Eten uit een wilde tuin : of hoe het wel eens verkeerd kan lopen.

Ik had een receptje gevonden voor het bereiden van smeerwortel, uitgetest en lekker bevonden door ons lokale transitie werkgroepje “les jardiniers complices”. Met smeerwortel moet je  echter oppassen, het zou namelijk pyrrolizidine alkaloïden bevatten die leverbeschadiging als gevolg kunnen hebben. Of je nu al dan niet veilig smeerwortel kan eten is blijkbaar een welles nietes discussie.  Een mooie samenvatting van het wetenschappelijk onderzoek naar de toxiciteit van smeerwortel  en wanneer je kan beslissen om  het wel te eten vind je hier. Nu staat er in de jardin veel smeerwortel, ook in deze periode van het jaar, alleen gaat het om Symphytum grandiflora, een grondbedekkende variëteit voor de siertuin, die vroeg en langdurig bloeit. Hoewel deze uitbundige groeier  hier zijn nut bewezen heeft  als barrière tegen onkruid , versneller in  de composthoop en  voedende  mulch, is hij dus zeker niet geschikt voor in de pan, m.a.w. recept afgevoerd.

smeerwortel jan.JPG

Symphytum Grandiflora in bloei in januari

 

Koppig of creatief ?

Misschien was het het succes van deze logreeks, waardoor ik mezelf onder druk zette om snel met een recept op de proppen te komen, of nam de drang om te bewijzen dat er lekker kan gekookt worden met wilde planten en vaste groenten de overhand (beide, volgens de man).  In ieder geval het recept bleef door mijn hoofd spoken.  Er was  natuurlijk ook nog die andere eetbare telg uit de ruwbladigenfamilie, oosters komkommerkruid (Trachystemon Orientalis) die ik hier al eens aan bod liet komen.  Het leek wel alsof deze Turkse groente me ieder keer ik er langs wandelde mij verleidelijk aankeek en ” eet mij, eet mij” riep, los van het feit dat de plant er niet overdreven smakelijk uitziet.  Mijn  vorige experiment met het Turkse recept  was allesbehalve in de smaak gevallen, ook ik vond het niet lekker en was tot de conclusie gekomen dat je er jong blad voor nodig had. Op dit moment is het blad van deze bodembedekker jong en qua grootte en textuur vergelijkbaar met smeerwortel… dus waarom niet ? Geen smeerwortelfilets, maar komkommerkruidfilets.

Ik ging dus aan de slag met een hartig pannenkoekendeeg, blaadjes twee aan twee door het deeg halen en bakken in wat olie in een hete pan.  De eerste  “filet” die aan beide zijden lichtbruin gebakken uit pan kwam proefde ik alvast voor. Een verrassend effect, vlezig vond ik. Nog wat parmezaan erover en even dacht/hoopte  ik dat ik een succesje ging boeken.

Ontnuchtering, discussie en schuldgevoel

Met open geest tastten de man en zoon 2 toe,  maar wat ik vlezig vond was voor zoon 2 vooral “plant” en “dof” voor de man. Zoon 1 keek de kat uit de boom en besloot, afgaande op de steeds bedenkelijkere gezichten van de man en zoon 2  niet te proeven.  Na enkele happen  begon zoon 2 een beetje te kokhalzen en ook de man sprak van een raar gevoel in de mond.  Ik zelf had nergens last van en vond het eigenlijk wel  smaken. Het duurde echter niet lang of er ontspon zich een met momenten heftige maar interessante discussie over de textuur van eetbaar  eten, deontologie van de kok,  psychologie en voedsel.  Begrijp me niet verkeerd, wat op tafel gegooid werd, was niet zomaar kritiek, maar raakte wel degelijk gevoelige snaren in verband met ons voedsel en welke grenzen er al dan niet kunnen overschreden worden.   De man die op zijn werkreizen in Cuba en Kenia regelmatig gerechten kreeg voorgeschoteld,  waarvoor hij behoorlijk buiten zijn comfort zone moest treden om ze op te eten  en ze achteraf nog lekker vond ook, is dus niet aan zijn proefstuk toe. Zoon 2 eet gewoon heel graag en vanuit een soort trouw aan zijn mama, bereid om op zijn minst te proberen wat hem wordt voorgeschoteld.    Het bleef echter niet bij een discussie. Passionele discussies horen nu eenmaal bij ons gezin. Nee, het werd erger,  na de maaltijd liep de man tot 2 maal toe richting toilet, omdat het eten blijkbaar de neiging had terug te komen en zoon 2 sprak van een gezwollen gevoel in de keel.  Niet dat de situatie  zeer ernstig leek of dat ze allebei doodziek werden, maar toch.  Zoon 2 zit  momenteel nog maar eens in de afbouwfase van een cortisone kuur,  dus waakzaamheid is wat hem betreft sowieso geboden. De rest van de avond en nacht  bracht ik piekerend door . Was  ik hier toch geen stap te ver was gegaan ?  Internet afgeschuimd op zoek naar bijkomende informatie over eventuele allergische reacties  en/of  tegenindicaties bij het gebruik van leden van de Boraginaceae familie, maar met uitzondering over wat ik al wist over smeerwortel en een vermelding van contactallergie bij het eenjarige komkommerkruid kon ik niets verontrustends vinden.

Lesje geleerd

Vanmorgen bij het ontwaken bleek noch zoon 2, noch de man ergens last van te hebben. Oef, opluchting !   De vraag die we ons nu alle drie stellen is of wat er zich gisterenavond heeft afgespeeld een reële allergische of overgevoelige  reactie was,  of iets wat zich enkel heeft afgespeeld tussen de oren.  We zullen het waarschijnlijk nooit weten, want we houden het  liever  veilig en leden van de ruwbladigenfamilie komen hier niet meer op tafel.   Wat wel vaststaat is dat bij volgende experimenten met vreemde en wilde eetbare planten, de regeltjes van de wildplukker *  die ik beschreef in het logje over kleefkruid veel strenger zullen worden toegepast.  Van dieren is het geweten dat ze intuïtief op zoek gaan naar eten die ze op dat moment nodig hebben en hoewel wij als mens deze eigenschap lijken  verloren te hebben,  ben ik er van overtuigd dat er daar toch nog iets is van blijven hangen, zelfs al proppen  we ons tegen beter weten in vol met allerlei chemisch bewerkte troep. Ik herinner me hoe ik tijdens mijn zwangerschappen kokhalsde als ik nog maar een zweem van broccoli of bloemkool rook, terwijl ik beide groenten echt wel lekker vind. Het mag van mijn part zweverig klinken, maar als het op voedsel aankomt denk ik dat het verstandig kan zijn beroep te doen op je intuïtie.  Hadden zoon 2 en de man gisteren in plaats van mij een plezier willen doen,  afgegaan op hun intuïtie, dan hadden ze niet geproefd.

(*) De regeltjes van de wildplukker : Gebruik al uw zintuigen, kijk, ruik, luister en voel voor je de plant ook maar in de buurt van je lippen brengt.  Als je dan al iets is opgevallen wat je onappetijtelijk vindt, laat de plant dan voor wat het is.  Alles nog ok ? Zo ja,  dan kun je de plant naar je lippen brengen, maar nog niet in je mond stoppen.  Indien er zich geen tinteling of zwelling van de lippen voordoet, kan je een piepklein hapje nemen en zo stilletjes opbouwen . Best wel een tijdje wachten tussen het contact met de lippen en de volgende stapjes.  

Advertenties

Fraternité of hoe dromen werkelijkheid worden

Zondagmorgen, 9u30, een gewone straat ergens in Moeskroen.  De deur van arbeidershuisje nr. 58 staat open. Volk loopt af en aan. Jong, oud, alternatief, gewoon, Vlaams, Frans, Waals.  Als rond 10u een handbel het begin van de gratis les in permacultuur aankondigt, zit er meer dan 100 man op elkaar gepakt in een ruimte waarvan de muren volledig bedekt zijn door boekenkasten. Boeken staan er niet, maar wel zaden van 6500 plantenvariëteiten. Als je verder de ruimte doorloopt kom je in een tuin met een hallucinant aantal fruitbomen en struiken. Zo’n goeie 2000, waarvan 1300 verschillende variëteiten. Een drietal serres, een vijver en in vol seizoen ook nog eens rond de 5000 verschillende soorten eetbare planten en kruiden, dit alles op slechts 1800m²

We kunnen blijven doorgaan met cijfertjes : 100 vrijwilligers, minstens 200 cursisten verspreid over 2 zondagen per maand, 1300 betalende leden aan 1.50€/jaar en iedere donderdagnamiddag  tientallen bezoekers over de vloer.  Een pakje zaad kost gemiddeld 0.50 €.  De tuingrond bevat 12% humus en in één kubieke meter zitten 3 kilo wormen. Josine en Gilbert Cardon zijn al meer dan 40 jaar de bezielers  van la  Fraternitè d’ouvrière de Mouscron en zijn ondertussen de 80 al ver voorbij. Of de cijfertjes echt kloppen, doet er niet toe, niemand zal ze natellen. Net zoals het geld dat in een kartonnen doos  wordt gedeponeerd bij de aankoop van zaden, ook niet wordt nageteld. “Reken zelf maar uit” zegt Gilbert, de prijs staat op het zakje.  Fraternité betekent hier ook vertrouwen.

P1010568

Het begon als een coöperatieve voor groepsaankopen van bio-groenten,  als steuntje in de rug voor arbeiders uit de plaatselijke textielindustrie, toen eind jaren zestig massaal ontslagen vielen.  Arme mensen hebben ook recht op gezond voedsel.  Van het één kwam het ander, waarom niet zelf voedsel kweken en elkaar de knepen van het vak leren kennen. Het is niet helemaal duidelijk hoe of wanneer  Gilbert  en Josine de permacultuur ontdekten of dat de permacultuur hen ontdekt heeft. Een feit is dat hun tuin het oudste voedselbos van België is en de manier waarop ze met hun medemensen omgaan een schoolvoorbeeld van sociale permacultuur.

Ik was vorige zondag één van de cursisten en heb volop genoten van het enthousiasme waarmee Gilbert zijn kennis overbrengt. Op een eenvoudige en grappige manier weet hij de soms ongelovige toehoorders over de permacultuurstreep te trekken. Wat mij nog het meest opviel is dat ondanks jaren ervaring , deze man nog steeds open staat  voor en actief zoekt naar nieuwe ideeën.  Alles evolueert voortdurend, zegt hij, ook de natuur rondom ons, een fietser die ter plekke wil fietsen valt om.

Ik heb me laten vertellen dat er in onze lage landen onder permapuriteinen wel eens neerbuigend wordt gedaan over de jardin de la fraternité ouvrière de mouscron : het zou geen echt  voedselbos zijn, slecht onderhouden, lage productie, … vage kritieken die voorbij gaan aan het feit dat deze simpele mensen de permacultuur principes al toepasten lang voor  David Holmgren ze in 2002 nog eens voor alle duidelijkheid moest ordenen en opschrijven.  Of zou het misschien zijn omdat ze het derde ethische principe “eerlijk delen” ten volle toepassen en met een ongeëvenaard enthousiasme gratis hun kennis ter beschikking stellen ?  Weet u wat, neem eens een uurtje de tijd en oordeel zelf. Hieronder vind je een  inspirerende documentaire die de wereld van Josine en Gilbert mooi in beeld brengt.  De  film start op 16 min, maar is in het Frans en niet ondertiteld.

Als je het wat moeilijk  hebt met het frans, is er ook een vimeo versie beschikbaar met engelse ondertitels  – https://vimeo.com/127024480

Weinig tijd?  Hier kan je terecht voor  een korter verslag, waarin ook de rol van Josine,  die in dit verhaal minstens even belangrijk is, beter tot uiting komt.

 

Alle informatie over de lessen en openingsuren, alsook de audio van de lessen kunt u terug vinden op de blog van “La fraternité ouvrière de mouscron

In de documentaire zegt Gilbert dat je je kinderdromen niet mag laten varen wanneer je volwassen bent, maar ze dan juist waar moet maken.  Het werk van Gilbert en Josine is voor mij alvast één van de grootste inspiratiebronnen voor het waarmaken van mijn dromen.

Eten uit een wilde tuin: kleefkruid

Eén van mijn motto’s is “gebruik wat je hebt” en hoewel er op dit moment van het jaar nog een hoop andere eetbare planten te vinden zijn, viel mijn oog gisteren op de jonge kleefkruidplantjes die in de startblokken staan om straks, naar jaarlijkse gewoonte, de gemengde haag  aan de westzijde van de tuin helemaal te overwoekeren.  Ik val een beetje in herhaling : opnieuw een eenjarig “onkruid” in de pan.  Om het goed te maken, krijgt u vandaag niet één maar drie receptjes door de bewoners van de jardin uitgetest.P1010524.JPG

Ik ga er van uit dat u kleefkruid of Galium aparine kent en omdat er gekookt moet worden verwijs ik u voor het gemak door naar een logje van Anne Tanne die alles wat u weten moet over kleefkruid al eens haarfijn heeft uitgelegd.

 

 

Oogsttip

Ik heb de vorige keer, bij het schoonmaken van vogelmuur, mijn lesje geleerd. Het klinkt goed hé “wieden is oogsten”, maar ik verzeker u, zorgvuldig oogsten is een pak werk gespaard als je tenminste proper wilt eten. Knip dus enkel wat er smakelijk genoeg uitziet om ook op te eten, dat wieden kan later wel.

Toch even een kleine waarschuwing meegeven : het sap van kleefkruid kan bij sommige mensen contactallergie veroorzaken.  Testen dus ! Wildplukkers doen dit meestal in stappen. Gebruik al uw zintuigen, kijk, ruik, luister en voel voor je de plant ook maar in de buurt van je lippen brengt.  Als je dan al iets is opgevallen wat je onappetijtelijk vindt, laat de plant dan voor wat het is.  Alles nog ok ? Zo ja,  dan kun je de plant naar je lippen brengen, maar nog niet in je mond stoppen.  Indien er zich geen tinteling of zwelling van de lippen voordoet, kan je een piepklein hapje nemen en zo stilletjes opbouwen . Best wel een tijdje wachten tussen het contact met de lippen en de volgende stapjes.  Ik raad het u echter volkomen af om kleefkruid rauw te eten.  Die haartjes die van kleefkruid, kleefkruid maken, blijven gegarandeerd in uw keel steken. Nee, kleefkruid moet hoe dan ook eerst in de pan voor het op je bord belandt.  Echt geen blaadje voor in het slaatje.

Soep

Telkens ik aankondig dat het eten weer een specialleke wordt, doet de man zijn eigen research. Google je “kleefkruid recepten” dan krijg je meteen een fotootje van soep te zien en laat de man nu een groot liefhebber van soep zijn.  “Soep” it will be ! Tomaat-wortel-kleefkruid-soep.  Kleefkruid heeft niet echt een uitgesproken smaak, dus maakt het niet echt uit dat dit gewoon een variatie van tomatensoep is. P1010531.JPG

Soep heb ik wel in de vingers, een vluchtige blik op het recept volstaat om aan de slag te gaan. Uitje fijnhakken en glazig fruiten, fijngehakte look en gesneden worteltjes er bij,  een aardappeltje (in dit geval een restje) en alles even laten aanbakken. Om het geheel wat pittiger te maken mikte ik er nog een theelepeltje chili kruiden mix bij.   Tomaatjes toevoegen, in dit geval uit blik, de ingemaakte tomaatjes van eigen kweek zijn helaas al lang op. Het geheel onder water zetten en pas  wanneer het kookt gaat ook het grof gehakt kleefkruid in de pot.  Ik voegde er ook nog een lepeltje bouillonpoeder bij.  Vlak voor het serveren ging de staafmixer er in.  Als u nood hebt aan exacte hoeveelheden bij het koken: hier vindt u het oorspronkelijke recept.

Quinoaburgers

Soep voor de man, maar ik ken mijn pappenheimers. Zonen 1 en 2 zullen de soep links laten staan. Zoon 2 vanwege de tomaten (zeker als ze uit blik komen, voelt hij het meteen aan zij darmen), zoon 1 omdat hij simpelweg geen soepliefhebber is.P1010527.JPG

Ik kwam onlangs een mooi filmpje voor quinoa burgers met spinazie tegen en gebruikte het dan ook als inspiratie voor mijn kleefkruidburgers. Ook hier wijk ik een beetje af van het inspiratierecept. Zo’n 125gr quinoa, een 50gr havermoutvlokken waar ik nog een goeie eetlepel chiazaad en een goeie eetlepel sesamzaad aan toe voeg.  125 gr feta (verkruimelen), 2 eieren en natuurlijk een bosje fijngehakt kleefkruid. De quinoa wordt eerst gekookt, 10 min volstaat.  Alle ingrediënten gaan in een grote kom (liefst nadat de quinoa wat is afgekoeld) duik met uw handen er in en mengen maar ! Dit mengsel kan je het best nog een half uurtje laten opstijven in de ijskast. Ik had daarvoor geen tijd. Het lukt ook prima zonder opstijven. Burgertjes vormen en bakken in een hete pan aan beide zijden tot ze goudbruin zijn.

Lauw wortelslaatje

Tot nu toe ben ik de slaatjes uit de weg gegaan omdat ze zo voor de hand liggen. Dit receptje wou ik gewoon eens uitproberen, vooral omdat ik wel hou van de geur en smaak van Ras El hanout en ik het wel grappig vind om mezelf in één en hetzelfde logje tegen te spreken.

P1010526.JPG

Toegegeven de hoeveelheid kleefkruid heb ik bij het klaarmaken gehalveerd. Ik had toch nog een beetje schrik voor het in de keel plakken. Achteraf besefte ik ook dat ik vergeten ben mijn flesje zelfgemaakte appelazijn op de foto te zetten en dat terwijl ik daar zo trots op ben.   Hier gaan we: worteltjes grof raspen, kleefkruid fijn hakken, pan op het vuur met een beetje olie.  Worteltjes en kleefkruid in de pan met een goeie koffielepel Ras El Hanout en een klein beetje water.  Het geheel wat door elkaar roeren totdat het kleefkruid is geslonken en de worteltjes zacht en zoet zijn. Doe dit alles in een kommetje,  werk het af met een snuifje zout en een geutje appelazijn voor de extra “zing” ( zoals ze het in het engels uitdrukken)   Citroensap kan natuurlijk ook.

De maaltijd

P1010534.JPG

Wel de maaltijd verliep rommelig, want verstoord door discussies over vrouwenrechten. Ik hou van mijn mannen, hun hart zit op de goeie plaats en ik kan niet anders dan trots zijn op hun denken.  Alleen vergeten ze mij met mijn eten te complementeren.  Niet dat er geklaagd werd, of toch een beetje : te weinig feta in de burgers,  liever geen wortel meer in de soep. De croutons daarentegen, de perfecte manier om oud brood te verwerken, zijn altijd een succes.  Of er nu al dan niet kleefkruid in het eten verwerkt zat, speelde blijkbaar geen grote rol en ik had niet anders verwacht.  Kleefkruid heeft nu eenmaal geen uitgesproken smaak.  Voor herhaling vatbaar ?  Ja, maar dan gewoon om aan het einde van de winter je gerechten op te leuken met een groene toets.  Later op het seizoen lijkt het me echt te taai om te gebruiken, dan verwijs ik het gewoon naar de composthoop.

Koffie

Ook even meegeven dat de zaadjes van kleefkruid als vervangkoffie kunnen gebruikt worden. De man en ik zijn grote koffiedrinkers en omdat er nog een aantal planten zijn, waarvan beweerd wordt dat je ze kunt gebruiken als koffievervanger voorzie ik ergens in de herfst een echte “erzats koffie special” … nog even geduld.

Eten uit een wilde tuin: vogelmuur

Strikt genomen hoort vogelmuur of Stellaria Media niet thuis in deze reeks. Het is namelijk geen vaste plant, maar een eenjarige die het hele jaar door groeit en bloeit en zich dus ook het hele jaar uitzaait. Een onkruid dus, maar zeg nu zelf : eetbaar,  overvloedig aanwezig, zelfs in januari,  zonder dat je er ook maar iets voor moet doen, ik zou wel stom moeten zijn om daar geen gebruik van te maken.

AlsineMedia

Hoewel ik het plantje zowat overal in de tuin aantref waar de aarde verstoord werd, kan ik het mezelf gemakkelijk maken. De serre staat er vol van en begint de spinazie die ik eind november nog zaaide te overwoekeren.   “If you can’t beat it, eat it” zeggen ze dan en wieden is in dit geval ook oogsten.  Op 10 min tijd heb ik me ruim 150 gr bij elkaar gewied. Te veel, blijkt achteraf, voor het recept dat ik in gedachten heb.

P1010463.JPG

Prutswerk

Een keer je de plant geïdentificeerd hebt,  zie je ze  overal staan. Er bestaat een kans dat je ze in het niet bloeiende stadium kan verwarren met rood guichelheil. Op zich kan dit geen kwaad, ook de blaadjes van rood guichelheil zouden eetbaar moeten zijn. Het is wel oppassen geblazen met de zaden van rood guichelheil, want die zijn giftig, maar de rode bloemetjes  zijn  duidelijk te onderscheiden van de witte bloemetjes van vogelmuur. Vogelmuur is het lekkerst wanneer het nog niet bloeit, niet omdat het bitter wordt, maar omdat bij iets oudere planten de stengels wat taai worden.  Als je ze wil oogsten, raad ik je aan ze met een schaar af te knippen en niet zoals ik al wiedend uit te trekken. De plantjes wortelen niet diep, maar doordat alle blaadjes en stengeltjes aan elkaar blijven haken is het een vervelend werkje om ze schoon te maken, vooral als je dan ook nog eens de worteltjes moet verwijderen. Ook met de zaadjes kun je aan de slag, alleen lijkt me dat allesbehalve praktisch om te oogsten en heb je er enorme massa’s van nodig om er iets mee te kunnen aanvangen… misschien iets voor iemand die een aantal moestuinbedden op overschot heeft en voldoende  zin heeft om andere onkruiden er tussenuit te wieden.

Voedingswaarde

Een aantal internetsites vermelden graag dat het plantje zo voedzaam is. Nu geloof ik zelf dat verse groene blaadjes, die de kracht hebben om spontaan een serre te overwoekeren sowieso voedzamer zijn dan een hydrocultuur sla, die meer dan een week vers wordt gehouden dankzij met Co2 gevulde verpakking en allerlei koelinstallaties. Betrouwbare cijfertjes zijn moeilijk te vinden maar naast eiwitten, koolhydraten, vezels en mineralen zou het rijk zijn aan vitamine C en vitamine A en bevat het ook saponine. Saponine vind je in veel groenten,  dus zolang je geen onmenselijke hoeveelheden er van naar binnen werkt is er niets aan de hand.

Recepten

Deze keer vond ik meer recepten, vermoedelijk omdat we het in deze contreien al heel lang eten en het zowat overal te vinden is. Rauw is het heel goed te doen als basis voor sla omdat het een milde smaak heeft, maar je kan het ook kwijt in kruidenboter, pesto of op de boterham met wat roomkaas bijvoorbeeld..  Warm kan je het klaar maken zoals spinazie,  verwerken in soep of door een aardappelpuree mengen. Ik koos voor een iets exotischer recept, namelijk in pakoras.  Pakora is een indiaans gefrituurd hapje, waarbij een groente (en dat kan vanalles zijn) eerst door een beslag van kikkererwtenmeel wordt gehaald.  Ik had er nog nooit van gehoord, maar de foto’s waren veelbelovend, de bereidingstijd kort, kan blijkbaar niet misgaan en ik had nog kikkererwtenmeel staan.  Je hoeft niet echt kikkererwtenmeel te gebruiken, maar ik denk wel dat het zorgt voor het extra indiaanse tintje. Ook qua kruiden kan je  volgens mij met dit recept alle kanten op. Het originele recept vermeld teentjes kraailook , ook interessant maar dat heb ik (nog)  niet in de tuin staan, dus dan maar zonder.

Voor 4 personen nam ik:

150 gr kikkererwtenmeel

180ml water

1 koffielepel curry, 1/2 koffielepel bakpoeder, 1 koffielepel zout

1 teentje fijngehakte knoflook

100 gr grof gehakte vogelmuur

Het kikkererwtenmeel meng je met het water, de curry , het bakpoeder en het zout in een kom tot een glad beslagje. Je kiepert de vogelmuur en de look er in en mengt alles goed door elkaar.  Ondertussen laat je een bodempje olie goed heet worden in een pan. Met een lepel schep je  balletjes van het mengsel in de pan en zorgt er voor dat de balletjes elkaar niet raken.  Deksel op de pan en zo’n vijf minuten laten bakken totdat de balletjes aan één kant goudbruin zien, omdraaien en opnieuw vijf minuutjes laten bakken. Klaar !

Het oordeel

Zoon 1 trok een bedenkelijk gezicht toen hij de pakoras in de pan zag liggen, maar volgens mij was dat meer om me te jennen. Nog voor iedereen aan tafel zat had zoon 2 al geproefd en kondigde aan dat het “te doen”  was. Tijdens de maaltijd bleef het stil, wat ik persoonlijk een goed teken vind.  Er was pasta, gegrilde paprika’s en courgettes, reuzebonen op zijn grieks, feta en wat sla zodat niemand met honger van tafel moest in geval de pakora’s tegen zouden vallen. Alle 14 pakora’s werden opgegeten en  gewoon ok bevonden, niet “mmmm” of “lekkerrrrr”, maar gewoon ok.  De man merkte terecht op dat ik beter een “gewoon” recept had gekozen zodat er beter over de smaak kon geoordeeld worden. Want toegegeven ik ben geen gepassioneerde kok, het is voor mij vooral een kwestie van gezonde verse maaltijden op tafel zetten, zonder dat ik achteraf voortdurend “ik heb nog honger” moet aanhoren. Geloof me, dat op zich vind ik iedere dag al een serieuze opdracht.

P1010472.JPG

Ondanks het feit dat de reactie op de maaltijd eerder lauw was, denk ik dat vogelmuur hier regelmatiger op tafel zal verschijnen. Niet als hoofdgerecht of als belangrijkste ingrediënt van een maaltijd,  maar eerder als aanvulling. Wanneer er bijvoorbeeld  net niet genoeg spinazie valt te oogsten, of de slakken al van de sla hebben gesmuld.  Niet dat ik het met opzet ga kweken, dat is hier duidelijk niet nodig, maar ik zal toch twee keer nadenken als ik aan het wieden sla.

 

Vuilnisbakkendag, of de tevergeefse war on waste.

In de keuken van mijn grootmoeder, in de lade naast de bestekbak staken de plastic en papieren zakjes, touwtjes en elastiekjes. Alles met de onmiskenbare sporen van  hergebruik.  De diepvrieszakjes verkleurd tot een bijna ondoorzichtig wit en op de broodzakken dezelfde kreukels als de huid op de handen die ze telkens opnieuw gladstreken.  In mijn hedendaagse keuken is een dergelijke lade gedoemd  om binnen de kortste keren uit te puilen en klem te zitten door  zakjes die tussen het schuifmechanisme zijn terechtgekomen.

Iedere week, bij het buitenzetten van de zak met restafval,  word ik met mijn neus op de niet altijd welriekende feiten gedrukt.  Mijn tenen krullen als ik artikels tegenkom met als titel “Elke Belg produceert elk jaar gemiddeld 500 kilo afval”.  Sorry , maar ik produceer dat dus niet zelf, het wordt me gewoonweg aangesmeerd !   Hoe gretig ik ook de tips van bloggende supermadammen lees over een zero waste huishouding, iedere week staat daar  weer een  zak restafval.

Refuse, Reuse, Recycle, Rot

Rotten staat voor composteren ! No problemo , alles wat geleefd heeft, kan opnieuw leven en vliegt bijgevolg op de composthoop. Tuinafval bestaat niet in de jardin, ideeën en plaats genoeg om alles te verwerken, van houtsnipperpad tot takkenwal, van mulch tot plantengier. Zelfs toen we nog in de grote stad woonden composteerde ik al zoveel mogelijk op ons koertje in 2 gegalvaniseerde vuilnisbakken. Niet altijd even succesvol, maar ik leerde  wel  dat  brood er echt niet bij  kan en je moet waken over een goed evenwicht tussen bruin en groen.  Zonder evenwicht krijg je namelijk een stinkende brij waarmee je de hele buurt terroriseert (en dat was in een Brussel van voor de aanslagen).

P1010460.JPG

Ook recyclen of beter, sorteren, doen we als brave Belgen al jaren, maar eerlijk gezegd niet van harte. Niet dat het sorteren ons moeilijk valt, maar als je bedenkt dat er massa’s energie in zowel productie, distributie en recyclage  van al die verpakkingen  moet worden gestopt,  om dan weer iets te produceren dat op zijn beurt nog eens opnieuw wordt verpakt,pff… Niet zo’n efficiënt gebruik van grondstoffen, toch ?

Komen we bij hergebruik. Leuk !  Nee, echt ! Maar hoeveel zaaibakjes, mini-serres, lampenkappen, confituurpotten, geldbeugeltjes,  armbandjes, palettenzetels, kippenhokken  en nog meer van dat fotogeniek en creatief ge-DIY  kan een mens gebruiken ? Trouwens het opbergen van al dat bijeen gespaarde materiaal vraagt al een extra kamer/schuur/garage op zich en al staat  het Pinterest bord vol fantastische ideeën,  bij mij komt het er zelden van om die dan ook nog eens uit te voeren. Als ik dan al eens een creatieve bevlieging heb, dan ontbreekt het me gegarandeerd aan het juiste aantal doosjes, blikjes of wat dan ook. Zelfs al slaag ik er in om de komende jaren drie maal zoveel uit de tuin te oogsten en rekken vol met appelmoes,  appelsap, confituur en ingemaakte groenten vol te stouwen, dan nog zal ik niet alle verzamelde bokaaltjes kunnen hergebruiken.

De clou zit hem dus in  het eerste woord van de mantra “refuse”, weigeren dus.  Wat niet binnenkomt, moet ook niet weggegooid worden, simpel toch ! Tot op zekere hoogte lukt dat. Wasmiddel maak ik al jaren zelf waardoor de verpakking werd gereduceerd tot twee kartonnen dozen per jaar. De propere was is niet smetteloos wit en ruikt alleen lentefris als het weer meezit, om ze buiten te laten drogen. Hoeft ook niet, we dragen gewoon geen witte kleren. Papieren, zakdoeken, servetten of keukenrol  zijn allemaal vervangen door hun stoffen herbruikbare evenknie. Er wordt al eens een brood gebakken, yoghourt gemaakt en zelfs de chocopasta is van eigen makelij. Alleen, dat volstaat dus niet hé.

Het ontbreekt mij waarschijnlijk aan organisatietalent en assertiviteit. Ik zie me echt niet als een overjaarse hipster met mijn mason jar (lees confituurbokaal) een meeneem latté gaan bestellen in die ene broodjeszaak in het station.  Ik woon niet in een grote stad met trendy zero waste- en biowinkels waar je (opnieuw) bulk goederen vindt.   Ik ben nog steeds op zoek naar een boer in de buurt waar je gewoon met de ouderwetse melkkan je rauwe melk kan gaan halen, want ook de ” magasins à la ferme” zijn overstag gegaan voor de o zo praktische plastic kleinverpakkingen of moeten voldoen aan de wetgeving rondom voedselhygiëne.  De melkkoeien werden dankzij  het groeiende succes meteen verbannen naar enorme stallen, waar ze alleen nog kunnen dromen van de smaak van vers groen gras. Als ik met mijn eigen potjes op de markt verse kaas bestel, weegt de welwillende marktkramer ze  eerst af in zijn eigen plastic schaaltjes alvorens het in mijn bakje te leggen.  Ik heb er een hekel aan de moeilijke klant uit te hangen aan de verstoog in de supermarkt of discussies aan te gaan met de dame achter de kassa over mijn netjes die niet doorzichtig genoeg zijn om te zien of er nu conférence of doyenne peren in zitten. Wat je nog los kunt kopen is dan nog niet eens bio, want bio, tja dat wordt apart verpakt om “besmetting” te voorkomen.  Ik heb noch de fut, noch het budget om bestellingen te plaatsen bij twintig verschillende webwinkels waar ze wel een grootverpakking hebben voor dat ene product, maar wat bij levering dan toch nog eens driedubbel verpakt blijkt te zijn.   Ik ….Oei, ik ben aan het klagen. Waar is die positieve boodschap ? Waar zijn die grappige anekdotes, die waardevolle tips ? Weet u wat, ik hou er mee op. Ik ga de vuilniszak buiten zetten en dan de tuin in. De zon schijnt ! Afgewaaide takken rapen en  trots naar mijn groter wordende takkenwal kijken.

Eten uit een wilde tuin: damastbloem

De keuze voor damastbloem,  (Hesperis matronalis)  als eerste test in deze reeks, had ik al eerder gemaakt omdat de planten er mooi en vol bij stonden de afgelopen weken. Ik vreesde er een beetje voor dat het vriesweer daar een stokje voor zou steken,  maar die vrees bleek ongegrond. De blaadjes blijven stevig, ook nadat ze in de warme keuken een poosje op het aanrecht hebben gelegen.

HesperisMatronalis

Damastbloem doet het prima in  halfschaduw en bloeit best wel lang (vorig jaar begonnen ze er hier aan in april en bleven doorgaan tot half oktober), zaait zich makkelijk uit en  kan variëren qua kleur van paars, roze tot wit, zoals die van mij.  De bloemen worden hier druk bezocht door bijen en vlinders. Rupsen zouden van het blad houden, maar dat  is me niet echt opgevallen.   De plant wordt omschreven als een  tweejarige, hoewel ik er eentje heb die al aan de 4de jaargang toe is en daar bovenop al zin begint te krijgen om opnieuw te bloeien. Tja, het hoeft niet meer herhaald te worden maar deze winter …

P1010438.JPG

Hesperis Matronalis eetbaar ?

Ah,  ja natuurlijk anders zou ik er hier niet over beginnen.  In de “Plants for a future” database,  zowat de digitale bijbel der eetbare planten, krijgt deze  bloem slechts een score van 2 op de eetbaarheidsschaal. Vermoedelijk omdat zowel het blad als de bloemen best wel pittig zijn. Veilig is de plant wel,  zoals zowat alle telgen uit de brassicafamilie , hoewel sommige bronnen vermelden dat damastbloem als braakmiddel kan worden gebruikt. Daarvoor moet je er wel grote hoeveelheden van naar binnen werken en de plant is iets te scherp, zodat ik me moeilijk kan voorstellen dat dit snel zal gebeuren.  De zaadjes kunnen als kiemgroente worden gebruikt. Jammergenoeg,  heb ik vorige herfst er te weinig zaad  van verzameld,  anders had ik het zeker geprobeerd.

Voorproeven.

Zoals bij het koken zet ik niets op tafel dat ik niet eerst zelf heb geproefd en in de tuin snoep ik dan ook  regelmatig van alles waarvan ik weet dat het eetbaar is.  Zo heb ik snel ondervonden dat het blad echt niet te pruimen is wanneer de plant bloeit, maar ondertussen weet ik dat dat zo is met de meeste bloeiende eetbare planten en ook dat je moet gaan voor de jonge blaadjes. Bij de damastbloem vind je die in het midden van de roset.  Eerst smaakt het blad een beetje flets, dan krijg je heel kort een ietwat grassige smaak,  direct gevolgd  door het pittige van een mosterd.

En wat schafte de pot ?

Bwa, een groen ietwat bitter blad kun je natuurlijk altijd kwijt in een gemengd slaatje, waarbij je de smaak wat kunt uitbalanceren met een zachter smakend blad zoals veldsla of  gewone sla. Dat is trouwens ook het enige wat ik me zie doen met de bloemetjes. Op één uitzondering na die het zonder veel uitleg in de wok gooide, vond ik ook niet echt recepten voor de plant, dus heb ik, naar mijn gevoel,  een beetje vals gespeeld.

Inderdaad ! Pesto ! Nu maak ik regelmatig pesto zonder basilicum. Ik heb er al vanalles ingedraaid: brandnetels, rucola, tuinkers, groen van worteltjes, vogelmuur, kaasjeskruid,… De enige vaste ingrediënten in mijn pesto’s zijn grof zeezout en olijfolie, want ik doe er dus ook niet altijd look in, of parmezaan en de pitten kunnen evengoed walnoten, cashewnoten of zoals vandaag zonnebloempitten zijn.  Geen uitzonderlijke maaltijd dus, hier in de jardin.

De score

Tja, twee van de panelleden vielen al af. De man eet nooit groene pesto en zoon 1  heeft gekozen voor de pesto van zongedroogde tomaten die voor de man bestemd was en was aan het einde van de maaltijd gewoon vergeten te proeven.    Zoon 2 daarentegen, die sowieso dikwijls pesto voorgeschoteld krijgt, als alternatief voor tomatensaus vanwege zijn colitis ulcerosa, nam de opdracht wel heel serieus.  Hij omschreef de smaak als lekker in het begin, maar een mindere lekkere nasmaak. Nu, hij heeft dan ook een zeer sterk ontwikkelde smaakzin en kan smaken onderscheiden die de rest van ons niet proeven. Zelf vond ik de pesto gewoon lekker, zonder nasmaak.

Een culinair toppertje kun je de damastbloem niet echt noemen, en je honger zal je er ook niet  mee weten te stillen, maar van mij mag de plant blijven, als mooie bloem en nuttige plant voor bijen en vlinders.

Eten uit een wilde tuin

In de permacultuur gaat de voorkeur uit naar vaste planten en dan nog liefst zo divers mogelijk. De theorie erachter is dat er op die manier het hele jaar door wel iets  eetbaars beschikbaar is, ook wanneer andere oogsten door omstandigheden mislukken. De bodem blijft bedekt, wat  altijd goed is voor het bodemleven. De plant krijgt de kans  zijn groeicyclus volledig te doorlopen waardoor pollen, nectar, zaad en nestmateriaal beschikbaar zijn voor insecten en vogels.  Daarbovenop vragen vaste planten ook nog eens minder input van de tuinier. Ah, ja, want eenmaal ze er staan is dat in principe voor een hele lange tijd! Hoe gemakkelijk kan het zijn !

 Het idee om een heel jaar gezond voedsel ter beschikking te hebben, zonder daar veel voor te moeten doen is toch wel heel aantrekkelijk.  Er is wel een probleem, buiten de usual suspects zoals asperge, artisjok en rabarber, gaat het meestal om vergeten of exotische groenten, m.a.w. groenten of planten waarvan we geen idee hebben wat we er mee aan moeten vangen in de keuken.  Waarschijnlijk  is er in bepaalde gevallen zelfs een  grondige reden voor waarom we ze vergeten zijn.  Pastinaak en aardpeer bijvoorbeeld , twee al wat minder vergeten groenten,  worden hier bij de bewoners van de jardin wel geduld,  maar zijn niet erg populair.

 Nu,  ben ik niet echt passioneel bezig  met koken,  maar vind ik het fantastisch interessant om uit te zoeken welke planten eetbaar zijn, wat je er allemaal mee kan aanvangen en probeer ze daarnaast ook nog eens op te kweken.  Ik kan nu wel mooie verhaaltjes gaan schrijven over al die planten, maar uiteindelijk zal ik dat ook maar ergens gehaald hebben  waar u het ook kan vinden.

Het plan

Als je A zegt moet je B zeggen, dus al wat in de jardin groeit en bloeit en zogenaamd eetbaar is, moet en zal getest worden.  Het is dus de  bedoeling dat ik minstens eenmaal per maand verslag  doe van wat voor nieuws  er de keuken is binnengekomen , hoe het werd bereid en, het belangrijkste, of het ook in de smaak viel.  Mijn mannen werken  ook mee aan dit plan, op voorwaarde dat ik ze niets voorschotel zonder ze op de hoogte te brengen van wat ze te eten krijgen. Weigeren is toegelaten.

Het test-panel voorgesteld

De man :  Liefhebber van  soep, bonen en traditionele gerechten ongeacht hun oorsprong, eet wat de pot schaft.

Zoon 1 :  Vegetariër, bewust bezig met gezond eten,  lust echter niets van het cucurbita geslacht en ook geen voorstander van  “nepvlees”.

Zoon 2 :  Eet wat de pot schaft, maar heeft door een chronische darmziekte soms moeite met sommige voedingswaren, bijvoorbeeld bonen in tomatensaus.

Ikzelf: kan niet meteen iets bedenken wat ik niet lust, maar gezien ik ook de boerin en kok van dienst ben is mijn mening waarschijnlijk iets te bevooroordeeld.

De pot schaft meestal vers voedsel, weinig vlees en vis, maar het kan wel eens gebeuren dat er geen tijd of  goesting is om te koken en er friet met curryworst of een diepvriespizza op tafel komt, ondanks sommige principes wordt een dergelijke initiatief steeds zeer goed ontvangen.

P1010381

Damastbloem: om mee te beginnen.

Wordt vervolgd

Komkommerkruid in januari ?

Als je pas rond je veertigste doorkrijgt dat tuinieren eigenlijk wel plezant is, vervolgens helemaal uit de bol gaat en je een volwassen tuin van 43 are aanschaft, dan is de kans groot dat er  het één en ander in die tuin staat waarvan je geen flauw benul hebt wat het is. Bijvoorbeeld hieronder.

P1010011.JPG

Nee, nee niet de pluimhortensia en ook niet de bosandoorn op de voorgrond (hoewel dat toch even heeft geduurd), en mocht je je afvragen wat er rechts staat, wel dat is een cirkel van zeepkruid. Maar die viriele bodembedekker met die grote bladeren, daar had ik het raden naar.  Geen rabarber, dat was duidelijk. Bergenia’s kon ook niet  en ’t had niet de juiste vorm voor Groot hoefblad, hoewel hij vroeg bloeit met paarse bloemen en er dan nog niet veel blad te zien is.   Het verlossende antwoord kwam van hier.  Trachistemon Orientalis dus, oftewel Oosters komkommerkruid, ah ja natuurlijk, die bloemetjes, dat blad, je ziet toch zo dat dit een plant is  uit de boraginaceae familie. Ik dus niet, maar ik leer bij.  Bijvoorbeeld dat je niet altijd moet geloven wat er bij de plantinformatie staat. Volgens de meeste bronnen bloeit deze rakker rond april, mei.  Vorig jaar was hij er al bij van begin februari en nu, … nu dus  !

P1010404.JPG

Over een paar weken ziet dat er dus zo uit,

DSC_0396.JPG

en als de temperatuur een beetje meezit is dat hier een drukte van jewelste want al die dikke hommelkoniginnen komen  hier dan wat krachten op doen.

Komt er nog bij dat alles aan de plant eetbaar is. De bloemetjes  smaken hetzelfde als die van het gewone komkommerkruid,  maar ook de bladeren , stengels en wortels worden gegeten, vooral in Turkije dan, waar het kaldirik of galdirik genoemd wordt. Deze mevrouw was zo lief om een recept in het engels te vertalen, een beetje zoals griekse dolmades, maar dan gevuld met maïsmeel in plaats van  rijst.  Afgaande op de plaatjes op het internet  kun je het volgens mij ook gewoon klaar maken zoals spinazie, met een eitje er bij.  Wil je het zelf proberen, doe dat dan het liefst zo vroeg mogelijk in de lente, als de blaadjes nog jong en mals zijn. Ik heb het in juli geprobeerd en dat viel een beetje tegen. Jammer, want nu krijg ik het dus niet opnieuw verkocht aan mijn drie mannen.  Het zal me wel niet tegen houden om er binnenkort  mee te experimenteren in de keuken, zelfs al moet ik het allemaal zelf opeten.

Nieuwe Permacultuur mengelmoestuin

2016  is voor mij  zeer productief gestart. Op 2 januari was mijn nieuwe, grotere moestuin, waar ik al zo lang had over zitten nadenken, zo goed als af.  Ok, het meeste werk was al gedaan in die uitzonderlijk warme weken van afgelopen december, maar geef toe, het is toch leuk om met zoiets uit te pakken zo helemaal op het begin van het jaar.

Observeer

De zes bakken waar ik het tot nu toe mee heb gedaan, waren simpelweg te klein en het gras ertussen een nachtmerrie.  De plek zelf is perfect, zonnig en toch beschut tegen de wind door beukhagen aan beide zijden, met een serre en watertonnen vlakbij en ook niet te ver van de achterdeur. Alleen wanneer het veel heeft geregend, verandert het pad naar de moestuin in een gladde laag modder. Dit pad is ook de doorgang naar de rest van de tuin en is door het vele stappen te compact. De tuin loopt af naar het noorden en al het water dat van hogerop komt, zoekt zijn weg via dit smalle paadje.

De droge zomer van vorig jaar  had me geleerd dat ondanks een dikke laag mulch,  de groenten in de bakken wel wat extra water konden gebruiken en laat dat nu net één van mijn zwakke punten zijn.   Ondertussen had ik ook al gemerkt dat mijn tuin altijd net iets later van start gaat dan sommige tuinen in de buurt, eenvoudig te verklaren door het feit dat we gesitueerd zijn op een op het noorden gerichte helling.

Het probleem is de oplossing

Dus  moest ik iets verzinnen om meer oppervlakte te kunnen gebruiken,  het water te brengen naar waar het meest nodig is,  de  warmte te vangen en te voorkomen dat ik meer op mijn knieën zat om de  paden  te wieden dan in de moestuin zelf bezig was.  Om het mezelf nog wat moeilijker te maken vertik ik het ook nog eens om materiaal van buitenaf binnen te halen.   Het volgende ontwerpje, een mengelmoes van technieken die vooral in de permacultuur worden toegepast, zou aan deze criteria moeten voldoen.

moes003 Ik had gewoon mooie rechte bedden kunnen kiezen, netjes naast elkaar, dwars op de helling, maar ik wou het wat minder saai.  De ronde vorm in combinatie met de sleutelgat of “keyhole” structuur stelt me in staat de beschikbare oppervlakte zo goed mogelijk te gebruiken en tegelijkertijd  er een zonnecirkel van te maken. Ik weet het, het klinkt zweverig, maar het komt er op neer dat je het licht en de warmte probeert te vangen door structuren te plaatsen die de warme lucht tegenhouden als het bij afkoeling de heuvel afglijdt. Het licht “vang” je dan door de oriëntering op het zuid /zuidwesten in combinatie met bomen struiken of zelfs muren. Hier wordt het een warmtekring genoemd, maar dat lijkt me dan weer meer een naam voor een verwarmingsinstallatie.  Mooie theorie, alleen hoe verhoog je zo’n aflopende stuk, zonder massa’s aarde te moeten aanvoeren. Met  Hugelkultur , nog zo’n veel voorkomende techniek in permacultuurkringen !  Her en der in de tuin lagen vermolmde houtstronken die ik voor deze techniek kon gebruiken en de nieuwe paden zouden voldoende graszoden leveren om het geheel te bedekken.

Als er dan toch zoveel water  via het pad vloeit kan ik maar beter proberen het richting moestuin te loodsen.  Eenmaal in het bed zou het water zich via de paden moeten verspreiden en in de grond dringen beschikbaar voor de toekomstige groentjes.  Opnieuw neem ik toevlucht tot een permacultuur techniek namelijk “swales“,  maar dan in miniversie en niet helemaal volgens de regels der kunst. Gezien de grond afloopt moeten de paden waterpas lopen, anders zou  alleen het diepste deel van de cirkel van het water kunnen profiteren.  Daar is dus extra grond voor nodig, niet de vruchtbare bovenlaag net onder de graszoden, maar de lemige laag daaronder. Die aarde komt uit het poeltje  dat hopelijk slakkenetende kikkers en padden gaat aantrekken.

 

De stukken waar nog graszoden overbleven werden bedekt met karton, daarna volgde overal een dikke laag halfverteerde compost, vorige zomer omgezet, om tot slot af te werken met een laag  vruchtbare grond uit de bakken.

Feedback aanvaarden

De eerste feedback die ik kreeg was van mijn drie mannen/jongens : een landingsplaats voor buitenaardse wezens, een prehistorisch grafsite en de vraag of ik iemand had vermoord.  Er zijn inderdaad doden gevallen, ik durf niet te denken aan het aantal regenwormen die tijdens de werkzaamheden gesneuveld zijn, hetzij door de schop hetzij als gemakkelijke prooi voor de merels.  Kort na deze foto begon het te regenen en wat ik gehoopt had m.b.t. het water gebeurde ook,  het water bleef in de paden staan, om bij droger weer in de grond te dringen. De paadjes krijgen uiteraard nog een laag houtsnippers, anders blijf ik in de modder ploeteren. Ook de afwerking van de randen is voorlopig en het poeltje moet nog een pak dieper. Ik wacht nu op kouder weer, want de  “warmtekring” kan evengoed omgekeerd werken en juist de koude lucht vasthouden en een vorstzak creëren. Duimen maar.

Wordt in ieder geval vervolgd !

Update 15/01/2015 : vannacht is er sneeuw gevallen, mijn vrees voor het vorstzak effect lijkt ongegrond, geen sneeuw te zien in de moestuin, terwijl er op andere in de tuin wel sneeuw is blijven liggen. Maar we blijven alert, het kan ook het gevolg zijn van de iets warmere compost.