Missers van het seizoen (2)

De titel van mijn vorige log deed het u al vermoeden : het vijvertje was echt niet het enige experiment die niet het verhoopte resultaat opleverde.

Plantengilde met look

Tot ver in april gebruikte ik nog dagelijks mijn eigen gekweekte look. De oogst van vorig jaar was prachtig geweest en de hele winter plukte ik lookbollen van een viertal mooie vlechten, die in mijn keuken aan de houten balken hingen te pronken. Ik was zo opgetogen over het feit dat ik, tenminste wat de look betrof, mezelf zelfvoorzienend mocht noemen, dat ik al in de prille lente uitkeek naar hoe ik  de teelt van look en mijn  bewaarmethode hier uitgebreid  in beeld en woord zou uitsmeren. In oktober vorig jaar verzamelde ik zo’n 150 dikke tenen om het allemaal nog eens over te doen. Eén klein probleempje : de bakken waaruit mijn moestuin toen nog bestond , zouden kort erop ontmanteld worden, waar moest ik die teentjes nu kwijt. Nu had ik ergens  gelezen dat allium soorten een “goede buur” vormen voor planten uit de rozenfamilie. De look zou een positieve invloed moeten  hebben omdat  woelmuizen er niet  van schijnen te  houden en ze een schimmelwerende werking hebben. Voilà : de oplossing  ! Ik had de zomer ervoor  de frambozen en fruitbomen  stevig gemulchd met hooi. Dat was namelijk een oplossing  voor het probleem “wat doe je met gras wanneer je het veel te lang hebt laten worden” : nadat de  man met de zeis (nee, nee, niet pietje je weet wel, maar mijn man in dit geval)  is langs geweest,  laat je het eerst een poosje liggen, totdat je beseft dat het gazon eronder er helemaal niet meer uitziet zoals het hoort. Je noemt het hooi en verplaatst het naar de dichtst bijzijnde fruitboom, kwestie van het zonder te veel moeite snel  weg te hebben.  Het resultaat was zeer bevredigend :  de brandnetels die  de vorige jaren de grote pretbedervers waren bij het oogsten van  frambozen, appels en pruimen bleven onder controle en onder de laag hooi lag er mooie rulle aarde waarin  regenwormen en ander klein grut de tijd van hun leven hadden.  Ideaal om lookteentjes te planten.

DSC_0950

Terwijl ik  de teentjes in groepjes van vijf  in de grond stak zag ik het al voor me :   het herfsframbozen perk  zou al vroeg in het jaar  groen zien van de looksprieten en vanonder   de appel en pruimelaars zou ik in de  zomer megaknollenoogsten.  Het werd april en ik werd er zowaar zelfgenoegzaam van om die bosjes groen loof vol lookteentjesbelofte  onder de fruitbomen te zien groeien.

P1010837 (2).JPG

Nu is mulchen een fantastische methode, je voedt er de bodem mee en onderdrukt onkruid, als je het blijft doen tenminste. Want die bodem voedt dus ook die meerjarige kruiden waar je doorgaans “on” voor zet. Dat mulchen had ik dus niet herhaald en tegen mei tierden brandnetel, kruipende boterbloem en berenklauw  welig tussen de frambozen en rond de appelbomen, mijn looksprieten waren nog amper zichtbaar. Een eerste teken van mijn misser diende zich aan,  tijdens een vlijtige wiedsessie sneuvelden voortijdig al een aantal lookbollen.

Ik heb het er hier al  over gehad, de daaropvolgende maanden kreeg de tuin vooral veel regen te verwerken en bijzonder weinig aandacht. Ergens in juli herinnerde ik mij dat het moment om look te oogsten aangebroken was.  Op handen en voeten zocht ik tussen het  lange  natte gras op die plekken waarvan ik dacht dat ik er teentjes in de grond had gestoken. De stengels waren al gaan liggen, maar bleken in een aantal gevallen nergens meer aan vast te hangen …euh, woelmuizen misschien, die hadden toch een hekel aan look ?!  Heel wat knollen bleken al opengebarsten  en  op die exemplaren waar bol en stengel nog een geheel vormden, waren enkel  verkleinwoordjes van toepassing.

DSC_0009.JPG

Niks , geen leuk logje over mooie volle lookvlechten aan de eiken balken in de keuken : 51 armtierige lookbolletjes,  net een derde van wat ik gehoopt had te kunnen oogsten. Bij het te drogen , bleek ook de preimot sneller geweest te zijn dan ik, daarvan getuigden de kleine bruine popjes die op het werkvlak achterbleven.

En wat hebben we geleerd ?

Als je mulcht kun je beter blijven mulchen, anders is het een maat voor niets.

Dat plantengildes  of combinatieteelt goed kunnen werken  geloof ik nog steeds. De veel te natte zomer kan immers ingeroepen worden als verklaring voor deze misser, de uien en sjalottenoogst was dit jaar ook al niet om over naar huis te schrijven en die stonden wel netjes in de moestuin. Toch was het waarschijnlijk niet zo wijs om een gewas waarvan je vooral het ondergrondse gedeelte wil oogsten, zoals look,  tussen oppervlakkig wortelende fruitgewassen te zetten. Waar het één groeit kan het ander namelijk niet groeien.  Bieslook of Welsh onions waren waarschijnlijk een betere keuze geweest als buur uit de alliumfamilie voor mijn appels , pruimen en frambozen, omdat het  de bovengrondse delen zijn die we willen en  je ze ook nog eens laat bloeien, waardoor ze de functie van insectenlokker kunnen vervullen. Bloei bij look is nu niet meteen  iets wat we bewust willen.

Als ik straks tegen eind oktober weer teentjes in de grond steek zal het in de moestuin zijn,  tijdig gemulchd en mooi in het zicht,  zodat ik ze op tijd oogst en het duidelijk is waar ik ze heb geplant.  Zoals ik al schreef  hoeft deze ervaring niet meteen representatief te zijn voor het succes van de combinatie fruit/look .  Ik haal er voor mezelf vooral uit dat oogstgemak een niet  te onderschatten element zal zijn bij mijn volgende tuinplan.

Ik hoop wel nog dat deze misser een staartje krijgt. Ik ben er namelijk zeker van dat er een aantal  bollen nog steeds ergens onder in de grond onder die fruitbomen zitten en ik ben heel erg benieuwd  wat dat volgend jaar zal geven.

Verwaarloosd

Yep, de blog , de tuin,  allemaal verwaarloosd. Het huis ging met alle aandacht lopen. Er werd gegraven, geboord, geschaafd, geslepen, gepleisterd, geschilderd, … maar het einde van al dat werk is in zicht en we kunnen  al volop genieten van  eenvoudige maar pure luxe.

Zoals een bad “with a view”

DSC_0066

Toegegeven, momenteel nog wat kaal , maar de krentenboom trekt een verscheidenheid van vogels aan en als het herfst wordt kleurt de kardinaalsmuts prachtig rood.

Puur, chloorvrij, zacht en lekker hemelwater rechtstreeks uit de kraan.DSC_0096 (2).JPG

 

En de tuin  … tja,  die werd de afgelopen maand(en) aan zijn lot overgelaten. Eerst was het te nat en bleef je steken in de modder.

DSC_0003.JPG

Daarna werd de toegang grotendeels belet door de aanleg van de regenputten en toen die in de grond zaten kwam er nog meer regen. De plannen voor onder andere een kruidentuin bij de achterdeur werden wegens andere prioriteiten nog even opgeborgen en nu is het het ontkiemend gras die ons de toegang belet.

DSC_0094.JPG

De grillige mei en  natte junimaand zorgden er trouwens voor dat mijn enthousiasme voor de tuin onder nul zakte. De spinazie schoot meteen door en de radijzen waren houterig.  De moestuin rook naar rotte ui.  De aardbeien die niet werden opgegeten door vogels of slakken, beschimmelden terwijl je er op stond te kijken. De lookoogst is amper genoeg om de zomer  door te komen en de aardappelen kregen voortijdig last van de plaag.  Niets leek te normaal te groeien behalve het gras maar dat kon met al die nattigheid niet worden gemaaid.

En dan, als je het eigenlijk een beetje hebt opgegeven, ontdek je dit :

DSC_0118.JPG

Mocht de haag het zicht niet belemmeren,   mijn buurman met de gemillimeterde moestuin zou  meewarig het hoofd schudden.  Dat deze moestuin ontworpen is op basis van een mengelmoes van permacultuurtechnieken kon u hier lezen. Ook liet ik me bij de aanplant inspireren door het principe van de “schijnbare chaos“, alleen mag u in mijn geval ook het woord “schijnbaar” laten vallen. Mijn tuinplan (jawel, er was een tuinplan) bleef namelijk in de regen liggen, waardoor ik me maar vaag kan herinneren wat ik waar heb gezaaid of geplant. Ik zal dan ook moeten afwachten  of de kolen nu broccoli , witte kool of spruitjes zijn.  Voor wieden en mulchen was geen tijd , maar de grond is ondertussen helemaal bedekt en niet alle vrijwilligers zijn onkruid : tomaten bijvoorbeeld . Geen idee of de compost niet voldoende  was opgewarmd of  dat ik vorig jaar  een aantal  tomaten over het hoofd heb gezien, ze hebben het in ieder geval naar hun zin.  De goudsbloemen, oostindische kers, komkommerkruid, kamille, moederkruid, dille, rucola en korenbloemen, allemaal hebben ze in hun eentje  beslist om te groeien waar ze groeien. Tijdig oogsten zat er ook niet in. Van de  geel witte bloemen op de foto hier onder, shungiku of gekroonde ganzenbloem, daarvan oogst je  normaal gezien het jonge blad, voor de bloei en ook de silenes waren als bladgroente bedoeld, tenminste voordat ze dus bloeiden.

DSC_0112.JPG

 

DSC_0116.JPG

Ondertussen proberen we dat toch te doen, dat oogsten :  er is komkommer, sla, courgettes (veeeel courgetttes) , worteltjes, raapjes, bietjes, snijbiet, boomspinazie, rode melde,  en zelfs de prei heeft het hier nog nooit zo goed gedaan. De uien die niet zijn weggerot of in bloei schoten mogen eerstdaags ook uit de grond.

DSC_0103

DSC_0104

DSC_0106

 

DSC_0101.JPG

DSC_0102.JPG

Het heeft dus wel zijn voordelen zo’n polycultuur aan zijn lot overlaten, je ziet gewoon niet wat er fout gaat. Slakkenplaag, bwa, nee,  geen last van gehad. Ze zijn er wel , maar aten waarschijnlijk alleen de kneusjes, want er is niet echt iets wat ik mis, of misschien ben ik gewoon vergeten dat ik het heb geplant. Onkruid, pfff dat is gewoon levende mulch.  Bladluizen ? De ene dag zijn ze er en de volgende dag weer verdwenen, het enige wat overblijft is een patrouillerend lieveheersbeestje.  Rupsen , eerlijk gezegd  is het me een raadsel waar die rondfladderende koolwitjes hun eitjes deponeren, ik gok er op dat ze de kolen simpelweg niet vonden. Misschien moet ik nog eens goed kijken.

Minpuntjes ?  Tja, het oogsten is letterlijk een zoektocht en als ik eerlijk ben, mag het toch iets overzichtelijker , maar het is wel wat ik wou :  veel oogsten voor weinig werk, diversiteit en een paradijs voor insecten, vlinders en vogels.  En mooie beelden er bovenop, toch ?

DSC_0114

DSC_0086.JPG

DSC_0115.JPG

DSC_0109.JPGDSC_0105.JPG

DSC_0080.JPGDSC_0111.JPG

DSC_0085.JPG

De naam van de roos

Mr.  Natuurlijk rijk  moet met zijn vorig logje een gevoelige snaar geraakt hebben. Het zit zo , de jardin staat vol rozen en  toch ken ik er amper een 3 tal bij naam . “Vol” staat voor  49 verschillende soorten, in zoverre dat het rozenlijstje  van de vorige eigenaar  klopt. Klimmers en struikrozen, botanisch en cultivars , tussen de  wilgenhaag of ouderwets midden in  het gazon, verweven in  de bosrand en tussen de pruimenbomen. Als  een explosie rond de  rozenboog  en in wat ik de rozenjungle  noem .

DSC_0023

waar is die boog  naartoe?

DSC_0007 (1)

op zoek naar doornroosje

Ik durf het haast niet neer te schrijven, maar dat ik niet weet welke roos waar staat, komt omdat  ik  een dubbel gevoel heb wat rozen betreft. Het is niet dat ik ze niet mooi vind of niet kan genieten van hun bedwelmende geur of hun vele toepassingen in keuken en huishouden niet kan  waarderen.  Nee , ik denk dat het vooral is omdat rozen zorgenkindjes zijn.  Je hebt er die je voortdurend moet voeden en beschermen, waarvan je de  uitgebloeide gevulde bloemen telkens moet wegknippen om ze in hun volle glorie te zien,  insecten hebben er weinig aan , hun bottels stellen niet veel voor en sommigen geuren niet eens. Je krijgt met andere woorden enkel hun kortstondige protserige schoonheid als tegenprestatie voor de zorg. Deze dames hebben in de jardin ondertussen ofwel  het loodje erbij neergelegd  of  staan ergens te zieltogen tussen ander oprukkend groen geweld.  Dan heb je er die het helemaal op hun eentje klaren, omringd door zwermen aan  zoemende insecten de bloei doorstaan, de tuin vullen met een heerlijk parfum of bottels produceren waarmee je de plaatselijke biowinkel een heel jaar van thee kan voorzien. Deze  dames  weten je te verleiden met hun eenvoudige schoonheid en overvloed, maar wees op je hoede.  Met strenge hand moet je ze voortdurend intomen, want voor je  het goed en wel beseft  halen ze die  oude appelboom neer, waarlangs ze  zo charmant  omhoog kropen of haken  onopgemerkt hun doornen vast in je haren of kleren, wanneer je onachtzaam durft langs te wandelen.

DSC_0004 (1).JPG

Snoeien  dus ! Alleen is het hier  ondertussen wel een beetje uit de hand gelopen, heb ik er geen flauw benul van hoe je het moet aanpakken en die doornen maken het er niet prettiger op. Snoei instructies in gespecialiseerde literatuur tonen je steevast plaatjes van  goed onderhouden struikjes die in niets te vergelijken zijn met mijn doornige monsters. Toen ik vorige lente een beetje moedeloos met de snoeischaar voor de jungle stond bedacht ik me dat de prins uit doornroosje zich ook zo moet gevoeld hebben.  Ik speel  dan ook met het idee om de rozenjungle volgende lente  ooit eens drastisch aan te pakken, tot op de grond. We zien wel welke er overleven. Een beetje orde op zaken stellen, ruimte creëren.  Vrijwilligers ? Iemand ? Er zijn gratis stekjes te krijgen en er is een zoekspelletje aan verbonden : zoek de naam uit 49 mogelijkheden.

DSC_0013.JPG

En dan lees je op Natuurlijk rijk een lofzang voor enkelbloemige rozen en denk je hé, maar dat soortje heb ik precies ook staan. Je beslist dat lijstje nog eens boven te halen trekt  op een droog moment de tuin in voor een rozenwandeling.

DSC_0039 (1).JPG

Ondanks het feit  dat tal van rozen  uitgebloeid zijn of  er belabberd  bij hangen door de bakken regen die de laatste tijd uit de lucht zijn gevallen, is er toch heel wat moois te bewonderen.  Sommige willen niet op de foto, alleen hun hoogste takken piepen door de overige begroeiing heen, te ver voor de lens. Het opvallendste aan andere rozen, hun lekkere geur, kan ik via deze weg niet eens met jullie delen.  Een kleine greep uit de foto’s.

Als ik de foto’s bekijk weet ik in veel gevallen niet eens meer  waar ik ze heb genomen. Het is duidelijk dat het op naam brengen van mijn rozen  niet zomaar een tussendoortje is. Dit vraagt een systematische aanpak, een beetje tijd en een beetje aandacht en sommigen namen zullen waarschijnlijk zelfs nooit hun roos vinden.  De liefhebbers mogen me natuurlijk altijd helpen . Hier nog eens de link naar het lijstje : rozen

DSC_0049 (1).JPG

En dan zijn er nog de schier oneindige toepassingen waarin ik me wel eens zou  moeten verdiepen : rozenwater, siroop,  jam, desserts, thee , pot pourri’s , cosmetica,…  en dat terwijl ik nu al tijd te kort kom door de overvloed uit de tuin. Ach, het dringt niet, alles op zijn tijd.

Eten uit een wilde tuin: jonge scheuten

Minstens één keer per maand wou ik u een receptje met ongewone eetbare planten uit de tuin voorschotelen , getest en gekeurd door de bewoners van de jardin. Door gezondheidsperikelen van de jongste zoon werd het proeven en experimenteren even op pauze gezet. Niet dat er geen  wilde planten werden geserveerd, maart en april zijn nu eenmaal maanden waarin de eetbare onkruiden het eerste verse groen is, wat je uit de tuin kunt halen.  Brandnetel werd soep en thee en bloedzuring ging in de puree.   De eerste blaadjes daslook waren meer dan welkom, gezien de lookteentjes in deze periode van het jaar beginnen te schieten en ik look  als  een onmisbaar ingrediënt beschouw  in de keuken.   Er  werd en wordt hier nog steeds goed gesmaakte pesto en kruidenboter van gemaakt, het vervangt  look in soepen en sauzen en zal dit blijven doen tot na de bloei. Ook de bloemen belanden één dezer zeker nog in een slaatje, ze geven er een lekkere pittige toets aan.

Timing

Ik wou het dus hebben over jonge scheuten, want  heel wat eetbare wilde planten zijn dan op hun lekkerst. Naarmate ze groeien worden ze dikwijls te taai, te harig of te bitter.  Als je jonge scheuten wilt moet je de oogst natuurlijk precies weten te timen en klaarblijkelijk maak ik op dat vlak  nogal eens inschattingsfouten.  Zo wou ik dolgraag daglelie en hosta scheuten uitproberen, niet meteen “wild” , maar ook  niet de meest gangbare groenten.  Helaas,  terwijl ze de ene dag pas komen piepen, staan ze de volgende dag al volop in het blad, in beide gevallen had ik moeten oogsten bij het nemen van de foto. Niet erg, zowel hosta als daglelie bloeien later op het seizoen en ik  snoep graag van de knapperige bloemen. Maart en april zijn ook nog eens maanden waarin het moestuinseizoen uit de startblokken schiet.  In de tijd die ik in de tuin kon doorbrengen ging al mijn aandacht vooral naar de meest dringende klusjes, waardoor er geen tijd meer was voor het bijeenzoeken van genoeg gewenste scheuten om een gezin van vier te voeden. De formule van eten uit een wilde tuin werd bijgevolg  een beetje aangepast. In plaats van uitgebreide gerechten, die de hoofdmoot van de maaltijd moeten vormen, koos ik voor de simpelste en snelste bereidingen, want door de slechte timing bleef de oogst beperkt. Geloof me, hongerige pubers  is iets wat een mens ten allen tijden moet vermijden, dus werden de ongewone  groenten opgediend als kleine bijgerechtjes.

Zevenblad

Ik denk niet dat zevenblad moet worden voorgesteld, zeker niet als het in uw tuin te vinden is. In de jardin wordt zevenblad getolereerd  onder de oostelijke haag langs het bospad en mag het zelfs bloeien, want mooi is het wel en insecten zijn er dol op.  Op alle andere plekken waar het opduikt  wordt het onverbiddelijk en veelvuldig gemaaid, in de hoop dat de plant op die manier uitgeput raakt.  Ik gebruikte het wel al eens ter vervanging van peterselie en draaide  het al enkele keren gestoofd met een uitje en gemengd met verkruimelde feta in een bladerdeegje, maar hier ten huize ging de voorkeur absoluut uit naar de spinazie versie van dit gerecht. Ik  vond de smaak zelf ook niet echt denderend en ging er  dan ook  van uit dat je het slechts in kleine hoeveelheden kon gebruiken  in combinatie met andere smaakmakers. Tot ik las dat de jongste scheuten, wanneer het blad zich nog net niet heeft  ontrold, het lekkerste zijn.  De eigenschap van zevenblad om zelfs na een maaibeurt meteen weer op te schieten kwam me deze keer van pas, ik hoefde niet lang te zoeken naar jonge scheuten. Twee vliegen in één klap ! Mijn nieuwe aanplant veilig gesteld tegen aanrukkend zevenblad en ook nog iets voor op tafel.

P1010982.JPG

De bereiding kan niet simpeler, na grondig spoelen, stoom je de scheuten tussen de vijf  à tien minuten, afhankelijk van de hoeveelheid. Een beetje zout, olijfolie of gesmolten boter is alles wat het vraagt. Voor het zevenblad op tafel kwam proefde ik voor en vond het buitengewoon lekker, een zeer typerende smaak die je nergens anders mee kan vergelijken. De spelregels van deze reeks ten spijt, heb ik de klaargemaakte portie helemaal zelf opgegeten. Ik vond het zo lekker dat ik eigenlijk geen zin had om het met mijn mannen te delen.  De twee jongsten zouden het toch niet lusten, ik ken mijn pappenheimers, jong zevenblad heeft nu eenmaal een smaak waar je van houdt of niet. Als de smaak je wel bevalt en het staat ook nog eens in je tuin is het toch mooi meegenomen dat je door deze, op zijn zachtst uitgedrukt invasieve plant,  te bestrijden, jezelf verzekert van lekkere jongen scheuten tot ver in het seizoen.

Berenklauw en fiddleheads

Deze twee planten hebben me in snelheid gepakt, vooral de fiddleheads. Fiddleheads zijn eigenlijk niets anders dan het nog niet ontkrulde spiraal van het jonge blad van de struisvaren. Dat ontvouwen kan dus snel gaan, stelde ik vast.  Nu, varens determineren vind ik niet makkelijk, in de jardin staan er verschillende en als dat blad nog niet ontkruld is, heb je als leek weinig  aanknopingspunten om uit te vinden welke varen je voor je hebt. Afhankelijk van de bron zou ook adelaarsvaren hiervoor in aanmerking komen, één ding staat wel vast, ongeacht de soort speel je op zeker door ze te koken of te stomen. In de U.S. en Canada, waar het blijkbaar meer gegeten wordt, werden diverse gevallen gesignaleerd  van voedselvergiftiging na het eten van de jonge varens.  De oorzaak bleef echter  onbekend. Er zit dus niet één of ander gevaarlijk stofje in, alleen is rauw eten een no no. Het criterium dat ik gebruikt heb om de geschikte varens te vinden was eerder ingegeven door gemakzucht : die met het minste bruin vlies, kwestie van niet lang te moeten prutsen om ze schoon te krijgen.

DSC_0046

Dat ook berenklauw eetbaar is doet waarschijnlijk bij velen de wenkbrauwen fronsen, want de naam roept direct de associatie op met horrorverhalen over  moeilijk te genezen brandwonden. Klopt, maar dan gaat het wel over de reuzenberenklauw  die in combinatie met zonlicht door fotosensibilisatie best wel gevaarlijk is.  Gewone berenklauw is niet geheel onschadelijk want het bevat de zelfde cumarinen en furocumarinen die verantwoordelijk zijn voor deze reactie, maar in mindere mate. Mensen die er gevoelig voor zijn moeten, op een zonnige zomerdag, zelfs oppassen met het oogsten van selder, want ook daarin zitten dezelfde stoffen. Een kwestie van niet in volle zon te oogsten (of wieden)  en er voor te zorgen dat er niet te veel plantensap op de huid terecht komt. Berenklauw duikt overal op in de jardin en dat heb ik aan mezelf te danken. Ik laat altijd een aantal planten staan. Soms omdat ik ze over het hoofd heb gezien, soms omdat ik de bloemschermen mooi vindt, maar vooral uit empathie met insecten en vogels.  De bloemen bieden nectar, de zaden zijn een welkome aanvulling voor vogels  en de holle stengels dienen als winterse schuilplaatsen voor insecten. De plant blijkt ook nog eens veelzijdig te zijn in de keuken, hoewel ik dat nog niet kan bevestigen. Ik vond interessante  recepten voor de bloemknoppen, de zaden zouden een lekkere toevoeging zijn aan kruidenmengsels en de wortel zou iets weg hebben van pastinaak. Deze keer was het me dus te doen om de jonge bladscheuten en ook hier was de natuur me te snel af en was de oogst beperkt.

Dat ik deze twee planten samen vermeld, is omdat ik besloot ze op dezelfde manier klaar te maken, niet vanwege een kant en klaar recept.  Beiden werden grondig gespoeld, een vijftal minuutjes gestoomd en daarna nog wat aangebakken in de pan met  boter tot ze lichtjes bruin zagen.  Zout en peper  naar smaak  toegevoegd.  De berenklauw verspreidt bij het bereiden een opvallende geur die doet denken aan kokosnoot, dat beloofde dus.

En ja hoor, zelfde scenario als bij het zevenblad : voorproeven en het zelf zo lekker vinden dat ik  het onopvallend presenteerde als “weer één van die wilde probeersels” met het gewenste effect. De mannen voelden zich niet geroepen te proeven, dus was het allemaal voor mij en het heeft mij gesmaakt ! Hadden mijn mannen wel de moeite genomen het te proeven, ze zouden het ook lekker hebben gevonden, want in tegenstelling tot het zevenblad leunt het smaakpallet van varen en berenklauw dichter bij wat we doorgaans op ons bord verkiezen.

P1010986.JPG

Ik weet dat wanneer je de berenklauw wilt verwijderen je ook de wortel er uit moet zien te krijgen, want terugkomen doet hij anders toch. Dit zou dus betekenen dat ook deze plant een kandidaat is waarvan je langer kunt eten door in te grijpen. Ik zal het zeker uitproberen. Achterin de tuin, bij het wilde hoekje ontdekte ik zeer veel berenklauw, een testveldje zowaar. Ik kijk er alvast naar uit om deze onverwachte groente nogmaals te bereiden. Ook de fiddleheads wil ik absoluut nog eens klaar maken, maar daarvoor zal ik een jaartje moeten wachten.

Rondje voedselbos eind april (2)

Beloofd is beloofd. De kruidlaag van de jardin  kon u al ontdekken in deel 1,  tenminste in het deel van de tuin dat ik tot voedselbos heb omgedoopt, want het gaat me in deze log vooral over planten die het goed doen in de schaduw of halfschaduw en die op dit moment van de lente zichtbaar zijn. Laten we het wat dieper in de grond zoeken.  Momenteel  heb ik nog niet zoveel eetbare knollen,  bollen of wortels in de jardin, buiten aardpeer,  look,  en het alom tegenwoordige nagelkruid.   Ik ben wel aan het experimenteren geslagen.  De look is dit jaar terechtgekomen rond de fruitbomen. Vorig jaar oktober was ik al van plan de moestuin (voor éénjarige groenten) voor de winter her in te richten , dus moest ik de look ergens anders kwijt.  Alliums zouden een goede companion zijn voor fruitbomen omdat ze ongedierte op een afstand houden en bijgevolg kom je nu op verschillende plaatsen in de tuin, aan de rand van de boomspiegels  een groepje look tegen. Ik laat er vast hier en daar nog wat staan, benieuwd naar wat er gebeurt als je ze behandeld als vaste plant.

Om het mezelf gemakkelijk te maken  en niet onnodig de grond te moeten verstoren, heb ik vlakbij de aardperen, waar nu  natuurlijk nog niets van te zien valt, ook voor het eerst crosne geplant.  Japanse andoorn dus, en die eerste blaadjes  lijken zo hard op die van de weelderig aanwezige bosandoorn, dat ik blij ben dat ik ze niet ergens in de bosrand heb gezet. Ik ken mezelf, het zou niet de eerste keer zijn dat ik iets weghaal wat ik eerst zelf heb geplant of gezaaid.  Het wordt een triootje, want ernaast komt oca of oxalis tuberosa , maar die staat op aanwijzing van de kweker nog in de serre voor te groeien.  In principe zouden ze alledrie in de grond kunnen blijven en kan je ’s winters oogsten wanneer je ze ook echt wil eten. Ik hoop maar  dat die twee laatste niet zo hard in de smaak vallen van de woelmuizen als aardpeer, want  hoe verder de winter vordert, hoe minder aardpeer er hier te vinden is.

P1010911.JPG

Iets verder in de tuin, aan de rand van het gazon een ander nieuwkomertje: de aardkastanje (Bunium bulbocastanum)  een inheemse schermbloemige die met uitsterven is bedreigd.  Het fluitekruid  doet het goed op deze plek, dus gok ik er op dat dat voor neef aardkastanje ook geldt.

P1010884.JPG

Dan zijn er natuurlijk de klimmers. Ook die bevinden zich niet echt in het voedselbos. De kiwi en de druif die overwoekeren twee kleine bijgebouwtjes vlakbij de achterdeur.  De kiwi mag dan wel tegen wat schaduw kunnen , maar de druif heeft absoluut zon nodig.  Wel is er een andere klimmer, die wat schaduw verdragen kan, maar er alles aan zal doen om het licht te bereiken : hop. Neen, nog geen bier gebrouwen met de bellen en het staat ook niet meteen op ons projectenlijstje.   Helaas  was ik ook dit jaar opnieuw te laat  om de scheuten te bleken zodat we ze konden proeven. Tja zo’n voedselbos, je moet het voortdurend in de gaten houden.  In het kamp van de eetbare klimmers is de hoop nu gevestigd op de zelf gezaaide kaukasische klimspinazie  of Hablitzia tamnoides.  De zaailingen deden het zo goed dat ik ze op verschillende plaatsen heb uitgeplant, hieronder zie je er eentje aan de stam van de gingko, vlabij  het triootje knollen die ik hierboven beschreef. Veel klimmen doet hij nog niet en of hij lekker is, dat zal de tijd nog moeten uitwijzen, wel is het me opgevallen dat de zaailingen gespaard bleven van slakkenvraat.

Tot zover de klimmers, op naar de struiklaag. Ik moet toegeven dat de combinatie met schaduw  wat moeizamer verloopt.  Van de bessen is de zwarte trosbes (ribes nigrum) de meest productieve in de schaduw, maar op de  overige telgen uit de ribesfamilie die mijn voedselbos bevolken vind ik amper bloesems, laat staan bessen, waardoor ik eigenlijk niet weet wat het voor variëteiten zijn.  Ik  heb deze winter van alle planten stekjes genomen in de hoop dat ik met wat geduld toch nog te weten kom wat het zijn. Ook duiken er steeds jonge ribesplantjes op aan de rand van  het bos. Ze mogen van mij gerust blijven staan, als ze het daar naar hun zin hebben, als ze ook nog beginnen dragen is dat mooi mee genomen.  De twee blauwe bosbessen kon ik wel determineren maar slechts op één vond ik één enkel bloemtrosje en de oogst bleef na drie jaar beperkt tot drie besjes. Ook van deze twee heb ik stekjes genomen met de bedoeling ze ergens anders in de tuin uit te proberen.

Pas op, aan bessen geen gebrek in de jardin. Ik weet amper wat aan te vangen met de vele frambozen en witte trosbessen  die  terug te vinden zijn  op wat zonnigere plaatsen in de tuin.   Toch zijn er nog nieuwkomers :  een honingbes  klaar om uitgeplant te worden,  die krijgt samen met zijn partner (voor de kruisbestuiving) een zonniger plaatsje, naast de vijg en in gezelschap van een drietal uit zaad opgekweekte gojibessen en een hazelaar zaailing waarvan ik hoop dat hij de enorme hazelnoten van zijn mama heeft geërfd.

Tot slot zijn er nog stekelige exemplaren : een szechuanpeperboompje , pas aangeplant dus hij moet nog bewijzen dat hij er niet om maalt om in de schaduw te vertoeven. Eentje die zeker niet van de schaduw houdt, is de  driebladige winterharde citroen (Poncirus trifoliata). Ik ontdekte pas recent wat dat stekelige bijna bladloze ding midden in het bos was.  Je eigen citroenen kweken, het leek me wel iets en bij het bestuderen van foto’s bleek  dat ik er al eentje had staan . Nee, citroenen heb ik er niet van geplukt,  kan moeilijk anders want deze staat echt wel in diepe schaduw en wordt  daarmee de volgende stekjes kandidaat. Toch is het de eerste keer dat ik er  bloemknoppen op ontdek en ook viel het me op dat er enkele weken geleden veel meer blad aan hing.  Vooral het krentenboompje en de twee gele kornoeljes gunnen hem later op het jaar geen straaltje zon meer, maar zelf zorgen die drie wel voor een enorme hoeveelheid bessen, netjes verdeeld over het seizoen. De tweede gele kornoelje rijpt zelfs later af dan de eerste, waardoor er bessen voorradig zijn van half augustus tot diep in september.

Tot zover dit rondje voedselbos, we komen later op het seizoen zeker nog eens terug, om de evolutie  tonen en ook de bomen en planten aan bod te laten komen die tot nu toe onvermeld bleven.  Toch wil ik u nog deze tip mee geven, mocht u  zelf een voedselbos  plan(t)(n)en voor uw nageslacht, hou  vooral rekening met de volwassen  omvang van bomen en struiken, het zou jammer zijn dat er door lichtgebrek na enkele decennia niets meer te plukken valt.

 

 

 

Rondje voedselbos eind april (1)

Ik vertelde u al waarom ik vind dat onze siertuin ook voor voedselbos  kan doorgaan, zelfs al was het oorspronkelijke ontwerp niet als voedselbos bedoeld.  De grootste blikvangers zijn natuurlijk de fruitbomen.  Madame Blairon, de ontwerpster van de tuin,  heeft wat dat betreft, jaren geleden, uitstekende keuzes gemaakt. Zowel de appels, peren en pruimen, allemaal kruisbestuivers, volgen elkaar netjes op zowel qua bloei als oogst.  Momenteel staat de wilde appel  volop te bloeien terwijl zijn buur, een oude Jacques Lebel (althans dat denk ik toch) pas over een paar weken er zal uitzien als een gigantische barbapapa.  Dit productieve oudje negeert daarbij ook nog eens alle beweringen over de negatieve invloed van zijn linker en rechter buur, de notelaars en van beurtjaren heb ik ook nog niet veel gemerkt. Iets verder vindt  je de eerste bloeiknoppen in een rode sierappel,  het jonge blad, de bloei en ook de appeltjes zijn diep rood en hoewel een sierappel, zorgen deze appeltjes voor een uitzonderlijke lekkere toets wanneer je ze verwerkt in appelsap.

Een voedselbos is geen boomgaard en  daarom wil ik u even meenemen om te zien hoe het op dit moment staat met die  andere groeilagen. In een pas aangelegd voedselbos heb je nog volop licht en kan je nog alle kanten uit met de verschillende groeilagen. Wanneer de  boomlaag een volwassen stadium heeft bereikt, zoals in de jardin, heerst de schaduw, waardoor het introduceren van nieuwe eetbare of nuttige soorten vooral een  zoektocht is naar de geschikte plaatsjes.   De kruidlaag bevatte al een aantal bruikbare  planten zoals citroenmelisse , wilde marjolein  (in tegenstelling tot wat je zou verwachten doet deze het hier uitstekend in de halfschaduw) varens, daslook, look-zonder-look en bosaardbeien. Ze voelen zich er duidelijk  goed want ieder jaar zie ik er meer.

Zelf voeg ik er, geleidelijk aan, nog meer soorten aan toe in de hoop zo de overheersende grondbedekking van gele dovenetel, brandnetel, zevenblad,hondsdraf, kleefkruid en klimop wat diverser maken.  Zo heb ik met succes zwartmoeskervel (Smyrnium olusatrum) geïntroduceerd. Misschien staat hij iets te veel in de schaduw, want bloeien heeft hij tot nu toe niet gedaan, maar in het vroege voorjaar is het een plezier  om die groene bos te zien blinken op een nog overwegend bruin gekleurde bosbodem, later in de zomer verdwijnt hij bijna helemaal.  Toen ik ontdekte dat je hostascheuten en  bloemen kon eten heb ik meteen een aantal exemplaren gescheurd en ze lijken aan te slaan.

De nieuwkomers dit jaar, in het bos althans,  zijn witte klaverzuring  (Oxalis acetosella) en lievevrouwebedstro (Galium odoratum), duimen maar dat hun plaatsje hen bevalt.

Nu hebben we het nog niet gehad over de struiklaag, de klimmers en wat zich onder de grond aan lekkers bevindt, maar de zon schijnt en de tuin roept, dus brei ik morgen nog een vervolgje aan deze log, beloofd !

Eten uit een wilde tuin : of hoe het wel eens verkeerd kan lopen.

Ik had een receptje gevonden voor het bereiden van smeerwortel, uitgetest en lekker bevonden door ons lokale transitie werkgroepje “les jardiniers complices”. Met smeerwortel moet je  echter oppassen, het zou namelijk pyrrolizidine alkaloïden bevatten die leverbeschadiging als gevolg kunnen hebben. Of je nu al dan niet veilig smeerwortel kan eten is blijkbaar een welles nietes discussie.  Een mooie samenvatting van het wetenschappelijk onderzoek naar de toxiciteit van smeerwortel  en wanneer je kan beslissen om  het wel te eten vind je hier. Nu staat er in de jardin veel smeerwortel, ook in deze periode van het jaar, alleen gaat het om Symphytum grandiflora, een grondbedekkende variëteit voor de siertuin, die vroeg en langdurig bloeit. Hoewel deze uitbundige groeier  hier zijn nut bewezen heeft  als barrière tegen onkruid , versneller in  de composthoop en  voedende  mulch, is hij dus zeker niet geschikt voor in de pan, m.a.w. recept afgevoerd.

smeerwortel jan.JPG

Symphytum Grandiflora in bloei in januari

 

Koppig of creatief ?

Misschien was het het succes van deze logreeks, waardoor ik mezelf onder druk zette om snel met een recept op de proppen te komen, of nam de drang om te bewijzen dat er lekker kan gekookt worden met wilde planten en vaste groenten de overhand (beide, volgens de man).  In ieder geval het recept bleef door mijn hoofd spoken.  Er was  natuurlijk ook nog die andere eetbare telg uit de ruwbladigenfamilie, oosters komkommerkruid (Trachystemon Orientalis) die ik hier al eens aan bod liet komen.  Het leek wel alsof deze Turkse groente me ieder keer ik er langs wandelde mij verleidelijk aankeek en ” eet mij, eet mij” riep, los van het feit dat de plant er niet overdreven smakelijk uitziet.  Mijn  vorige experiment met het Turkse recept  was allesbehalve in de smaak gevallen, ook ik vond het niet lekker en was tot de conclusie gekomen dat je er jong blad voor nodig had. Op dit moment is het blad van deze bodembedekker jong en qua grootte en textuur vergelijkbaar met smeerwortel… dus waarom niet ? Geen smeerwortelfilets, maar komkommerkruidfilets.

Ik ging dus aan de slag met een hartig pannenkoekendeeg, blaadjes twee aan twee door het deeg halen en bakken in wat olie in een hete pan.  De eerste  “filet” die aan beide zijden lichtbruin gebakken uit pan kwam proefde ik alvast voor. Een verrassend effect, vlezig vond ik. Nog wat parmezaan erover en even dacht/hoopte  ik dat ik een succesje ging boeken.

Ontnuchtering, discussie en schuldgevoel

Met open geest tastten de man en zoon 2 toe,  maar wat ik vlezig vond was voor zoon 2 vooral “plant” en “dof” voor de man. Zoon 1 keek de kat uit de boom en besloot, afgaande op de steeds bedenkelijkere gezichten van de man en zoon 2  niet te proeven.  Na enkele happen  begon zoon 2 een beetje te kokhalzen en ook de man sprak van een raar gevoel in de mond.  Ik zelf had nergens last van en vond het eigenlijk wel  smaken. Het duurde echter niet lang of er ontspon zich een met momenten heftige maar interessante discussie over de textuur van eetbaar  eten, deontologie van de kok,  psychologie en voedsel.  Begrijp me niet verkeerd, wat op tafel gegooid werd, was niet zomaar kritiek, maar raakte wel degelijk gevoelige snaren in verband met ons voedsel en welke grenzen er al dan niet kunnen overschreden worden.   De man die op zijn werkreizen in Cuba en Kenia regelmatig gerechten kreeg voorgeschoteld,  waarvoor hij behoorlijk buiten zijn comfort zone moest treden om ze op te eten  en ze achteraf nog lekker vond ook, is dus niet aan zijn proefstuk toe. Zoon 2 eet gewoon heel graag en vanuit een soort trouw aan zijn mama, bereid om op zijn minst te proberen wat hem wordt voorgeschoteld.    Het bleef echter niet bij een discussie. Passionele discussies horen nu eenmaal bij ons gezin. Nee, het werd erger,  na de maaltijd liep de man tot 2 maal toe richting toilet, omdat het eten blijkbaar de neiging had terug te komen en zoon 2 sprak van een gezwollen gevoel in de keel.  Niet dat de situatie  zeer ernstig leek of dat ze allebei doodziek werden, maar toch.  Zoon 2 zit  momenteel nog maar eens in de afbouwfase van een cortisone kuur,  dus waakzaamheid is wat hem betreft sowieso geboden. De rest van de avond en nacht  bracht ik piekerend door . Was  ik hier toch geen stap te ver was gegaan ?  Internet afgeschuimd op zoek naar bijkomende informatie over eventuele allergische reacties  en/of  tegenindicaties bij het gebruik van leden van de Boraginaceae familie, maar met uitzondering over wat ik al wist over smeerwortel en een vermelding van contactallergie bij het eenjarige komkommerkruid kon ik niets verontrustends vinden.

Lesje geleerd

Vanmorgen bij het ontwaken bleek noch zoon 2, noch de man ergens last van te hebben. Oef, opluchting !   De vraag die we ons nu alle drie stellen is of wat er zich gisterenavond heeft afgespeeld een reële allergische of overgevoelige  reactie was,  of iets wat zich enkel heeft afgespeeld tussen de oren.  We zullen het waarschijnlijk nooit weten, want we houden het  liever  veilig en leden van de ruwbladigenfamilie komen hier niet meer op tafel.   Wat wel vaststaat is dat bij volgende experimenten met vreemde en wilde eetbare planten, de regeltjes van de wildplukker *  die ik beschreef in het logje over kleefkruid veel strenger zullen worden toegepast.  Van dieren is het geweten dat ze intuïtief op zoek gaan naar eten die ze op dat moment nodig hebben en hoewel wij als mens deze eigenschap lijken  verloren te hebben,  ben ik er van overtuigd dat er daar toch nog iets is van blijven hangen, zelfs al proppen  we ons tegen beter weten in vol met allerlei chemisch bewerkte troep. Ik herinner me hoe ik tijdens mijn zwangerschappen kokhalsde als ik nog maar een zweem van broccoli of bloemkool rook, terwijl ik beide groenten echt wel lekker vind. Het mag van mijn part zweverig klinken, maar als het op voedsel aankomt denk ik dat het verstandig kan zijn beroep te doen op je intuïtie.  Hadden zoon 2 en de man gisteren in plaats van mij een plezier willen doen,  afgegaan op hun intuïtie, dan hadden ze niet geproefd.

(*) De regeltjes van de wildplukker : Gebruik al uw zintuigen, kijk, ruik, luister en voel voor je de plant ook maar in de buurt van je lippen brengt.  Als je dan al iets is opgevallen wat je onappetijtelijk vindt, laat de plant dan voor wat het is.  Alles nog ok ? Zo ja,  dan kun je de plant naar je lippen brengen, maar nog niet in je mond stoppen.  Indien er zich geen tinteling of zwelling van de lippen voordoet, kan je een piepklein hapje nemen en zo stilletjes opbouwen . Best wel een tijdje wachten tussen het contact met de lippen en de volgende stapjes.  

Fraternité of hoe dromen werkelijkheid worden

Zondagmorgen, 9u30, een gewone straat ergens in Moeskroen.  De deur van arbeidershuisje nr. 58 staat open. Volk loopt af en aan. Jong, oud, alternatief, gewoon, Vlaams, Frans, Waals.  Als rond 10u een handbel het begin van de gratis les in permacultuur aankondigt, zit er meer dan 100 man op elkaar gepakt in een ruimte waarvan de muren volledig bedekt zijn door boekenkasten. Boeken staan er niet, maar wel zaden van 6500 plantenvariëteiten. Als je verder de ruimte doorloopt kom je in een tuin met een hallucinant aantal fruitbomen en struiken. Zo’n goeie 2000, waarvan 1300 verschillende variëteiten. Een drietal serres, een vijver en in vol seizoen ook nog eens rond de 5000 verschillende soorten eetbare planten en kruiden, dit alles op slechts 1800m²

We kunnen blijven doorgaan met cijfertjes : 100 vrijwilligers, minstens 200 cursisten verspreid over 2 zondagen per maand, 1300 betalende leden aan 1.50€/jaar en iedere donderdagnamiddag  tientallen bezoekers over de vloer.  Een pakje zaad kost gemiddeld 0.50 €.  De tuingrond bevat 12% humus en in één kubieke meter zitten 3 kilo wormen. Josine en Gilbert Cardon zijn al meer dan 40 jaar de bezielers  van la  Fraternitè d’ouvrière de Mouscron en zijn ondertussen de 80 al ver voorbij. Of de cijfertjes echt kloppen, doet er niet toe, niemand zal ze natellen. Net zoals het geld dat in een kartonnen doos  wordt gedeponeerd bij de aankoop van zaden, ook niet wordt nageteld. “Reken zelf maar uit” zegt Gilbert, de prijs staat op het zakje.  Fraternité betekent hier ook vertrouwen.

P1010568

Het begon als een coöperatieve voor groepsaankopen van bio-groenten,  als steuntje in de rug voor arbeiders uit de plaatselijke textielindustrie, toen eind jaren zestig massaal ontslagen vielen.  Arme mensen hebben ook recht op gezond voedsel.  Van het één kwam het ander, waarom niet zelf voedsel kweken en elkaar de knepen van het vak leren kennen. Het is niet helemaal duidelijk hoe of wanneer  Gilbert  en Josine de permacultuur ontdekten of dat de permacultuur hen ontdekt heeft. Een feit is dat hun tuin het oudste voedselbos van België is en de manier waarop ze met hun medemensen omgaan een schoolvoorbeeld van sociale permacultuur.

Ik was vorige zondag één van de cursisten en heb volop genoten van het enthousiasme waarmee Gilbert zijn kennis overbrengt. Op een eenvoudige en grappige manier weet hij de soms ongelovige toehoorders over de permacultuurstreep te trekken. Wat mij nog het meest opviel is dat ondanks jaren ervaring , deze man nog steeds open staat  voor en actief zoekt naar nieuwe ideeën.  Alles evolueert voortdurend, zegt hij, ook de natuur rondom ons, een fietser die ter plekke wil fietsen valt om.

Ik heb me laten vertellen dat er in onze lage landen onder permapuriteinen wel eens neerbuigend wordt gedaan over de jardin de la fraternité ouvrière de mouscron : het zou geen echt  voedselbos zijn, slecht onderhouden, lage productie, … vage kritieken die voorbij gaan aan het feit dat deze simpele mensen de permacultuur principes al toepasten lang voor  David Holmgren ze in 2002 nog eens voor alle duidelijkheid moest ordenen en opschrijven.  Of zou het misschien zijn omdat ze het derde ethische principe “eerlijk delen” ten volle toepassen en met een ongeëvenaard enthousiasme gratis hun kennis ter beschikking stellen ?  Weet u wat, neem eens een uurtje de tijd en oordeel zelf. Hieronder vind je een  inspirerende documentaire die de wereld van Josine en Gilbert mooi in beeld brengt.  De  film start op 16 min, maar is in het Frans en niet ondertiteld.

Als je het wat moeilijk  hebt met het frans, is er ook een vimeo versie beschikbaar met engelse ondertitels  – https://vimeo.com/127024480

Weinig tijd?  Hier kan je terecht voor  een korter verslag, waarin ook de rol van Josine,  die in dit verhaal minstens even belangrijk is, beter tot uiting komt.

 

Alle informatie over de lessen en openingsuren, alsook de audio van de lessen kunt u terug vinden op de blog van “La fraternité ouvrière de mouscron

In de documentaire zegt Gilbert dat je je kinderdromen niet mag laten varen wanneer je volwassen bent, maar ze dan juist waar moet maken.  Het werk van Gilbert en Josine is voor mij alvast één van de grootste inspiratiebronnen voor het waarmaken van mijn dromen.

Eten uit een wilde tuin: kleefkruid

Eén van mijn motto’s is “gebruik wat je hebt” en hoewel er op dit moment van het jaar nog een hoop andere eetbare planten te vinden zijn, viel mijn oog gisteren op de jonge kleefkruidplantjes die in de startblokken staan om straks, naar jaarlijkse gewoonte, de gemengde haag  aan de westzijde van de tuin helemaal te overwoekeren.  Ik val een beetje in herhaling : opnieuw een eenjarig “onkruid” in de pan.  Om het goed te maken, krijgt u vandaag niet één maar drie receptjes door de bewoners van de jardin uitgetest.P1010524.JPG

Ik ga er van uit dat u kleefkruid of Galium aparine kent en omdat er gekookt moet worden verwijs ik u voor het gemak door naar een logje van Anne Tanne die alles wat u weten moet over kleefkruid al eens haarfijn heeft uitgelegd.

 

 

Oogsttip

Ik heb de vorige keer, bij het schoonmaken van vogelmuur, mijn lesje geleerd. Het klinkt goed hé “wieden is oogsten”, maar ik verzeker u, zorgvuldig oogsten is een pak werk gespaard als je tenminste proper wilt eten. Knip dus enkel wat er smakelijk genoeg uitziet om ook op te eten, dat wieden kan later wel.

Toch even een kleine waarschuwing meegeven : het sap van kleefkruid kan bij sommige mensen contactallergie veroorzaken.  Testen dus ! Wildplukkers doen dit meestal in stappen. Gebruik al uw zintuigen, kijk, ruik, luister en voel voor je de plant ook maar in de buurt van je lippen brengt.  Als je dan al iets is opgevallen wat je onappetijtelijk vindt, laat de plant dan voor wat het is.  Alles nog ok ? Zo ja,  dan kun je de plant naar je lippen brengen, maar nog niet in je mond stoppen.  Indien er zich geen tinteling of zwelling van de lippen voordoet, kan je een piepklein hapje nemen en zo stilletjes opbouwen . Best wel een tijdje wachten tussen het contact met de lippen en de volgende stapjes.  Ik raad het u echter volkomen af om kleefkruid rauw te eten.  Die haartjes die van kleefkruid, kleefkruid maken, blijven gegarandeerd in uw keel steken. Nee, kleefkruid moet hoe dan ook eerst in de pan voor het op je bord belandt.  Echt geen blaadje voor in het slaatje.

Soep

Telkens ik aankondig dat het eten weer een specialleke wordt, doet de man zijn eigen research. Google je “kleefkruid recepten” dan krijg je meteen een fotootje van soep te zien en laat de man nu een groot liefhebber van soep zijn.  “Soep” it will be ! Tomaat-wortel-kleefkruid-soep.  Kleefkruid heeft niet echt een uitgesproken smaak, dus maakt het niet echt uit dat dit gewoon een variatie van tomatensoep is. P1010531.JPG

Soep heb ik wel in de vingers, een vluchtige blik op het recept volstaat om aan de slag te gaan. Uitje fijnhakken en glazig fruiten, fijngehakte look en gesneden worteltjes er bij,  een aardappeltje (in dit geval een restje) en alles even laten aanbakken. Om het geheel wat pittiger te maken mikte ik er nog een theelepeltje chili kruiden mix bij.   Tomaatjes toevoegen, in dit geval uit blik, de ingemaakte tomaatjes van eigen kweek zijn helaas al lang op. Het geheel onder water zetten en pas  wanneer het kookt gaat ook het grof gehakt kleefkruid in de pot.  Ik voegde er ook nog een lepeltje bouillonpoeder bij.  Vlak voor het serveren ging de staafmixer er in.  Als u nood hebt aan exacte hoeveelheden bij het koken: hier vindt u het oorspronkelijke recept.

Quinoaburgers

Soep voor de man, maar ik ken mijn pappenheimers. Zonen 1 en 2 zullen de soep links laten staan. Zoon 2 vanwege de tomaten (zeker als ze uit blik komen, voelt hij het meteen aan zij darmen), zoon 1 omdat hij simpelweg geen soepliefhebber is.P1010527.JPG

Ik kwam onlangs een mooi filmpje voor quinoa burgers met spinazie tegen en gebruikte het dan ook als inspiratie voor mijn kleefkruidburgers. Ook hier wijk ik een beetje af van het inspiratierecept. Zo’n 125gr quinoa, een 50gr havermoutvlokken waar ik nog een goeie eetlepel chiazaad en een goeie eetlepel sesamzaad aan toe voeg.  125 gr feta (verkruimelen), 2 eieren en natuurlijk een bosje fijngehakt kleefkruid. De quinoa wordt eerst gekookt, 10 min volstaat.  Alle ingrediënten gaan in een grote kom (liefst nadat de quinoa wat is afgekoeld) duik met uw handen er in en mengen maar ! Dit mengsel kan je het best nog een half uurtje laten opstijven in de ijskast. Ik had daarvoor geen tijd. Het lukt ook prima zonder opstijven. Burgertjes vormen en bakken in een hete pan aan beide zijden tot ze goudbruin zijn.

Lauw wortelslaatje

Tot nu toe ben ik de slaatjes uit de weg gegaan omdat ze zo voor de hand liggen. Dit receptje wou ik gewoon eens uitproberen, vooral omdat ik wel hou van de geur en smaak van Ras El hanout en ik het wel grappig vind om mezelf in één en hetzelfde logje tegen te spreken.

P1010526.JPG

Toegegeven de hoeveelheid kleefkruid heb ik bij het klaarmaken gehalveerd. Ik had toch nog een beetje schrik voor het in de keel plakken. Achteraf besefte ik ook dat ik vergeten ben mijn flesje zelfgemaakte appelazijn op de foto te zetten en dat terwijl ik daar zo trots op ben.   Hier gaan we: worteltjes grof raspen, kleefkruid fijn hakken, pan op het vuur met een beetje olie.  Worteltjes en kleefkruid in de pan met een goeie koffielepel Ras El Hanout en een klein beetje water.  Het geheel wat door elkaar roeren totdat het kleefkruid is geslonken en de worteltjes zacht en zoet zijn. Doe dit alles in een kommetje,  werk het af met een snuifje zout en een geutje appelazijn voor de extra “zing” ( zoals ze het in het engels uitdrukken)   Citroensap kan natuurlijk ook.

De maaltijd

P1010534.JPG

Wel de maaltijd verliep rommelig, want verstoord door discussies over vrouwenrechten. Ik hou van mijn mannen, hun hart zit op de goeie plaats en ik kan niet anders dan trots zijn op hun denken.  Alleen vergeten ze mij met mijn eten te complementeren.  Niet dat er geklaagd werd, of toch een beetje : te weinig feta in de burgers,  liever geen wortel meer in de soep. De croutons daarentegen, de perfecte manier om oud brood te verwerken, zijn altijd een succes.  Of er nu al dan niet kleefkruid in het eten verwerkt zat, speelde blijkbaar geen grote rol en ik had niet anders verwacht.  Kleefkruid heeft nu eenmaal geen uitgesproken smaak.  Voor herhaling vatbaar ?  Ja, maar dan gewoon om aan het einde van de winter je gerechten op te leuken met een groene toets.  Later op het seizoen lijkt het me echt te taai om te gebruiken, dan verwijs ik het gewoon naar de composthoop.

Koffie

Ook even meegeven dat de zaadjes van kleefkruid als vervangkoffie kunnen gebruikt worden. De man en ik zijn grote koffiedrinkers en omdat er nog een aantal planten zijn, waarvan beweerd wordt dat je ze kunt gebruiken als koffievervanger voorzie ik ergens in de herfst een echte “erzats koffie special” … nog even geduld.

Eten uit een wilde tuin: vogelmuur

Strikt genomen hoort vogelmuur of Stellaria Media niet thuis in deze reeks. Het is namelijk geen vaste plant, maar een eenjarige die het hele jaar door groeit en bloeit en zich dus ook het hele jaar uitzaait. Een onkruid dus, maar zeg nu zelf : eetbaar,  overvloedig aanwezig, zelfs in januari,  zonder dat je er ook maar iets voor moet doen, ik zou wel stom moeten zijn om daar geen gebruik van te maken.

AlsineMedia

Hoewel ik het plantje zowat overal in de tuin aantref waar de aarde verstoord werd, kan ik het mezelf gemakkelijk maken. De serre staat er vol van en begint de spinazie die ik eind november nog zaaide te overwoekeren.   “If you can’t beat it, eat it” zeggen ze dan en wieden is in dit geval ook oogsten.  Op 10 min tijd heb ik me ruim 150 gr bij elkaar gewied. Te veel, blijkt achteraf, voor het recept dat ik in gedachten heb.

P1010463.JPG

Prutswerk

Een keer je de plant geïdentificeerd hebt,  zie je ze  overal staan. Er bestaat een kans dat je ze in het niet bloeiende stadium kan verwarren met rood guichelheil. Op zich kan dit geen kwaad, ook de blaadjes van rood guichelheil zouden eetbaar moeten zijn. Het is wel oppassen geblazen met de zaden van rood guichelheil, want die zijn giftig, maar de rode bloemetjes  zijn  duidelijk te onderscheiden van de witte bloemetjes van vogelmuur. Vogelmuur is het lekkerst wanneer het nog niet bloeit, niet omdat het bitter wordt, maar omdat bij iets oudere planten de stengels wat taai worden.  Als je ze wil oogsten, raad ik je aan ze met een schaar af te knippen en niet zoals ik al wiedend uit te trekken. De plantjes wortelen niet diep, maar doordat alle blaadjes en stengeltjes aan elkaar blijven haken is het een vervelend werkje om ze schoon te maken, vooral als je dan ook nog eens de worteltjes moet verwijderen. Ook met de zaadjes kun je aan de slag, alleen lijkt me dat allesbehalve praktisch om te oogsten en heb je er enorme massa’s van nodig om er iets mee te kunnen aanvangen… misschien iets voor iemand die een aantal moestuinbedden op overschot heeft en voldoende  zin heeft om andere onkruiden er tussenuit te wieden.

Voedingswaarde

Een aantal internetsites vermelden graag dat het plantje zo voedzaam is. Nu geloof ik zelf dat verse groene blaadjes, die de kracht hebben om spontaan een serre te overwoekeren sowieso voedzamer zijn dan een hydrocultuur sla, die meer dan een week vers wordt gehouden dankzij met Co2 gevulde verpakking en allerlei koelinstallaties. Betrouwbare cijfertjes zijn moeilijk te vinden maar naast eiwitten, koolhydraten, vezels en mineralen zou het rijk zijn aan vitamine C en vitamine A en bevat het ook saponine. Saponine vind je in veel groenten,  dus zolang je geen onmenselijke hoeveelheden er van naar binnen werkt is er niets aan de hand.

Recepten

Deze keer vond ik meer recepten, vermoedelijk omdat we het in deze contreien al heel lang eten en het zowat overal te vinden is. Rauw is het heel goed te doen als basis voor sla omdat het een milde smaak heeft, maar je kan het ook kwijt in kruidenboter, pesto of op de boterham met wat roomkaas bijvoorbeeld..  Warm kan je het klaar maken zoals spinazie,  verwerken in soep of door een aardappelpuree mengen. Ik koos voor een iets exotischer recept, namelijk in pakoras.  Pakora is een indiaans gefrituurd hapje, waarbij een groente (en dat kan vanalles zijn) eerst door een beslag van kikkererwtenmeel wordt gehaald.  Ik had er nog nooit van gehoord, maar de foto’s waren veelbelovend, de bereidingstijd kort, kan blijkbaar niet misgaan en ik had nog kikkererwtenmeel staan.  Je hoeft niet echt kikkererwtenmeel te gebruiken, maar ik denk wel dat het zorgt voor het extra indiaanse tintje. Ook qua kruiden kan je  volgens mij met dit recept alle kanten op. Het originele recept vermeld teentjes kraailook , ook interessant maar dat heb ik (nog)  niet in de tuin staan, dus dan maar zonder.

Voor 4 personen nam ik:

150 gr kikkererwtenmeel

180ml water

1 koffielepel curry, 1/2 koffielepel bakpoeder, 1 koffielepel zout

1 teentje fijngehakte knoflook

100 gr grof gehakte vogelmuur

Het kikkererwtenmeel meng je met het water, de curry , het bakpoeder en het zout in een kom tot een glad beslagje. Je kiepert de vogelmuur en de look er in en mengt alles goed door elkaar.  Ondertussen laat je een bodempje olie goed heet worden in een pan. Met een lepel schep je  balletjes van het mengsel in de pan en zorgt er voor dat de balletjes elkaar niet raken.  Deksel op de pan en zo’n vijf minuten laten bakken totdat de balletjes aan één kant goudbruin zien, omdraaien en opnieuw vijf minuutjes laten bakken. Klaar !

Het oordeel

Zoon 1 trok een bedenkelijk gezicht toen hij de pakoras in de pan zag liggen, maar volgens mij was dat meer om me te jennen. Nog voor iedereen aan tafel zat had zoon 2 al geproefd en kondigde aan dat het “te doen”  was. Tijdens de maaltijd bleef het stil, wat ik persoonlijk een goed teken vind.  Er was pasta, gegrilde paprika’s en courgettes, reuzebonen op zijn grieks, feta en wat sla zodat niemand met honger van tafel moest in geval de pakora’s tegen zouden vallen. Alle 14 pakora’s werden opgegeten en  gewoon ok bevonden, niet “mmmm” of “lekkerrrrr”, maar gewoon ok.  De man merkte terecht op dat ik beter een “gewoon” recept had gekozen zodat er beter over de smaak kon geoordeeld worden. Want toegegeven ik ben geen gepassioneerde kok, het is voor mij vooral een kwestie van gezonde verse maaltijden op tafel zetten, zonder dat ik achteraf voortdurend “ik heb nog honger” moet aanhoren. Geloof me, dat op zich vind ik iedere dag al een serieuze opdracht.

P1010472.JPG

Ondanks het feit dat de reactie op de maaltijd eerder lauw was, denk ik dat vogelmuur hier regelmatiger op tafel zal verschijnen. Niet als hoofdgerecht of als belangrijkste ingrediënt van een maaltijd,  maar eerder als aanvulling. Wanneer er bijvoorbeeld  net niet genoeg spinazie valt te oogsten, of de slakken al van de sla hebben gesmuld.  Niet dat ik het met opzet ga kweken, dat is hier duidelijk niet nodig, maar ik zal toch twee keer nadenken als ik aan het wieden sla.