Sneak peek

Het is altijd deel van “ons plan” geweest om de jardin op één of andere manier open te stellen voor bezoekers en gasten.  De  exacte formule staat nog niet helemaal op punt , dat wordt ons winterproject, maar  een link met onze dada’s, permacultuur en ons bescheiden Keniaans project zal er zeker deel van uit maken.   De   lente en  zomer  hebben we dan ook   volop gebruikt   om  de “accommodatie”  rond  te krijgen, zeg maar.

Nee, helemaal af is het nog niet, maar we zijn apetrots op wat we de afgelopen zes maanden voor elkaar hebben gekregen :  we gebruiken voortaan uitsluitend regenwater,  de badkamer is eindelijk die naam waardig, twee extra kamers konden in gebruik genomen worden, zonnepanelen produceren sinds enkele dagen een groot deel van onze elektriciteit, de volledige elektrische installatie diende  en passant  vernieuwd (pff, ik ruim nog steeds het stof), de jardin kreeg zijn eigenste persoonlijke  toe- en ingang en de  extra (gasten)kamer die we bij wijze van inside joke  “dispensaire “* noemen, kreeg  een eigen trap met terras.   Een plek van waaruit je  de vogels die de jardin aandoen, buitengewoon goed  kan gadeslaan.   “As we speak write ” wordt  helemaal achter in de tuin de  kers op de taart gezet. Voor deze kers sneuvelden helaas een aantal bomen en struiken, maar ze krijgen uiteraard een nieuwe functie, als stekmateriaal, brandhout, insectenhotel, vlechtmateriaal, bladaarde, composttoilet materiaal, mulch, houthakselpad, takkenril,…

Enkele impressies badend in  herfstlicht .

Wordt uiteraard vervolgd.

 

(*) dispensaire:  geen vertaling  beschikbaar van frans naar nederlands.

  • uitgebreide vertaling : dispensé : vrijgesteld – aire : territorium , leefgebied 
  • verwijzing naar een gedenkplaat gezien in een Brussels café met de vermelding van een   “dispensaire des artistes”  opgericht  door Koningin Elisabeth .
  • Synoniemen voor “dispensaire”: infirmerie; hôpital; hospice; asile; clinique; maternité; sanatorium 

 

Dominator 98

DSC_0172.JPG

DSC_0105.JPG

Nee, geen vakantiefoto’s , maar sfeerbeelden  van hoe het er op dit moment rond de jardin uitziet.  Er straalt een zeker rust van uit, vind u niet ? Maar ik moet u teleurstellen.

DSC_0129 (1).JPG

De enorme machines die voor de oogst ingezet worden doen ons  huis  telkens  opnieuw  daveren op zijn grondvesten. Alleen al de naam van deze monsters spreekt boekdelen.

DSC_0144 (1).JPG

 

Zo’n dikke 50 jaar geleden was ons graan zo’n 5 tot 10 cm langer. Er werd aan gesleuteld om een hogere opbrengst te bekomen.  Korter graan is naar het schijnt makkelijker machinaal te oogsten. Volgens sommigen zou door dit genetisch gesleutel ons graan verworden zijn tot het “perfecte chronische gif”  Of dit klopt , laat ik in het midden.  Ik denk eerder aan die boeren die blijkbaar geen andere keuze hebben dan onder concurrentiedruk , contracten, de volgende afbetaling en wat al nog meer,  mee te draaien in deze  waanzinnige race naar meer en groter.

Achter de beschutting  van de haag  maaiden wij ondertussen het gras met ons trouw kooimaaiertje.

DSC_0160.JPG

Verwaarloosd

Yep, de blog , de tuin,  allemaal verwaarloosd. Het huis ging met alle aandacht lopen. Er werd gegraven, geboord, geschaafd, geslepen, gepleisterd, geschilderd, … maar het einde van al dat werk is in zicht en we kunnen  al volop genieten van  eenvoudige maar pure luxe.

Zoals een bad “with a view”

DSC_0066

Toegegeven, momenteel nog wat kaal , maar de krentenboom trekt een verscheidenheid van vogels aan en als het herfst wordt kleurt de kardinaalsmuts prachtig rood.

Puur, chloorvrij, zacht en lekker hemelwater rechtstreeks uit de kraan.DSC_0096 (2).JPG

 

En de tuin  … tja,  die werd de afgelopen maand(en) aan zijn lot overgelaten. Eerst was het te nat en bleef je steken in de modder.

DSC_0003.JPG

Daarna werd de toegang grotendeels belet door de aanleg van de regenputten en toen die in de grond zaten kwam er nog meer regen. De plannen voor onder andere een kruidentuin bij de achterdeur werden wegens andere prioriteiten nog even opgeborgen en nu is het het ontkiemend gras die ons de toegang belet.

DSC_0094.JPG

De grillige mei en  natte junimaand zorgden er trouwens voor dat mijn enthousiasme voor de tuin onder nul zakte. De spinazie schoot meteen door en de radijzen waren houterig.  De moestuin rook naar rotte ui.  De aardbeien die niet werden opgegeten door vogels of slakken, beschimmelden terwijl je er op stond te kijken. De lookoogst is amper genoeg om de zomer  door te komen en de aardappelen kregen voortijdig last van de plaag.  Niets leek te normaal te groeien behalve het gras maar dat kon met al die nattigheid niet worden gemaaid.

En dan, als je het eigenlijk een beetje hebt opgegeven, ontdek je dit :

DSC_0118.JPG

Mocht de haag het zicht niet belemmeren,   mijn buurman met de gemillimeterde moestuin zou  meewarig het hoofd schudden.  Dat deze moestuin ontworpen is op basis van een mengelmoes van permacultuurtechnieken kon u hier lezen. Ook liet ik me bij de aanplant inspireren door het principe van de “schijnbare chaos“, alleen mag u in mijn geval ook het woord “schijnbaar” laten vallen. Mijn tuinplan (jawel, er was een tuinplan) bleef namelijk in de regen liggen, waardoor ik me maar vaag kan herinneren wat ik waar heb gezaaid of geplant. Ik zal dan ook moeten afwachten  of de kolen nu broccoli , witte kool of spruitjes zijn.  Voor wieden en mulchen was geen tijd , maar de grond is ondertussen helemaal bedekt en niet alle vrijwilligers zijn onkruid : tomaten bijvoorbeeld . Geen idee of de compost niet voldoende  was opgewarmd of  dat ik vorig jaar  een aantal  tomaten over het hoofd heb gezien, ze hebben het in ieder geval naar hun zin.  De goudsbloemen, oostindische kers, komkommerkruid, kamille, moederkruid, dille, rucola en korenbloemen, allemaal hebben ze in hun eentje  beslist om te groeien waar ze groeien. Tijdig oogsten zat er ook niet in. Van de  geel witte bloemen op de foto hier onder, shungiku of gekroonde ganzenbloem, daarvan oogst je  normaal gezien het jonge blad, voor de bloei en ook de silenes waren als bladgroente bedoeld, tenminste voordat ze dus bloeiden.

DSC_0112.JPG

 

DSC_0116.JPG

Ondertussen proberen we dat toch te doen, dat oogsten :  er is komkommer, sla, courgettes (veeeel courgetttes) , worteltjes, raapjes, bietjes, snijbiet, boomspinazie, rode melde,  en zelfs de prei heeft het hier nog nooit zo goed gedaan. De uien die niet zijn weggerot of in bloei schoten mogen eerstdaags ook uit de grond.

DSC_0103

DSC_0104

DSC_0106

 

DSC_0101.JPG

DSC_0102.JPG

Het heeft dus wel zijn voordelen zo’n polycultuur aan zijn lot overlaten, je ziet gewoon niet wat er fout gaat. Slakkenplaag, bwa, nee,  geen last van gehad. Ze zijn er wel , maar aten waarschijnlijk alleen de kneusjes, want er is niet echt iets wat ik mis, of misschien ben ik gewoon vergeten dat ik het heb geplant. Onkruid, pfff dat is gewoon levende mulch.  Bladluizen ? De ene dag zijn ze er en de volgende dag weer verdwenen, het enige wat overblijft is een patrouillerend lieveheersbeestje.  Rupsen , eerlijk gezegd  is het me een raadsel waar die rondfladderende koolwitjes hun eitjes deponeren, ik gok er op dat ze de kolen simpelweg niet vonden. Misschien moet ik nog eens goed kijken.

Minpuntjes ?  Tja, het oogsten is letterlijk een zoektocht en als ik eerlijk ben, mag het toch iets overzichtelijker , maar het is wel wat ik wou :  veel oogsten voor weinig werk, diversiteit en een paradijs voor insecten, vlinders en vogels.  En mooie beelden er bovenop, toch ?

DSC_0114

DSC_0086.JPG

DSC_0115.JPG

DSC_0109.JPGDSC_0105.JPG

DSC_0080.JPGDSC_0111.JPG

DSC_0085.JPG

De naam van de roos

Mr.  Natuurlijk rijk  moet met zijn vorig logje een gevoelige snaar geraakt hebben. Het zit zo , de jardin staat vol rozen en  toch ken ik er amper een 3 tal bij naam . “Vol” staat voor  49 verschillende soorten, in zoverre dat het rozenlijstje  van de vorige eigenaar  klopt. Klimmers en struikrozen, botanisch en cultivars , tussen de  wilgenhaag of ouderwets midden in  het gazon, verweven in  de bosrand en tussen de pruimenbomen. Als  een explosie rond de  rozenboog  en in wat ik de rozenjungle  noem .

DSC_0023

waar is die boog  naartoe?

DSC_0007 (1)

op zoek naar doornroosje

Ik durf het haast niet neer te schrijven, maar dat ik niet weet welke roos waar staat, komt omdat  ik  een dubbel gevoel heb wat rozen betreft. Het is niet dat ik ze niet mooi vind of niet kan genieten van hun bedwelmende geur of hun vele toepassingen in keuken en huishouden niet kan  waarderen.  Nee , ik denk dat het vooral is omdat rozen zorgenkindjes zijn.  Je hebt er die je voortdurend moet voeden en beschermen, waarvan je de  uitgebloeide gevulde bloemen telkens moet wegknippen om ze in hun volle glorie te zien,  insecten hebben er weinig aan , hun bottels stellen niet veel voor en sommigen geuren niet eens. Je krijgt met andere woorden enkel hun kortstondige protserige schoonheid als tegenprestatie voor de zorg. Deze dames hebben in de jardin ondertussen ofwel  het loodje erbij neergelegd  of  staan ergens te zieltogen tussen ander oprukkend groen geweld.  Dan heb je er die het helemaal op hun eentje klaren, omringd door zwermen aan  zoemende insecten de bloei doorstaan, de tuin vullen met een heerlijk parfum of bottels produceren waarmee je de plaatselijke biowinkel een heel jaar van thee kan voorzien. Deze  dames  weten je te verleiden met hun eenvoudige schoonheid en overvloed, maar wees op je hoede.  Met strenge hand moet je ze voortdurend intomen, want voor je  het goed en wel beseft  halen ze die  oude appelboom neer, waarlangs ze  zo charmant  omhoog kropen of haken  onopgemerkt hun doornen vast in je haren of kleren, wanneer je onachtzaam durft langs te wandelen.

DSC_0004 (1).JPG

Snoeien  dus ! Alleen is het hier  ondertussen wel een beetje uit de hand gelopen, heb ik er geen flauw benul van hoe je het moet aanpakken en die doornen maken het er niet prettiger op. Snoei instructies in gespecialiseerde literatuur tonen je steevast plaatjes van  goed onderhouden struikjes die in niets te vergelijken zijn met mijn doornige monsters. Toen ik vorige lente een beetje moedeloos met de snoeischaar voor de jungle stond bedacht ik me dat de prins uit doornroosje zich ook zo moet gevoeld hebben.  Ik speel  dan ook met het idee om de rozenjungle volgende lente  ooit eens drastisch aan te pakken, tot op de grond. We zien wel welke er overleven. Een beetje orde op zaken stellen, ruimte creëren.  Vrijwilligers ? Iemand ? Er zijn gratis stekjes te krijgen en er is een zoekspelletje aan verbonden : zoek de naam uit 49 mogelijkheden.

DSC_0013.JPG

En dan lees je op Natuurlijk rijk een lofzang voor enkelbloemige rozen en denk je hé, maar dat soortje heb ik precies ook staan. Je beslist dat lijstje nog eens boven te halen trekt  op een droog moment de tuin in voor een rozenwandeling.

DSC_0039 (1).JPG

Ondanks het feit  dat tal van rozen  uitgebloeid zijn of  er belabberd  bij hangen door de bakken regen die de laatste tijd uit de lucht zijn gevallen, is er toch heel wat moois te bewonderen.  Sommige willen niet op de foto, alleen hun hoogste takken piepen door de overige begroeiing heen, te ver voor de lens. Het opvallendste aan andere rozen, hun lekkere geur, kan ik via deze weg niet eens met jullie delen.  Een kleine greep uit de foto’s.

Als ik de foto’s bekijk weet ik in veel gevallen niet eens meer  waar ik ze heb genomen. Het is duidelijk dat het op naam brengen van mijn rozen  niet zomaar een tussendoortje is. Dit vraagt een systematische aanpak, een beetje tijd en een beetje aandacht en sommigen namen zullen waarschijnlijk zelfs nooit hun roos vinden.  De liefhebbers mogen me natuurlijk altijd helpen . Hier nog eens de link naar het lijstje : rozen

DSC_0049 (1).JPG

En dan zijn er nog de schier oneindige toepassingen waarin ik me wel eens zou  moeten verdiepen : rozenwater, siroop,  jam, desserts, thee , pot pourri’s , cosmetica,…  en dat terwijl ik nu al tijd te kort kom door de overvloed uit de tuin. Ach, het dringt niet, alles op zijn tijd.

Iedereen maar klagen

Ik sta met de zoon te wachten op de trein . De zon verdwijnt en plots worden we bekogeld door duizenden  kleine sneeuwballetjes. Het is niet eens nodig om te schuilen.

P1010949.JPG

Tussen twee regenbuien door sla halen. Een in november geplante krop voldoening uit de serre.

DSC_0016 (1).JPG

De herontdekking van een aangewaaide salomonszegel, vorig jaar in zeven haasten verplaatst wegens pas ontdekt halverwege de opbouw van het kippenhok.

DSC_0007 (1).JPG

Ontkiemende zeekool, terwijl ik allang dacht dat het niet meer voor dit jaar zou zijn.

DSC_0022 (1).JPG

Daslook  bij de achterdeur  vinden om  dan te herinneren dat ik er vorig  jaar  achteloos zaad heb rondgestrooid .

Uitglijden op een modderig pad en lachen omdat het er over enkele dagen of weken helemaal anders uit zal zien.

Druppels

DSC_0003 (2).JPG

Nieuwe aardappeltjes eten met kerst mocht dan een illusie zijn, het idee blijkt toch nog vruchtbaar.

DSC_0011 (1).JPG

Tomatenplantjes die beter tegen de kou kunnen dan wat ze een mens willen doen geloven, terwijl de natuur (woord)spelletjes speelt.

DSC_0020 (1).JPG

Ach, de lente heeft even verlof genomen, maar ik zie geen reden tot klagen.

Rondje voedselbos eind april (2)

Beloofd is beloofd. De kruidlaag van de jardin  kon u al ontdekken in deel 1,  tenminste in het deel van de tuin dat ik tot voedselbos heb omgedoopt, want het gaat me in deze log vooral over planten die het goed doen in de schaduw of halfschaduw en die op dit moment van de lente zichtbaar zijn. Laten we het wat dieper in de grond zoeken.  Momenteel  heb ik nog niet zoveel eetbare knollen,  bollen of wortels in de jardin, buiten aardpeer,  look,  en het alom tegenwoordige nagelkruid.   Ik ben wel aan het experimenteren geslagen.  De look is dit jaar terechtgekomen rond de fruitbomen. Vorig jaar oktober was ik al van plan de moestuin (voor éénjarige groenten) voor de winter her in te richten , dus moest ik de look ergens anders kwijt.  Alliums zouden een goede companion zijn voor fruitbomen omdat ze ongedierte op een afstand houden en bijgevolg kom je nu op verschillende plaatsen in de tuin, aan de rand van de boomspiegels  een groepje look tegen. Ik laat er vast hier en daar nog wat staan, benieuwd naar wat er gebeurt als je ze behandeld als vaste plant.

Om het mezelf gemakkelijk te maken  en niet onnodig de grond te moeten verstoren, heb ik vlakbij de aardperen, waar nu  natuurlijk nog niets van te zien valt, ook voor het eerst crosne geplant.  Japanse andoorn dus, en die eerste blaadjes  lijken zo hard op die van de weelderig aanwezige bosandoorn, dat ik blij ben dat ik ze niet ergens in de bosrand heb gezet. Ik ken mezelf, het zou niet de eerste keer zijn dat ik iets weghaal wat ik eerst zelf heb geplant of gezaaid.  Het wordt een triootje, want ernaast komt oca of oxalis tuberosa , maar die staat op aanwijzing van de kweker nog in de serre voor te groeien.  In principe zouden ze alledrie in de grond kunnen blijven en kan je ’s winters oogsten wanneer je ze ook echt wil eten. Ik hoop maar  dat die twee laatste niet zo hard in de smaak vallen van de woelmuizen als aardpeer, want  hoe verder de winter vordert, hoe minder aardpeer er hier te vinden is.

P1010911.JPG

Iets verder in de tuin, aan de rand van het gazon een ander nieuwkomertje: de aardkastanje (Bunium bulbocastanum)  een inheemse schermbloemige die met uitsterven is bedreigd.  Het fluitekruid  doet het goed op deze plek, dus gok ik er op dat dat voor neef aardkastanje ook geldt.

P1010884.JPG

Dan zijn er natuurlijk de klimmers. Ook die bevinden zich niet echt in het voedselbos. De kiwi en de druif die overwoekeren twee kleine bijgebouwtjes vlakbij de achterdeur.  De kiwi mag dan wel tegen wat schaduw kunnen , maar de druif heeft absoluut zon nodig.  Wel is er een andere klimmer, die wat schaduw verdragen kan, maar er alles aan zal doen om het licht te bereiken : hop. Neen, nog geen bier gebrouwen met de bellen en het staat ook niet meteen op ons projectenlijstje.   Helaas  was ik ook dit jaar opnieuw te laat  om de scheuten te bleken zodat we ze konden proeven. Tja zo’n voedselbos, je moet het voortdurend in de gaten houden.  In het kamp van de eetbare klimmers is de hoop nu gevestigd op de zelf gezaaide kaukasische klimspinazie  of Hablitzia tamnoides.  De zaailingen deden het zo goed dat ik ze op verschillende plaatsen heb uitgeplant, hieronder zie je er eentje aan de stam van de gingko, vlabij  het triootje knollen die ik hierboven beschreef. Veel klimmen doet hij nog niet en of hij lekker is, dat zal de tijd nog moeten uitwijzen, wel is het me opgevallen dat de zaailingen gespaard bleven van slakkenvraat.

Tot zover de klimmers, op naar de struiklaag. Ik moet toegeven dat de combinatie met schaduw  wat moeizamer verloopt.  Van de bessen is de zwarte trosbes (ribes nigrum) de meest productieve in de schaduw, maar op de  overige telgen uit de ribesfamilie die mijn voedselbos bevolken vind ik amper bloesems, laat staan bessen, waardoor ik eigenlijk niet weet wat het voor variëteiten zijn.  Ik  heb deze winter van alle planten stekjes genomen in de hoop dat ik met wat geduld toch nog te weten kom wat het zijn. Ook duiken er steeds jonge ribesplantjes op aan de rand van  het bos. Ze mogen van mij gerust blijven staan, als ze het daar naar hun zin hebben, als ze ook nog beginnen dragen is dat mooi mee genomen.  De twee blauwe bosbessen kon ik wel determineren maar slechts op één vond ik één enkel bloemtrosje en de oogst bleef na drie jaar beperkt tot drie besjes. Ook van deze twee heb ik stekjes genomen met de bedoeling ze ergens anders in de tuin uit te proberen.

Pas op, aan bessen geen gebrek in de jardin. Ik weet amper wat aan te vangen met de vele frambozen en witte trosbessen  die  terug te vinden zijn  op wat zonnigere plaatsen in de tuin.   Toch zijn er nog nieuwkomers :  een honingbes  klaar om uitgeplant te worden,  die krijgt samen met zijn partner (voor de kruisbestuiving) een zonniger plaatsje, naast de vijg en in gezelschap van een drietal uit zaad opgekweekte gojibessen en een hazelaar zaailing waarvan ik hoop dat hij de enorme hazelnoten van zijn mama heeft geërfd.

Tot slot zijn er nog stekelige exemplaren : een szechuanpeperboompje , pas aangeplant dus hij moet nog bewijzen dat hij er niet om maalt om in de schaduw te vertoeven. Eentje die zeker niet van de schaduw houdt, is de  driebladige winterharde citroen (Poncirus trifoliata). Ik ontdekte pas recent wat dat stekelige bijna bladloze ding midden in het bos was.  Je eigen citroenen kweken, het leek me wel iets en bij het bestuderen van foto’s bleek  dat ik er al eentje had staan . Nee, citroenen heb ik er niet van geplukt,  kan moeilijk anders want deze staat echt wel in diepe schaduw en wordt  daarmee de volgende stekjes kandidaat. Toch is het de eerste keer dat ik er  bloemknoppen op ontdek en ook viel het me op dat er enkele weken geleden veel meer blad aan hing.  Vooral het krentenboompje en de twee gele kornoeljes gunnen hem later op het jaar geen straaltje zon meer, maar zelf zorgen die drie wel voor een enorme hoeveelheid bessen, netjes verdeeld over het seizoen. De tweede gele kornoelje rijpt zelfs later af dan de eerste, waardoor er bessen voorradig zijn van half augustus tot diep in september.

Tot zover dit rondje voedselbos, we komen later op het seizoen zeker nog eens terug, om de evolutie  tonen en ook de bomen en planten aan bod te laten komen die tot nu toe onvermeld bleven.  Toch wil ik u nog deze tip mee geven, mocht u  zelf een voedselbos  plan(t)(n)en voor uw nageslacht, hou  vooral rekening met de volwassen  omvang van bomen en struiken, het zou jammer zijn dat er door lichtgebrek na enkele decennia niets meer te plukken valt.

 

 

 

Rondje voedselbos eind april (1)

Ik vertelde u al waarom ik vind dat onze siertuin ook voor voedselbos  kan doorgaan, zelfs al was het oorspronkelijke ontwerp niet als voedselbos bedoeld.  De grootste blikvangers zijn natuurlijk de fruitbomen.  Madame Blairon, de ontwerpster van de tuin,  heeft wat dat betreft, jaren geleden, uitstekende keuzes gemaakt. Zowel de appels, peren en pruimen, allemaal kruisbestuivers, volgen elkaar netjes op zowel qua bloei als oogst.  Momenteel staat de wilde appel  volop te bloeien terwijl zijn buur, een oude Jacques Lebel (althans dat denk ik toch) pas over een paar weken er zal uitzien als een gigantische barbapapa.  Dit productieve oudje negeert daarbij ook nog eens alle beweringen over de negatieve invloed van zijn linker en rechter buur, de notelaars en van beurtjaren heb ik ook nog niet veel gemerkt. Iets verder vindt  je de eerste bloeiknoppen in een rode sierappel,  het jonge blad, de bloei en ook de appeltjes zijn diep rood en hoewel een sierappel, zorgen deze appeltjes voor een uitzonderlijke lekkere toets wanneer je ze verwerkt in appelsap.

Een voedselbos is geen boomgaard en  daarom wil ik u even meenemen om te zien hoe het op dit moment staat met die  andere groeilagen. In een pas aangelegd voedselbos heb je nog volop licht en kan je nog alle kanten uit met de verschillende groeilagen. Wanneer de  boomlaag een volwassen stadium heeft bereikt, zoals in de jardin, heerst de schaduw, waardoor het introduceren van nieuwe eetbare of nuttige soorten vooral een  zoektocht is naar de geschikte plaatsjes.   De kruidlaag bevatte al een aantal bruikbare  planten zoals citroenmelisse , wilde marjolein  (in tegenstelling tot wat je zou verwachten doet deze het hier uitstekend in de halfschaduw) varens, daslook, look-zonder-look en bosaardbeien. Ze voelen zich er duidelijk  goed want ieder jaar zie ik er meer.

Zelf voeg ik er, geleidelijk aan, nog meer soorten aan toe in de hoop zo de overheersende grondbedekking van gele dovenetel, brandnetel, zevenblad,hondsdraf, kleefkruid en klimop wat diverser maken.  Zo heb ik met succes zwartmoeskervel (Smyrnium olusatrum) geïntroduceerd. Misschien staat hij iets te veel in de schaduw, want bloeien heeft hij tot nu toe niet gedaan, maar in het vroege voorjaar is het een plezier  om die groene bos te zien blinken op een nog overwegend bruin gekleurde bosbodem, later in de zomer verdwijnt hij bijna helemaal.  Toen ik ontdekte dat je hostascheuten en  bloemen kon eten heb ik meteen een aantal exemplaren gescheurd en ze lijken aan te slaan.

De nieuwkomers dit jaar, in het bos althans,  zijn witte klaverzuring  (Oxalis acetosella) en lievevrouwebedstro (Galium odoratum), duimen maar dat hun plaatsje hen bevalt.

Nu hebben we het nog niet gehad over de struiklaag, de klimmers en wat zich onder de grond aan lekkers bevindt, maar de zon schijnt en de tuin roept, dus brei ik morgen nog een vervolgje aan deze log, beloofd !

Te veel ineens !

Na meer dan een maand vooral rond te hebben  gehangen in het ziekenhuis, kon ik vorige vrijdag eindelijk weer de tuin in. Van “lentestaren” is er deze keer geen sprake , wat ik sindsdien elke dag zie, hoor en ruik , overdonderd me een beetje. Iedere dag valt er wel iets nieuws te ontdekken.  Zo zijn  er  de elkaar opvolgende bloesems,

en de vroege bloeiers,

de eetbare beloftes,

de kandidaten voor ” eten uit een wilde tuin” ,

de beestjes,

de kleine details,

en  mooie plekjes

Ik word daar intens gelukkig van.

 

Water in de kelder

regen.JPGIk hoef het u waarschijnlijk niet te zeggen, maar hier regent het dus al twee dagen. Dus geen mooie plaatjes van wat er momenteel  bloeit in de jardin. De eerlijkheid gebied mij te zeggen dat de beide regenfoto’s niet nu gemaakt zijn en ook niet door mij en al zeker niet met mijn bescheiden cameraatje. Het goede materiaal is in herstelling en de fotograaf heeft andere besognes aan het hoofd dan op mijn wenken plaatjes te schieten.

nat.JPG

Als het regent dan hebben we water in de kelder (ik veronderstel dat u wel al had begrepen dat er aan de jardin, ook nog een woonst verbonden was). Dat is helemaal niet erg.  Die kelder van ons is daar namelijk op voorzien.  In de buurt zie je momenteel uit huizen van recentere makelij overal tuinslangen uit keldergaten hangen. Bij ons hadden de bouwers, vermoedelijk zo’n 250 jaar geleden, al  door hoe dat moest worden aangepakt.

Zie, een gootje en dat gootje loopt over in een putje en dat putje,  wel dat komt enkele meters verder uit in de gracht. Als de straten in de buurt voor de zoveelste keer blank staan, kabbelt er in onze kelder enkel een gezellig stroompje.

Ik vind dat tof, zo van die détails in van die oude huizen. Ook dat beetje alledaagse geschiedenis die daar achter zit. Kijk, ons boerderijtje moet dus ergens in de jaren 1700 en nog iets gebouwd zijn.  Veel was dat toen niet, twee kamers, waarvan eentje boven een kelder met een gootje en een putje. Een varkensstal aan de rechterkant, met daar boven een hooizolder en een paardenstal aan de linkerkant. Dieren zo dicht tegen huis, dat helpt een beetje als het koud is. In de winter kan er van het zonnetje geprofiteerd worden, want de voorgevel is mooi op het zuid-zuidwest gericht, terwijl in de zomer, als de zon hoog staat, het huis lekker koel blijft door de megadikke muren.

Zo’n 100 jaar later had de familie precies al wat meer geld, en hebben ze er aan de noordkant nog een gebouw tegen gezet. Wanneer de schuur en de twee koterijen  aan de oostkant gebouwd werden, weten we niet. De schuur, ondertussen op een prachtige manier gerenoveerd, daar wonen onze buren in,  dat is dus niet van ons.  Een van de twee koterijen was waarschijnlijk een koeiestal, afgaande op de nog aanwezige voederbakken. Het tweede kotje deed vermoedelijke dienst als bakhuisje.  Op een oude luchtfoto, die we van de buren kregen, (ja, die van de schuur, maar dan genomen lang voor ze er in zijn gaan wonen )  zie je nog een schouw.

huis008.jpg

Toen we pas een nieuw dak hadden hadden,  stond bij de eerste zware regenbui zowat de helft van de achtertuin onder water. Bleek dat één van onze struiken of bomen  (de kiwi ?  de olijfwilg die daarna de geest gaf ?)  zijn wortels in de afvoerbuis van het regenwater had weten te worstelen en de hele buis had ingepalmd.  Bij de onvermijdelijke graafwerken die dit euvel dienden te verhelpen, kwamen er veel dikke brokken glas , glasdruppels, kapotte mondgeblazen flessen en iets waarvan ik vermoed dat het obsidiaan is naar boven. Genoeg om mijn verbeelding te prikkelen.  Vroeger was de streek dicht bebost en om glas te blazen had je veel hout nodig. Henegouwen stond bekend om zijn glasindustrie.  Kortom,  ik stelde mij al voor dat hier vroeger een glasblazer aan het werk was geweest en het nu lege kotje ooit een glasoven was.  In mijn zoektocht om mijn theorie te staven,  kwam ik het volgende plaatje tegen, voor een brokkenpiloot als mezelf een regelrechte nachtmerrie.

glas

Het postkaartje levert geen enkel bewijs voor mijn theorie, de glasfabriek waarop het betrekking heeft, draagt toevallig de naam van onze straat en bevindt zich hier zo’n 45 km vandaan. Nu, het kan natuurlijk ook gewoon zijn dat een moeder de stenen en glas verzameling van zoonlief beu was en gewoon heeft buiten gekieperd. Ik zou dat dus nooit doen, integendeel, ik versta dat.

 P1010493.JPG

Allez zeg, nu ben ik helemaal afgedwaald. Ik wou u eigenlijk het een en ander vertellen en  laten zien hoe we ons hier verwarmen en waarop we koken en hoe dat allemaal zo gekomen is, maar dat zal voor een volgende regenachtige dag zijn.