Van bramen en mulchen met takken.

P1010650.JPG

De jardin  was vroeger  een gewoon  boerenerf,  op traditionele wijze afgezoomd door knotwilgen, in ons geval op het westen.  De laatste keer dat die wilgen werden geknot moet zo’n 30, misschien wel 40 jaar geleden geweest zijn.  Knotwilgen met bovenop de knot vijf tot zeven meterslange dikke stammen,  blootgesteld aan stevige zuidwestenwinden, dat is er gewoon om vragen.  Vorige jaar knakten er bij een storm aan het begin van de zomer een zestal stammen, een maand later volgenden er nog eens vier. Het hout van de stammen en dikkere takken, daar wisten we wel raad mee,  verwarmen  en koken doen we uitsluitend met hout.  De  hoeveelheid  dunnere takken en bladeren daarentegen  was enorm. Te veel om  te dumpen in de kleine wildernis aan het einde van de tuin, zoals we meestal doen met snoeisel. Verhakselen lukte ook niet, de takjes waren nog te soepel en het zou een eeuwigheid geduurd hebben. Als je volledige achtertuin herschapen is in een slagveld van takken dan wil je dat gewoon zo snel mogelijk weg.

Mulchen met takken

Nu onder die hoge (ex)knotwilgen groeit er weinig gras.  In het voorjaar vind je er nog speenkruid, sleutelbloemen, narcissen en fluitekruid, maar tegen dat de zomer uit de startblokken is geschoten, gedijt vooral de brandnetel er uitstekend en bramen natuurlijk. Die eeuwige bramen, waardoor het bijna onmogelijk is om er te maaien. Ik herinnerde me een  log waar ze er in slagen om van een hoop takken groentebedden te maken, dus besloot ik  tak en blad in een dikke laag onder de knotwilgen te leggen en wat aan te stampen.  Op zijn minst zou ik daarmee de brandnetel al wat in kunnen tomen. Of het idee zou lukken en wat ik er later mee zou aanvangen zouden we nog wel zien. Ook de bramen verdwenen op die manier uit het zicht, niet dat ik verwachtte er op die manier van verlost te zijn. Hoe pril en theoretisch mijn tuinkennis ook mag zijn, dat het krengen zijn die je enkel weg krijgt door ook de wortels uit te graven en dat er meestal veel wortels zijn, gezien ze de grond maar moeten raken om wortel te schieten, dat was me al duidelijk geworden.  De man vond  mijn “takken border” maar niets, maar liet me begaan.  De zomer verstreek en aan de takken dacht ik niet echt meer, behalve wanneer de man er bij het maaien langs moest en ik hem iedere keer  binnensmonds  hoorde brommen op mijn bizarre permacultuur experimenten.

Bramenalarm

Nu het zonlicht ons  opnieuw naar buiten roept en de leegte van de winter ons alle hoekjes van de tuin laat herontdekken, vallen die bramen weer extra op.   Hun roodgroen overblijvende blad steekt af tegen de bruine takken van viburnum en haagbeuk en stilletjes aan proberen ze ook het gazon, de bessenstruiken en de compostbakken voor zich  te winnen.  Om te voorkomen dat ik straks bij de jaarlijkse wintersnoei,  het snoeisel vermeng met stukken braam en ongewild de verspreiding van die geniepige monstertjes een handje help,  startte ik de snoeiwerken dit jaar dan maar met een apart rondje “ontbramen”,  liefst met wortel en al, waar mogelijk.  Sepp Holzer, een bekende Oostenrijkse permacultuur boer, beweert dat enkel varkens  in staat zijn bramen uit te roeien, doordat ze de wortels  opgraven en opeten. Varkens op onze jardin loslaten ? Niet echt wat ik in gedachten heb,  dan maar zien hoe goed ik zelf het varken kan uithangen.

Valt dat tegen !  Al na een uurtje vechten met meterslange takken, die in mijn haren en kleren blijven haken of zich ongemerkt rond mijn voeten winden en me doen struikelen, in mijn gezicht zwiepen en met hun venijnige kleine doorntjes toch nog mijn handschoenen en jeans weten te perforeren, heb ik veel zin om er de brui aan te geven. Vooral dat wortels graven is er te veel aan.  Probeer je ze uit te trekken, dan breken de takken gegarandeerd af net boven de wortel, waardoor je ze amper nog kan lokaliseren terwijl je weet dat die nieuwe scheuten al klaar zitten om met dubbele kracht terug te komen. Ofwel blijf je uitlopers volgen en voor je het weet, zit je klem tussen de takken van die enorme gele kornoelje of in een yogaknoop rond het krentenboompje. Ik word er zowaar moedeloos van en besluit een rondje te gaan wandelen  in de hoop dat vers groen of pas ontloken bloemen me de energie zullen geven verder te gaan. Helaas , overal waar ik kijk, zie ik alleen maar oude verwilderde struiken, massa’s nog te doen snoeiwerk en nog meer bramen.

Dipje

Hoe krijg ik deze tuin ooit nog terug in een staat het bijvoegelijk naamwoord “fabuleux” waardig? Hoe ga ik ooit plaats kunnen maken voor al die fruitsoorten, kruiden en bloemen waarvan het zaad ligt te wachten in gelabelde zakjes of op mijn verlanglijstje staan?  Ik sus me met de gedachte dat over een aantal maanden al dat zogenaamde werk weer mooi verstopt zal zitten onder uitbundig blad. Ik moet geduld hebben. Als ik iedere dag een uurtje besteed aan het vrijmaken van een klein stukje,  zal ik er na verloop van tijd ook wel komen. Ik leg mezelf op om nog minstens een uurtje  verder te “ontbramen”, alles wat weg is, is weg en ik begin er terug aan bij de tot nu toe vergeten “takkenborder”.  Zoals verwacht hebben de bramen zich ook hier een weg weten te banen in de wirwar van takken. Ik zucht, houdt dit dan echt niet op.  Ik  pak een aantal bramentakken stevig vast en na één ruk, zonder het goed te beseffen wat er gebeurt, staar ik naar een bramenwortel . Nee , echt ! Ik  volg de tak naar een volgende wortel en lap, opnieuw haal ik de wortel boven zonder enige moeite. Ha, ha, niks varkens  ! Eat that, Sepp Holzer !  Als ik wat takken aan de kant duw, zie ik mooie rulle aarde, losgewerkt door al het bodemleven, je  kan er meteen  in  planten als je wil.  Mijn oog valt op de narcissen die er blijkbaar niet van weerhouden  werden de weg naar het licht te vinden door de takkenhoop heen. Brandnetels zijn er nog wel, maar een pak minder dan vorige jaren en wat ik aan brandnetel zie, kan ik met hetzelfde gemak als de  bramen met wortel en al uittrekken.

P1010651

Opeens is alles weer mogelijk.  Snoeien, neerleggen waar nodig , een jaartje  de natuur zijn werk laten doen en  dan planten.  Geen luidruchtige bosmaaiers,  geen wegslepen van snoeisel, (behalve de bramen dan) geen gespit, geen aanslepen van karton, compost of hooi als mulch en geen uren aan de hakselaar. De perfecte gesloten kringloop met een minimum aan energie input. Je moet alleen in staat zijn geduld op te brengen en je er niet aan ergeren dat de toekomstige perken er een tijdje uitzien als alleen maar een  hoop takken.

De ultieme oplossing ?

Mirakeloplossingen  bestaan niet, net zoals het een fabeltje is dat met permacultuur het fruit je in je mond zal vallen terwijl je in je  hangmat ligt tot de natuur het werk voor jou doet.   Een bramenbosje van een halve meter hoog zal je niet weg krijgen door er een hoopje takken op te kieperen, net zo min zal je er na 4 weken pompoenen op kunnen kweken.  Toen ik de eerste keer de hierboven vermelde blog las, begreep ik ook niet helemaal hoe dat kon,  op een hoop takken groenten telen, tussen mulch van verhakseld hout tot daar aan toe, maar volledige takken ? Ik hield  echter geen rekening met de factor tijd.  Als je een jaartje  kunt wachten of misschien wel langer en de vlijtige micro-organismes en schimmels de tijd gunt om hun werk te laten doen, dan denk ik dat deze luie methode op veel plaatsen goeie resultaten kan opleveren, zonder gebroken ruggen of door benzine aangedreven motoren.   Het hangt ook een beetje af van wat je precies verwacht van de plek waar je deze methode  toepast.  Zelf streef ik naar een voedselbos als tuin, ietwat wild met veel vaste eetbare planten, bessenstruiken en fruitbomen. Hoofdzakelijk houtige planten dus, die de voorkeur geven aan bodems waar vooral schimmels de bovenhand halen en juist schimmels beschouwen zo’n takkenhoop als een gigantisch eetfestijn.  Uit budgettaire overwegingen probeer ik de meeste van mijn planten te kweken vanuit zaad, ik heb dus nog tijd zat voor ik ze een definitief plaatsje moet geven.  Een moestuin  vol met eenjarige groenten gedijt beter op een bodem waar de bodembacteriën het grootste deel van de afbraakwerken op zich nemen en  de meesten onder ons zullen  het eens zijn dat je in zo’n geval beter kiest voor compost.  Worteltjes zaaien tussen half verteerde takken lijkt me niet echt een goede oplossing.   Het zou me trouwens niet verwonderen dat ook de huidige staat van de bodem invloed heeft op het al dan niet slagen van deze methode. De bodem onder mijn wilgen krijgt  jaar op jaar een gulle gift van afgevallen blad en tak, de juiste bodemorganismes zijn  dus al aanwezig,  ik heb ze alleen het voedsel van pakweg 8 seizoenen in één keer gegeven .  Ik heb er geen idee van wat deze methode doet op een uitgeput maïsveld of een aangevoerde bodem in een nieuwbouwwijk.  Maar laat deze bedenking u vooral niet tegen houden om het uit te proberen, ik heb het ook eerst moeten zien om het te geloven.

Advertenties