Sluimerstand

Een winterdip, writersblock,   noem het hoe je wil, maar de afgelopen maanden leken mijn hersenspinsels te zwart en te somber om aan deze blog toe te vertrouwen. Zeg nou zelf : de sociale en andere media bezorgden ons een overdosis aan, al dan niet gelogen, uitermate angstaanjagend  en betreurenswaardig nieuws. Iconen sneuvelden bij bosjes. Tijdens de  feestdagen, sowieso  al niet mijn ding,  vond  het letseltje in het hoofd van jongste zoon het nodig,  ons met een epilepsieaanval er aan te herinneren dat het er nog steeds zat. Klaarblijkelijk toevallig (hoewel toeval niet  bestaat) vernamen we,  net  op de drempel van het nieuwe jaar, de dood van een oude vriend, een ambachtsman van het leven.

DSC_0020.JPG

Plichtsgetrouw werkte ik de nieuwjaarswensen af, maar hoe hard ik ook mijn best deed om er mijn hart in te leggen, ik slaagde er niet in de leegte van het verplichte nummertje te camoufleren, zelfs al scheen met momenten de zon.

In dit soort  sluimerstand stapte ik eergisteren op het boemeltreintje die ons verbindt met de rest van de wereld. Ik vergat een ticket te nemen. De conducteur zag het door de vingers,  bij mijn overstap moest ik maar een ticket kopen.  Nog voor we het station binnenreden daagde het mij dat ik mijn portefeuille met cash en bankkaart op de vensterbank had laten liggen. De kans dat diezelfde conducteur mij op de terugweg opnieuw, om met het met zijn woorden te zeggen, “une fleur” zou geven was gering en verder reizen kon ik ook al niet.   Er zat niets anders op dan onverrichter zake, de kleine 10 kilometer naar huis, te voet af te leggen.

4,5  jaar geleden, toen we nog op zoek waren naar een tuin met huis,  legden mijn man en ik deze tocht voor de eerste keer ook te voet af. Het bleek een aangename wandeling te zijn,  langs kronkelige landwegen, die ons op één of andere manier terug naar een tijd van  eenvoud bracht. Het eindpunt van toen werd het begin van de realisatie van een droom.

Naarmate mijn onvoorziene tocht vorderde,  werd ik wakker uit mijn sluimerstand. Ik zag dat de littekens die de mens in het landschap had gemaakt toch weer overgenomen werd door de natuur. Het hallucinante  beeld van een desolate stoffige oude blauwsteengroeve  bijvoorbeeld,  wordt in realiteit opgevrolijkt door een actieve en luid kwetterende bende pimpelmeesjes.

IMG_20170112_103104.jpg

Ik vervolgde mijn tocht al zingend “t is nog al nie noar de wuppe” , met iedere stap meer vastberaden om  voort te doen, zoals  pioniersplanten die een terril van steengruis terug vruchtbaar maken, traag maar zeker.

IMG_20170112_104358.jpg

En weet u, er bloeit bijna altijd wel ergens een bloem.

DSC_0096.JPG

En al komt er een sneeuwstorm langs en vallen er slachtoffers, de zon schijnt bijna alle dagen.

DSC_0012 (1).JPG

2017, ongeacht wat je voor ons in petto hebt, we zijn er klaar voor en bouwen, gesteund door de liefde,  verder aan onze droom.

Sh*t

“Hippie ” Mijn beide zonen scheppen er ontzettend veel plezier in om me te pas en te onpas zo te noemen.  Niet dat het er hier zweverig aan toe gaat of dat ik getooid in kleurige katoenen slobberkleren, volgehangen met kraaltjes en geurend naar wierook of patjoeli door het  leven ga, integendeel. Nee, ze maken zich vooral vrolijk over mijn  experimenten in tuin, keuken , badkamer en wasplaats om  zo zelfvoorzienend en ecologisch mogelijk door het leven te gaan. Meestal gaan ze ook wel mee in het verhaal en komen ze zelf al eens met een voorstel op de proppen, behalve die keer dat ik over een composttoilet begon. ieew ! De afkeer bleek zo groot, dat er ogenblikkelijk beslist werd te stemmen -dat komt er van als je je kinderen naar democratisch onderwijs stuurt- en ik met  3 tegen 1  het idee onmiddellijk mocht opbergen.   Keiharde argumenten op tafel gooien mocht niet baten. Beslist is beslist, ik mocht er mijn mond niet meer over open doen.

Uit noodzaak

Tot jongste zoon kort na onze verhuis naar de jardin last kreeg van diarree. Hij had al altijd gevoelige darmen gehad, maar dit was anders. Chronisch, explosief en pijnlijk, dag en nacht, de “ongelukjes” waren niet meer te tellen.  De diagnose, colitis ulcerosa,  betekende niet meteen een oplossing, maar luidde een nog steeds aanslepende zoektocht  naar  de juiste medicatie in.

Ons nieuw optrekje telde maar één (ijskoud) toilet zo’n  dikke 20 meter verwijderd van de slaapkamer van de jongste zoon, vooral ’s nachts mondde dit uit in kleine drama’s. Schuldgevoel omdat hij het weer net niet had gehaald, chronisch slaapgebrek omdat hij mij niet wou wakker maken en alle sporen zelf trachtte te wissen, door en door koud en afzien van de pijn. Een moederhart breekt voor minder.

Ik vond een rechthoekige 30 liter emmer met deksel. Een afgedankte wc bril bleek  er precies op  te passen. Als afdekmateriaal  verzamelde  ik droge bladeren uit de tuin, en plaatste de emmer in het overloopje naast zoons kamer. Onze nachten verliepen terug wat rustiger. Het zag er niet uit, was veel te laag, maar ik duldde geen commentaar, dit was een gedeeltelijke, maar snelle oplossing voor een ernstig probleem.

Bij de aanvang van de eerste fase van onze verbouwingswerken verhuisde zoons slaapkamer naar de kamer met enige toegang tot het spoeltoilet. Aanvankelijk kon het geïmproviseerde composttoilet opgeborgen worden, maar een tweede toilet bleek toch onontbeerlijk. Jongste zoon had zijn slaap broodnodig, we stoorden hem liever niet.  De tweede fase van de verbouwingswerken , waarbij de badkamer zou worden afgewerkt zou nog enige tijd op zich laten wachten, dus het composttoilet maakte opnieuw zijn entree

Doe het zelf

Die lage emmer, die waarschijnlijk ons gewicht niet lang zou kunnen dragen werd inderhaast vervangen door een oude stoel, ontdaan van simili lederen kussen, met een ovaal gat in de zitting op maat van de wc-bril. Een hoog plastiek curver vuilbakje paste er precies onder . ‘T was maar tijdelijk, dus veel aandacht besteedden we er niet meer aan. Snel bleek dit model toch voor verbetering vatbaar, er durfde al eens wat plas tussen emmer en zitting terecht te komen en het vuilbakje zonder hengsel  was nogal zwaar in gevulde toestand. De soms klotsende tocht naar de composthoop was daardoor niet zo’n prettige onderneming. Na verloop van tijd begon er zich een bruinig laagje te vormen in de plastiek emmer die je er niet met even spoelen uit kreeg en waardoor ook geurtjes bleven  hangen.

 

Ondanks deze minpuntjes was het composttoilet niet langer een controversieel onderwerp in ons gezin.  Toen aan het einde van de tweede verbouwingsfase bleek  dat  we een inschattingsfout hadden gemaakt  en het  tot wastafelmeubel omgetoverde dressoir  iets  te groot was om een comfortabele plaatsing van een toilet toe te laten , was de oplossing voor de hand liggend: retour composttoilet, want geen  waterafvoer nodig. In afwachting van een esthetisch verantwoord model, besloot ik om de oude stoel te pimpen. Een aantal plankjes op maat zagen om de emmer aan het zicht te onttrekken, een restje zwarte verf, twee rvs emmers (eentje als reserve)  en een passend deksel, meer was er niet nodig. Alleen voor het  “plas tussen emmer en zitting” probleem had ik niet meteen een oplossing. Nadat de man mij had zien sukkelen om een soort kraag in plastic tussen bril en emmer  te bevestigingen, kwam hij op het lumineuze idee om de emmer niet onder de zitting te plaatsen maar er in.  Het resultaat voldoet, wat ons betreft,  nog steeds  zowel esthetisch als op het vlak van gebruiksgemak.

Hoe werkt dat nu ?

In de handel zijn er allerlei modellen beschikbaar, waarbij urine gescheiden wordt, ventilatie is  voorzien,  het hoopje moet worden afgedekt met speciale doekjes, soit met alle mogelijke technische snufjes om zo dicht mogelijk  het “spoel het probleem weg” toilet te benaderen. Deze modellen zijn duur in aankoop, volumineus en meestal technisch ook niet zo eenvoudig te installeren.

Terwijl het principe o zo simpel is : een absorberende laag koolstofrijk organisch materiaal wordt in een emmer aangebracht, na de grote of kleine boodschap voeg je een laagje van hetzelfde organisch materiaal toe en dit totdat de emmer bijna vol is. De inhoud wordt vervolgens naar de composthoop gebracht, waar het bedekt wordt met een laagje hooi of ander beschikbaar materiaal. Vanaf dan doen micro-organismes en schimmels hun werk en na een jaar heb je goede compost, vrij van pathogenen, waarin zelfs residuen van medicatie niet meer in  terug te vinden zijn.

Nee, het stinkt niet, zolang je het na ieder gebruik voldoende afdekt en regelmatig de emmer leegt. Eerlijkheidshalve moet ik er bij vermelden dat dit wel kan verschillen al naargelang de hoeveelheid en het soort afdekmateriaal.  Het afdekmateriaal moet koolstofrijk zijn, het bruine materiaal van je composthoop zeg maar, pis en kak zijn in tegenstelling tot wat de kleur laat vermoeden stikstofrijk  en vertegenwoordigen dus het groen materiaal van je composthoop. Het meest voor de hand liggende materiaal zijn houtkrullen of zaagsel, maar tenzij je er geld wil aan uitgeven of een houtbewerker in de familie hebt, vergt het soms al wat zoekwerk om er aan te komen. Hier hebben we alle mogelijke materialen uitgeprobeerd : papier en karton snippers, verhakseld hout,  gevallen blad, hooi,  kortom alles wat we op een bepaald moment ter beschikking hadden. Houtkrullen of zaagsel dragen mijn voorkeur weg vanwege de goede absorptie, maar ze werken enkel optimaal wanneer ze een beetje vochtig zijn. Buiten bewaren volstaat om de juist vochtigheidsgraad te bekomen.  Vers bladafval en verhakseld hout absorberen niet zo goed, tenzij ze al een tijdje hebben liggen composteren. Hooi is mijn minst favoriete afdekmateriaal,  te lange vezels die weinig tot niets absorberen. Papier en karton snippers vallen vooral tegen qua geurabsorptie maar na het afdekken even besproeien met een plantenspuit kan helpen. Ook het composteringsproces van papier en karton duurt wat langer, ik vermoed  omdat het materiaal  aanvankelijk te steriel is.

Voor diegenen die lekkere geurtjes en luxe belangrijk vinden kan ik  een kommetje verse rozenblaadjes aanraden om ieder laagje mee af te werken.

Akkoord, er zijn plezantere klusjes dan het legen van het composttoilet en om één of ander mysterieuze reden ben ik de enige in huis die merkt dat de emmer vol is, maar het kost me amper 5 minuten. Daarbovenop put ik als gepassioneerd tuinierster,  meer voldoening uit het aanvullen van de composthoop,  dan het schrobben  van de porseleinen pot om ze te ontdoen van  aangekoekte remsporen en kalkaanslag. Ook het feit dat een mens daarbij soms moet grijpen naar  toxische substanties, misleidend verpakt als kleurige wc-eenden, kan ik niet in overeenstemming brengen met mijn groene principes. Het proper houden van een rvs emmer is trouwens een koud kunstje, na het ledigen volstaat het om de emmer uit te spoelen en er desnoods er even door te gaan met een wc-borstel.  Een emmer in rvs is geen noodzaak, maar zoals ik al schreef,  zijn plastic emmers na verloop van tijd minder goed schoon te houden en moet je ze toch  een 24u  buiten in de “week” laten staan wil je gebruik kunnen maken van een geurloos exemplaar.  De verleiding zal bestaan om een emmer van 20 tot 30l te scoren, kwestie van ze minder dikwijls te moeten ledigen,  maar de ervaring heeft mij geleerd dat het makkelijker is een keer vaker met een emmer van 15l op en af naar de composthoop te lopen dan met een zwaar exemplaar van 30l.

Ja,  ik gebruik de compost ook in de moestuin. Er zijn mensen die absoluut op veilig willen spelen en het eindresultaat enkel bij fruit- en sierbomen gebruiken. Dat kan, maar ik zie  eerlijk  gezegd het verschil niet met het gebruik van koeien, paarden of kippenmest in de moestuin. Dat zijn herbivoren, zegt u,  ja maar weet u wat de boer of de paardenliefhebber allemaal aan zijn beesten voedert? Van kippen is het geweten dat ze geen enkel bron van eiwitten links laten liggen dus waar zit het verschil ?  Ik weet daarentegen zeer goed  wat mijn gezin allemaal  naar binnen werkt.  Ook hier geldt voor mij eenzelfde redenering : waarom moeite of kosten doen om aan dierenmest te geraken voor een florerende moestuin, als je het eenvoudigweg zelf kunt produceren, met een minimale milieu impact nog wel.

Argumenten

De argumenten voor de keuze van het composttoilet zijn voor mij evident.  Als u bedenkt dat 10% van de wereldbevolking nog steeds geen toegang heeft tot zuiver water,  terwijl  wij  het doodnormaal vinden om  bij iedere toiletpassage zo’n  10l zuiver en drinkbaar water het riool injagen … ik moet daar toch even van slikken.

Wij mogen dan wel gratis regenwater en spaarknoppen gebruiken, maar daarmee is de kous niet af, want  wanneer we doorspoelen lijkt het wel alsof we verlost zijn van ons “sanitaire” afval, maar het duikt  hoe dan ook weer op aan het einde van het riool waardoor er  weer een pak energie en geld nodig is om de kwaliteit van dat water opnieuw acceptabel  genoeg te krijgen om het terug te kunnen lozen.  De toegepaste zuiveringsmethodes zijn niet 100%. Om maar een voorbeeld te noemen :  het is bewezen dat de oestrogenen afkomstig van de pil in onze waterlopen invloed  hebben op de  geslachtsvorming van in het wild levende vissen. Probeert u zich eens voor te stellen wat er allemaal in dat water terecht komt  en welke impact dat zou kunnen hebben, ik kan niet dat alvast niet, maar ik vrees dat het gezegde “wat niet weet , niet deert” hier niet op gaat.

Zelfs al beschik je over een individueel zuiveringssysteem , al dan niet met planten, het “harde” materiaal moet  nog steeds, voor er zuivering  plaats kan vinden,  opgevangen worden en nadat het een jaar of 3 onder anaerobe omstandigheden(door het water) toxisch heeft liggen wezen, moet het hoe dan ook weggehaald worden. Weet u wat er mee gebeurt nadat de mestboer is langs geweest ? Als het goed is, loost  deze het op zijn beurt in een openbaar rioolzuiveringsinstallatie,  het probleem blijft m.a.w. hetzelfde. Uiteindelijk komt alles terug terecht in onze oppervlaktewateren en dus ten lange leste ook in ons leidingwater, sorry , maar dat vind ik pas een vies idee.

Er kan nog wel even worden doorgegaan met het aanleveren van argumenten voor het gebruik van composttoiletten en ik bevind me in de luxepositie dat ik eventuele tegenargumenten hier niet hoef te beantwoorden, maar laat ze gerust op me los in de commentaren, ik zal mijn best doen. Stel dat  ik u toch getriggerd heb met dit stukje  en u meer wilt weten, wel er is de klassieker “The humanure handbook” van Joseph Jenkins  (zelfs gratis down te loaden) of u kunt eens een workshop bijwonen van deze mensen, wiens creaties zelfs al in het MAS te bewonderen zijn.

 

Zadenruil(3)

De deelnemers aan de zadenruil hebben de volgende omschrijvingen nog van me te goed.

 Heemst – Althaea officinalis

We blijven met Heemst nog even in de kaasjeskruid familie. Qua bloem de mooiste van de drie en met fluweelzachte blaadjes. In het Engels heet ze marshmallow en dat verklapt meteen waarvoor de wortel werd gebruikt : de oerversie van de nonnebillen (spekjes voor de nederlanders)  Baby’s kregen de wortel ook wel om op te sabbelen bij het tanden krijgen en gemalen werden er hoesttabletten van gemaakt. Een paar dagen geleden heb ik trouwens vastgesteld dat je gemakkelijk wortels kunt oogsten zonder dat je de hele plant moet gaan uittrekken, gewoon wat aan de basis graven en je haalt er gemakkelijk enkele uit de grond, nu nog zoeken naar een recept voor marshmallows.  Onderstaand exemplaar werd  helaas een beetje belaagd door haagwinde. Ook nog even meegeven dat ze graag vochtig staan.

Grote teunisbloem – Oenothera glazioviana

Ik laat het beeld voor zichzelf spreken. We kennen ze van de teunisbloemolie , maar in vroeger tijden werd ook de wortels wel eens op tafel gezet.  Zelf heb ik hem vorige herfst voorgezaaid in de serre en met succes, blijkbaar heeft hij een beetje kou nodig om te ontkiemen.

Look zonder look – Alliaria petiolata

Bij deze moet u het stellen zonder fotootje, maar google het toch even , want ik heb moeten wachten tot de bloei voor ik doorhad wat het was.  Het blad ruikt en smaakt naar look en kun je dan ook gebruiken om een looksmaakje aan de sla te geven , maar niet verwarmen want dan is die smaak foetsie. Ook deze zaaide ik al in de herfst voor in de serre om de simpele reden dat ik er van uitga dat je bij vaste planten ze het best kunt zaaien als het zaad rijp is. Je kan dat natuurlijk ook ter plaatse doen, maar op die manier ben je tenminste zeker dat wat er opkomt wel degelijk is wat je hebt gezaaid (als je het labelt tenminste)

Damastbloem – Hesperis matronalis

Zoals de naam zegt een serieuze matronne deze dame en ik val in herhaling : het blad is pittig maar eetbaar. Ik schreef er hier al eens over.

 Kruipend zennegroen – Ajuga reptans

Jammer ook hiervan kan ik geen foto tonen, Kijkt u even in de commentaren waar Menck een prachtfoto plaatste . Het is een goede bodembedekker die in de jardin  al heel vroeg in het seizoen hard zijn best doet. Het blad durft na de bloei wel last krijgen van meeldauw, als dat je stoort dan knip je het gewoon weg,  het is dan wel handig dat er ook nog andere planten in de buurt staan die wat later in het seizoen op hun hoogtepunt zijn.

Welsh Onion – Stengelui – Allium fistulosum

Altijd handig zo’n vaste ui in de tuin  waarvan je het groen toch wel heel lang kunt gebruiken, het komt vroeger boven dan plantuitjes en blijft langer doorgaan. Het eerste jaar  zullen ze er nog wat iel bij staan maar vanaf het tweede jaar vraag je je af welke idioot het in zijn hoofd kreeg om stengelui als eenjarige te behandelen. Ook goed voor de vliegende beestjes, ze zijn er dol op als ze bloeien.

Chinese Bieslook  – Allium tuberosum

Super enthousiast ben ik van deze aanwinst, behalve dan de naam, want het ziet er niet uit als bieslook en heeft meer een looksmaak in plaats van de meer uiege bieslooksmaak.  Ik kook zo goed als dagelijks met look, maar zo tegen maart-april begint de lookvoorraad hier op te geraken.  Vanaf februari kan ik  voor de smaak op daslook rekenen, maar niet lang genoeg om het te halen tot de nieuwe lookoogst en daarom was de chinese bieslook voor mij een geschenk uit de hemel, ook al omdat het dit jaar wat magertjes was met de look  Zelfs wanneer ze bloeien kan je nog steeds blad oogsten. Dit najaar bleken ze ook nog eens een vlindermagneet te zijn, alleen al daarvoor is het een aanrader. Ook deze heeft een beetje kou nodig om te ontkiemen  zo rond de 5°C .

Beemdkroon – Knautia arvensis

Als laatste toch nog  eentje die je niet in de soep kunt draaien, maar  dat goed maakt doordat het een langbloeiende insectenlokker is.

 Staat in hetzelfde perk als de heemst, want het blad op de foto  is haagwinde en niet het blad van de knautia. Ook deze schoonheid heeft  wat kou nodig voor ze gaat ontkiemen, dus naar buiten er mee.

Tip

Ik ben dol op het verzamelen van zaad, toch kan het wel eens voorvallen dat het niet helemaal duidelijk is hoe het zaad van een bepaalde plant er nu eigenlijk  uit ziet. Ook  zitten ze niet in een zakje waarop netjes vermeld staat wanneer je het moet zaaien en of het al dan niet lichtkiemers zijn of zo van die details.  Ik ga altijd te rade bij de volgende twee engelstalige sites, maar je moet wel de latijnse naam kennen.

Foto’s van zaadjes en kiemplantjes  van wel 800 soorten  http://theseedsite.co.uk/

Duur en temperatuur voor ontkiemen van zaad : http://tomclothier.hort.net/

Zadenruil (2)

Het zadenlijstje  met mijn aanbod voor de zadenruil van Natuurlijk Rijk is nog niet afgewerkt. In mijn aanbod zitten nog 2 eenjarigen,  usual suspects eigenlijk, want van beide kun je makkelijk het zaad oogsten, logisch, ze moeten alles geven in één seizoen.

Juffertje in ’t groen – Nigella damascena

Prachtig  teer en fijn bloempje, waar ik weinig aandacht aan besteed, in die zin dat ik ieder jaar weer een pakje zaad vind, dat ergens uitstrooi en compleet vergeet. Op een dag valt mijn  oog plots op de fragiele bloei of pluk ik een beetje achteloos de kunstige zaaddozen waardoor deze frêle juffer het volgend seizoen weer opduikt. Bizar, dat ik er geen foto van vind. Ik zag “Nigella”  staan bij de ingrediënten van een Mexicaanse kruidenmix  en ja hoor, de bloemen en zaden kunnen mee naar de keuken. Lees  hier  maar.

Shungiku-gekroonde ganzenbloem- Glebionis coronaria

dsc_0112

Deze uitbundige bloeier nog maar een keer gezaaid, ook met gekregen zaad.  Dat deed ik door voorzichtig voor te zaaien, maar achteraf bekeken was dat niet nodig geweest, ze zouden het zo ook wel gehaald hebben. Vergis je niet het wordt een serieuze plant. De exotische naam komt door het feit dat het in Azië een populaire groente is. De eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik er niet uitbundig ben mee gaan kokkerellen, wel nu en dan eens van de blaadjes gesnoept en dat viel niet tegen. Ook hier geldt de regel  het jonge blad oogsten voor de bloei  als je het in de pot wil draaien. Daar is was ik dus te laat voor en bedenk ik me nu dat ik er volgende lente een ruim bed van zal zaaien , is het niet lekker, het zal mooi zijn.

Muskuskaasjeskruid – Malva moschata

Wild , maar mooi. Bloem, blad en (vers) zaad kunnen in de sla en als je je er helemaal in verdiept maak je er misschien verf mee of vind je een manier om de vezels te gebruiken.

DSC_0133.JPG

 Groot Kaasjeskruid – Malva sylvestris

Zelfde verhaal als muskuskaasjeskruid, behalve dan dat alles er aan iets groter is  waardoor hij meer  uitnodigt tot oogsten, vooral als het overige vers groen zowat is verdwenen. Zaait zich gul uit, maar naarmate kaasjeskruid vaker zijn weg naar mijn keuken vindt, vind ik dat een goede zaak.

DSC_0041.JPG

Niet meteen een mooie foto, maar ik lees het als een menusuggestie van de natuur : Bloedzuring met kaasjeskruidbad  en aardappel , spontaan opgekomen na aardappeloogst.

Wordt vervolg

 

Zadenruil (1)

IMG_0922.jpg

Vorig jaar schreef ik al eens over deze aandoening waaraan menig gepassioneerd tuinier  lijdt.  Dit jaar lijk ik het dwangmatig verzamelen van zaden  aardig  onder controle te hebben, maar toch niet  helemaal … dus besloot ik mee te doen met de zadenruil van Natuurlijk Rijk. Hoe het in zijn werk gaat lees je hier .

Mijn zadenverzameling is nog steeds groter dan het aanbod voor de zadenruil doet vermoeden, maar ik wou kwaliteit bieden en heb daarom enkel die zaden gekozen waarvan ik  zeker weet dat ze vers en kiemkrachtig  zijn en bijgevolg een goede kans op slagen bieden. Ik heb ze namelijk  allemaal zelf al eens met gemak  gezaaid en groot gekregen.

Boomspinazie -chenopodium giganteum

We eten hier graag  en veel spinazie,  maar mijn ervaring met spinazie is dat je nooit helemaal zeker bent van wat het zal worden , dit jaar besloot de spinazie meteen te schieten in plaats van blad aan te maken en herzaaien was geen optie , wegens geen plaats.  Was ik maar wat blij dat ik boomspinazie  had voorgezaaid. Eenmaal je ze in de tuin hebt gehad, hoeft dat voorzaaien niet meer, boomspinazie  zaait zichzelf zelf uit, maar omdat de zaailingen praktisch niet te onderscheiden van gewone tuinmelde, had ik dat toch maar ergens in april gedaan. Kiemen gaat snel, maar groeien lijkt aanvankelijk traag tot ze in juni pas echt goed uit de startblokken schieten. Vier planten heb ik laten staan en heb er tot ver in oktober van kunnen oogsten. Gewoon die blaadjes plukken die je het er lekkerst uit vind zien en in alle gerechten draaien  waarvan je vindt dat wat extra groen welkom is, rauw of meegekookt het speelt geen rol. Komt er nog eens bij dat het een prachtige meer dan 2m hoge plant wordt. Door telkens de onderste bladeren te oogsten  krijg je inderdaad een soort boom en heb je eronder nog plaats genoeg om bijvoorbeeld sla te zaaien.  Eigenlijk een ideale blikvanger voor de kleine moestuin. DSC_0047.JPG

 

Maanzaadpapaver – Papaver somniferum

Je kent de zaadjes wel van op de pistolets en de bloemen en zaaddozen vind ik buitengewoon mooi. Eentje die je met succes ter plaatse kan zaaien  ergens in maart of april en verder geen omkijken naar hebt , behalve dan om van de schoonheid te genieten.

DSC_0010.JPG

DSC_0362.JPG

Blaassilene-Silene Inflata

Nog zo’n schoon bloemetje waarvan de jonge scheuten nog altijd worden gegeten in Italië en naar het schijnt hier vroeger ook. Als je ze eet kun je natuurlijk niet genieten van de bloei en heb je er wel heel veel van nodig.  Hier vind je wat meer informatie … en o ja, ze staan bij de eenjarige, maar daar zou ik me wel eens in kunnen vergissen.

DSC_0116

Tot zover deel 1 van de zadenruil pagina’s, hou de blog in de gaten de komende dagen als je ook de rest van het aanbod wil leren kennen.

Overvloed en appelsap

Alles wees er op dat het er zat aan te komen, de kleur van het licht, de frisser wordende avonden, die eerste doffe plofgeluiden.  En toch verrast het me iedere herfst opnieuw : ’t is solden in de tuin.

3  Appelbomen, geplant in een tijd waarin zelfvoorzienend zijn een evidentie  was en waarvan wij  nog steeds de vruchten plukken. Ik bedoel eigenlijk : de vruchten rapen.   We kunnen niet meer bij de hoogste,  met blozende appels volgeladen takken. Het ladderdansen (lees: de ladder voortdurend verplaatsen op aanwijzingen van de partner om precies bij dat ene fantastische exemplaar te kunnen komen) gaat na een tijd vervelen,  dus wachten we gewoon tot ze vanzelf naar beneden komen. Terwijl ik zo appels  opraap, priemen rode vlekjes langs mijn ooghoeken mijn gezichtsveld binnen, herfstframbozen ook al in grote hoeveelheden.  Als ik even met mijn voet een brandnetel op afstand probeer te houden, verschijnt het frisse natte geaderde bruin van een walnoot. De volgende golf van overvloed kondigt zich bij deze ook weer aan en een gevoel van onmetelijk rijkdom overmeesterd me. Ik las ooit ergens dat de reden waarom mensen zo graag shoppen, stamt uit de tijd dat we jager-verzamelaars waren, shoppen als surrogaat voor het bevredigende gevoel van het verzamelen van je eigen voedsel. Volgens mij klopt dat ook, het is een eeuwigheid geleden dat ik ben gaan shoppen, behalve dan in eigen tuin.

DSC_0112 (1).JPG

Na een aantal weken val je bij het naar buiten gaan bijna letterlijk over de appels. Alle wasmanden, kratten  en emmers die ik in huis heb zijn tot boven de rand gevuld met appels . Genietend van de nazomerzon, maak ik me de bedenking dat de natuur toch wel een overweldigende overvloed creëert. Een overvloed die voor de meesten onder ons onzichtbaar en ontoegankelijk is geworden. We zitten weggestopt in kantoorgebouwen of fabrieken en als er al sprake is van groen , dan is het puur ornamenteel. We worden gedreven door een economisch denken waarvan de voornaamste regels gebaseerd zijn op schaarste. Om te ontsnappen aan die  schaarste is er immers geld nodig, om in de supermarkt appels te kunnen kopen  bijvoorbeeld, of de elektriciteits- water- en gas rekening te betalen. Ik heb het geluk gehad en de kans gegrepen om aan die ratrace te ontsnappen,  appels raap ik op,  het water komt uit de hemel  vallen,  de zon doet de elektriciteitsmeter terug draaien en straks verwarmen we ons met hout uit de tuin of het bos hier enkele honderden meters verder. Als je het mij vraagt heeft de westerse mensheid zichzelf toch wel serieus bij zijn eigen pietje genomen,  toen ze die  natuurlijke overvloed de rug toekeerde om zichzelf gevangen te zetten in het  spel  van de imaginaire schaarste en de daarmee gepaard gaande eindeloze  gecreëerde behoeften.

DSC_0322.JPG

 

Soit, genoeg diepe gedachten, als ik die appels laat staan neemt de natuur ze terug.  Al drie jaar experimenteren we met allerlei technieken om die enorme hoeveelheid appels zo lang mogelijk te bewaren. Zo schaften we ons een fruitpers aan, om tot de conclusie te komen dat je die appels in een persbaar formaat moet zien te  krijgen. Twee dagen appels met de hand raspen, daar zie je het volgende jaar serieus tegen op, dus kwam er ook een appelmolentje, toch kon het appelmolentje niet voorkomen dat  er nog steeds een enorme hoeveelheid appels op de composthoop belandde. De nodige hulp kwam dit jaar via “Soignies en transition” het lokale transitienetwerk, onder de vorm van een appelsap workshop of beter “Atelier de jus de pomme”. De formule is simpel : wij voorzien in appels, pers en molen, ruimte en toch al een beetje know-how, de deelnemers brengen hun flessen mee en steken  de handen uit de mouwen. In ruil  krijgen ze enkele liters  vers appelsap en een gezellige namiddag .

DSC_0321.JPG

Een tiental mensen,   de meerderheid had ik nog nooit in mijn leven  gezien, vielen hier vorige zaterdag binnen.   Sommigen beladen met eigen oogst, anderen met een hele collectie flessen.  Een korte uitleg over de uit te voeren stappen: wassen, snijden, malen, persen, pasteuriseren en bottelen. Nog meegeven dat je met de overblijvende prut gemakkelijk je eigen appelazijn kan maken en iedereen toog aan het werk . De werkverdeling wees zichzelf uit, het enige wat ik nog moest doen was het houtgestookte kookfornuis op temperatuur brengen  voor het pasteuriseren van het sap en het steriliseren van de flessen en  nu en dan een extra snijplank , handdoek, of kom aandragen. Ondertussen werden ideeën voor een vlotter verloop uitgewisseld, afgewogen en uitgeprobeerd, gespeculeerd over hoe je nog meer appels  zou kunnen verwerken en diverse maal- en perstechnieken passeerden de revue.  Drie uur later stond er meer dan veertig liter heerlijk appelsap op de keukentafel . Iedereen vertrok tevreden, met in het achterhoofd plannen om dit volgend jaar  opnieuw te doen.  Ook dat noem ik  overvloed.

DSC_0324.JPG

DSC_0329.JPG

DSC_0330.JPG

DSC_0337.JPG

Over bomen, geesten en jongensdromen

Herfst.  Is het het warme licht, die vooral bij zonsondergang sprookjesachtige schaduwspelletjes met hun takken speelt of zijn het de veranderende kleuren van hun stilletjes aan afstervend bladerdek ?   Hoe dan  ook ,  opeens wordt mijn aandacht getrokken door de  bomen in de jardin en besef ik  weer dat  zij het  zijn die voor de fabelachtige sfeer  zorgen .

Er zijn onder andere Forest en Wood, twee zwarte populieren die als bakens boven de jardin uittorenen, terwijl je je afvraagt wat ze allemaal onderaan hun voet huisvesten.

DSC_0210.JPG

DSC_0320 (1).JPG

Of de iep(en) op de zuidgrens van de jardin, waarin ieder jaar weer kool- en pimpelmeesjes nestelen.  Twee stammen, vlak naast elkaar, geen idee of het om dezelfde boom gaat of om een moeder en haar kind. Bijzonder schijnen ze wel te zijn, ik hoop  dan ook dat ze mogen gespaard blijven van de iepenziekte.

DSC_0287.JPG

Vlakbij staat een grillige notelaar, scheefgegroeid en gehavend door de overheersende zuidwestenwind en vallende wilgenstammen, maar nog steeds overvloedig noten producerend.

DSC_0313 (1).JPG

Enkele stappen verder zie je de oude Belle Fleur  appelboom. In haar winterse outfit met kale knokige takken, uitgeholde en knoestige stam,  denk je dat ze ten dode is opgeschreven, maar in de lente transformeert ze tot een reusachtige barbapapa van roze bloesems en in de herfst zorgt ze  trouw voor kilo’s en  kilo’s appels.

DSC_0315 (1).JPG

In de oostelijke haag van de jardin is het een beuk die hoge ogen gooit.

DSC_0285.JPG

Aan de  noordkant staat de linde  centraal, als een  mooie en wijze voluptueuze vrouw van middelbare leeftijd.

DSC_0247.JPG

Ik weet het niet precies, maar ik vermoed dat deze prachtige bomen  zo’n 80 à  100 jaar geleden werden geplant, geschat op basis van hun stamomtrek (op borsthoogte  gemeten gedeeld door 2  of  4  voor de wilgen en populieren omdat die sneller groeien). Ook de knotwilgenrij waar ik het  hier al eerder over had zal tegen deze, voor ons respectabele leeftijd, aanlopen.  Wie “Het verborgen leven van bomen” heeft gelezen beseft dat sommigen onder hen  eigenlijk nog pubers zijn, maar toch  stralen ze een mysterieuze wijsheid uit  en gebeuren er soms van die dingen die de fantasie op hol doen slaan.

De wilgencirkel bijvoorbeeld. Het moet een kleine 20 jaar geleden zijn dat de zonen van de vorige eigenaar een tipi  bouwden van wilgentakken. Na een zomer speelplezier, werd de cirkel vergeten en tegen het voorjaar hadden de takken wortel geschoten, sindsdien  bleven ze doorgroeien en overschaduwden ze de noordgrens van de tuin. Mooi hoor, net goed voor een hangmat of als profielfoto voor de jardin in de digitale wereld, of om een boomhut in te bouwen of… maar eigenlijk, ergens in ons achterhoofd, wisten we dat de wilgencirkel in de weg stond voor  andere ideeën.

P1010371.JPG

De wilgencirkel is niet meer. Een jongensdroom werd volwassen.  De regenputman kwam langs met zijn gravende machine om een stukje grond  klaar te maken voor de bouw van de lang gekoesterde kinderwens.  “Ik haal die bomen wel even weg, met  wortel en al” zei hij en de man en ik keken elkaar geschrokken aan.  Toch  lieten we hem begaan, want zelf durfden we het niet, maar wisten we dat het niet anders kon.  De stammen vielen en de stronken werden met wortel en al uit de grond gescheurd, om daarna een beetje achteloos op een hoop  te worden gegooid.

Nu wijst een boomgeest van wat nog overblijft van de wilgencirkel, boos en verwijtend naar de reden van de ondergang.

DSC_0346.JPG

DSC_0347.JPG

Ondanks de nog onafgewerkte staat genieten we hier nu toch al enkele avonden  van een zon die met het heuveltje op de achtergrond lijkt te versmelten voor het licht helemaal uitgaat.

DSC_0339.JPG

DSC_0315.JPG

DSC_0335.JPG

Sneak peek

Het is altijd deel van “ons plan” geweest om de jardin op één of andere manier open te stellen voor bezoekers en gasten.  De  exacte formule staat nog niet helemaal op punt , dat wordt ons winterproject, maar  een link met onze dada’s, permacultuur en ons bescheiden Keniaans project zal er zeker deel van uit maken.   De   lente en  zomer  hebben we dan ook   volop gebruikt   om  de “accommodatie”  rond  te krijgen, zeg maar.

Nee, helemaal af is het nog niet, maar we zijn apetrots op wat we de afgelopen zes maanden voor elkaar hebben gekregen :  we gebruiken voortaan uitsluitend regenwater,  de badkamer is eindelijk die naam waardig, twee extra kamers konden in gebruik genomen worden, zonnepanelen produceren sinds enkele dagen een groot deel van onze elektriciteit, de volledige elektrische installatie diende  en passant  vernieuwd (pff, ik ruim nog steeds het stof), de jardin kreeg zijn eigenste persoonlijke  toe- en ingang en de  extra (gasten)kamer die we bij wijze van inside joke  “dispensaire “* noemen, kreeg  een eigen trap met terras.   Een plek van waaruit je  de vogels die de jardin aandoen, buitengewoon goed  kan gadeslaan.   “As we speak write ” wordt  helemaal achter in de tuin de  kers op de taart gezet. Voor deze kers sneuvelden helaas een aantal bomen en struiken, maar ze krijgen uiteraard een nieuwe functie, als stekmateriaal, brandhout, insectenhotel, vlechtmateriaal, bladaarde, composttoilet materiaal, mulch, houthakselpad, takkenril,…

Enkele impressies badend in  herfstlicht .

Wordt uiteraard vervolgd.

 

(*) dispensaire:  geen vertaling  beschikbaar van frans naar nederlands.

  • uitgebreide vertaling : dispensé : vrijgesteld – aire : territorium , leefgebied 
  • verwijzing naar een gedenkplaat gezien in een Brussels café met de vermelding van een   “dispensaire des artistes”  opgericht  door Koningin Elisabeth .
  • Synoniemen voor “dispensaire”: infirmerie; hôpital; hospice; asile; clinique; maternité; sanatorium 

 

Missers van het seizoen (2)

De titel van mijn vorige log deed het u al vermoeden : het vijvertje was echt niet het enige experiment die niet het verhoopte resultaat opleverde.

Plantengilde met look

Tot ver in april gebruikte ik nog dagelijks mijn eigen gekweekte look. De oogst van vorig jaar was prachtig geweest en de hele winter plukte ik lookbollen van een viertal mooie vlechten, die in mijn keuken aan de houten balken hingen te pronken. Ik was zo opgetogen over het feit dat ik, tenminste wat de look betrof, mezelf zelfvoorzienend mocht noemen, dat ik al in de prille lente uitkeek naar hoe ik  de teelt van look en mijn  bewaarmethode hier uitgebreid  in beeld en woord zou uitsmeren. In oktober vorig jaar verzamelde ik zo’n 150 dikke tenen om het allemaal nog eens over te doen. Eén klein probleempje : de bakken waaruit mijn moestuin toen nog bestond , zouden kort erop ontmanteld worden, waar moest ik die teentjes nu kwijt. Nu had ik ergens  gelezen dat allium soorten een “goede buur” vormen voor planten uit de rozenfamilie. De look zou een positieve invloed moeten  hebben omdat  woelmuizen er niet  van schijnen te  houden en ze een schimmelwerende werking hebben. Voilà : de oplossing  ! Ik had de zomer ervoor  de frambozen en fruitbomen  stevig gemulchd met hooi. Dat was namelijk een oplossing  voor het probleem “wat doe je met gras wanneer je het veel te lang hebt laten worden” : nadat de  man met de zeis (nee, nee, niet pietje je weet wel, maar mijn man in dit geval)  is langs geweest,  laat je het eerst een poosje liggen, totdat je beseft dat het gazon eronder er helemaal niet meer uitziet zoals het hoort. Je noemt het hooi en verplaatst het naar de dichtst bijzijnde fruitboom, kwestie van het zonder te veel moeite snel  weg te hebben.  Het resultaat was zeer bevredigend :  de brandnetels die  de vorige jaren de grote pretbedervers waren bij het oogsten van  frambozen, appels en pruimen bleven onder controle en onder de laag hooi lag er mooie rulle aarde waarin  regenwormen en ander klein grut de tijd van hun leven hadden.  Ideaal om lookteentjes te planten.

DSC_0950

Terwijl ik  de teentjes in groepjes van vijf  in de grond stak zag ik het al voor me :   het herfsframbozen perk  zou al vroeg in het jaar  groen zien van de looksprieten en vanonder   de appel en pruimelaars zou ik in de  zomer megaknollenoogsten.  Het werd april en ik werd er zowaar zelfgenoegzaam van om die bosjes groen loof vol lookteentjesbelofte  onder de fruitbomen te zien groeien.

P1010837 (2).JPG

Nu is mulchen een fantastische methode, je voedt er de bodem mee en onderdrukt onkruid, als je het blijft doen tenminste. Want die bodem voedt dus ook die meerjarige kruiden waar je doorgaans “on” voor zet. Dat mulchen had ik dus niet herhaald en tegen mei tierden brandnetel, kruipende boterbloem en berenklauw  welig tussen de frambozen en rond de appelbomen, mijn looksprieten waren nog amper zichtbaar. Een eerste teken van mijn misser diende zich aan,  tijdens een vlijtige wiedsessie sneuvelden voortijdig al een aantal lookbollen.

Ik heb het er hier al  over gehad, de daaropvolgende maanden kreeg de tuin vooral veel regen te verwerken en bijzonder weinig aandacht. Ergens in juli herinnerde ik mij dat het moment om look te oogsten aangebroken was.  Op handen en voeten zocht ik tussen het  lange  natte gras op die plekken waarvan ik dacht dat ik er teentjes in de grond had gestoken. De stengels waren al gaan liggen, maar bleken in een aantal gevallen nergens meer aan vast te hangen …euh, woelmuizen misschien, die hadden toch een hekel aan look ?!  Heel wat knollen bleken al opengebarsten  en  op die exemplaren waar bol en stengel nog een geheel vormden, waren enkel  verkleinwoordjes van toepassing.

DSC_0009.JPG

Niks , geen leuk logje over mooie volle lookvlechten aan de eiken balken in de keuken : 51 armtierige lookbolletjes,  net een derde van wat ik gehoopt had te kunnen oogsten. Bij het te drogen , bleek ook de preimot sneller geweest te zijn dan ik, daarvan getuigden de kleine bruine popjes die op het werkvlak achterbleven.

En wat hebben we geleerd ?

Als je mulcht kun je beter blijven mulchen, anders is het een maat voor niets.

Dat plantengildes  of combinatieteelt goed kunnen werken  geloof ik nog steeds. De veel te natte zomer kan immers ingeroepen worden als verklaring voor deze misser, de uien en sjalottenoogst was dit jaar ook al niet om over naar huis te schrijven en die stonden wel netjes in de moestuin. Toch was het waarschijnlijk niet zo wijs om een gewas waarvan je vooral het ondergrondse gedeelte wil oogsten, zoals look,  tussen oppervlakkig wortelende fruitgewassen te zetten. Waar het één groeit kan het ander namelijk niet groeien.  Bieslook of Welsh onions waren waarschijnlijk een betere keuze geweest als buur uit de alliumfamilie voor mijn appels , pruimen en frambozen, omdat het  de bovengrondse delen zijn die we willen en  je ze ook nog eens laat bloeien, waardoor ze de functie van insectenlokker kunnen vervullen. Bloei bij look is nu niet meteen  iets wat we bewust willen.

Als ik straks tegen eind oktober weer teentjes in de grond steek zal het in de moestuin zijn,  tijdig gemulchd en mooi in het zicht,  zodat ik ze op tijd oogst en het duidelijk is waar ik ze heb geplant.  Zoals ik al schreef  hoeft deze ervaring niet meteen representatief te zijn voor het succes van de combinatie fruit/look .  Ik haal er voor mezelf vooral uit dat oogstgemak een niet  te onderschatten element zal zijn bij mijn volgende tuinplan.

Ik hoop wel nog dat deze misser een staartje krijgt. Ik ben er namelijk zeker van dat er een aantal  bollen nog steeds ergens onder in de grond onder die fruitbomen zitten en ik ben heel erg benieuwd  wat dat volgend jaar zal geven.