Missers van het seizoen (2)

De titel van mijn vorige log deed het u al vermoeden : het vijvertje was echt niet het enige experiment die niet het verhoopte resultaat opleverde.

Plantengilde met look

Tot ver in april gebruikte ik nog dagelijks mijn eigen gekweekte look. De oogst van vorig jaar was prachtig geweest en de hele winter plukte ik lookbollen van een viertal mooie vlechten, die in mijn keuken aan de houten balken hingen te pronken. Ik was zo opgetogen over het feit dat ik, tenminste wat de look betrof, mezelf zelfvoorzienend mocht noemen, dat ik al in de prille lente uitkeek naar hoe ik  de teelt van look en mijn  bewaarmethode hier uitgebreid  in beeld en woord zou uitsmeren. In oktober vorig jaar verzamelde ik zo’n 150 dikke tenen om het allemaal nog eens over te doen. Eén klein probleempje : de bakken waaruit mijn moestuin toen nog bestond , zouden kort erop ontmanteld worden, waar moest ik die teentjes nu kwijt. Nu had ik ergens  gelezen dat allium soorten een “goede buur” vormen voor planten uit de rozenfamilie. De look zou een positieve invloed moeten  hebben omdat  woelmuizen er niet  van schijnen te  houden en ze een schimmelwerende werking hebben. Voilà : de oplossing  ! Ik had de zomer ervoor  de frambozen en fruitbomen  stevig gemulchd met hooi. Dat was namelijk een oplossing  voor het probleem “wat doe je met gras wanneer je het veel te lang hebt laten worden” : nadat de  man met de zeis (nee, nee, niet pietje je weet wel, maar mijn man in dit geval)  is langs geweest,  laat je het eerst een poosje liggen, totdat je beseft dat het gazon eronder er helemaal niet meer uitziet zoals het hoort. Je noemt het hooi en verplaatst het naar de dichtst bijzijnde fruitboom, kwestie van het zonder te veel moeite snel  weg te hebben.  Het resultaat was zeer bevredigend :  de brandnetels die  de vorige jaren de grote pretbedervers waren bij het oogsten van  frambozen, appels en pruimen bleven onder controle en onder de laag hooi lag er mooie rulle aarde waarin  regenwormen en ander klein grut de tijd van hun leven hadden.  Ideaal om lookteentjes te planten.

DSC_0950

Terwijl ik  de teentjes in groepjes van vijf  in de grond stak zag ik het al voor me :   het herfsframbozen perk  zou al vroeg in het jaar  groen zien van de looksprieten en vanonder   de appel en pruimelaars zou ik in de  zomer megaknollenoogsten.  Het werd april en ik werd er zowaar zelfgenoegzaam van om die bosjes groen loof vol lookteentjesbelofte  onder de fruitbomen te zien groeien.

P1010837 (2).JPG

Nu is mulchen een fantastische methode, je voedt er de bodem mee en onderdrukt onkruid, als je het blijft doen tenminste. Want die bodem voedt dus ook die meerjarige kruiden waar je doorgaans “on” voor zet. Dat mulchen had ik dus niet herhaald en tegen mei tierden brandnetel, kruipende boterbloem en berenklauw  welig tussen de frambozen en rond de appelbomen, mijn looksprieten waren nog amper zichtbaar. Een eerste teken van mijn misser diende zich aan,  tijdens een vlijtige wiedsessie sneuvelden voortijdig al een aantal lookbollen.

Ik heb het er hier al  over gehad, de daaropvolgende maanden kreeg de tuin vooral veel regen te verwerken en bijzonder weinig aandacht. Ergens in juli herinnerde ik mij dat het moment om look te oogsten aangebroken was.  Op handen en voeten zocht ik tussen het  lange  natte gras op die plekken waarvan ik dacht dat ik er teentjes in de grond had gestoken. De stengels waren al gaan liggen, maar bleken in een aantal gevallen nergens meer aan vast te hangen …euh, woelmuizen misschien, die hadden toch een hekel aan look ?!  Heel wat knollen bleken al opengebarsten  en  op die exemplaren waar bol en stengel nog een geheel vormden, waren enkel  verkleinwoordjes van toepassing.

DSC_0009.JPG

Niks , geen leuk logje over mooie volle lookvlechten aan de eiken balken in de keuken : 51 armtierige lookbolletjes,  net een derde van wat ik gehoopt had te kunnen oogsten. Bij het te drogen , bleek ook de preimot sneller geweest te zijn dan ik, daarvan getuigden de kleine bruine popjes die op het werkvlak achterbleven.

En wat hebben we geleerd ?

Als je mulcht kun je beter blijven mulchen, anders is het een maat voor niets.

Dat plantengildes  of combinatieteelt goed kunnen werken  geloof ik nog steeds. De veel te natte zomer kan immers ingeroepen worden als verklaring voor deze misser, de uien en sjalottenoogst was dit jaar ook al niet om over naar huis te schrijven en die stonden wel netjes in de moestuin. Toch was het waarschijnlijk niet zo wijs om een gewas waarvan je vooral het ondergrondse gedeelte wil oogsten, zoals look,  tussen oppervlakkig wortelende fruitgewassen te zetten. Waar het één groeit kan het ander namelijk niet groeien.  Bieslook of Welsh onions waren waarschijnlijk een betere keuze geweest als buur uit de alliumfamilie voor mijn appels , pruimen en frambozen, omdat het  de bovengrondse delen zijn die we willen en  je ze ook nog eens laat bloeien, waardoor ze de functie van insectenlokker kunnen vervullen. Bloei bij look is nu niet meteen  iets wat we bewust willen.

Als ik straks tegen eind oktober weer teentjes in de grond steek zal het in de moestuin zijn,  tijdig gemulchd en mooi in het zicht,  zodat ik ze op tijd oogst en het duidelijk is waar ik ze heb geplant.  Zoals ik al schreef  hoeft deze ervaring niet meteen representatief te zijn voor het succes van de combinatie fruit/look .  Ik haal er voor mezelf vooral uit dat oogstgemak een niet  te onderschatten element zal zijn bij mijn volgende tuinplan.

Ik hoop wel nog dat deze misser een staartje krijgt. Ik ben er namelijk zeker van dat er een aantal  bollen nog steeds ergens onder in de grond onder die fruitbomen zitten en ik ben heel erg benieuwd  wat dat volgend jaar zal geven.

Advertenties

Missers van het seizoen (1)

‘ T is niet omdat een mens  al vier jaar een tuin heeft en er sinds begin dit jaar een tuinblog op nahoudt, dat men zich een volwaardig  en succesvol tuinier kan noemen , dus dacht ik, in plaats van mijn prachtige tomaten , overvloed aan courgettes (iemand nog een leuk recept ?) en kleurrijke slaatjes te showen , laat ik het eens hebben over de geflopte projectjes, de  faliekant afgelopen experimentjes en de niet meer voor herhaling vatbare ideetjes.  Mijn eerste misser  hoef ik  niet ver te zoeken. Onderstaand stukje staat al maanden in mijn concepten, tijd om het eens boven water te halen  ( belabberde woordspeling, ik weet het).

“Gley” of het vijvertje zonder folie.

Nog voor ik een tuin had wou ik een vijver.  Water zorgt voor extra leven en  tegelijkertijd ook rust. Toen ik nog in de grote stad woonde had ik met een tweetal cementemmers, wat stenen en wat plantjes, onder het mom dat dat leuk was voor de jongens,  een klein waterpartijtje in elkaar geknutseld. Uiteindelijk bleek dat het vooral mama was  die zich er mee kon uitleven. Uren kon ik naar het waterleven staren, want hoe klein ook, er zat leven in. Watervlooien, kevertjes, libellenlarven, zelfs visjes.  Samen met mijn jongens waren we daarvoor gaan vissen in de vijver in het park. Toen we naar de jardin verhuisden werden de vijvertjes ontmanteld en de visjes door een vriend als aquariumdieren “gered”.  Sindsdien blijft het verlangen naar een vijver. Alleen zijn er altijd andere prioriteiten,  een deftige badkamer bijvoorbeeld en regenputten en …  Ik ben een beetje koppig en ook ongeduldig, maar ook rap content, al zeg ik het zelf. Het moet niet groot zijn, dat vijvertje en het zal ook niets kosten en weet je wat, ik zal er niemand mee lastig vallen, ik doe dat wel allemaal zelf. Gewoon een kleintje, midden in de moestuin, voor de kikkers en de padden, die eten slakken en ik kan er waterkers in kweken. Zo moeilijk moet dat toch niet zijn, een gat in de grond graven en zie  :

P1010808 (1).JPG

Nee, zo naïef ben ik niet. Tenzij er genoeg klei in de grond zit en je de grond voldoende kunt samendrukken, door er bijvoorbeeld met zwaar materiaal over te rijden,  kan je er misschien in slagen om  een poel waterdicht te krijgen. Een putje in leemgrond met een diameter van amper 1m en 75 cm diep krijg je niet waterdicht door er wat in te staan springen met rubberen laarzen.  In de meeste gevallen moet die waterdichte laag op één of andere manier aangebracht worden.  Folie, beton, betoniet, een voorgevormde plastieken vijver, geen denken aan ! Zelfs het alternatief met kattengrit wil ik niet uitproberen.  Ik wil dit doen met natuurlijke materialen, liefst van eigen erf.  Dus experimenteren we met “gley”.  De theorie is simpel : je creëert een ondoordringbare laag door organisch materiaal onder anaerobe omstandigheden te laten “rotten”. Het is een techniek die uit Rusland  zou komen en wordt toegepast met verse mest, daarbovenop maaisel en dan een laag aarde, alles netjes aangestampt en na een aantal weken is de put waterdicht. Ook de wijze waarop de mysterieuze “dew ponds”  in Groot-Brittanië werden gemaakt zou op hetzelfde principe steunen. Mysterieus, omdat de putten zich zouden vullen met water van mist en dauw en ze gemaakt werden door “the gang of dew  pond makers” die de knepen van hun vak angstvallig  geheim hielden.  We hoeven het zelfs niet zo ver te zoeken. Als kind ving ik kikkervisjes in de dichtstbijzijnde “koeienput”,  gewoon een  put waar koeien konden drinken.  De boeren die zo’n put groeven, die hadden ook geen folie, maar konden op hun dieren rekenen die met hun mest en veelvuldig  hoefgetrappel zo’n put zelf waterdicht kregen.

Ik heb geen mest en ook geen koeien, laat staan hoeven. Wel heb ik een composthoop, waar ik tijdens de winterdagen te weinig bruin materiaal heb aan toegevoegd en die daardoor een beetje naar mest ruikt. Ik heb ook een zware paal, één hoef dus, daarmee kan ik  de compost op de vlakke delen aanstampen. Voor de verticale delen wordt het adem inhouden en  compost, of  liever het half verteerde spul wat er voor moet doorgaan, aandrukken met de hand.  Heb ik u al gezegd dat ik ongeduldig ben ?  Ik kieper er meteen een aantal emmers water in, dan is het meteen anaeroob, toch ? Ik installeer mij in het zonnetje en bewonder mijn werk. Het water komt echter niet tot rust, het lijkt wel alsof het vijvertje een  hartslag heeft, het is de zuigende kracht van de aarde. Experiment mislukt ? Bwa, de volgende dag staat er toch nog steeds een bodempje water in de poel.  Die koeien doen dat ook niet in één dag, dus bedenk ik dat als ik iedere dag een tijdje een éénbenige koe imiteer,  het met wat geduld en potenkracht wel moet lukken.   U kunt zich misschien voorstellen hoe zoiets gaat. Mijn imitatiesessies worden iedere dag een beetje korter. Na een dag of drie hou ik het voor bekeken. “Opnieuw uitgraven en bekleden met plastic” oppert de man wanneer ik hem inlicht over mijn viervijfde mislukking. Zoals ik al zei, ik ben koppig en besluit mijn huiswerk over te doen. Het belangrijkste lijkt het creëren van een anaerobe omgeving, in het Russische voorbeeld wordt daarvoor een laag aarde gebruikt, maar mijn mini-vijvertje is al niet diep. Afdekken met plastic, papier of karton wordt ook vermeld. Ik beslis om voor nat papier te gaan.  De laag aangestampte compost laat ik zoals ze is. Daarover gaat een dikke laag gemaaid gras. Doordat het gras al wat begint te composteren kan ik het makkelijk op de zijwanden van de vijver plakken en druk het zo hard aan als ik kan. Natte vellen papier worden erover gedrapeerd tot alles mooi bedekt is. Komt dat opgespaarde  inpakmateriaal toch nog eens van pas.  In het lentezonnetje droogt het  natte papier echter zienderogen op en komt meteen los. Dan toch maar een laagje aarde.  De leem die  ik onderuit het vijvertje heb gehaald vermeng ik met water en lijm bij wijze van spreken de papieren laag er mee vast. Nu komt het moeilijkste : 2 tot 3 weken geduld !

“Doe dit niet tijdens het regenseizoen” stond er op één van de sites. Twee dagen later regent het de hele dag door evenals de daaropvolgende week en de week daarop.  Ik lees ook dat de anaerobe laag vochtig moet blijven, dus bekijk ik het positief en gok ik erop dat de regen dat deel van de klus alvast verzekert. Mijn grootste vrees is dat de regen de leem zal wegspoelen, maar bij een avondlijke inspectie blijk dat mee te vallen. Er lijkt zelfs al wat meer water in het poeltje te staan en dus markeer ik het waterniveau op een stok. Iedere dag meet ik netjes de hoeveelheid water.  De regen blijft vallen maar het waterpeil in de bodem van het poeltje verandert nauwelijks.  Aan het einde van week 1 begin ik al aan een herbestemming voor “het gat”  te denken en  de hoop om deze techniek later toe te passen op grotere schaal begint te wankelen. Nog wat geduld, hou ik mezelf voor.

En wat gebeurde er toen ?

Geduld was blijkbaar niet hetgeen nodig was, door de renovatiewerken   verdween mijn vijvertje  op de achtergrond.  Begin juli , dacht ik er alsnog een cementemmer of folie in te plaatsen.

DSC_0012.JPG

maar ook dat kwam er niet van , met als resultaat :

DSC_0129.JPG

een boobytrap voor eventuele ongewenste bezoekers.

En wat hebben we geleerd ?

Dat technieken voor grotere projecten  niet noodzakelijk  ook  geschikt zijn voor hele kleintjes en dat improviseren met materialen zo zijn gevolgen heeft.   Dit putje zal uiteindelijk toch een folie laagje krijgen. Mijn verlangen naar een deftige vijver is daarmee nog niet gestild. Binnenkort komt de regenputman terug langs met zijn graafmachine, voor een ander project. Terwijl hij er dan toch is  kan hij een grotere put graven op een lager gelegen deel in de tuin . Ik vermoed/hoop  dat er genoeg klei in de grond zit zodat we  folie alsnog achterwege kunnen laten … en lukt dat niet dan noemen we onze vijver toch gewoon poel.

P1020198.JPG

genoeg klei in de ondergrond ?

Gedwongen verhuis (2)

Ze zullen wel een nieuw nestje bouwen, merkten jullie op bij het relaas over de ongelukkige bouwkeuze van een winterkoninkje. En jullie hadden gelijk  ! Als het niet tegen de rechtermuur mag, dan maar tegen de linkermuur, moet het beestje gedacht hebben.

P1010941.JPG

Ik kom er niet tussen deze keer.  Over een paar dagen wordt de constructie toch afgebroken en ik ga er eerlijk gezegd van uit dat Madame Winterkonink slim genoeg zal zijn haar eieren niet onder een lekkend dak te leggen. Bekijk het maar eens goed , het regent daar serieus binnen.

Eten uit een wilde tuin : of hoe het wel eens verkeerd kan lopen.

Ik had een receptje gevonden voor het bereiden van smeerwortel, uitgetest en lekker bevonden door ons lokale transitie werkgroepje “les jardiniers complices”. Met smeerwortel moet je  echter oppassen, het zou namelijk pyrrolizidine alkaloïden bevatten die leverbeschadiging als gevolg kunnen hebben. Of je nu al dan niet veilig smeerwortel kan eten is blijkbaar een welles nietes discussie.  Een mooie samenvatting van het wetenschappelijk onderzoek naar de toxiciteit van smeerwortel  en wanneer je kan beslissen om  het wel te eten vind je hier. Nu staat er in de jardin veel smeerwortel, ook in deze periode van het jaar, alleen gaat het om Symphytum grandiflora, een grondbedekkende variëteit voor de siertuin, die vroeg en langdurig bloeit. Hoewel deze uitbundige groeier  hier zijn nut bewezen heeft  als barrière tegen onkruid , versneller in  de composthoop en  voedende  mulch, is hij dus zeker niet geschikt voor in de pan, m.a.w. recept afgevoerd.

smeerwortel jan.JPG

Symphytum Grandiflora in bloei in januari

 

Koppig of creatief ?

Misschien was het het succes van deze logreeks, waardoor ik mezelf onder druk zette om snel met een recept op de proppen te komen, of nam de drang om te bewijzen dat er lekker kan gekookt worden met wilde planten en vaste groenten de overhand (beide, volgens de man).  In ieder geval het recept bleef door mijn hoofd spoken.  Er was  natuurlijk ook nog die andere eetbare telg uit de ruwbladigenfamilie, oosters komkommerkruid (Trachystemon Orientalis) die ik hier al eens aan bod liet komen.  Het leek wel alsof deze Turkse groente me ieder keer ik er langs wandelde mij verleidelijk aankeek en ” eet mij, eet mij” riep, los van het feit dat de plant er niet overdreven smakelijk uitziet.  Mijn  vorige experiment met het Turkse recept  was allesbehalve in de smaak gevallen, ook ik vond het niet lekker en was tot de conclusie gekomen dat je er jong blad voor nodig had. Op dit moment is het blad van deze bodembedekker jong en qua grootte en textuur vergelijkbaar met smeerwortel… dus waarom niet ? Geen smeerwortelfilets, maar komkommerkruidfilets.

Ik ging dus aan de slag met een hartig pannenkoekendeeg, blaadjes twee aan twee door het deeg halen en bakken in wat olie in een hete pan.  De eerste  “filet” die aan beide zijden lichtbruin gebakken uit pan kwam proefde ik alvast voor. Een verrassend effect, vlezig vond ik. Nog wat parmezaan erover en even dacht/hoopte  ik dat ik een succesje ging boeken.

Ontnuchtering, discussie en schuldgevoel

Met open geest tastten de man en zoon 2 toe,  maar wat ik vlezig vond was voor zoon 2 vooral “plant” en “dof” voor de man. Zoon 1 keek de kat uit de boom en besloot, afgaande op de steeds bedenkelijkere gezichten van de man en zoon 2  niet te proeven.  Na enkele happen  begon zoon 2 een beetje te kokhalzen en ook de man sprak van een raar gevoel in de mond.  Ik zelf had nergens last van en vond het eigenlijk wel  smaken. Het duurde echter niet lang of er ontspon zich een met momenten heftige maar interessante discussie over de textuur van eetbaar  eten, deontologie van de kok,  psychologie en voedsel.  Begrijp me niet verkeerd, wat op tafel gegooid werd, was niet zomaar kritiek, maar raakte wel degelijk gevoelige snaren in verband met ons voedsel en welke grenzen er al dan niet kunnen overschreden worden.   De man die op zijn werkreizen in Cuba en Kenia regelmatig gerechten kreeg voorgeschoteld,  waarvoor hij behoorlijk buiten zijn comfort zone moest treden om ze op te eten  en ze achteraf nog lekker vond ook, is dus niet aan zijn proefstuk toe. Zoon 2 eet gewoon heel graag en vanuit een soort trouw aan zijn mama, bereid om op zijn minst te proberen wat hem wordt voorgeschoteld.    Het bleef echter niet bij een discussie. Passionele discussies horen nu eenmaal bij ons gezin. Nee, het werd erger,  na de maaltijd liep de man tot 2 maal toe richting toilet, omdat het eten blijkbaar de neiging had terug te komen en zoon 2 sprak van een gezwollen gevoel in de keel.  Niet dat de situatie  zeer ernstig leek of dat ze allebei doodziek werden, maar toch.  Zoon 2 zit  momenteel nog maar eens in de afbouwfase van een cortisone kuur,  dus waakzaamheid is wat hem betreft sowieso geboden. De rest van de avond en nacht  bracht ik piekerend door . Was  ik hier toch geen stap te ver was gegaan ?  Internet afgeschuimd op zoek naar bijkomende informatie over eventuele allergische reacties  en/of  tegenindicaties bij het gebruik van leden van de Boraginaceae familie, maar met uitzondering over wat ik al wist over smeerwortel en een vermelding van contactallergie bij het eenjarige komkommerkruid kon ik niets verontrustends vinden.

Lesje geleerd

Vanmorgen bij het ontwaken bleek noch zoon 2, noch de man ergens last van te hebben. Oef, opluchting !   De vraag die we ons nu alle drie stellen is of wat er zich gisterenavond heeft afgespeeld een reële allergische of overgevoelige  reactie was,  of iets wat zich enkel heeft afgespeeld tussen de oren.  We zullen het waarschijnlijk nooit weten, want we houden het  liever  veilig en leden van de ruwbladigenfamilie komen hier niet meer op tafel.   Wat wel vaststaat is dat bij volgende experimenten met vreemde en wilde eetbare planten, de regeltjes van de wildplukker *  die ik beschreef in het logje over kleefkruid veel strenger zullen worden toegepast.  Van dieren is het geweten dat ze intuïtief op zoek gaan naar eten die ze op dat moment nodig hebben en hoewel wij als mens deze eigenschap lijken  verloren te hebben,  ben ik er van overtuigd dat er daar toch nog iets is van blijven hangen, zelfs al proppen  we ons tegen beter weten in vol met allerlei chemisch bewerkte troep. Ik herinner me hoe ik tijdens mijn zwangerschappen kokhalsde als ik nog maar een zweem van broccoli of bloemkool rook, terwijl ik beide groenten echt wel lekker vind. Het mag van mijn part zweverig klinken, maar als het op voedsel aankomt denk ik dat het verstandig kan zijn beroep te doen op je intuïtie.  Hadden zoon 2 en de man gisteren in plaats van mij een plezier willen doen,  afgegaan op hun intuïtie, dan hadden ze niet geproefd.

(*) De regeltjes van de wildplukker : Gebruik al uw zintuigen, kijk, ruik, luister en voel voor je de plant ook maar in de buurt van je lippen brengt.  Als je dan al iets is opgevallen wat je onappetijtelijk vindt, laat de plant dan voor wat het is.  Alles nog ok ? Zo ja,  dan kun je de plant naar je lippen brengen, maar nog niet in je mond stoppen.  Indien er zich geen tinteling of zwelling van de lippen voordoet, kan je een piepklein hapje nemen en zo stilletjes opbouwen . Best wel een tijdje wachten tussen het contact met de lippen en de volgende stapjes.  

Vuilnisbakkendag, of de tevergeefse war on waste.

In de keuken van mijn grootmoeder, in de lade naast de bestekbak staken de plastic en papieren zakjes, touwtjes en elastiekjes. Alles met de onmiskenbare sporen van  hergebruik.  De diepvrieszakjes verkleurd tot een bijna ondoorzichtig wit en op de broodzakken dezelfde kreukels als de huid op de handen die ze telkens opnieuw gladstreken.  In mijn hedendaagse keuken is een dergelijke lade gedoemd  om binnen de kortste keren uit te puilen en klem te zitten door  zakjes die tussen het schuifmechanisme zijn terechtgekomen.

Iedere week, bij het buitenzetten van de zak met restafval,  word ik met mijn neus op de niet altijd welriekende feiten gedrukt.  Mijn tenen krullen als ik artikels tegenkom met als titel “Elke Belg produceert elk jaar gemiddeld 500 kilo afval”.  Sorry , maar ik produceer dat dus niet zelf, het wordt me gewoonweg aangesmeerd !   Hoe gretig ik ook de tips van bloggende supermadammen lees over een zero waste huishouding, iedere week staat daar  weer een  zak restafval.

Refuse, Reuse, Recycle, Rot

Rotten staat voor composteren ! No problemo , alles wat geleefd heeft, kan opnieuw leven en vliegt bijgevolg op de composthoop. Tuinafval bestaat niet in de jardin, ideeën en plaats genoeg om alles te verwerken, van houtsnipperpad tot takkenwal, van mulch tot plantengier. Zelfs toen we nog in de grote stad woonden composteerde ik al zoveel mogelijk op ons koertje in 2 gegalvaniseerde vuilnisbakken. Niet altijd even succesvol, maar ik leerde  wel  dat  brood er echt niet bij  kan en je moet waken over een goed evenwicht tussen bruin en groen.  Zonder evenwicht krijg je namelijk een stinkende brij waarmee je de hele buurt terroriseert (en dat was in een Brussel van voor de aanslagen).

P1010460.JPG

Ook recyclen of beter, sorteren, doen we als brave Belgen al jaren, maar eerlijk gezegd niet van harte. Niet dat het sorteren ons moeilijk valt, maar als je bedenkt dat er massa’s energie in zowel productie, distributie en recyclage  van al die verpakkingen  moet worden gestopt,  om dan weer iets te produceren dat op zijn beurt nog eens opnieuw wordt verpakt,pff… Niet zo’n efficiënt gebruik van grondstoffen, toch ?

Komen we bij hergebruik. Leuk !  Nee, echt ! Maar hoeveel zaaibakjes, mini-serres, lampenkappen, confituurpotten, geldbeugeltjes,  armbandjes, palettenzetels, kippenhokken  en nog meer van dat fotogeniek en creatief ge-DIY  kan een mens gebruiken ? Trouwens het opbergen van al dat bijeen gespaarde materiaal vraagt al een extra kamer/schuur/garage op zich en al staat  het Pinterest bord vol fantastische ideeën,  bij mij komt het er zelden van om die dan ook nog eens uit te voeren. Als ik dan al eens een creatieve bevlieging heb, dan ontbreekt het me gegarandeerd aan het juiste aantal doosjes, blikjes of wat dan ook. Zelfs al slaag ik er in om de komende jaren drie maal zoveel uit de tuin te oogsten en rekken vol met appelmoes,  appelsap, confituur en ingemaakte groenten vol te stouwen, dan nog zal ik niet alle verzamelde bokaaltjes kunnen hergebruiken.

De clou zit hem dus in  het eerste woord van de mantra “refuse”, weigeren dus.  Wat niet binnenkomt, moet ook niet weggegooid worden, simpel toch ! Tot op zekere hoogte lukt dat. Wasmiddel maak ik al jaren zelf waardoor de verpakking werd gereduceerd tot twee kartonnen dozen per jaar. De propere was is niet smetteloos wit en ruikt alleen lentefris als het weer meezit, om ze buiten te laten drogen. Hoeft ook niet, we dragen gewoon geen witte kleren. Papieren, zakdoeken, servetten of keukenrol  zijn allemaal vervangen door hun stoffen herbruikbare evenknie. Er wordt al eens een brood gebakken, yoghourt gemaakt en zelfs de chocopasta is van eigen makelij. Alleen, dat volstaat dus niet hé.

Het ontbreekt mij waarschijnlijk aan organisatietalent en assertiviteit. Ik zie me echt niet als een overjaarse hipster met mijn mason jar (lees confituurbokaal) een meeneem latté gaan bestellen in die ene broodjeszaak in het station.  Ik woon niet in een grote stad met trendy zero waste- en biowinkels waar je (opnieuw) bulk goederen vindt.   Ik ben nog steeds op zoek naar een boer in de buurt waar je gewoon met de ouderwetse melkkan je rauwe melk kan gaan halen, want ook de ” magasins à la ferme” zijn overstag gegaan voor de o zo praktische plastic kleinverpakkingen of moeten voldoen aan de wetgeving rondom voedselhygiëne.  De melkkoeien werden dankzij  het groeiende succes meteen verbannen naar enorme stallen, waar ze alleen nog kunnen dromen van de smaak van vers groen gras. Als ik met mijn eigen potjes op de markt verse kaas bestel, weegt de welwillende marktkramer ze  eerst af in zijn eigen plastic schaaltjes alvorens het in mijn bakje te leggen.  Ik heb er een hekel aan de moeilijke klant uit te hangen aan de verstoog in de supermarkt of discussies aan te gaan met de dame achter de kassa over mijn netjes die niet doorzichtig genoeg zijn om te zien of er nu conférence of doyenne peren in zitten. Wat je nog los kunt kopen is dan nog niet eens bio, want bio, tja dat wordt apart verpakt om “besmetting” te voorkomen.  Ik heb noch de fut, noch het budget om bestellingen te plaatsen bij twintig verschillende webwinkels waar ze wel een grootverpakking hebben voor dat ene product, maar wat bij levering dan toch nog eens driedubbel verpakt blijkt te zijn.   Ik ….Oei, ik ben aan het klagen. Waar is die positieve boodschap ? Waar zijn die grappige anekdotes, die waardevolle tips ? Weet u wat, ik hou er mee op. Ik ga de vuilniszak buiten zetten en dan de tuin in. De zon schijnt ! Afgewaaide takken rapen en  trots naar mijn groter wordende takkenwal kijken.

Een beginnend moestuinier.

De raadgeving luidt dat als je met moestuinieren begint, je best niet al te groot begint, en dit vooral om teleurstellingen te vermijden. Mijn ervaring met tuinieren beperkte zich tot een aantal aangekochte tomaten in pot, gecombineerd met sla en wat kruiden in een verticale flessentuin. Veel meer kon gewoon niet, op een klein stadskoertje, waar de zon slechts een 2m lange strook kon bereiken.

Kamille

In onze pas verworven, naar onze normen “enorme” siertuin begon ik dus, heel braafjes, met twee moestuinbakken van elk 2m². Over de plaats hoefde ik niet lang na te denken. Het gazon voor de serre vangt de hele dag zon en door de beukhagen aan beide zijden is het er windstil.

Het gazon omspitten daar had ik geen zin in. Ik had ondertussen al gelezen dat je het spitten beter kunt laten voor de bodem en op dat moment hadden we simpelweg nog geen spade. De bakken, samengesteld uit gerecupereerde planken werden lasagnegewijs gevuld met karton, keukenafval (bij gebrek aan compost), gemaaid gras en als afwerking een laag door de mollen omhoog gewroete tuinaarde (een mens moet zich behelpen met wat er is als je er voor kiest autoloos door het leven te gaan). Het resultaat was die eerste zomer niet schitterend te noemen, vooral omdat ik er geen idee van had hoe die kiemplantjes van de groenten die ik zaaide er uit zagen. In de veronderstelling dat het wortel of dille was liet ik minutieus de wilde kamille staan bij het wieden. Mooi was het wel en de thee lekker, maar zelfs nadat het aantal bakken verdubbelde, was wat ik in de bakken kon laten groeien nog steeds zo weinig dat ik zelfs niet meer durfde te denken aan het woord “zelfvoorzienend”.

IMG_20130622_095907 (2)

Op de knieën

De bakken bleken ook nog eens uitermate interessant voor woelmuizen en ander ondergronds gedierte. Rode kool die de ene dag nog stond te schitteren lag de volgende dag wortelloos tussen de mulch en van de veelbelovende pastinaken en knolselder bleef tegen de oogst alleen nog het loof over.

Zo’n bakken mogen dan wel heel mooi ogen op Pinterest, maar als je bij de opbouw alleen op het zicht afgaat kun je wel eens voor verrassingen komen te staan, wanneer het gazon er tussen moet worden gemaaid. Te weinig afstand voor zitmaaier of zeis en Wolf onze trouwe duwmaaier die er wel tussen kon, liep voortdurend vast op de hopen en gangen die de eerder vermelde woelmuizen achterlieten. Kweek, kleine ooievaarsbek maar vooral kruipende boterbloem vinden die rand waar de bak overgaat in gazon dan ook nog eens “the place to be” waardoor enkel een ouderwetse tuinschaar de boel nog enigszins kon fatsoeneren.

Spuiten

Heel even, leek ik een snelle oplossing cadeau te krijgen, toen de man des huizes de boer wist te overhalen om een stukje achterin de tuin mee om te ploegen. In één klap had ik 30m² moestuin erbij en ik begon verwoed wortelonkruiden weg te halen en bedden aan te leggen. De ontnuchtering kwam echter snel. Om te beginnen is het nogal onhandig om iedere keer meer dan een voetbalveld op en af te zeulen met gieters en tuingereedschap, maar toen dezelfde boer begon met een rondje “gewasbescherming”, het gangbare eufemisme voor gif spuiten, bleef er van bloemkool, zonnebloem en spinazie nog enkel bruin blad over.

P1010035

Tapis Volant

Omdat de tuin met zorg ontworpen was, durfden we die eerste twee jaar amper iets te veranderen. In jaar drie ging de knop om. Iets verder dan de moestuinbakken lag een romantisch perkje van 2 viburnums, pioenen, daglelies, hemelsleutel, een oerwoud van “tapis volant” rozenstruiken en een oude betonnen koeiedrinkbak, helemaal overwoekerd met klimop, dit alles afgeboord door een tapijt van longkruid. Ergens eind februari, zo’n moment waarop de tuinkriebels zich serieus laten voelen, besloot ik de rozenstruiken eruit te gooien en in een ruk ook alle klimop weg te nemen. De daglelies, pioenen en viburnums mochten blijven staan. Een beetje tuinier kan het al raden, longkruid en klimop zijn schaduwminnende planten… veel eenjarige groenten kun je er dus niet kwijt. Iets waar ik in een toen nog bladloze tuin geen rekening mee had gehouden. Het stukje waar de zon wel komt, leverde gelukkig tot in november courgettes en is ondertussen omgedoopt tot de vaste eetbare groenten experimenteerhoek. In de schaduwplekjes groeit er momenteel een overvloed aan veldsla en winterpostelein. Het komt dus allemaal wel goed.

P1010016