dan ook moeten afwachten  of de kolen nu broccoli , witte kool of spruitjes zijn.  Voor wieden en mulchen was geen tijd , maar de grond is ondertussen helemaal bedekt en niet alle vrijwilligers zijn onkruid : tomaten bijvoorbeeld . Geen idee of de compost niet voldoende  was opgewarmd of  dat ik vorig jaar  een aantal  tomaten over het hoofd heb gezien, ze hebben het in ieder geval naar hun zin.  De goudsbloemen, oostindische kers, komkommerkruid, kamille, moederkruid, dille, rucola en korenbloemen, allemaal hebben ze in hun eentje  beslist om te groeien waar ze groeien. Tijdig oogsten zat er ook niet in. Van de  geel witte bloemen op de foto hier onder, shungiku of gekroonde ganzenbloem, daarvan oogst je  normaal gezien het jonge blad, voor de bloei en ook de silenes waren als bladgroente bedoeld, tenminste voordat ze dus bloeiden.

DSC_0112.JPG

 

DSC_0116.JPG

Ondertussen proberen we dat toch te doen, dat oogsten :  er is komkommer, sla, courgettes (veeeel courgetttes) , worteltjes, raapjes, bietjes, snijbiet, boomspinazie, rode melde,  en zelfs de prei heeft het hier nog nooit zo goed gedaan. De uien die niet zijn weggerot of in bloei schoten mogen eerstdaags ook uit de grond.

DSC_0103

DSC_0104

DSC_0106

 

DSC_0101.JPG

DSC_0102.JPG

Het heeft dus wel zijn voordelen zo’n polycultuur aan zijn lot overlaten, je ziet gewoon niet wat er fout gaat. Slakkenplaag, bwa, nee,  geen last van gehad. Ze zijn er wel , maar aten waarschijnlijk alleen de kneusjes, want er is niet echt iets wat ik mis, of misschien ben ik gewoon vergeten dat ik het heb geplant. Onkruid, pfff dat is gewoon levende mulch.  Bladluizen ? De ene dag zijn ze er en de volgende dag weer verdwenen, het enige wat overblijft is een patrouillerend lieveheersbeestje.  Rupsen , eerlijk gezegd  is het me een raadsel waar die rondfladderende koolwitjes hun eitjes deponeren, ik gok er op dat ze de kolen simpelweg niet vonden. Misschien moet ik nog eens goed kijken.

Minpuntjes ?  Tja, het oogsten is letterlijk een zoektocht en als ik eerlijk ben, mag het toch iets overzichtelijker , maar het is wel wat ik wou :  veel oogsten voor weinig werk, diversiteit en een paradijs voor insecten, vlinders en vogels.  En mooie beelden er bovenop, toch ?

DSC_0114

DSC_0086.JPG

DSC_0115.JPG

DSC_0109.JPGDSC_0105.JPG

DSC_0080.JPGDSC_0111.JPG

DSC_0085.JPG

Ondertussen in de jardin …

… wordt er hard gewerkt aan het huis en is er nog weinig puf  om tussen stof en kartonnen dozen tijdelijk gestockeerde huisraad ook nog even te bloggen.

P1020163.JPG

Eenvoudig leven, de eigen agenda bepalen en nog zo een paar van die idealen over het goede leven, werden voor eventjes in de koelkast gezet. Tussendoor kunnen we gelukkig altijd  even uitblazen met zicht op steeds veranderende maar  kunstige combinaties waarop  de natuur ons iedere dag weer trakteert.

P1020155

P1020157

P1020147P1020138.JPG

P1020092

Eten uit een wilde tuin: jonge scheuten

Minstens één keer per maand wou ik u een receptje met ongewone eetbare planten uit de tuin voorschotelen , getest en gekeurd door de bewoners van de jardin. Door gezondheidsperikelen van de jongste zoon werd het proeven en experimenteren even op pauze gezet. Niet dat er geen  wilde planten werden geserveerd, maart en april zijn nu eenmaal maanden waarin de eetbare onkruiden het eerste verse groen is, wat je uit de tuin kunt halen.  Brandnetel werd soep en thee en bloedzuring ging in de puree.   De eerste blaadjes daslook waren meer dan welkom, gezien de lookteentjes in deze periode van het jaar beginnen te schieten en ik look  als  een onmisbaar ingrediënt beschouw  in de keuken.   Er  werd en wordt hier nog steeds goed gesmaakte pesto en kruidenboter van gemaakt, het vervangt  look in soepen en sauzen en zal dit blijven doen tot na de bloei. Ook de bloemen belanden één dezer zeker nog in een slaatje, ze geven er een lekkere pittige toets aan.

Timing

Ik wou het dus hebben over jonge scheuten, want  heel wat eetbare wilde planten zijn dan op hun lekkerst. Naarmate ze groeien worden ze dikwijls te taai, te harig of te bitter.  Als je jonge scheuten wilt moet je de oogst natuurlijk precies weten te timen en klaarblijkelijk maak ik op dat vlak  nogal eens inschattingsfouten.  Zo wou ik dolgraag daglelie en hosta scheuten uitproberen, niet meteen “wild” , maar ook  niet de meest gangbare groenten.  Helaas,  terwijl ze de ene dag pas komen piepen, staan ze de volgende dag al volop in het blad, in beide gevallen had ik moeten oogsten bij het nemen van de foto. Niet erg, zowel hosta als daglelie bloeien later op het seizoen en ik  snoep graag van de knapperige bloemen. Maart en april zijn ook nog eens maanden waarin het moestuinseizoen uit de startblokken schiet.  In de tijd die ik in de tuin kon doorbrengen ging al mijn aandacht vooral naar de meest dringende klusjes, waardoor er geen tijd meer was voor het bijeenzoeken van genoeg gewenste scheuten om een gezin van vier te voeden. De formule van eten uit een wilde tuin werd bijgevolg  een beetje aangepast. In plaats van uitgebreide gerechten, die de hoofdmoot van de maaltijd moeten vormen, koos ik voor de simpelste en snelste bereidingen, want door de slechte timing bleef de oogst beperkt. Geloof me, hongerige pubers  is iets wat een mens ten allen tijden moet vermijden, dus werden de ongewone  groenten opgediend als kleine bijgerechtjes.

Zevenblad

Ik denk niet dat zevenblad moet worden voorgesteld, zeker niet als het in uw tuin te vinden is. In de jardin wordt zevenblad getolereerd  onder de oostelijke haag langs het bospad en mag het zelfs bloeien, want mooi is het wel en insecten zijn er dol op.  Op alle andere plekken waar het opduikt  wordt het onverbiddelijk en veelvuldig gemaaid, in de hoop dat de plant op die manier uitgeput raakt.  Ik gebruikte het wel al eens ter vervanging van peterselie en draaide  het al enkele keren gestoofd met een uitje en gemengd met verkruimelde feta in een bladerdeegje, maar hier ten huize ging de voorkeur absoluut uit naar de spinazie versie van dit gerecht. Ik  vond de smaak zelf ook niet echt denderend en ging er  dan ook  van uit dat je het slechts in kleine hoeveelheden kon gebruiken  in combinatie met andere smaakmakers. Tot ik las dat de jongste scheuten, wanneer het blad zich nog net niet heeft  ontrold, het lekkerste zijn.  De eigenschap van zevenblad om zelfs na een maaibeurt meteen weer op te schieten kwam me deze keer van pas, ik hoefde niet lang te zoeken naar jonge scheuten. Twee vliegen in één klap ! Mijn nieuwe aanplant veilig gesteld tegen aanrukkend zevenblad en ook nog iets voor op tafel.

P1010982.JPG

De bereiding kan niet simpeler, na grondig spoelen, stoom je de scheuten tussen de vijf  à tien minuten, afhankelijk van de hoeveelheid. Een beetje zout, olijfolie of gesmolten boter is alles wat het vraagt. Voor het zevenblad op tafel kwam proefde ik voor en vond het buitengewoon lekker, een zeer typerende smaak die je nergens anders mee kan vergelijken. De spelregels van deze reeks ten spijt, heb ik de klaargemaakte portie helemaal zelf opgegeten. Ik vond het zo lekker dat ik eigenlijk geen zin had om het met mijn mannen te delen.  De twee jongsten zouden het toch niet lusten, ik ken mijn pappenheimers, jong zevenblad heeft nu eenmaal een smaak waar je van houdt of niet. Als de smaak je wel bevalt en het staat ook nog eens in je tuin is het toch mooi meegenomen dat je door deze, op zijn zachtst uitgedrukt invasieve plant,  te bestrijden, jezelf verzekert van lekkere jongen scheuten tot ver in het seizoen.

Berenklauw en fiddleheads

Deze twee planten hebben me in snelheid gepakt, vooral de fiddleheads. Fiddleheads zijn eigenlijk niets anders dan het nog niet ontkrulde spiraal van het jonge blad van de struisvaren. Dat ontvouwen kan dus snel gaan, stelde ik vast.  Nu, varens determineren vind ik niet makkelijk, in de jardin staan er verschillende en als dat blad nog niet ontkruld is, heb je als leek weinig  aanknopingspunten om uit te vinden welke varen je voor je hebt. Afhankelijk van de bron zou ook adelaarsvaren hiervoor in aanmerking komen, één ding staat wel vast, ongeacht de soort speel je op zeker door ze te koken of te stomen. In de U.S. en Canada, waar het blijkbaar meer gegeten wordt, werden diverse gevallen gesignaleerd  van voedselvergiftiging na het eten van de jonge varens.  De oorzaak bleef echter  onbekend. Er zit dus niet één of ander gevaarlijk stofje in, alleen is rauw eten een no no. Het criterium dat ik gebruikt heb om de geschikte varens te vinden was eerder ingegeven door gemakzucht : die met het minste bruin vlies, kwestie van niet lang te moeten prutsen om ze schoon te krijgen.

DSC_0046

Dat ook berenklauw eetbaar is doet waarschijnlijk bij velen de wenkbrauwen fronsen, want de naam roept direct de associatie op met horrorverhalen over  moeilijk te genezen brandwonden. Klopt, maar dan gaat het wel over de reuzenberenklauw  die in combinatie met zonlicht door fotosensibilisatie best wel gevaarlijk is.  Gewone berenklauw is niet geheel onschadelijk want het bevat de zelfde cumarinen en furocumarinen die verantwoordelijk zijn voor deze reactie, maar in mindere mate. Mensen die er gevoelig voor zijn moeten, op een zonnige zomerdag, zelfs oppassen met het oogsten van selder, want ook daarin zitten dezelfde stoffen. Een kwestie van niet in volle zon te oogsten (of wieden)  en er voor te zorgen dat er niet te veel plantensap op de huid terecht komt. Berenklauw duikt overal op in de jardin en dat heb ik aan mezelf te danken. Ik laat altijd een aantal planten staan. Soms omdat ik ze over het hoofd heb gezien, soms omdat ik de bloemschermen mooi vindt, maar vooral uit empathie met insecten en vogels.  De bloemen bieden nectar, de zaden zijn een welkome aanvulling voor vogels  en de holle stengels dienen als winterse schuilplaatsen voor insecten. De plant blijkt ook nog eens veelzijdig te zijn in de keuken, hoewel ik dat nog niet kan bevestigen. Ik vond interessante  recepten voor de bloemknoppen, de zaden zouden een lekkere toevoeging zijn aan kruidenmengsels en de wortel zou iets weg hebben van pastinaak. Deze keer was het me dus te doen om de jonge bladscheuten en ook hier was de natuur me te snel af en was de oogst beperkt.

Dat ik deze twee planten samen vermeld, is omdat ik besloot ze op dezelfde manier klaar te maken, niet vanwege een kant en klaar recept.  Beiden werden grondig gespoeld, een vijftal minuutjes gestoomd en daarna nog wat aangebakken in de pan met  boter tot ze lichtjes bruin zagen.  Zout en peper  naar smaak  toegevoegd.  De berenklauw verspreidt bij het bereiden een opvallende geur die doet denken aan kokosnoot, dat beloofde dus.

En ja hoor, zelfde scenario als bij het zevenblad : voorproeven en het zelf zo lekker vinden dat ik  het onopvallend presenteerde als “weer één van die wilde probeersels” met het gewenste effect. De mannen voelden zich niet geroepen te proeven, dus was het allemaal voor mij en het heeft mij gesmaakt ! Hadden mijn mannen wel de moeite genomen het te proeven, ze zouden het ook lekker hebben gevonden, want in tegenstelling tot het zevenblad leunt het smaakpallet van varen en berenklauw dichter bij wat we doorgaans op ons bord verkiezen.

P1010986.JPG

Ik weet dat wanneer je de berenklauw wilt verwijderen je ook de wortel er uit moet zien te krijgen, want terugkomen doet hij anders toch. Dit zou dus betekenen dat ook deze plant een kandidaat is waarvan je langer kunt eten door in te grijpen. Ik zal het zeker uitproberen. Achterin de tuin, bij het wilde hoekje ontdekte ik zeer veel berenklauw, een testveldje zowaar. Ik kijk er alvast naar uit om deze onverwachte groente nogmaals te bereiden. Ook de fiddleheads wil ik absoluut nog eens klaar maken, maar daarvoor zal ik een jaartje moeten wachten.

Iedereen maar klagen

Ik sta met de zoon te wachten op de trein . De zon verdwijnt en plots worden we bekogeld door duizenden  kleine sneeuwballetjes. Het is niet eens nodig om te schuilen.

P1010949.JPG

Tussen twee regenbuien door sla halen. Een in november geplante krop voldoening uit de serre.

DSC_0016 (1).JPG

De herontdekking van een aangewaaide salomonszegel, vorig jaar in zeven haasten verplaatst wegens pas ontdekt halverwege de opbouw van het kippenhok.

DSC_0007 (1).JPG

Ontkiemende zeekool, terwijl ik allang dacht dat het niet meer voor dit jaar zou zijn.

DSC_0022 (1).JPG

Daslook  bij de achterdeur  vinden om  dan te herinneren dat ik er vorig  jaar  achteloos zaad heb rondgestrooid .

Uitglijden op een modderig pad en lachen omdat het er over enkele dagen of weken helemaal anders uit zal zien.

Druppels

DSC_0003 (2).JPG

Nieuwe aardappeltjes eten met kerst mocht dan een illusie zijn, het idee blijkt toch nog vruchtbaar.

DSC_0011 (1).JPG

Tomatenplantjes die beter tegen de kou kunnen dan wat ze een mens willen doen geloven, terwijl de natuur (woord)spelletjes speelt.

DSC_0020 (1).JPG

Ach, de lente heeft even verlof genomen, maar ik zie geen reden tot klagen.

Te veel ineens !

Na meer dan een maand vooral rond te hebben  gehangen in het ziekenhuis, kon ik vorige vrijdag eindelijk weer de tuin in. Van “lentestaren” is er deze keer geen sprake , wat ik sindsdien elke dag zie, hoor en ruik , overdonderd me een beetje. Iedere dag valt er wel iets nieuws te ontdekken.  Zo zijn  er  de elkaar opvolgende bloesems,

en de vroege bloeiers,

de eetbare beloftes,

de kandidaten voor ” eten uit een wilde tuin” ,

de beestjes,

de kleine details,

en  mooie plekjes

Ik word daar intens gelukkig van.

 

Mannen van hun woord

Het was  wat stil de afgelopen week hier op de blog, maar niet zo in de jardin. Het is eigenlijk nooit stil in de jardin, rustig , maar nooit stil, zelfs al maakt iedere bezoeker van de jardin steevast de opmerking dat je er echt wel niets hoort, altijd is er wel een vogel met een lied, een opschrikkende fazant of een kraai die zijn makkers waarschuwt dat er mensen in de buurt zijn.  Dit weekend werd al dat kwetterend gevogelte overstemd door het geluid van kettingzagen.

hout 7.JPG

In mijn vorige log had ik het er al over, 21 knotwilgen vormen de westelijk haag van onze jardin en werden al tientallen jaren niet meer geknot.  Voor ons eigenlijk wel een zorg, we konden dat knotten echt niet blijven uitstellen. Alleen ben je niet meteen stadsmus af omdat je op het platte land gaat wonen.  De man kan dan wel  goed overweg met handzaag en bijl, maar  toen er deze zomer na een hevige storm een tiental stammen sneuvelden werd al snel duidelijk dat goed materiaal onontbeerlijk is, net zoals kennis van zaken. Ons elektrisch aangedreven kettingzaagje, een erfstuk,  raakte amper enkele centimeters diep en zat klem voor  we het goed en wel beseften. De klus professioneel laten klaren zou ons meer dan een maandloon kosten en eventuele  bijklussers met ervaring waren alleen geïnteresseerd als ze ook het hout konden meenemen. Een opleiding  ” kettingzaag gebruik”  mocht dan op korte termijn  niet meer haalbaar zijn, maar de aankoop van deftig materiaal en bijhorende bescherming  was toch al een eerste stap om die metershoge stammen neer te krijgen. Onzekerheid en gebrek aan ervaring bleef ons echter parten spelen en om het even welk excuus was goed genoeg om het knotten, tegen beter weten in, iedere dag weer uit te stellen.

hout 1.JPG

Er is iets met hout,  ik veronderstel dat het met oerinstincten te maken heeft, maar het heeft een soort magnetisch effect.  Er staan al een tijdje twee palletten hout op onze oprit, wegens plaatsgebrek en een zachtere winter dan verwacht. Iedereen die langs rijdt , begrijpt het : hier wordt op hout gestookt. Misschien was het toeval, hoewel de verklaring  eerder zal moeten gezocht worden in  het glas wijn wat ze  hadden gedronken,  maar twee vrolijke vrienden besloten, na in de weer geweest te zijn met hun kettingzaag, bij ons aan te bellen. Waarom was niet helemaal duidelijk, vage vragen over hoeveel we betaalden voor zo’n pallet , hoeveel dat eigenlijk  was en iets van zelf te veel hout hebben. De man wou laten zien dat het ons aan hout niet ontbrak en troonde ze mee de jardin in om de knotwilgen te tonen.  Bewonderende bewoordingen over de knoestige tuinbewoners waren niet van de lucht en dat ze meer dan  “mûr” waren.   Onze nog maagdelijke kettingzaag werd bovengehaald, geschouwd, gestreeld  en goedgekeurd en meteen kregen we een les in het aanspannen van de ketting. Het was duidelijk, deze mannen hadden een passie  en deden niets liever dan ze te delen.  Zoals het hoort  zaten ze iets later rond de keukentafel met een glas Geuze in de hand (het enige bier dat koud stond)  en een deal werd snel beklonken. De volgende morgen zouden ze terugkomen en al een aantal wilgen te lijf gaan, zien hoe het ging.  Dat de man zich als leerling profileerde vonden ze een strak plan, de jedi’s en de padawan,  enige tegenprestatie: een goede maaltijd.

hout 6.JPG

We zouden het niet raar gevonden hebben, mochten ze niet zijn komen opdagen. Een mens kan al eens overmoedig worden met een glas te veel op, maar ze hielden woord en stonden de volgende morgen op het afgesproken uur aan de deur. Na een stevige koffie togen ze aan het werk.  De stammen begonnen één voor één over het gazon te rollen. Hoewel ze de dag voordien nog lieten uitschijnen dat het een fluitje van een cent zou zijn , bleek de klus toch moeilijker dan verwacht. De stammen waren bij nader inzien dikker en de sappen beginnen al te stijgen, waardoor het zagen zwaarder is. Zowel de kettingzagen als de mannen kregen er serieus dorst van.

hout 5.JPG

Zelf heb ik het spektakel slechts kort mogen aanschouwen, ik concentreerde me vooral op de wederdienst en stond te zweten achter mijn houtgestookt  kookfornuis.  Een inderhaast samengesteld menu, waarvoor ik de inspiratie vond bij de roots van één van de twee mannen, een Griek. De vaste lezers van deze blog weten het al, we hebben iets met Griekenland en zeker met de  Griekse keuken.   Het werd een megaportie Griekse reuzebonen (bereid in de pan met veel ui , look, stukjes tomaat,  paprikapoeder, oregano, rijkelijk overgoten met olijfolie), spanakopita (spinazie en feta in een bladerdeegje) en keftedes (allez, eigenlijk gewoon gehaktballetjes in tomatensaus, DZV ten spijt). Dit alles geserveerd met ovenverse broodjes,  daslookboter en als drank , hoe kan het ook anders,  enkele flessen Retsina.  Omdat er toch genoeg was en onder het motto , hoe meer zielen hoe meer vreugd werden ook de respectievelijke echtgenotes erbij gehaald.  Enne, sorry  dat foto’s ontbreken, maar lekker eten is er om opgegeten te worden.

De maaltijd werd gesmaakt. Van hard werken krijg je immers honger en dan smaakt alles. Het gezelschap was aangenaam en vrolijk.  Zelfs al kenden we deze mensen van toeten noch blazen ,  als het over het goede leven gaat dan volstaan de simpele dingen.

hout 2.JPG

En de knotwilgen, wel 2 en halve wilg werden afgewerkt, nog 18 en een half te gaan. Klinkt misschien weinig, maar voor ons  al een serieuze prestatie gezien het gebrek aan ervaring en de kanjers van stammen. De kans is zeer klein dat we de rest voor het einde van de  winter nog kunnen afwerken, maar de bomen die het meest wind vangen zijn veilig gesteld en de man beschikt nu over de nodige kennis en vertrouwen om die hoop stammen te verwerken.  Het mooie aan dit verhaal is voor mij toch wel weer  het toevallige van het gebeuren, die zich als een rode draad door ons leven baant. Telkens  een situatie er hopeloos begint uit te zien,  kruist een oplossing  op klaarblijkelijk willekeurige wijze weer ons pad.

 

 

Pandora

Ik weet het,  eerst verhaaltjes over het eten van speciale groenten beloven en dan weer met oude grieken afkomen. Ik had zelf niet verwacht dat ik er weer zo snel over ging beginnen, maar hoe gaan zo’n dingen.

Sakouleika revisited

Er dook een griekse bezoeker op in de statistiekjes van deze blog en ik ben nogal nieuwsgierig.  Dus googelde ik maar “Sakouleika”, de enige term die ik kon linken aan deze blog en Griekenland. Al op de eerste google pagina duikt er een bekende naam op  “Sevastakis”. Nu is er maar één achternaam die ik heb onthouden, namelijk die van de man naar wie we onze oudste zoon hebben genoemd.   Hij was zo’n beetje de onofficiële burgemeester van het dorp, de man die er voor zorgde dat het graan  en de olijven van alle dorpelingen tijdig werd verzameld  zodat het naar de molen of de pers  kon vertrekken. Door samenwerking kon er immers een betere prijs  bedongen worden. Hij zorgde er bijvoorbeeld ook voor dat het hele dorp samen de renovatie van de dorpsschool  bekostigde.  Niet dat ze verwachtten dat er nog voldoende kinderen in het dorp zouden komen wonen, maar in zo’n mooi groot klaslokaal die samen met de kerk het mooiste uitzicht van het dorp deelt, daar kun je met de dorpelingen vergaderen en feesten.   Een op het eerste zicht wat norse man van weinig woorden, die trots op het hart kloppend te kennen gaf dat hij communist was “Kappa. Kappa”. Wel dagelijks alle kranten van de andere partijen lezen,  omdat je je wereld moet kennen.   Enfin, een mens die indruk op ons heeft gemaakt.  En dan klik je ergens op en lap, daar is hij !

Op zoek naar de foto’s voor mijn vorige post had ik de brief teruggevonden waarin mijn man het verhaal  doet van het stoken van tsipouro of soùma.  Het filmpje eindigt met zingen, maar toen mijn man er bij was eindigde  het met een verboden griekse traditie en het tevergeefs zoeken naar het sleutelgat in het donker.  Ik vond het filmpje op de blog van Maria Sevastaki, en laat dat nu net de artieste zijn die mijn man destijds op sleeptouw nam om  borden tegen de grond te kwakken.

Ellende

Hoewel ze blijkbaar al een aantal jaar niet meer blogt, nodig ik u toch uit om een kijkje te gaan nemen. Er zit knap werk tussen. Wat mij tijdens het dwalen door haar blog echter het meeste trof was, dat terwijl de schijnwerpers van onze media  pas sinds deze zomer op “vluchtelingen” zijn  gericht,  het op een eiland als Samos al  jaren dagelijkse kost is.  Hun nationaliteiten variëren, maar de verhalen blijven schrijnend.  Ook gisteren verdronken weer drie kinderen in de buurt van het eiland.

Ik heb vandaag tevergeefs uitgekeken naar het vogeltje dat hoop heet.