Missers van het seizoen (1)

‘ T is niet omdat een mens  al vier jaar een tuin heeft en er sinds begin dit jaar een tuinblog op nahoudt, dat men zich een volwaardig  en succesvol tuinier kan noemen , dus dacht ik, in plaats van mijn prachtige tomaten , overvloed aan courgettes (iemand nog een leuk recept ?) en kleurrijke slaatjes te showen , laat ik het eens hebben over de geflopte projectjes, de  faliekant afgelopen experimentjes en de niet meer voor herhaling vatbare ideetjes.  Mijn eerste misser  hoef ik  niet ver te zoeken. Onderstaand stukje staat al maanden in mijn concepten, tijd om het eens boven water te halen  ( belabberde woordspeling, ik weet het).

“Gley” of het vijvertje zonder folie.

Nog voor ik een tuin had wou ik een vijver.  Water zorgt voor extra leven en  tegelijkertijd ook rust. Toen ik nog in de grote stad woonde had ik met een tweetal cementemmers, wat stenen en wat plantjes, onder het mom dat dat leuk was voor de jongens,  een klein waterpartijtje in elkaar geknutseld. Uiteindelijk bleek dat het vooral mama was  die zich er mee kon uitleven. Uren kon ik naar het waterleven staren, want hoe klein ook, er zat leven in. Watervlooien, kevertjes, libellenlarven, zelfs visjes.  Samen met mijn jongens waren we daarvoor gaan vissen in de vijver in het park. Toen we naar de jardin verhuisden werden de vijvertjes ontmanteld en de visjes door een vriend als aquariumdieren “gered”.  Sindsdien blijft het verlangen naar een vijver. Alleen zijn er altijd andere prioriteiten,  een deftige badkamer bijvoorbeeld en regenputten en …  Ik ben een beetje koppig en ook ongeduldig, maar ook rap content, al zeg ik het zelf. Het moet niet groot zijn, dat vijvertje en het zal ook niets kosten en weet je wat, ik zal er niemand mee lastig vallen, ik doe dat wel allemaal zelf. Gewoon een kleintje, midden in de moestuin, voor de kikkers en de padden, die eten slakken en ik kan er waterkers in kweken. Zo moeilijk moet dat toch niet zijn, een gat in de grond graven en zie  :

P1010808 (1).JPG

Nee, zo naïef ben ik niet. Tenzij er genoeg klei in de grond zit en je de grond voldoende kunt samendrukken, door er bijvoorbeeld met zwaar materiaal over te rijden,  kan je er misschien in slagen om  een poel waterdicht te krijgen. Een putje in leemgrond met een diameter van amper 1m en 75 cm diep krijg je niet waterdicht door er wat in te staan springen met rubberen laarzen.  In de meeste gevallen moet die waterdichte laag op één of andere manier aangebracht worden.  Folie, beton, betoniet, een voorgevormde plastieken vijver, geen denken aan ! Zelfs het alternatief met kattengrit wil ik niet uitproberen.  Ik wil dit doen met natuurlijke materialen, liefst van eigen erf.  Dus experimenteren we met “gley”.  De theorie is simpel : je creëert een ondoordringbare laag door organisch materiaal onder anaerobe omstandigheden te laten “rotten”. Het is een techniek die uit Rusland  zou komen en wordt toegepast met verse mest, daarbovenop maaisel en dan een laag aarde, alles netjes aangestampt en na een aantal weken is de put waterdicht. Ook de wijze waarop de mysterieuze “dew ponds”  in Groot-Brittanië werden gemaakt zou op hetzelfde principe steunen. Mysterieus, omdat de putten zich zouden vullen met water van mist en dauw en ze gemaakt werden door “the gang of dew  pond makers” die de knepen van hun vak angstvallig  geheim hielden.  We hoeven het zelfs niet zo ver te zoeken. Als kind ving ik kikkervisjes in de dichtstbijzijnde “koeienput”,  gewoon een  put waar koeien konden drinken.  De boeren die zo’n put groeven, die hadden ook geen folie, maar konden op hun dieren rekenen die met hun mest en veelvuldig  hoefgetrappel zo’n put zelf waterdicht kregen.

Ik heb geen mest en ook geen koeien, laat staan hoeven. Wel heb ik een composthoop, waar ik tijdens de winterdagen te weinig bruin materiaal heb aan toegevoegd en die daardoor een beetje naar mest ruikt. Ik heb ook een zware paal, één hoef dus, daarmee kan ik  de compost op de vlakke delen aanstampen. Voor de verticale delen wordt het adem inhouden en  compost, of  liever het half verteerde spul wat er voor moet doorgaan, aandrukken met de hand.  Heb ik u al gezegd dat ik ongeduldig ben ?  Ik kieper er meteen een aantal emmers water in, dan is het meteen anaeroob, toch ? Ik installeer mij in het zonnetje en bewonder mijn werk. Het water komt echter niet tot rust, het lijkt wel alsof het vijvertje een  hartslag heeft, het is de zuigende kracht van de aarde. Experiment mislukt ? Bwa, de volgende dag staat er toch nog steeds een bodempje water in de poel.  Die koeien doen dat ook niet in één dag, dus bedenk ik dat als ik iedere dag een tijdje een éénbenige koe imiteer,  het met wat geduld en potenkracht wel moet lukken.   U kunt zich misschien voorstellen hoe zoiets gaat. Mijn imitatiesessies worden iedere dag een beetje korter. Na een dag of drie hou ik het voor bekeken. “Opnieuw uitgraven en bekleden met plastic” oppert de man wanneer ik hem inlicht over mijn viervijfde mislukking. Zoals ik al zei, ik ben koppig en besluit mijn huiswerk over te doen. Het belangrijkste lijkt het creëren van een anaerobe omgeving, in het Russische voorbeeld wordt daarvoor een laag aarde gebruikt, maar mijn mini-vijvertje is al niet diep. Afdekken met plastic, papier of karton wordt ook vermeld. Ik beslis om voor nat papier te gaan.  De laag aangestampte compost laat ik zoals ze is. Daarover gaat een dikke laag gemaaid gras. Doordat het gras al wat begint te composteren kan ik het makkelijk op de zijwanden van de vijver plakken en druk het zo hard aan als ik kan. Natte vellen papier worden erover gedrapeerd tot alles mooi bedekt is. Komt dat opgespaarde  inpakmateriaal toch nog eens van pas.  In het lentezonnetje droogt het  natte papier echter zienderogen op en komt meteen los. Dan toch maar een laagje aarde.  De leem die  ik onderuit het vijvertje heb gehaald vermeng ik met water en lijm bij wijze van spreken de papieren laag er mee vast. Nu komt het moeilijkste : 2 tot 3 weken geduld !

“Doe dit niet tijdens het regenseizoen” stond er op één van de sites. Twee dagen later regent het de hele dag door evenals de daaropvolgende week en de week daarop.  Ik lees ook dat de anaerobe laag vochtig moet blijven, dus bekijk ik het positief en gok ik erop dat de regen dat deel van de klus alvast verzekert. Mijn grootste vrees is dat de regen de leem zal wegspoelen, maar bij een avondlijke inspectie blijk dat mee te vallen. Er lijkt zelfs al wat meer water in het poeltje te staan en dus markeer ik het waterniveau op een stok. Iedere dag meet ik netjes de hoeveelheid water.  De regen blijft vallen maar het waterpeil in de bodem van het poeltje verandert nauwelijks.  Aan het einde van week 1 begin ik al aan een herbestemming voor “het gat”  te denken en  de hoop om deze techniek later toe te passen op grotere schaal begint te wankelen. Nog wat geduld, hou ik mezelf voor.

En wat gebeurde er toen ?

Geduld was blijkbaar niet hetgeen nodig was, door de renovatiewerken   verdween mijn vijvertje  op de achtergrond.  Begin juli , dacht ik er alsnog een cementemmer of folie in te plaatsen.

DSC_0012.JPG

maar ook dat kwam er niet van , met als resultaat :

DSC_0129.JPG

een boobytrap voor eventuele ongewenste bezoekers.

En wat hebben we geleerd ?

Dat technieken voor grotere projecten  niet noodzakelijk  ook  geschikt zijn voor hele kleintjes en dat improviseren met materialen zo zijn gevolgen heeft.   Dit putje zal uiteindelijk toch een folie laagje krijgen. Mijn verlangen naar een deftige vijver is daarmee nog niet gestild. Binnenkort komt de regenputman terug langs met zijn graafmachine, voor een ander project. Terwijl hij er dan toch is  kan hij een grotere put graven op een lager gelegen deel in de tuin . Ik vermoed/hoop  dat er genoeg klei in de grond zit zodat we  folie alsnog achterwege kunnen laten … en lukt dat niet dan noemen we onze vijver toch gewoon poel.

P1020198.JPG

genoeg klei in de ondergrond ?

Dominator 98

DSC_0172.JPG

DSC_0105.JPG

Nee, geen vakantiefoto’s , maar sfeerbeelden  van hoe het er op dit moment rond de jardin uitziet.  Er straalt een zeker rust van uit, vind u niet ? Maar ik moet u teleurstellen.

DSC_0129 (1).JPG

De enorme machines die voor de oogst ingezet worden doen ons  huis  telkens  opnieuw  daveren op zijn grondvesten. Alleen al de naam van deze monsters spreekt boekdelen.

DSC_0144 (1).JPG

 

Zo’n dikke 50 jaar geleden was ons graan zo’n 5 tot 10 cm langer. Er werd aan gesleuteld om een hogere opbrengst te bekomen.  Korter graan is naar het schijnt makkelijker machinaal te oogsten. Volgens sommigen zou door dit genetisch gesleutel ons graan verworden zijn tot het “perfecte chronische gif”  Of dit klopt , laat ik in het midden.  Ik denk eerder aan die boeren die blijkbaar geen andere keuze hebben dan onder concurrentiedruk , contracten, de volgende afbetaling en wat al nog meer,  mee te draaien in deze  waanzinnige race naar meer en groter.

Achter de beschutting  van de haag  maaiden wij ondertussen het gras met ons trouw kooimaaiertje.

DSC_0160.JPG

Verwaarloosd

Yep, de blog , de tuin,  allemaal verwaarloosd. Het huis ging met alle aandacht lopen. Er werd gegraven, geboord, geschaafd, geslepen, gepleisterd, geschilderd, … maar het einde van al dat werk is in zicht en we kunnen  al volop genieten van  eenvoudige maar pure luxe.

Zoals een bad “with a view”

DSC_0066

Toegegeven, momenteel nog wat kaal , maar de krentenboom trekt een verscheidenheid van vogels aan en als het herfst wordt kleurt de kardinaalsmuts prachtig rood.

Puur, chloorvrij, zacht en lekker hemelwater rechtstreeks uit de kraan.DSC_0096 (2).JPG

 

En de tuin  … tja,  die werd de afgelopen maand(en) aan zijn lot overgelaten. Eerst was het te nat en bleef je steken in de modder.

DSC_0003.JPG

Daarna werd de toegang grotendeels belet door de aanleg van de regenputten en toen die in de grond zaten kwam er nog meer regen. De plannen voor onder andere een kruidentuin bij de achterdeur werden wegens andere prioriteiten nog even opgeborgen en nu is het het ontkiemend gras die ons de toegang belet.

DSC_0094.JPG

De grillige mei en  natte junimaand zorgden er trouwens voor dat mijn enthousiasme voor de tuin onder nul zakte. De spinazie schoot meteen door en de radijzen waren houterig.  De moestuin rook naar rotte ui.  De aardbeien die niet werden opgegeten door vogels of slakken, beschimmelden terwijl je er op stond te kijken. De lookoogst is amper genoeg om de zomer  door te komen en de aardappelen kregen voortijdig last van de plaag.  Niets leek te normaal te groeien behalve het gras maar dat kon met al die nattigheid niet worden gemaaid.

En dan, als je het eigenlijk een beetje hebt opgegeven, ontdek je dit :

DSC_0118.JPG

Mocht de haag het zicht niet belemmeren,   mijn buurman met de gemillimeterde moestuin zou  meewarig het hoofd schudden.  Dat deze moestuin ontworpen is op basis van een mengelmoes van permacultuurtechnieken kon u hier lezen. Ook liet ik me bij de aanplant inspireren door het principe van de “schijnbare chaos“, alleen mag u in mijn geval ook het woord “schijnbaar” laten vallen. Mijn tuinplan (jawel, er was een tuinplan) bleef namelijk in de regen liggen, waardoor ik me maar vaag kan herinneren wat ik waar heb gezaaid of geplant. Ik zal dan ook moeten afwachten  of de kolen nu broccoli , witte kool of spruitjes zijn.  Voor wieden en mulchen was geen tijd , maar de grond is ondertussen helemaal bedekt en niet alle vrijwilligers zijn onkruid : tomaten bijvoorbeeld . Geen idee of de compost niet voldoende  was opgewarmd of  dat ik vorig jaar  een aantal  tomaten over het hoofd heb gezien, ze hebben het in ieder geval naar hun zin.  De goudsbloemen, oostindische kers, komkommerkruid, kamille, moederkruid, dille, rucola en korenbloemen, allemaal hebben ze in hun eentje  beslist om te groeien waar ze groeien. Tijdig oogsten zat er ook niet in. Van de  geel witte bloemen op de foto hier onder, shungiku of gekroonde ganzenbloem, daarvan oogst je  normaal gezien het jonge blad, voor de bloei en ook de silenes waren als bladgroente bedoeld, tenminste voordat ze dus bloeiden.

DSC_0112.JPG

 

DSC_0116.JPG

Ondertussen proberen we dat toch te doen, dat oogsten :  er is komkommer, sla, courgettes (veeeel courgetttes) , worteltjes, raapjes, bietjes, snijbiet, boomspinazie, rode melde,  en zelfs de prei heeft het hier nog nooit zo goed gedaan. De uien die niet zijn weggerot of in bloei schoten mogen eerstdaags ook uit de grond.

DSC_0103

DSC_0104

DSC_0106

 

DSC_0101.JPG

DSC_0102.JPG

Het heeft dus wel zijn voordelen zo’n polycultuur aan zijn lot overlaten, je ziet gewoon niet wat er fout gaat. Slakkenplaag, bwa, nee,  geen last van gehad. Ze zijn er wel , maar aten waarschijnlijk alleen de kneusjes, want er is niet echt iets wat ik mis, of misschien ben ik gewoon vergeten dat ik het heb geplant. Onkruid, pfff dat is gewoon levende mulch.  Bladluizen ? De ene dag zijn ze er en de volgende dag weer verdwenen, het enige wat overblijft is een patrouillerend lieveheersbeestje.  Rupsen , eerlijk gezegd  is het me een raadsel waar die rondfladderende koolwitjes hun eitjes deponeren, ik gok er op dat ze de kolen simpelweg niet vonden. Misschien moet ik nog eens goed kijken.

Minpuntjes ?  Tja, het oogsten is letterlijk een zoektocht en als ik eerlijk ben, mag het toch iets overzichtelijker , maar het is wel wat ik wou :  veel oogsten voor weinig werk, diversiteit en een paradijs voor insecten, vlinders en vogels.  En mooie beelden er bovenop, toch ?

DSC_0114

DSC_0086.JPG

DSC_0115.JPG

DSC_0109.JPGDSC_0105.JPG

DSC_0080.JPGDSC_0111.JPG

DSC_0085.JPG

De naam van de roos

Mr.  Natuurlijk rijk  moet met zijn vorig logje een gevoelige snaar geraakt hebben. Het zit zo , de jardin staat vol rozen en  toch ken ik er amper een 3 tal bij naam . “Vol” staat voor  49 verschillende soorten, in zoverre dat het rozenlijstje  van de vorige eigenaar  klopt. Klimmers en struikrozen, botanisch en cultivars , tussen de  wilgenhaag of ouderwets midden in  het gazon, verweven in  de bosrand en tussen de pruimenbomen. Als  een explosie rond de  rozenboog  en in wat ik de rozenjungle  noem .

DSC_0023

waar is die boog  naartoe?

DSC_0007 (1)

op zoek naar doornroosje

Ik durf het haast niet neer te schrijven, maar dat ik niet weet welke roos waar staat, komt omdat  ik  een dubbel gevoel heb wat rozen betreft. Het is niet dat ik ze niet mooi vind of niet kan genieten van hun bedwelmende geur of hun vele toepassingen in keuken en huishouden niet kan  waarderen.  Nee , ik denk dat het vooral is omdat rozen zorgenkindjes zijn.  Je hebt er die je voortdurend moet voeden en beschermen, waarvan je de  uitgebloeide gevulde bloemen telkens moet wegknippen om ze in hun volle glorie te zien,  insecten hebben er weinig aan , hun bottels stellen niet veel voor en sommigen geuren niet eens. Je krijgt met andere woorden enkel hun kortstondige protserige schoonheid als tegenprestatie voor de zorg. Deze dames hebben in de jardin ondertussen ofwel  het loodje erbij neergelegd  of  staan ergens te zieltogen tussen ander oprukkend groen geweld.  Dan heb je er die het helemaal op hun eentje klaren, omringd door zwermen aan  zoemende insecten de bloei doorstaan, de tuin vullen met een heerlijk parfum of bottels produceren waarmee je de plaatselijke biowinkel een heel jaar van thee kan voorzien. Deze  dames  weten je te verleiden met hun eenvoudige schoonheid en overvloed, maar wees op je hoede.  Met strenge hand moet je ze voortdurend intomen, want voor je  het goed en wel beseft  halen ze die  oude appelboom neer, waarlangs ze  zo charmant  omhoog kropen of haken  onopgemerkt hun doornen vast in je haren of kleren, wanneer je onachtzaam durft langs te wandelen.

DSC_0004 (1).JPG

Snoeien  dus ! Alleen is het hier  ondertussen wel een beetje uit de hand gelopen, heb ik er geen flauw benul van hoe je het moet aanpakken en die doornen maken het er niet prettiger op. Snoei instructies in gespecialiseerde literatuur tonen je steevast plaatjes van  goed onderhouden struikjes die in niets te vergelijken zijn met mijn doornige monsters. Toen ik vorige lente een beetje moedeloos met de snoeischaar voor de jungle stond bedacht ik me dat de prins uit doornroosje zich ook zo moet gevoeld hebben.  Ik speel  dan ook met het idee om de rozenjungle volgende lente  ooit eens drastisch aan te pakken, tot op de grond. We zien wel welke er overleven. Een beetje orde op zaken stellen, ruimte creëren.  Vrijwilligers ? Iemand ? Er zijn gratis stekjes te krijgen en er is een zoekspelletje aan verbonden : zoek de naam uit 49 mogelijkheden.

DSC_0013.JPG

En dan lees je op Natuurlijk rijk een lofzang voor enkelbloemige rozen en denk je hé, maar dat soortje heb ik precies ook staan. Je beslist dat lijstje nog eens boven te halen trekt  op een droog moment de tuin in voor een rozenwandeling.

DSC_0039 (1).JPG

Ondanks het feit  dat tal van rozen  uitgebloeid zijn of  er belabberd  bij hangen door de bakken regen die de laatste tijd uit de lucht zijn gevallen, is er toch heel wat moois te bewonderen.  Sommige willen niet op de foto, alleen hun hoogste takken piepen door de overige begroeiing heen, te ver voor de lens. Het opvallendste aan andere rozen, hun lekkere geur, kan ik via deze weg niet eens met jullie delen.  Een kleine greep uit de foto’s.

Als ik de foto’s bekijk weet ik in veel gevallen niet eens meer  waar ik ze heb genomen. Het is duidelijk dat het op naam brengen van mijn rozen  niet zomaar een tussendoortje is. Dit vraagt een systematische aanpak, een beetje tijd en een beetje aandacht en sommigen namen zullen waarschijnlijk zelfs nooit hun roos vinden.  De liefhebbers mogen me natuurlijk altijd helpen . Hier nog eens de link naar het lijstje : rozen

DSC_0049 (1).JPG

En dan zijn er nog de schier oneindige toepassingen waarin ik me wel eens zou  moeten verdiepen : rozenwater, siroop,  jam, desserts, thee , pot pourri’s , cosmetica,…  en dat terwijl ik nu al tijd te kort kom door de overvloed uit de tuin. Ach, het dringt niet, alles op zijn tijd.

Zoem

‘T is stil op de blog, ik weet het. Verbouwings- en renovatiewerken zijn nogal ingrijpend voor de  dagelijkse organisatie  en ik wil u  echt niet vervelen met foto’s van modderige putten en half afgewerkte slaapkamers. Het resultaat zal schitterend zijn, toch knaagt mijn geweten een beetje bij al dat stof en machinaal geweld.  De pimpelmezen die  nestelden in een gat onder het dak van het toilet zie ik al een poosje niet meer en ik was er getuige van hoe een aantal aardhommels probeerden te redden wat nog overbleef van hun nest.

IMG_20160609_124654

Iets erna vonden ze een ander plekje, maar ik maakte me wel de bedenking dat wij mensen met onze drang naar praktische en propere voetpaden, perfect afgewerkte  gevels en daken het de fauna toch wel heel moeilijk maken.

Ondanks de werken heeft de jardin nog genoeg te bieden om  massa’s kleine bestuivers aan te trekken.  De kiwi bloeit momenteel wel zeer uitbundig  en dat levert naast het  mooie bloemendak  een non-stop zoemconcert op.

P1020240

P1020234

P1020233

Elders in de tuin,  gaat het er dan wel  niet zo spectaculair aan toe als nu op de kiwi  maar leven is er zeker.

P1020255.JPG

P1020252.JPG

De exacte naam van de struik ontglipt me nu even, een spirea soort dacht ik,  maar  dat zal de zweefvliegjes worst wezen.

P1020248.JPG

En deze goudhaantjes tref ik ieder jaar met tientallen aan tussen de citroenmelisse en de crocosmia, zonder dat ik van “schade” mag  spreken. Misschien hebben ze het ook wel voor brandnetel, dat leverde toch de mooiste foto op.

P1020263.JPG

O ja, houdt u zeker niet in om namen te noemen van plant of dier. Onder andere omstandigheden ben ik nieuwsgierig genoeg om dat zelf op te zoeken , maar momenteel  liggen plantenlijst en  determinatiegidsen ergens onbereikbaar achter kartonnen dozen en heb ik het geduld niet om te googlen.

Hemelwater

Hoewel het ook hier serieus nat was de afgelopen dagen, ga je mij er niet over horen klagen.  De gebeurtenissen in de jardin hebben momenteel alles met regenwater te maken.

Ik weet niet hoe dat bij u gaat , maar  bij ons lopen de dingen nooit zoals gepland en ondanks de chaos die dat dikwijls met zich meebrengt, blijkt dat achteraf bekeken steeds een goede zaak te zijn.  De planning was, dat er in het vroege voorjaar regenputten zouden geïnstalleerd worden om daarna een slaapkamer, badkamer en een, euh hoe noem je zoiets, mudroom/washok/bijkeuken af te werken. Iets in het universum moet gedacht hebben dat als de bewoners van de jardin dan toch in de vuiligheid moeten zitten , dat dan maar beter in één keer kan.  Zo komt het dus dat terwijl er binnen volop gepleisterd wordt, er zich buiten twee graafwerkers aandienen. Er moet nog een “beetje” plaats gemaakt worden.  In allerijl  verplaatsen we een vijftal  palet houtbergingen, dit alles opgesmukt met de nodige blauwe plekken en gevloek (helpende tienerzonen, weet u wel). Het is even slikken als ik zie hoe krentenboom en kardinaalsmuts gehalveerd worden en iets erna ook de cornus alba elegantissima letterlijk wordt weggeveegd.

Een half uurtje later is de vloer van de vroegere bijkeuken opengebroken, blijkt het gebouwtje waarin ons toilet staat, gevaarlijk  boven een ongebruikte beerput te hangen (logisch eigenlijk), valt de elektriciteit uit  omdat ergens een kabel is geraakt en zie je geen hand meer voor ogen in mijn slaapkamer door binnenwaaiend betonstof. Euh, misschien had iemand de deur moeten dicht doen voor  die gigantische slijpschijf door de betonvloer ging. En tussendoor nog razendsnel beslissingen nemen over wacht en drainagebuizen, het steekt in zo’n gevallen blijkbaar niet nauw op een gaatje en een sleufje meer of minder.

Aan het einde van dag twee zit de eerste regenwaterput van 6000 l en een opvangput voor afvalwater al in de grond.  Indrukwekkend hoe precies die man kan werken met zo’n enorm gevaarte. Waar wij ons eindeloos het hoofd over breken, zoals het plaatsen van afvoerleidingen en technische wachtputjes, blijkt dat voor deze vakmensen kinderspel, 5 minuten denkwerk in combinatie met het juiste materiaal en de klus is geklaard.

Het week-end zorgt gelukkig voor twee dagen stilte. Maandag gaan de graafwerken gewoon door en volgen er nog twee regenputten van 6000 l en een passief waterzuiveringssysteem.

P1020216.JPG

Het lijkt een beetje tegenstrijdig,  al dat grof geweld in een blog met “eenvoudiger leven” als ondertitel, toch stelt deze ingreep ons in staat om zo dicht mogelijk tot een gesloten kringloop te komen wat  ons  watergebruik betreft.  Als deze werken achter de rug zijn, kunnen we zo’n 18.000 l regenwater opslaan en zijn we niet langer afhankelijk  van leidingwater, tenzij er periodes uitbreken van uitzonderlijke droogte. We beperken het gebruik van regenwater niet tot  de wasmachine, het spoeltoilet en de  buitenkraan, nee, alle kranen worden op het systeem aangesloten.   In de keuken komt daarvoor  een bijkomende filter waardoor we het regenwater ook kunnen drinken.   Een mens heeft gemiddeld 5 liter drinkbaar water nodig om in zijn drink- en kookbehoeften te voorzien. Waarom moet al het andere water wat we gebruiken dan ook met chloor behandeld worden?  Na gebruik, wordt het afvalwater gezuiverd via een soort zandbed en komt het terecht waar het hoort, in de grond, waar het weer beschikbaar is voor  planten of kan doorsijpelen tot de grondwaterlagen.   We zijn niet aangesloten op de riolering en sinds begin dit jaar geldt er hier een wettelijke verplichting om  in te staan voor de eigen waterzuivering, maar zelfs mocht dit niet het geval zijn,  we wilden hier hoe dan ook werk van maken. Wat de zuivering betreft droomden we aanvankelijk van plantenzuivering in combinatie met een vijver, helaas is de Waalse wetgeving hieromtrent complexer geworden de afgelopen jaren en door het feit dat het grootste deel van de tuin landbouwgrond is, werden we geconfronteerd met een onontwarbaar kluwen van regeltjes, waardoor alleen al het verkrijgen van  vergunning een half jaar in beslag zou nemen.  We kozen daarom voor het  Enviroseptic systeem, wat qua oppervlakte nog net binnen onze “bouwzone” kon en  de papieren rompslomp bijgevolg een pak simpeler houdt. Daarnaast proberen we de minst schadelijke schoonmaakmiddelen  en zepen te gebruiken en komt er een droog toilet.  Is dit nu “het systeem” om de waterproblematiek  aan te pakken ? Eerlijk gezegd weten we dat niet. Sommigen zullen beweren dat het allemaal nog meer low tech en ecologisch kan en wat vandaag als milieuvriendelijk wordt omschreven, blijkt dat morgen weer niet te zijn. Wij kunnen niet meer dan er van uitgaan  dat iets doen beter is dan niets.

O ja, wij vonden de nodige achtergrond informatie die hielp bij onze beslissing en de uitvoer op de  site “Eautarcie“, een aanrader.

Ondertussen in de jardin …

… wordt er hard gewerkt aan het huis en is er nog weinig puf  om tussen stof en kartonnen dozen tijdelijk gestockeerde huisraad ook nog even te bloggen.

P1020163.JPG

Eenvoudig leven, de eigen agenda bepalen en nog zo een paar van die idealen over het goede leven, werden voor eventjes in de koelkast gezet. Tussendoor kunnen we gelukkig altijd  even uitblazen met zicht op steeds veranderende maar  kunstige combinaties waarop  de natuur ons iedere dag weer trakteert.

P1020155

P1020157

P1020147P1020138.JPG

P1020092

Eten uit een wilde tuin: jonge scheuten

Minstens één keer per maand wou ik u een receptje met ongewone eetbare planten uit de tuin voorschotelen , getest en gekeurd door de bewoners van de jardin. Door gezondheidsperikelen van de jongste zoon werd het proeven en experimenteren even op pauze gezet. Niet dat er geen  wilde planten werden geserveerd, maart en april zijn nu eenmaal maanden waarin de eetbare onkruiden het eerste verse groen is, wat je uit de tuin kunt halen.  Brandnetel werd soep en thee en bloedzuring ging in de puree.   De eerste blaadjes daslook waren meer dan welkom, gezien de lookteentjes in deze periode van het jaar beginnen te schieten en ik look  als  een onmisbaar ingrediënt beschouw  in de keuken.   Er  werd en wordt hier nog steeds goed gesmaakte pesto en kruidenboter van gemaakt, het vervangt  look in soepen en sauzen en zal dit blijven doen tot na de bloei. Ook de bloemen belanden één dezer zeker nog in een slaatje, ze geven er een lekkere pittige toets aan.

Timing

Ik wou het dus hebben over jonge scheuten, want  heel wat eetbare wilde planten zijn dan op hun lekkerst. Naarmate ze groeien worden ze dikwijls te taai, te harig of te bitter.  Als je jonge scheuten wilt moet je de oogst natuurlijk precies weten te timen en klaarblijkelijk maak ik op dat vlak  nogal eens inschattingsfouten.  Zo wou ik dolgraag daglelie en hosta scheuten uitproberen, niet meteen “wild” , maar ook  niet de meest gangbare groenten.  Helaas,  terwijl ze de ene dag pas komen piepen, staan ze de volgende dag al volop in het blad, in beide gevallen had ik moeten oogsten bij het nemen van de foto. Niet erg, zowel hosta als daglelie bloeien later op het seizoen en ik  snoep graag van de knapperige bloemen. Maart en april zijn ook nog eens maanden waarin het moestuinseizoen uit de startblokken schiet.  In de tijd die ik in de tuin kon doorbrengen ging al mijn aandacht vooral naar de meest dringende klusjes, waardoor er geen tijd meer was voor het bijeenzoeken van genoeg gewenste scheuten om een gezin van vier te voeden. De formule van eten uit een wilde tuin werd bijgevolg  een beetje aangepast. In plaats van uitgebreide gerechten, die de hoofdmoot van de maaltijd moeten vormen, koos ik voor de simpelste en snelste bereidingen, want door de slechte timing bleef de oogst beperkt. Geloof me, hongerige pubers  is iets wat een mens ten allen tijden moet vermijden, dus werden de ongewone  groenten opgediend als kleine bijgerechtjes.

Zevenblad

Ik denk niet dat zevenblad moet worden voorgesteld, zeker niet als het in uw tuin te vinden is. In de jardin wordt zevenblad getolereerd  onder de oostelijke haag langs het bospad en mag het zelfs bloeien, want mooi is het wel en insecten zijn er dol op.  Op alle andere plekken waar het opduikt  wordt het onverbiddelijk en veelvuldig gemaaid, in de hoop dat de plant op die manier uitgeput raakt.  Ik gebruikte het wel al eens ter vervanging van peterselie en draaide  het al enkele keren gestoofd met een uitje en gemengd met verkruimelde feta in een bladerdeegje, maar hier ten huize ging de voorkeur absoluut uit naar de spinazie versie van dit gerecht. Ik  vond de smaak zelf ook niet echt denderend en ging er  dan ook  van uit dat je het slechts in kleine hoeveelheden kon gebruiken  in combinatie met andere smaakmakers. Tot ik las dat de jongste scheuten, wanneer het blad zich nog net niet heeft  ontrold, het lekkerste zijn.  De eigenschap van zevenblad om zelfs na een maaibeurt meteen weer op te schieten kwam me deze keer van pas, ik hoefde niet lang te zoeken naar jonge scheuten. Twee vliegen in één klap ! Mijn nieuwe aanplant veilig gesteld tegen aanrukkend zevenblad en ook nog iets voor op tafel.

P1010982.JPG

De bereiding kan niet simpeler, na grondig spoelen, stoom je de scheuten tussen de vijf  à tien minuten, afhankelijk van de hoeveelheid. Een beetje zout, olijfolie of gesmolten boter is alles wat het vraagt. Voor het zevenblad op tafel kwam proefde ik voor en vond het buitengewoon lekker, een zeer typerende smaak die je nergens anders mee kan vergelijken. De spelregels van deze reeks ten spijt, heb ik de klaargemaakte portie helemaal zelf opgegeten. Ik vond het zo lekker dat ik eigenlijk geen zin had om het met mijn mannen te delen.  De twee jongsten zouden het toch niet lusten, ik ken mijn pappenheimers, jong zevenblad heeft nu eenmaal een smaak waar je van houdt of niet. Als de smaak je wel bevalt en het staat ook nog eens in je tuin is het toch mooi meegenomen dat je door deze, op zijn zachtst uitgedrukt invasieve plant,  te bestrijden, jezelf verzekert van lekkere jongen scheuten tot ver in het seizoen.

Berenklauw en fiddleheads

Deze twee planten hebben me in snelheid gepakt, vooral de fiddleheads. Fiddleheads zijn eigenlijk niets anders dan het nog niet ontkrulde spiraal van het jonge blad van de struisvaren. Dat ontvouwen kan dus snel gaan, stelde ik vast.  Nu, varens determineren vind ik niet makkelijk, in de jardin staan er verschillende en als dat blad nog niet ontkruld is, heb je als leek weinig  aanknopingspunten om uit te vinden welke varen je voor je hebt. Afhankelijk van de bron zou ook adelaarsvaren hiervoor in aanmerking komen, één ding staat wel vast, ongeacht de soort speel je op zeker door ze te koken of te stomen. In de U.S. en Canada, waar het blijkbaar meer gegeten wordt, werden diverse gevallen gesignaleerd  van voedselvergiftiging na het eten van de jonge varens.  De oorzaak bleef echter  onbekend. Er zit dus niet één of ander gevaarlijk stofje in, alleen is rauw eten een no no. Het criterium dat ik gebruikt heb om de geschikte varens te vinden was eerder ingegeven door gemakzucht : die met het minste bruin vlies, kwestie van niet lang te moeten prutsen om ze schoon te krijgen.

DSC_0046

Dat ook berenklauw eetbaar is doet waarschijnlijk bij velen de wenkbrauwen fronsen, want de naam roept direct de associatie op met horrorverhalen over  moeilijk te genezen brandwonden. Klopt, maar dan gaat het wel over de reuzenberenklauw  die in combinatie met zonlicht door fotosensibilisatie best wel gevaarlijk is.  Gewone berenklauw is niet geheel onschadelijk want het bevat de zelfde cumarinen en furocumarinen die verantwoordelijk zijn voor deze reactie, maar in mindere mate. Mensen die er gevoelig voor zijn moeten, op een zonnige zomerdag, zelfs oppassen met het oogsten van selder, want ook daarin zitten dezelfde stoffen. Een kwestie van niet in volle zon te oogsten (of wieden)  en er voor te zorgen dat er niet te veel plantensap op de huid terecht komt. Berenklauw duikt overal op in de jardin en dat heb ik aan mezelf te danken. Ik laat altijd een aantal planten staan. Soms omdat ik ze over het hoofd heb gezien, soms omdat ik de bloemschermen mooi vindt, maar vooral uit empathie met insecten en vogels.  De bloemen bieden nectar, de zaden zijn een welkome aanvulling voor vogels  en de holle stengels dienen als winterse schuilplaatsen voor insecten. De plant blijkt ook nog eens veelzijdig te zijn in de keuken, hoewel ik dat nog niet kan bevestigen. Ik vond interessante  recepten voor de bloemknoppen, de zaden zouden een lekkere toevoeging zijn aan kruidenmengsels en de wortel zou iets weg hebben van pastinaak. Deze keer was het me dus te doen om de jonge bladscheuten en ook hier was de natuur me te snel af en was de oogst beperkt.

Dat ik deze twee planten samen vermeld, is omdat ik besloot ze op dezelfde manier klaar te maken, niet vanwege een kant en klaar recept.  Beiden werden grondig gespoeld, een vijftal minuutjes gestoomd en daarna nog wat aangebakken in de pan met  boter tot ze lichtjes bruin zagen.  Zout en peper  naar smaak  toegevoegd.  De berenklauw verspreidt bij het bereiden een opvallende geur die doet denken aan kokosnoot, dat beloofde dus.

En ja hoor, zelfde scenario als bij het zevenblad : voorproeven en het zelf zo lekker vinden dat ik  het onopvallend presenteerde als “weer één van die wilde probeersels” met het gewenste effect. De mannen voelden zich niet geroepen te proeven, dus was het allemaal voor mij en het heeft mij gesmaakt ! Hadden mijn mannen wel de moeite genomen het te proeven, ze zouden het ook lekker hebben gevonden, want in tegenstelling tot het zevenblad leunt het smaakpallet van varen en berenklauw dichter bij wat we doorgaans op ons bord verkiezen.

P1010986.JPG

Ik weet dat wanneer je de berenklauw wilt verwijderen je ook de wortel er uit moet zien te krijgen, want terugkomen doet hij anders toch. Dit zou dus betekenen dat ook deze plant een kandidaat is waarvan je langer kunt eten door in te grijpen. Ik zal het zeker uitproberen. Achterin de tuin, bij het wilde hoekje ontdekte ik zeer veel berenklauw, een testveldje zowaar. Ik kijk er alvast naar uit om deze onverwachte groente nogmaals te bereiden. Ook de fiddleheads wil ik absoluut nog eens klaar maken, maar daarvoor zal ik een jaartje moeten wachten.

Iedereen maar klagen

Ik sta met de zoon te wachten op de trein . De zon verdwijnt en plots worden we bekogeld door duizenden  kleine sneeuwballetjes. Het is niet eens nodig om te schuilen.

P1010949.JPG

Tussen twee regenbuien door sla halen. Een in november geplante krop voldoening uit de serre.

DSC_0016 (1).JPG

De herontdekking van een aangewaaide salomonszegel, vorig jaar in zeven haasten verplaatst wegens pas ontdekt halverwege de opbouw van het kippenhok.

DSC_0007 (1).JPG

Ontkiemende zeekool, terwijl ik allang dacht dat het niet meer voor dit jaar zou zijn.

DSC_0022 (1).JPG

Daslook  bij de achterdeur  vinden om  dan te herinneren dat ik er vorig  jaar  achteloos zaad heb rondgestrooid .

Uitglijden op een modderig pad en lachen omdat het er over enkele dagen of weken helemaal anders uit zal zien.

Druppels

DSC_0003 (2).JPG

Nieuwe aardappeltjes eten met kerst mocht dan een illusie zijn, het idee blijkt toch nog vruchtbaar.

DSC_0011 (1).JPG

Tomatenplantjes die beter tegen de kou kunnen dan wat ze een mens willen doen geloven, terwijl de natuur (woord)spelletjes speelt.

DSC_0020 (1).JPG

Ach, de lente heeft even verlof genomen, maar ik zie geen reden tot klagen.

Gedwongen verhuis (2)

Ze zullen wel een nieuw nestje bouwen, merkten jullie op bij het relaas over de ongelukkige bouwkeuze van een winterkoninkje. En jullie hadden gelijk  ! Als het niet tegen de rechtermuur mag, dan maar tegen de linkermuur, moet het beestje gedacht hebben.

P1010941.JPG

Ik kom er niet tussen deze keer.  Over een paar dagen wordt de constructie toch afgebroken en ik ga er eerlijk gezegd van uit dat Madame Winterkonink slim genoeg zal zijn haar eieren niet onder een lekkend dak te leggen. Bekijk het maar eens goed , het regent daar serieus binnen.