Sh*t

“Hippie ” Mijn beide zonen scheppen er ontzettend veel plezier in om me te pas en te onpas zo te noemen.  Niet dat het er hier zweverig aan toe gaat of dat ik getooid in kleurige katoenen slobberkleren, volgehangen met kraaltjes en geurend naar wierook of patjoeli door het  leven ga, integendeel. Nee, ze maken zich vooral vrolijk over mijn  experimenten in tuin, keuken , badkamer en wasplaats om  zo zelfvoorzienend en ecologisch mogelijk door het leven te gaan. Meestal gaan ze ook wel mee in het verhaal en komen ze zelf al eens met een voorstel op de proppen, behalve die keer dat ik over een composttoilet begon. ieew ! De afkeer bleek zo groot, dat er ogenblikkelijk beslist werd te stemmen -dat komt er van als je je kinderen naar democratisch onderwijs stuurt- en ik met  3 tegen 1  het idee onmiddellijk mocht opbergen.   Keiharde argumenten op tafel gooien mocht niet baten. Beslist is beslist, ik mocht er mijn mond niet meer over open doen.

Uit noodzaak

Tot jongste zoon kort na onze verhuis naar de jardin last kreeg van diarree. Hij had al altijd gevoelige darmen gehad, maar dit was anders. Chronisch, explosief en pijnlijk, dag en nacht, de “ongelukjes” waren niet meer te tellen.  De diagnose, colitis ulcerosa,  betekende niet meteen een oplossing, maar luidde een nog steeds aanslepende zoektocht  naar  de juiste medicatie in.

Ons nieuw optrekje telde maar één (ijskoud) toilet zo’n  dikke 20 meter verwijderd van de slaapkamer van de jongste zoon, vooral ’s nachts mondde dit uit in kleine drama’s. Schuldgevoel omdat hij het weer net niet had gehaald, chronisch slaapgebrek omdat hij mij niet wou wakker maken en alle sporen zelf trachtte te wissen, door en door koud en afzien van de pijn. Een moederhart breekt voor minder.

Ik vond een rechthoekige 30 liter emmer met deksel. Een afgedankte wc bril bleek  er precies op  te passen. Als afdekmateriaal  verzamelde  ik droge bladeren uit de tuin, en plaatste de emmer in het overloopje naast zoons kamer. Onze nachten verliepen terug wat rustiger. Het zag er niet uit, was veel te laag, maar ik duldde geen commentaar, dit was een gedeeltelijke, maar snelle oplossing voor een ernstig probleem.

Bij de aanvang van de eerste fase van onze verbouwingswerken verhuisde zoons slaapkamer naar de kamer met enige toegang tot het spoeltoilet. Aanvankelijk kon het geïmproviseerde composttoilet opgeborgen worden, maar een tweede toilet bleek toch onontbeerlijk. Jongste zoon had zijn slaap broodnodig, we stoorden hem liever niet.  De tweede fase van de verbouwingswerken , waarbij de badkamer zou worden afgewerkt zou nog enige tijd op zich laten wachten, dus het composttoilet maakte opnieuw zijn entree

Doe het zelf

Die lage emmer, die waarschijnlijk ons gewicht niet lang zou kunnen dragen werd inderhaast vervangen door een oude stoel, ontdaan van simili lederen kussen, met een ovaal gat in de zitting op maat van de wc-bril. Een hoog plastiek curver vuilbakje paste er precies onder . ‘T was maar tijdelijk, dus veel aandacht besteedden we er niet meer aan. Snel bleek dit model toch voor verbetering vatbaar, er durfde al eens wat plas tussen emmer en zitting terecht te komen en het vuilbakje zonder hengsel  was nogal zwaar in gevulde toestand. De soms klotsende tocht naar de composthoop was daardoor niet zo’n prettige onderneming. Na verloop van tijd begon er zich een bruinig laagje te vormen in de plastiek emmer die je er niet met even spoelen uit kreeg en waardoor ook geurtjes bleven  hangen.

 

Ondanks deze minpuntjes was het composttoilet niet langer een controversieel onderwerp in ons gezin.  Toen aan het einde van de tweede verbouwingsfase bleek  dat  we een inschattingsfout hadden gemaakt  en het  tot wastafelmeubel omgetoverde dressoir  iets  te groot was om een comfortabele plaatsing van een toilet toe te laten , was de oplossing voor de hand liggend: retour composttoilet, want geen  waterafvoer nodig. In afwachting van een esthetisch verantwoord model, besloot ik om de oude stoel te pimpen. Een aantal plankjes op maat zagen om de emmer aan het zicht te onttrekken, een restje zwarte verf, twee rvs emmers (eentje als reserve)  en een passend deksel, meer was er niet nodig. Alleen voor het  “plas tussen emmer en zitting” probleem had ik niet meteen een oplossing. Nadat de man mij had zien sukkelen om een soort kraag in plastic tussen bril en emmer  te bevestigingen, kwam hij op het lumineuze idee om de emmer niet onder de zitting te plaatsen maar er in.  Het resultaat voldoet, wat ons betreft,  nog steeds  zowel esthetisch als op het vlak van gebruiksgemak.

Hoe werkt dat nu ?

In de handel zijn er allerlei modellen beschikbaar, waarbij urine gescheiden wordt, ventilatie is  voorzien,  het hoopje moet worden afgedekt met speciale doekjes, soit met alle mogelijke technische snufjes om zo dicht mogelijk  het “spoel het probleem weg” toilet te benaderen. Deze modellen zijn duur in aankoop, volumineus en meestal technisch ook niet zo eenvoudig te installeren.

Terwijl het principe o zo simpel is : een absorberende laag koolstofrijk organisch materiaal wordt in een emmer aangebracht, na de grote of kleine boodschap voeg je een laagje van hetzelfde organisch materiaal toe en dit totdat de emmer bijna vol is. De inhoud wordt vervolgens naar de composthoop gebracht, waar het bedekt wordt met een laagje hooi of ander beschikbaar materiaal. Vanaf dan doen micro-organismes en schimmels hun werk en na een jaar heb je goede compost, vrij van pathogenen, waarin zelfs residuen van medicatie niet meer in  terug te vinden zijn.

Nee, het stinkt niet, zolang je het na ieder gebruik voldoende afdekt en regelmatig de emmer leegt. Eerlijkheidshalve moet ik er bij vermelden dat dit wel kan verschillen al naargelang de hoeveelheid en het soort afdekmateriaal.  Het afdekmateriaal moet koolstofrijk zijn, het bruine materiaal van je composthoop zeg maar, pis en kak zijn in tegenstelling tot wat de kleur laat vermoeden stikstofrijk  en vertegenwoordigen dus het groen materiaal van je composthoop. Het meest voor de hand liggende materiaal zijn houtkrullen of zaagsel, maar tenzij je er geld wil aan uitgeven of een houtbewerker in de familie hebt, vergt het soms al wat zoekwerk om er aan te komen. Hier hebben we alle mogelijke materialen uitgeprobeerd : papier en karton snippers, verhakseld hout,  gevallen blad, hooi,  kortom alles wat we op een bepaald moment ter beschikking hadden. Houtkrullen of zaagsel dragen mijn voorkeur weg vanwege de goede absorptie, maar ze werken enkel optimaal wanneer ze een beetje vochtig zijn. Buiten bewaren volstaat om de juist vochtigheidsgraad te bekomen.  Vers bladafval en verhakseld hout absorberen niet zo goed, tenzij ze al een tijdje hebben liggen composteren. Hooi is mijn minst favoriete afdekmateriaal,  te lange vezels die weinig tot niets absorberen. Papier en karton snippers vallen vooral tegen qua geurabsorptie maar na het afdekken even besproeien met een plantenspuit kan helpen. Ook het composteringsproces van papier en karton duurt wat langer, ik vermoed  omdat het materiaal  aanvankelijk te steriel is.

Voor diegenen die lekkere geurtjes en luxe belangrijk vinden kan ik  een kommetje verse rozenblaadjes aanraden om ieder laagje mee af te werken.

Akkoord, er zijn plezantere klusjes dan het legen van het composttoilet en om één of ander mysterieuze reden ben ik de enige in huis die merkt dat de emmer vol is, maar het kost me amper 5 minuten. Daarbovenop put ik als gepassioneerd tuinierster,  meer voldoening uit het aanvullen van de composthoop,  dan het schrobben  van de porseleinen pot om ze te ontdoen van  aangekoekte remsporen en kalkaanslag. Ook het feit dat een mens daarbij soms moet grijpen naar  toxische substanties, misleidend verpakt als kleurige wc-eenden, kan ik niet in overeenstemming brengen met mijn groene principes. Het proper houden van een rvs emmer is trouwens een koud kunstje, na het ledigen volstaat het om de emmer uit te spoelen en er desnoods er even door te gaan met een wc-borstel.  Een emmer in rvs is geen noodzaak, maar zoals ik al schreef,  zijn plastic emmers na verloop van tijd minder goed schoon te houden en moet je ze toch  een 24u  buiten in de “week” laten staan wil je gebruik kunnen maken van een geurloos exemplaar.  De verleiding zal bestaan om een emmer van 20 tot 30l te scoren, kwestie van ze minder dikwijls te moeten ledigen,  maar de ervaring heeft mij geleerd dat het makkelijker is een keer vaker met een emmer van 15l op en af naar de composthoop te lopen dan met een zwaar exemplaar van 30l.

Ja,  ik gebruik de compost ook in de moestuin. Er zijn mensen die absoluut op veilig willen spelen en het eindresultaat enkel bij fruit- en sierbomen gebruiken. Dat kan, maar ik zie  eerlijk  gezegd het verschil niet met het gebruik van koeien, paarden of kippenmest in de moestuin. Dat zijn herbivoren, zegt u,  ja maar weet u wat de boer of de paardenliefhebber allemaal aan zijn beesten voedert? Van kippen is het geweten dat ze geen enkel bron van eiwitten links laten liggen dus waar zit het verschil ?  Ik weet daarentegen zeer goed  wat mijn gezin allemaal  naar binnen werkt.  Ook hier geldt voor mij eenzelfde redenering : waarom moeite of kosten doen om aan dierenmest te geraken voor een florerende moestuin, als je het eenvoudigweg zelf kunt produceren, met een minimale milieu impact nog wel.

Argumenten

De argumenten voor de keuze van het composttoilet zijn voor mij evident.  Als u bedenkt dat 10% van de wereldbevolking nog steeds geen toegang heeft tot zuiver water,  terwijl  wij  het doodnormaal vinden om  bij iedere toiletpassage zo’n  10l zuiver en drinkbaar water het riool injagen … ik moet daar toch even van slikken.

Wij mogen dan wel gratis regenwater en spaarknoppen gebruiken, maar daarmee is de kous niet af, want  wanneer we doorspoelen lijkt het wel alsof we verlost zijn van ons “sanitaire” afval, maar het duikt  hoe dan ook weer op aan het einde van het riool waardoor er  weer een pak energie en geld nodig is om de kwaliteit van dat water opnieuw acceptabel  genoeg te krijgen om het terug te kunnen lozen.  De toegepaste zuiveringsmethodes zijn niet 100%. Om maar een voorbeeld te noemen :  het is bewezen dat de oestrogenen afkomstig van de pil in onze waterlopen invloed  hebben op de  geslachtsvorming van in het wild levende vissen. Probeert u zich eens voor te stellen wat er allemaal in dat water terecht komt  en welke impact dat zou kunnen hebben, ik kan niet dat alvast niet, maar ik vrees dat het gezegde “wat niet weet , niet deert” hier niet op gaat.

Zelfs al beschik je over een individueel zuiveringssysteem , al dan niet met planten, het “harde” materiaal moet  nog steeds, voor er zuivering  plaats kan vinden,  opgevangen worden en nadat het een jaar of 3 onder anaerobe omstandigheden(door het water) toxisch heeft liggen wezen, moet het hoe dan ook weggehaald worden. Weet u wat er mee gebeurt nadat de mestboer is langs geweest ? Als het goed is, loost  deze het op zijn beurt in een openbaar rioolzuiveringsinstallatie,  het probleem blijft m.a.w. hetzelfde. Uiteindelijk komt alles terug terecht in onze oppervlaktewateren en dus ten lange leste ook in ons leidingwater, sorry , maar dat vind ik pas een vies idee.

Er kan nog wel even worden doorgegaan met het aanleveren van argumenten voor het gebruik van composttoiletten en ik bevind me in de luxepositie dat ik eventuele tegenargumenten hier niet hoef te beantwoorden, maar laat ze gerust op me los in de commentaren, ik zal mijn best doen. Stel dat  ik u toch getriggerd heb met dit stukje  en u meer wilt weten, wel er is de klassieker “The humanure handbook” van Joseph Jenkins  (zelfs gratis down te loaden) of u kunt eens een workshop bijwonen van deze mensen, wiens creaties zelfs al in het MAS te bewonderen zijn.

 

Missers van het seizoen (2)

De titel van mijn vorige log deed het u al vermoeden : het vijvertje was echt niet het enige experiment die niet het verhoopte resultaat opleverde.

Plantengilde met look

Tot ver in april gebruikte ik nog dagelijks mijn eigen gekweekte look. De oogst van vorig jaar was prachtig geweest en de hele winter plukte ik lookbollen van een viertal mooie vlechten, die in mijn keuken aan de houten balken hingen te pronken. Ik was zo opgetogen over het feit dat ik, tenminste wat de look betrof, mezelf zelfvoorzienend mocht noemen, dat ik al in de prille lente uitkeek naar hoe ik  de teelt van look en mijn  bewaarmethode hier uitgebreid  in beeld en woord zou uitsmeren. In oktober vorig jaar verzamelde ik zo’n 150 dikke tenen om het allemaal nog eens over te doen. Eén klein probleempje : de bakken waaruit mijn moestuin toen nog bestond , zouden kort erop ontmanteld worden, waar moest ik die teentjes nu kwijt. Nu had ik ergens  gelezen dat allium soorten een “goede buur” vormen voor planten uit de rozenfamilie. De look zou een positieve invloed moeten  hebben omdat  woelmuizen er niet  van schijnen te  houden en ze een schimmelwerende werking hebben. Voilà : de oplossing  ! Ik had de zomer ervoor  de frambozen en fruitbomen  stevig gemulchd met hooi. Dat was namelijk een oplossing  voor het probleem “wat doe je met gras wanneer je het veel te lang hebt laten worden” : nadat de  man met de zeis (nee, nee, niet pietje je weet wel, maar mijn man in dit geval)  is langs geweest,  laat je het eerst een poosje liggen, totdat je beseft dat het gazon eronder er helemaal niet meer uitziet zoals het hoort. Je noemt het hooi en verplaatst het naar de dichtst bijzijnde fruitboom, kwestie van het zonder te veel moeite snel  weg te hebben.  Het resultaat was zeer bevredigend :  de brandnetels die  de vorige jaren de grote pretbedervers waren bij het oogsten van  frambozen, appels en pruimen bleven onder controle en onder de laag hooi lag er mooie rulle aarde waarin  regenwormen en ander klein grut de tijd van hun leven hadden.  Ideaal om lookteentjes te planten.

DSC_0950

Terwijl ik  de teentjes in groepjes van vijf  in de grond stak zag ik het al voor me :   het herfsframbozen perk  zou al vroeg in het jaar  groen zien van de looksprieten en vanonder   de appel en pruimelaars zou ik in de  zomer megaknollenoogsten.  Het werd april en ik werd er zowaar zelfgenoegzaam van om die bosjes groen loof vol lookteentjesbelofte  onder de fruitbomen te zien groeien.

P1010837 (2).JPG

Nu is mulchen een fantastische methode, je voedt er de bodem mee en onderdrukt onkruid, als je het blijft doen tenminste. Want die bodem voedt dus ook die meerjarige kruiden waar je doorgaans “on” voor zet. Dat mulchen had ik dus niet herhaald en tegen mei tierden brandnetel, kruipende boterbloem en berenklauw  welig tussen de frambozen en rond de appelbomen, mijn looksprieten waren nog amper zichtbaar. Een eerste teken van mijn misser diende zich aan,  tijdens een vlijtige wiedsessie sneuvelden voortijdig al een aantal lookbollen.

Ik heb het er hier al  over gehad, de daaropvolgende maanden kreeg de tuin vooral veel regen te verwerken en bijzonder weinig aandacht. Ergens in juli herinnerde ik mij dat het moment om look te oogsten aangebroken was.  Op handen en voeten zocht ik tussen het  lange  natte gras op die plekken waarvan ik dacht dat ik er teentjes in de grond had gestoken. De stengels waren al gaan liggen, maar bleken in een aantal gevallen nergens meer aan vast te hangen …euh, woelmuizen misschien, die hadden toch een hekel aan look ?!  Heel wat knollen bleken al opengebarsten  en  op die exemplaren waar bol en stengel nog een geheel vormden, waren enkel  verkleinwoordjes van toepassing.

DSC_0009.JPG

Niks , geen leuk logje over mooie volle lookvlechten aan de eiken balken in de keuken : 51 armtierige lookbolletjes,  net een derde van wat ik gehoopt had te kunnen oogsten. Bij het te drogen , bleek ook de preimot sneller geweest te zijn dan ik, daarvan getuigden de kleine bruine popjes die op het werkvlak achterbleven.

En wat hebben we geleerd ?

Als je mulcht kun je beter blijven mulchen, anders is het een maat voor niets.

Dat plantengildes  of combinatieteelt goed kunnen werken  geloof ik nog steeds. De veel te natte zomer kan immers ingeroepen worden als verklaring voor deze misser, de uien en sjalottenoogst was dit jaar ook al niet om over naar huis te schrijven en die stonden wel netjes in de moestuin. Toch was het waarschijnlijk niet zo wijs om een gewas waarvan je vooral het ondergrondse gedeelte wil oogsten, zoals look,  tussen oppervlakkig wortelende fruitgewassen te zetten. Waar het één groeit kan het ander namelijk niet groeien.  Bieslook of Welsh onions waren waarschijnlijk een betere keuze geweest als buur uit de alliumfamilie voor mijn appels , pruimen en frambozen, omdat het  de bovengrondse delen zijn die we willen en  je ze ook nog eens laat bloeien, waardoor ze de functie van insectenlokker kunnen vervullen. Bloei bij look is nu niet meteen  iets wat we bewust willen.

Als ik straks tegen eind oktober weer teentjes in de grond steek zal het in de moestuin zijn,  tijdig gemulchd en mooi in het zicht,  zodat ik ze op tijd oogst en het duidelijk is waar ik ze heb geplant.  Zoals ik al schreef  hoeft deze ervaring niet meteen representatief te zijn voor het succes van de combinatie fruit/look .  Ik haal er voor mezelf vooral uit dat oogstgemak een niet  te onderschatten element zal zijn bij mijn volgende tuinplan.

Ik hoop wel nog dat deze misser een staartje krijgt. Ik ben er namelijk zeker van dat er een aantal  bollen nog steeds ergens onder in de grond onder die fruitbomen zitten en ik ben heel erg benieuwd  wat dat volgend jaar zal geven.

La vie continue

Als er iets ernstigs gebeurt, iets wat bij anderen heftige emoties uitlokt,  is stilzwijgen meestal mijn eerste en enige reactie.  Pas later, op een onbewaakt moment komen er tranen.

Maalbeek-Maelbeek

Maalbeek, tot enkele jaren geleden spoorde ik er dagelijks langs, op weg naar het werk, of als het Schumanplein weer eens met Friese ruiters was afgezet voor een zoveelste Europese top, namen mijn zonen en ik er de metro. We maakten er dan altijd een klein feestje van,  via het  Leopoldpark langs de vijver, over het pleintje met de fonteintjes en als extraatje een broodje van de broodjeszaak.  Dan als sardientjes  in een overvol metrostel om vanaf Kunst-Wet terug adem te kunnen halen.  Ik kom er nog zelden. Het blijft echter een stukje van mijn Brussel, alleen worden de leuke herinneringen eraan, voortaan overschaduwt door een realiteit die ik tegen beter weten in  niet voor mogelijk hield.

Ik vernam het nieuws in een Brusselse ziekenhuiskamer, naast het ziekbed van mijn zoon, maar het drong niet tot mij door, zelfs al vulden de TV beelden non-stop de kamer. De  dag voordien  was de zoon nog aan de beterhand, verwachtten we nog ieder moment het nieuws van zijn nakende ontslag. Totaal onverwacht kreeg hij een epileptische aanval. De nacht van maandag op dinsdag was er één van bang afwachten en bezorgdheid. En dan dus dat nieuws over die aanslagen.  Telefonisch contact met de man werd in de loop van de dag onmogelijk en het werd snel duidelijk dat hij me ook fysiek niet zou kunnen komen aflossen. De soldaten aan iedere uitgang van het ziekenhuis , de beelden van ontreddering, het aantal doden, de toestand van mijn zoon, het wachten op het verdict van de dokters, de gedachte aan collega’s , vrienden en vroegere buren die zich ongetwijfeld nog dichter bij de aanslagen bevonden,  alles samen een bevreemdende nachtmerrie.

Ik heb geen mening klaar, ik weet niet naar wie of wat de beschuldigende vinger moet gewezen worden, ik zie geen kant en klare oplossingen.  Ik kan niet anders dan toeschouwer zijn en zag eergisteren en gisteren tijdens busritten door de stad geen angst, maar het gewone leven. Kinderen die voetbal speelden op een plein, vrouwen die zeulden met boodschappen tassen,  pendelaars op weg naar huis. Het leven gaat door en toch, bij het wachten aan een bushalte op een bus die niet leek te komen, merkte ik dat  er toch iets was veranderd.  Er werd  niet gemord of geklaagd, er ontsponnen zich gemoedelijke gesprekken onder de wachtenden. De Brusselaars leken  vriendelijker voor elkaar.   “On est tellement gaté ” zei een oudere vrouw terwijl een Congolese vrouw haar de overvolle bus op hielp en een Marokkaanse jongen met een glimlach  zijn plaats aan haar afstond.

 

Ziekenhuisgangen

De jardin heeft deze week zijn menselijke bewoners amper gezien. De jardin kan daar tegen, de zaailingen op de vensterbank iets minder, die zijn dringend aan verspenen toe. De titel laat het u al raden, het gaat niet zo goed met één van de bewoners.020.JPG

Zo’n kleine drie jaar geleden was het verdict voor onze jongste zoon  “colitis ulcerosa”. Mocht u niet weten wat dat inhoudt, het is net zoals de ziekte van Crohn een inflammatoire darmziekte waarbij het er eigenlijk op neer komt dat het eigen immuniteitssysteem ter hoogte van de dikke darm zelf voor ontstekingsreacties zorgt. De symptomen:   bloederige diarree aanvallen die zich op ieder moment van de dag en nacht en meermaals kunnen voordoen. In de ergste gevallen gevolgd door vermageren , bloedarmoede, slapeloosheid,  huid, oog en gewrichtsklachten. We hebben ze allemaal de revue zien passeren.  De oorzaak: onbekend,  hoewel duidelijk is dat erfelijkheid en stress een rol spelen en voeding natuurlijk. Alleen bestaat er in verband met die voeding geen kant en klaar lijstje van wat mag en niet mag en als er al adviezen zijn, dan spreken ze, op het vermijden van bewerkte producten na, elkaar dikwijls tegen. U begrijpt wellicht waarom ik het zo belangrijk vind, dat zoveel mogelijk van onze voeding uit de jardin komt.  De behandeling: tja, is een verhaal van trial en error, in het geval van onze zoon,  op dit moment een intraveneuze behandeling met  immuunsysteem onderdrukkende medicatie,  … helaas “gebruikt” zijn lichaam de medicatie te snel op en maar beschikt hij op dit moment toch over een zo goed als werkloos afweersysteem. Koorts, zonder aanwijsbare oorzaak,  die nu al goede twee weken aansleept, deed ons begin deze week op de spoedafdeling belanden, vijf dagen later hangen we nog steeds rond in ziekenhuisgangen.

Ik hou niet van ziekenhuisgangen, mijn verbeelding ziet achter iedere gesloten of halfopen deur een schrijnend verhaal. Iedere keer, als ik door deze gangen stap, brengen ook mijn eigen herinneringen  me  weer emotioneel van slag. Hier, iets meer dan anderhalf jaar geleden bleek dat, wat een simpel ziekenhuisbezoek van grootouders aan hun kleinkind had moeten zijn, het de laatste keer was dat we mijn vader in levende lijve zagen. Enkele uren later overleed hij in zijn bed aan een hartaanval. Dezelfde avond brak dit ook letterlijk het hart van mijn moeder en hoewel dokters en machinerie er nog in geslaagd zijn haar er weer bovenop te helpen, heeft ze hem met slechts vier maanden overleefd.

Zoon’s behandeling noodzaakte ons om iedere maand een halve dag in dit gebouw door te brengen en tegen alle verwachtingen in begonnen we, na verloop van tijd, uit te kijken naar ons maandelijks bezoekje. Hoe dat kwam …

Meet Bolleke en Gimli !  Ja, echt ! De eerste keer dat ze hun rode neuzen voorbij de deurpost staken, wimpelde mijn toen dertienjarige zoon ze vriendelijk maar kordaat af. Een jongen van die leeftijd is toch niet meer geamuseerd door ziekenhuisclowns. Ook ik moet toegeven dat ik niet meteen warm liep voor hun grappen en grollen.  Maar dat was buiten de  klungelige charme en vastberadenheid van Bolleke gerekend. Het moet begonnen zijn met een  hilarisch verhaal over de onwaarschijnlijk moeilijke zoektocht naar de juiste ballonnen. Ah, ja er zijn ballonnen waarvoor je de longcapaciteit van een olifant moet hebben, of andere die bij twee maal  blazen al ontploffen, kunt u zich voorstellen wat dat doet met een peuter… Of het verhaal waarbij  niet meer duidelijk is of het gekocht kleedje nu bij de clownsgarderobe hoort of in de “gewone” kleerkast. Doorheen de fait-divers leerden we de mens achter de clowns kennen maar ook  het clowneske van het alledaagse. Hoe dan ook, op onnavolgbare wijze wisten ze een plaats in ons hart  te veroveren. Het is een kunst zeg ik u !  We hadden hen door het gewijzigde uurrooster van de dokter al sinds eind vorig jaar niet meer gezien, maar bij ons weerzien gisteren werd er hartelijk, lang en stevig  geknuffeld. En hoewel het leed nog niet geleden is knapte de zoon er zienderogen van op.

 

Kleine verrassingen in februari

De dag begon zonnig met het gekwetter van een aantal spreeuwen op de achtergrond. Geen idee wanneer spreeuwen aan hun nest beginnen, maar blijkbaar heeft er eentje beslist dat, dat nu moet gebeuren en worden we iedere morgen op een indrukwekkend concert getrakteerd. Ze zitten er enkel ’s morgens en het is  ons nog niet helemaal duidelijk, maar het klinkt in ieder geval alsof er concurrentie in het spel is. Jammergenoeg is het nog niet gelukt om foto’s te nemen, maar er zullen  er zeker  volgen. Het beest met bouwwoede heeft namelijk een kier gevonden onder het dak op amper twee meter van het raam.

Zonnig dus,  zien wat er zoal bloeit in mijn tuin die eerste dagen van februari. We liggen op een noordelijke helling dus moet ik iets meer geduld hebben dan elders, veel kleur zal er nog niet zijn.  De sneeuwklokjes  zijn er toch al, pril maar ze zijn er.

Tiens, die heb ik hier nog nooit gezien. Een italiaanse migrant ? Iets verder staat wel een volledig groen familielid, maar toch. Misschien hebt u een verklaring .

P1010497.JPG

In de serre maak ik pas echt een vreugdesprongetje :  een eerste succesje met mijn geëxperimenteer.

P1010494 (2).JPG

Oh, zie mama kersenpruim staat ook al in bloei !

P1010513.JPG

Dat beloofd,  kokkerellen met daslook … of zou dat polletje een wilde hyacint zijn, want die groeit hier ook.  Nog lang geen Hallerbos, maar toch een beginnetje.

P1010508.JPG

Toch nog even wachten,  er zal genoeg daslook zijn binnenkort.

P1010507

Hoe kan dat nu, nog één van die Italiaanse familie, zit de klimaatverandering hier voor iets tussen ? Ik kan me moeilijk voorstellen dat ik daar nog nooit eerder op heb gelet.

 

P1010517.JPGOm af te sluiten eentje van ons mademoiselle, omdat ze altijd mee op wandeling gaat en omdat zoon 2 die deze foto heeft gemaakt dat zo graag wou.

DSC_0441.JPG