Iedereen maar klagen

Ik sta met de zoon te wachten op de trein . De zon verdwijnt en plots worden we bekogeld door duizenden  kleine sneeuwballetjes. Het is niet eens nodig om te schuilen.

P1010949.JPG

Tussen twee regenbuien door sla halen. Een in november geplante krop voldoening uit de serre.

DSC_0016 (1).JPG

De herontdekking van een aangewaaide salomonszegel, vorig jaar in zeven haasten verplaatst wegens pas ontdekt halverwege de opbouw van het kippenhok.

DSC_0007 (1).JPG

Ontkiemende zeekool, terwijl ik allang dacht dat het niet meer voor dit jaar zou zijn.

DSC_0022 (1).JPG

Daslook  bij de achterdeur  vinden om  dan te herinneren dat ik er vorig  jaar  achteloos zaad heb rondgestrooid .

Uitglijden op een modderig pad en lachen omdat het er over enkele dagen of weken helemaal anders uit zal zien.

Druppels

DSC_0003 (2).JPG

Nieuwe aardappeltjes eten met kerst mocht dan een illusie zijn, het idee blijkt toch nog vruchtbaar.

DSC_0011 (1).JPG

Tomatenplantjes die beter tegen de kou kunnen dan wat ze een mens willen doen geloven, terwijl de natuur (woord)spelletjes speelt.

DSC_0020 (1).JPG

Ach, de lente heeft even verlof genomen, maar ik zie geen reden tot klagen.

Advertenties

Gedwongen verhuis (2)

Ze zullen wel een nieuw nestje bouwen, merkten jullie op bij het relaas over de ongelukkige bouwkeuze van een winterkoninkje. En jullie hadden gelijk  ! Als het niet tegen de rechtermuur mag, dan maar tegen de linkermuur, moet het beestje gedacht hebben.

P1010941.JPG

Ik kom er niet tussen deze keer.  Over een paar dagen wordt de constructie toch afgebroken en ik ga er eerlijk gezegd van uit dat Madame Winterkonink slim genoeg zal zijn haar eieren niet onder een lekkend dak te leggen. Bekijk het maar eens goed , het regent daar serieus binnen.

Rondje voedselbos eind april (2)

Beloofd is beloofd. De kruidlaag van de jardin  kon u al ontdekken in deel 1,  tenminste in het deel van de tuin dat ik tot voedselbos heb omgedoopt, want het gaat me in deze log vooral over planten die het goed doen in de schaduw of halfschaduw en die op dit moment van de lente zichtbaar zijn. Laten we het wat dieper in de grond zoeken.  Momenteel  heb ik nog niet zoveel eetbare knollen,  bollen of wortels in de jardin, buiten aardpeer,  look,  en het alom tegenwoordige nagelkruid.   Ik ben wel aan het experimenteren geslagen.  De look is dit jaar terechtgekomen rond de fruitbomen. Vorig jaar oktober was ik al van plan de moestuin (voor éénjarige groenten) voor de winter her in te richten , dus moest ik de look ergens anders kwijt.  Alliums zouden een goede companion zijn voor fruitbomen omdat ze ongedierte op een afstand houden en bijgevolg kom je nu op verschillende plaatsen in de tuin, aan de rand van de boomspiegels  een groepje look tegen. Ik laat er vast hier en daar nog wat staan, benieuwd naar wat er gebeurt als je ze behandeld als vaste plant.

Om het mezelf gemakkelijk te maken  en niet onnodig de grond te moeten verstoren, heb ik vlakbij de aardperen, waar nu  natuurlijk nog niets van te zien valt, ook voor het eerst crosne geplant.  Japanse andoorn dus, en die eerste blaadjes  lijken zo hard op die van de weelderig aanwezige bosandoorn, dat ik blij ben dat ik ze niet ergens in de bosrand heb gezet. Ik ken mezelf, het zou niet de eerste keer zijn dat ik iets weghaal wat ik eerst zelf heb geplant of gezaaid.  Het wordt een triootje, want ernaast komt oca of oxalis tuberosa , maar die staat op aanwijzing van de kweker nog in de serre voor te groeien.  In principe zouden ze alledrie in de grond kunnen blijven en kan je ’s winters oogsten wanneer je ze ook echt wil eten. Ik hoop maar  dat die twee laatste niet zo hard in de smaak vallen van de woelmuizen als aardpeer, want  hoe verder de winter vordert, hoe minder aardpeer er hier te vinden is.

P1010911.JPG

Iets verder in de tuin, aan de rand van het gazon een ander nieuwkomertje: de aardkastanje (Bunium bulbocastanum)  een inheemse schermbloemige die met uitsterven is bedreigd.  Het fluitekruid  doet het goed op deze plek, dus gok ik er op dat dat voor neef aardkastanje ook geldt.

P1010884.JPG

Dan zijn er natuurlijk de klimmers. Ook die bevinden zich niet echt in het voedselbos. De kiwi en de druif die overwoekeren twee kleine bijgebouwtjes vlakbij de achterdeur.  De kiwi mag dan wel tegen wat schaduw kunnen , maar de druif heeft absoluut zon nodig.  Wel is er een andere klimmer, die wat schaduw verdragen kan, maar er alles aan zal doen om het licht te bereiken : hop. Neen, nog geen bier gebrouwen met de bellen en het staat ook niet meteen op ons projectenlijstje.   Helaas  was ik ook dit jaar opnieuw te laat  om de scheuten te bleken zodat we ze konden proeven. Tja zo’n voedselbos, je moet het voortdurend in de gaten houden.  In het kamp van de eetbare klimmers is de hoop nu gevestigd op de zelf gezaaide kaukasische klimspinazie  of Hablitzia tamnoides.  De zaailingen deden het zo goed dat ik ze op verschillende plaatsen heb uitgeplant, hieronder zie je er eentje aan de stam van de gingko, vlabij  het triootje knollen die ik hierboven beschreef. Veel klimmen doet hij nog niet en of hij lekker is, dat zal de tijd nog moeten uitwijzen, wel is het me opgevallen dat de zaailingen gespaard bleven van slakkenvraat.

Tot zover de klimmers, op naar de struiklaag. Ik moet toegeven dat de combinatie met schaduw  wat moeizamer verloopt.  Van de bessen is de zwarte trosbes (ribes nigrum) de meest productieve in de schaduw, maar op de  overige telgen uit de ribesfamilie die mijn voedselbos bevolken vind ik amper bloesems, laat staan bessen, waardoor ik eigenlijk niet weet wat het voor variëteiten zijn.  Ik  heb deze winter van alle planten stekjes genomen in de hoop dat ik met wat geduld toch nog te weten kom wat het zijn. Ook duiken er steeds jonge ribesplantjes op aan de rand van  het bos. Ze mogen van mij gerust blijven staan, als ze het daar naar hun zin hebben, als ze ook nog beginnen dragen is dat mooi mee genomen.  De twee blauwe bosbessen kon ik wel determineren maar slechts op één vond ik één enkel bloemtrosje en de oogst bleef na drie jaar beperkt tot drie besjes. Ook van deze twee heb ik stekjes genomen met de bedoeling ze ergens anders in de tuin uit te proberen.

Pas op, aan bessen geen gebrek in de jardin. Ik weet amper wat aan te vangen met de vele frambozen en witte trosbessen  die  terug te vinden zijn  op wat zonnigere plaatsen in de tuin.   Toch zijn er nog nieuwkomers :  een honingbes  klaar om uitgeplant te worden,  die krijgt samen met zijn partner (voor de kruisbestuiving) een zonniger plaatsje, naast de vijg en in gezelschap van een drietal uit zaad opgekweekte gojibessen en een hazelaar zaailing waarvan ik hoop dat hij de enorme hazelnoten van zijn mama heeft geërfd.

Tot slot zijn er nog stekelige exemplaren : een szechuanpeperboompje , pas aangeplant dus hij moet nog bewijzen dat hij er niet om maalt om in de schaduw te vertoeven. Eentje die zeker niet van de schaduw houdt, is de  driebladige winterharde citroen (Poncirus trifoliata). Ik ontdekte pas recent wat dat stekelige bijna bladloze ding midden in het bos was.  Je eigen citroenen kweken, het leek me wel iets en bij het bestuderen van foto’s bleek  dat ik er al eentje had staan . Nee, citroenen heb ik er niet van geplukt,  kan moeilijk anders want deze staat echt wel in diepe schaduw en wordt  daarmee de volgende stekjes kandidaat. Toch is het de eerste keer dat ik er  bloemknoppen op ontdek en ook viel het me op dat er enkele weken geleden veel meer blad aan hing.  Vooral het krentenboompje en de twee gele kornoeljes gunnen hem later op het jaar geen straaltje zon meer, maar zelf zorgen die drie wel voor een enorme hoeveelheid bessen, netjes verdeeld over het seizoen. De tweede gele kornoelje rijpt zelfs later af dan de eerste, waardoor er bessen voorradig zijn van half augustus tot diep in september.

Tot zover dit rondje voedselbos, we komen later op het seizoen zeker nog eens terug, om de evolutie  tonen en ook de bomen en planten aan bod te laten komen die tot nu toe onvermeld bleven.  Toch wil ik u nog deze tip mee geven, mocht u  zelf een voedselbos  plan(t)(n)en voor uw nageslacht, hou  vooral rekening met de volwassen  omvang van bomen en struiken, het zou jammer zijn dat er door lichtgebrek na enkele decennia niets meer te plukken valt.

 

 

 

Rondje voedselbos eind april (1)

Ik vertelde u al waarom ik vind dat onze siertuin ook voor voedselbos  kan doorgaan, zelfs al was het oorspronkelijke ontwerp niet als voedselbos bedoeld.  De grootste blikvangers zijn natuurlijk de fruitbomen.  Madame Blairon, de ontwerpster van de tuin,  heeft wat dat betreft, jaren geleden, uitstekende keuzes gemaakt. Zowel de appels, peren en pruimen, allemaal kruisbestuivers, volgen elkaar netjes op zowel qua bloei als oogst.  Momenteel staat de wilde appel  volop te bloeien terwijl zijn buur, een oude Jacques Lebel (althans dat denk ik toch) pas over een paar weken er zal uitzien als een gigantische barbapapa.  Dit productieve oudje negeert daarbij ook nog eens alle beweringen over de negatieve invloed van zijn linker en rechter buur, de notelaars en van beurtjaren heb ik ook nog niet veel gemerkt. Iets verder vindt  je de eerste bloeiknoppen in een rode sierappel,  het jonge blad, de bloei en ook de appeltjes zijn diep rood en hoewel een sierappel, zorgen deze appeltjes voor een uitzonderlijke lekkere toets wanneer je ze verwerkt in appelsap.

Een voedselbos is geen boomgaard en  daarom wil ik u even meenemen om te zien hoe het op dit moment staat met die  andere groeilagen. In een pas aangelegd voedselbos heb je nog volop licht en kan je nog alle kanten uit met de verschillende groeilagen. Wanneer de  boomlaag een volwassen stadium heeft bereikt, zoals in de jardin, heerst de schaduw, waardoor het introduceren van nieuwe eetbare of nuttige soorten vooral een  zoektocht is naar de geschikte plaatsjes.   De kruidlaag bevatte al een aantal bruikbare  planten zoals citroenmelisse , wilde marjolein  (in tegenstelling tot wat je zou verwachten doet deze het hier uitstekend in de halfschaduw) varens, daslook, look-zonder-look en bosaardbeien. Ze voelen zich er duidelijk  goed want ieder jaar zie ik er meer.

Zelf voeg ik er, geleidelijk aan, nog meer soorten aan toe in de hoop zo de overheersende grondbedekking van gele dovenetel, brandnetel, zevenblad,hondsdraf, kleefkruid en klimop wat diverser maken.  Zo heb ik met succes zwartmoeskervel (Smyrnium olusatrum) geïntroduceerd. Misschien staat hij iets te veel in de schaduw, want bloeien heeft hij tot nu toe niet gedaan, maar in het vroege voorjaar is het een plezier  om die groene bos te zien blinken op een nog overwegend bruin gekleurde bosbodem, later in de zomer verdwijnt hij bijna helemaal.  Toen ik ontdekte dat je hostascheuten en  bloemen kon eten heb ik meteen een aantal exemplaren gescheurd en ze lijken aan te slaan.

De nieuwkomers dit jaar, in het bos althans,  zijn witte klaverzuring  (Oxalis acetosella) en lievevrouwebedstro (Galium odoratum), duimen maar dat hun plaatsje hen bevalt.

Nu hebben we het nog niet gehad over de struiklaag, de klimmers en wat zich onder de grond aan lekkers bevindt, maar de zon schijnt en de tuin roept, dus brei ik morgen nog een vervolgje aan deze log, beloofd !

Gedwongen verhuis !

In de winter zie ik ze nooit, maar tijdens zomerse wandelingen in de tuin worden we hier dikwijls gestalkt door winterkoninkjes. Je ziet ze dan van struik tot struik vliegen  en ondertussen trakteren ze ons op een nogal nijdig en nerveus  fluitsalvo. Ik veronderstel dat het in zo’n geval telkens om een mannetje gaat die zijn broedende harem of jongen wil beschermen, met één dame neemt zo’n winterkoninkje naar verluidt geen genoegen.  Dus is hij in het voorjaar nogal druk met het bouwen van nesten om al die dames in onder te brengen en hij durft qua ligging wel eens gedurfde keuzes maken. Zo ook hier :

P1010750.JPG

Het betreft hier een tijdelijke constructie die ons toegang tot de vroegere hooizolder/ toekomstige gastenkamer verschaft en met tijdelijk bedoel ik letterlijk “weg” over twee weken.  De constructie staat ook nog eens vlak aan een raampje waar de kat regelmatig staat te dralen om binnen te kunnen. Jammer van de energie die het beestje er in heeft gestoken, maar ik wil absoluut voorkomen dat we straks een nestje met inhoud moeten weghalen.

P1010832.JPG

Daar sta je dan, met zo’n half afgewerkt nestje (’t is madam winterkoning die zich bezig houdt met de binnenhuisinrichting)  en veel compassie. Op zolder wist ik een nestkastje liggen, achtergelaten door de vorige bewoners en ondanks jaarlijks terugkerende goede voornemens nog steeds niet opgehangen.  In die muur  amper drie meter verder, zat toch wel al een nagel klaar op een plaats waar ik zo’n nestkastje ook zou ophangen:  1,5m boven de grond gericht op het oosten. Het had wel nog iets meer  achter de struik gemogen, maar daar kan de kat er gemakkelijker bij.

DSC_0002 (1).JPG

Om eerlijk te zijn denk ik niet dat meneer Winterkoning  zijn dames zal verleiden om hun intrek te nemen in het nieuwe  prefabhuisje. Ik zou dat ook niet zien zitten zo’n gedwongen verhuis.  Maar wie weet, misschien dient het wel als ze aan hun tweede legsel toe zijn of is het iets voor volgend jaar.

Te veel ineens !

Na meer dan een maand vooral rond te hebben  gehangen in het ziekenhuis, kon ik vorige vrijdag eindelijk weer de tuin in. Van “lentestaren” is er deze keer geen sprake , wat ik sindsdien elke dag zie, hoor en ruik , overdonderd me een beetje. Iedere dag valt er wel iets nieuws te ontdekken.  Zo zijn  er  de elkaar opvolgende bloesems,

en de vroege bloeiers,

de eetbare beloftes,

de kandidaten voor ” eten uit een wilde tuin” ,

de beestjes,

de kleine details,

en  mooie plekjes

Ik word daar intens gelukkig van.

 

La vie continue

Als er iets ernstigs gebeurt, iets wat bij anderen heftige emoties uitlokt,  is stilzwijgen meestal mijn eerste en enige reactie.  Pas later, op een onbewaakt moment komen er tranen.

Maalbeek-Maelbeek

Maalbeek, tot enkele jaren geleden spoorde ik er dagelijks langs, op weg naar het werk, of als het Schumanplein weer eens met Friese ruiters was afgezet voor een zoveelste Europese top, namen mijn zonen en ik er de metro. We maakten er dan altijd een klein feestje van,  via het  Leopoldpark langs de vijver, over het pleintje met de fonteintjes en als extraatje een broodje van de broodjeszaak.  Dan als sardientjes  in een overvol metrostel om vanaf Kunst-Wet terug adem te kunnen halen.  Ik kom er nog zelden. Het blijft echter een stukje van mijn Brussel, alleen worden de leuke herinneringen eraan, voortaan overschaduwt door een realiteit die ik tegen beter weten in  niet voor mogelijk hield.

Ik vernam het nieuws in een Brusselse ziekenhuiskamer, naast het ziekbed van mijn zoon, maar het drong niet tot mij door, zelfs al vulden de TV beelden non-stop de kamer. De  dag voordien  was de zoon nog aan de beterhand, verwachtten we nog ieder moment het nieuws van zijn nakende ontslag. Totaal onverwacht kreeg hij een epileptische aanval. De nacht van maandag op dinsdag was er één van bang afwachten en bezorgdheid. En dan dus dat nieuws over die aanslagen.  Telefonisch contact met de man werd in de loop van de dag onmogelijk en het werd snel duidelijk dat hij me ook fysiek niet zou kunnen komen aflossen. De soldaten aan iedere uitgang van het ziekenhuis , de beelden van ontreddering, het aantal doden, de toestand van mijn zoon, het wachten op het verdict van de dokters, de gedachte aan collega’s , vrienden en vroegere buren die zich ongetwijfeld nog dichter bij de aanslagen bevonden,  alles samen een bevreemdende nachtmerrie.

Ik heb geen mening klaar, ik weet niet naar wie of wat de beschuldigende vinger moet gewezen worden, ik zie geen kant en klare oplossingen.  Ik kan niet anders dan toeschouwer zijn en zag eergisteren en gisteren tijdens busritten door de stad geen angst, maar het gewone leven. Kinderen die voetbal speelden op een plein, vrouwen die zeulden met boodschappen tassen,  pendelaars op weg naar huis. Het leven gaat door en toch, bij het wachten aan een bushalte op een bus die niet leek te komen, merkte ik dat  er toch iets was veranderd.  Er werd  niet gemord of geklaagd, er ontsponnen zich gemoedelijke gesprekken onder de wachtenden. De Brusselaars leken  vriendelijker voor elkaar.   “On est tellement gaté ” zei een oudere vrouw terwijl een Congolese vrouw haar de overvolle bus op hielp en een Marokkaanse jongen met een glimlach  zijn plaats aan haar afstond.

 

Siertuin of voedselbos ?

De eerste keer dat ik in de jardin wandelde,  zag ik een ietwat verwilderde siertuin, met wel 8 tuinkamers, waaronder een rozentuin en een stukje bos. Het leuke was dat er al een aantal fruitbomen stonden en een netelbosje  met  frambozen, en dat stuk gazon, wel daar kon ik nog massa’s eetbaars in kwijt, met andere woorden :    een tuin met potentieel . Net zoals vele anderen die door de permacultuurmicrobe werden gebeten, droomde ik immers van een voedselbos. Een plek waar je, door de ecosystemen van een bos te imiteren, maar dan met eetbare en vruchtdragende planten en bomen, gespreid over alle mogelijke groeilagen,  een massa aan divers voedsel kan produceren, het hele jaar door en met een veel lagere energie-input dan  wanneer je  bijvoorbeeld een moestuin van dezelfde omvang zou onderhouden.

brulotte (2)

Nu ik ieder hoekje van de jardin ken en alle literatuur die ik kon vinden over voedselbossen heb doorgenomen, weet ik dat ik niet langer hoef te dromen van een voedselbos, ik heb er al één.  De jardin mag dan oorspronkelijk ontworpen zijn als siertuin met een knipoog naar zijn verleden als boomgaard, toch  zijn er verschillende redenen waarom ik het een voedselbos durf te noemen. Een kleine inventaris van de meest voor de hand liggende “voedselgewassen” levert het volgende lijstje op :   7 appelbomen, 6 pruimelaars, 2 zoete kersen, 1 kerspruim, 1 mirabel, 2 notelaars, 5 hazelaars, 1 mispel, 1 zelfbestuivende kiwi die goed vrucht draagt, 1 vijg,  2 druivelaars, een niet nader te bepalen aantal vlieren , witte, rode en blauwe trosbessen,  bosbessen, bosaardbeien, gele zomer- en  rode herfst-frambozen , bramen en 2 krentenboompjes.  Daarmee houdt het echter niet op,  van de verschillende soorten kornoeljes die er staan zijn er 4 met eetbare vruchten, namelijk 2 gele kornoeljes en de 2 japanse kornoeljes. In de gemengde haag vind je o.a. sleedoorn, meidoorn, eik, zure kers, lijsterbes, hondsroos, vogelkers en wilde appel, allemaal vruchten die je tot iets eetbaars kunt verwerken. Dat je in de lente berkensap kunt aftappen wist u waarschijnlijk al , maar dat het jong blad van beuk en linde ideaal zijn voor de sla is misschien nieuw voor u. En wist u dat het blad van op zijn minst één van de hortensias, de hydrangea macrophylla,  door  boeddhistische monniken wordt gebruikt om de thee te zoeten, of dat  de bloem van de sering  best wel lekker is als je het door een deegje haalt. Niet alle bomen en struiken die in de jardin staan zijn eetbaar, maar toch zijn ze op één of andere manier van nut.  Ik ben  bijvoorbeeld niet geneigd om van de gouden regen te gaan snoepen, maar als lid van de vlinderbloemfamilie is hij wel in staat om stikstof in de grond te fixeren en is daarmee ook zijn buren van dienst. We noemen we hem hier de zoemende boom, want eenmaal in bloei trekt hij zoveel bijen en hommels aan, dat het echt lijkt alsof het de boom zelf is, die staat te zoemen. De robinia is ook zo’n stikstoffixeerder en ik durf al wel eens vloeken als ik weer een uitloper tegenkom op een plaats waar het me niet zint, maar eigenlijk volstaat het zo’n uitloper af te knippen en ter plaatse te laten vergaan om opnieuw de bodem voeden.  De knotwilgen en populieren beschermen de jardin niet alleen tegen de wind, maar zijn tegelijkertijd nestplaats voor tal van vogels,  zorgen er voor dat de jardin er niet te nat bij ligt tijdens regenachtige periodes, hun vallend blad in de herfst is een warm en voedzaam mulchdeken voor de wintermaanden, het geknotte hout gebruiken we als brandhout en  de takken durf ik in een creatieve bui al eens te verwerken in een vlechtwerkje.  De vele soorten viburnums mogen dan alleen eetbare besjes produceren voor vogels, er is er altijd wel eentje die prachtig staat te bloeien of een heerlijk parfum verspreidt,  en zeg nu zelf , wie kan er iets op tegen hebben dat oog en neus ook verwend worden. De uit de kluiten gewassen sneeuwbes achterin de tuin herbergt het jaar door een aantal winterkoninkjes en de kardinaalsmuts en spaanse aak worden gretig bezocht door hongerige vogels. Zelfs de boerenjasmijn staat er niet alleen mooi te wezen , maar  de bladeren bevatten zoveel saponines dat je ze als zeepvervanger kunt gebruiken.

DSC_0065

Ik heb nu nog alleen maar  bomen en struiken de revue laten passeren, maar onder de grond en in de kruidlaag heeft de jardin ook heel wat eetbaars te bieden. Naast de gekende keukenkruiden zoals tijm, rozemarijn, citroenmelisse, allerlei muntsoorten en wilde marjolein, de vaste groenten zoals rabarber, asperge en artisjok,  of de eetbare “onkruiden” zoals brandnetel, zevenblad, vogelmuur, hondsdraf, paardenbloem, madeliefjes, berenklauw, nagelkruid (onkruid nr.2 in de jardin) en  kaasjeskruid, telt de jardin tal van eetbare bloemen : daglelie, hosta (een gewone groente in japan), hemelsleutel (niet de bloemen maar het blad)  muskuskaasjeskruid, alle campanula soorten, damastbloem, maarts viooltjes, pinksterbloem,  maar ook de rozen, of wat dacht u van een akeleiblad in de sla (wel van de zaden afblijven). En wat we zelf niet eten is voedsel voor bijen, hommels en andere insecten, van het longkruid en de sleutelbloem in het vroege voor jaar  tot de asters in het najaar.  De bovenstaande lijstjes zijn allesbehalve compleet en dan  heb ik het nog niet gehad over de eetbare vaste planten die ik  zelf aan het zaaien ben of straks ga uitplanten.

DSC_0049

Toch maakt  de jardin de belofte van tuin van overvloed nog niet helemaal waar. Er zijn hier en daar  een paar mankementjes in het ontwerp.  De zoete kersen, bijvoorbeeld,  zijn overheerlijk, maar je mag geen hoogtevrees hebben als je er van wil snoepen, bijgevolg zijn het vooral de houtduiven die er van genieten.  De grote bomen werpen ook te veel schaduw op een perelaar en tal van bessenstruiken, waardoor deze amper fruit dragen. Vroeg of laat zullen we moeten beslissen over het lot van deze fruitbomen, maar niet vooraleer we ze op een andere plek hebben vervangen, zie het als het imiteren van de natuurlijk successie in het bos, waar ook al wel eens een boom sneuvelt en plaats maakt voor ander soorten.  De hazelaars  zien er dan wel ieder jaar uit alsof ze kunnen figureren in een publiciteitsfilmpje voor Nutella , maar het zijn vooral de larves van de  hazelnootboorder die de oogst naar binnen werken. Er zijn alvast “kippentunnels” gepland, zodat de dames straks gericht kunnen gaan scharrelen in een poging deze pretbedervers wat in te tomen. Ook de bosbessen zouden een zonniger en zuurder plekje kunnen gebruiken. Kleine dingen eigenlijk,  waarvoor op tijd en stond de gepaste oplossing zich wel zal aandienen.

 

De voornaamste reden waarom wij als bewoners van de jardin nog niet volop genieten van de aanwezige  overvloed, is het gebrek aan kennis en ervaring op het vlak van bewaren en prepareren, maar ook  onze eetgewoontes zijn gewoon niet aangepast aan wat de jardin ons allemaal te bieden heeft.  Terwijl we in de loop van de zomer de kersen, aardbeien, frambozen en trosbessen nog de baas kunnen , verzuipen we vanaf het einde van augustus eerst in de mirabellen, dan de pruimen,  vervolgens  in  de appelen, peren en herfstframbozen en dat blijft duren tot eind oktober.  Buren, vrienden en familieleden  krijgen elk hun deel, en we maken sap, moes en confituur, maar  het is nog steeds een zoektocht naar de juiste methodes, perfecte organisatie  en lekkerste recepten.  Zo staan er nog steeds 10 potten frambozenconfituur in de berging waar niemand echt zin in heeft.   Vorige week heb ik nog twee kisten appels op de composthoop gekieperd, die stilletjes aan begonnen te gisten en ondanks bescherming blijkbaar toch bereikbaar waren voor inventieve merels. Dat mijn pogingen om de wat ongewonere groenten aan de man te brengen niet altijd even succesvol zijn, kon en kan  u volgen in de “Eten uit een wilde tuin” reeks. Toch blijf ik  geloven dat binnen niet onafzienbare tijd de jardin onze voornaamste voedselleverancier zal zijn.

DSC_0950

framboos, appel en mirabel op een mulchbedje van zelfgemaaid hooi

Om terug te komen op de titel, eetbare siertuin of voedselbos, volgens mij  doet het er blijkbaar niet zo veel toe welke naam het beestje  de tuin krijgt. De vele sierplanten en struiken in de tuin dragen niet alleen bij tot de diversiteit, maar zijn in andere oorden dikwijls een dagdagelijks groente of fruit. Het belangrijkste onderscheid zit hem volgens mij in de energie die je besteedt aan het onderhoud. In een voedselbos is het de bedoeling  dat de tuin  zich door het imiteren van natuurlijke processen tot op zeker hoogte zelf onderhoudt, in tegenstelling tot de gemanicuurde siertuin. Toen we de jardin ontdekten stond het onderhoud al enkele jaren  op een laag pitje en ik kan me niet van de indruk ontdoen dat dit de  weerbaarheid van de tuin een boost heeft gegeven,  want juist die planten die er op hun plaats zijn doen het  goed, zonder extra zorg. Dat gebrek aan onderhoud is ook  de diversiteit ten goede  gekomen, want ieder seizoen ontdek ik weer nieuwe wilde soortjes die  met het wegvallen van zorgenkindjes en een minder rigide snoei, wied en maai regime  vrijgekomen niches  weten in te palmen. Mijn persoonlijke voorkeur gaat trouwens ook uit naar een tuin die niet van het gladgeschoren type is, net zoals ik mijn man ook knapper vind met baard, zelfs al prikt het nu en dan misschien een beetje.

Oh , ja , het is voor mij zo vanzelfsprekend dat ik er gewoon niet aan denk om het te vermelden, maar in de jardin wordt niet gespoten met pest-, herb- of andere iciden. Ook kunstmest is volledig uit den boze, de jardin is voor het voeden van zijn bodem 99% zelfvoorzienend.  Enkele kruiwagens ezelmest, opgehaald bij de buur zo’n 200 meter verder, verwerkt in de compost, zijn zowat het enige extraatje  en zelfs dat is alleen  bestemd voor de moestuin met hongerige eenjarigen.

 

Ziekenhuisgangen

De jardin heeft deze week zijn menselijke bewoners amper gezien. De jardin kan daar tegen, de zaailingen op de vensterbank iets minder, die zijn dringend aan verspenen toe. De titel laat het u al raden, het gaat niet zo goed met één van de bewoners.020.JPG

Zo’n kleine drie jaar geleden was het verdict voor onze jongste zoon  “colitis ulcerosa”. Mocht u niet weten wat dat inhoudt, het is net zoals de ziekte van Crohn een inflammatoire darmziekte waarbij het er eigenlijk op neer komt dat het eigen immuniteitssysteem ter hoogte van de dikke darm zelf voor ontstekingsreacties zorgt. De symptomen:   bloederige diarree aanvallen die zich op ieder moment van de dag en nacht en meermaals kunnen voordoen. In de ergste gevallen gevolgd door vermageren , bloedarmoede, slapeloosheid,  huid, oog en gewrichtsklachten. We hebben ze allemaal de revue zien passeren.  De oorzaak: onbekend,  hoewel duidelijk is dat erfelijkheid en stress een rol spelen en voeding natuurlijk. Alleen bestaat er in verband met die voeding geen kant en klaar lijstje van wat mag en niet mag en als er al adviezen zijn, dan spreken ze, op het vermijden van bewerkte producten na, elkaar dikwijls tegen. U begrijpt wellicht waarom ik het zo belangrijk vind, dat zoveel mogelijk van onze voeding uit de jardin komt.  De behandeling: tja, is een verhaal van trial en error, in het geval van onze zoon,  op dit moment een intraveneuze behandeling met  immuunsysteem onderdrukkende medicatie,  … helaas “gebruikt” zijn lichaam de medicatie te snel op en maar beschikt hij op dit moment toch over een zo goed als werkloos afweersysteem. Koorts, zonder aanwijsbare oorzaak,  die nu al goede twee weken aansleept, deed ons begin deze week op de spoedafdeling belanden, vijf dagen later hangen we nog steeds rond in ziekenhuisgangen.

Ik hou niet van ziekenhuisgangen, mijn verbeelding ziet achter iedere gesloten of halfopen deur een schrijnend verhaal. Iedere keer, als ik door deze gangen stap, brengen ook mijn eigen herinneringen  me  weer emotioneel van slag. Hier, iets meer dan anderhalf jaar geleden bleek dat, wat een simpel ziekenhuisbezoek van grootouders aan hun kleinkind had moeten zijn, het de laatste keer was dat we mijn vader in levende lijve zagen. Enkele uren later overleed hij in zijn bed aan een hartaanval. Dezelfde avond brak dit ook letterlijk het hart van mijn moeder en hoewel dokters en machinerie er nog in geslaagd zijn haar er weer bovenop te helpen, heeft ze hem met slechts vier maanden overleefd.

Zoon’s behandeling noodzaakte ons om iedere maand een halve dag in dit gebouw door te brengen en tegen alle verwachtingen in begonnen we, na verloop van tijd, uit te kijken naar ons maandelijks bezoekje. Hoe dat kwam …

Meet Bolleke en Gimli !  Ja, echt ! De eerste keer dat ze hun rode neuzen voorbij de deurpost staken, wimpelde mijn toen dertienjarige zoon ze vriendelijk maar kordaat af. Een jongen van die leeftijd is toch niet meer geamuseerd door ziekenhuisclowns. Ook ik moet toegeven dat ik niet meteen warm liep voor hun grappen en grollen.  Maar dat was buiten de  klungelige charme en vastberadenheid van Bolleke gerekend. Het moet begonnen zijn met een  hilarisch verhaal over de onwaarschijnlijk moeilijke zoektocht naar de juiste ballonnen. Ah, ja er zijn ballonnen waarvoor je de longcapaciteit van een olifant moet hebben, of andere die bij twee maal  blazen al ontploffen, kunt u zich voorstellen wat dat doet met een peuter… Of het verhaal waarbij  niet meer duidelijk is of het gekocht kleedje nu bij de clownsgarderobe hoort of in de “gewone” kleerkast. Doorheen de fait-divers leerden we de mens achter de clowns kennen maar ook  het clowneske van het alledaagse. Hoe dan ook, op onnavolgbare wijze wisten ze een plaats in ons hart  te veroveren. Het is een kunst zeg ik u !  We hadden hen door het gewijzigde uurrooster van de dokter al sinds eind vorig jaar niet meer gezien, maar bij ons weerzien gisteren werd er hartelijk, lang en stevig  geknuffeld. En hoewel het leed nog niet geleden is knapte de zoon er zienderogen van op.

 

Mannen van hun woord

Het was  wat stil de afgelopen week hier op de blog, maar niet zo in de jardin. Het is eigenlijk nooit stil in de jardin, rustig , maar nooit stil, zelfs al maakt iedere bezoeker van de jardin steevast de opmerking dat je er echt wel niets hoort, altijd is er wel een vogel met een lied, een opschrikkende fazant of een kraai die zijn makkers waarschuwt dat er mensen in de buurt zijn.  Dit weekend werd al dat kwetterend gevogelte overstemd door het geluid van kettingzagen.

hout 7.JPG

In mijn vorige log had ik het er al over, 21 knotwilgen vormen de westelijk haag van onze jardin en werden al tientallen jaren niet meer geknot.  Voor ons eigenlijk wel een zorg, we konden dat knotten echt niet blijven uitstellen. Alleen ben je niet meteen stadsmus af omdat je op het platte land gaat wonen.  De man kan dan wel  goed overweg met handzaag en bijl, maar  toen er deze zomer na een hevige storm een tiental stammen sneuvelden werd al snel duidelijk dat goed materiaal onontbeerlijk is, net zoals kennis van zaken. Ons elektrisch aangedreven kettingzaagje, een erfstuk,  raakte amper enkele centimeters diep en zat klem voor  we het goed en wel beseften. De klus professioneel laten klaren zou ons meer dan een maandloon kosten en eventuele  bijklussers met ervaring waren alleen geïnteresseerd als ze ook het hout konden meenemen. Een opleiding  ” kettingzaag gebruik”  mocht dan op korte termijn  niet meer haalbaar zijn, maar de aankoop van deftig materiaal en bijhorende bescherming  was toch al een eerste stap om die metershoge stammen neer te krijgen. Onzekerheid en gebrek aan ervaring bleef ons echter parten spelen en om het even welk excuus was goed genoeg om het knotten, tegen beter weten in, iedere dag weer uit te stellen.

hout 1.JPG

Er is iets met hout,  ik veronderstel dat het met oerinstincten te maken heeft, maar het heeft een soort magnetisch effect.  Er staan al een tijdje twee palletten hout op onze oprit, wegens plaatsgebrek en een zachtere winter dan verwacht. Iedereen die langs rijdt , begrijpt het : hier wordt op hout gestookt. Misschien was het toeval, hoewel de verklaring  eerder zal moeten gezocht worden in  het glas wijn wat ze  hadden gedronken,  maar twee vrolijke vrienden besloten, na in de weer geweest te zijn met hun kettingzaag, bij ons aan te bellen. Waarom was niet helemaal duidelijk, vage vragen over hoeveel we betaalden voor zo’n pallet , hoeveel dat eigenlijk  was en iets van zelf te veel hout hebben. De man wou laten zien dat het ons aan hout niet ontbrak en troonde ze mee de jardin in om de knotwilgen te tonen.  Bewonderende bewoordingen over de knoestige tuinbewoners waren niet van de lucht en dat ze meer dan  “mûr” waren.   Onze nog maagdelijke kettingzaag werd bovengehaald, geschouwd, gestreeld  en goedgekeurd en meteen kregen we een les in het aanspannen van de ketting. Het was duidelijk, deze mannen hadden een passie  en deden niets liever dan ze te delen.  Zoals het hoort  zaten ze iets later rond de keukentafel met een glas Geuze in de hand (het enige bier dat koud stond)  en een deal werd snel beklonken. De volgende morgen zouden ze terugkomen en al een aantal wilgen te lijf gaan, zien hoe het ging.  Dat de man zich als leerling profileerde vonden ze een strak plan, de jedi’s en de padawan,  enige tegenprestatie: een goede maaltijd.

hout 6.JPG

We zouden het niet raar gevonden hebben, mochten ze niet zijn komen opdagen. Een mens kan al eens overmoedig worden met een glas te veel op, maar ze hielden woord en stonden de volgende morgen op het afgesproken uur aan de deur. Na een stevige koffie togen ze aan het werk.  De stammen begonnen één voor één over het gazon te rollen. Hoewel ze de dag voordien nog lieten uitschijnen dat het een fluitje van een cent zou zijn , bleek de klus toch moeilijker dan verwacht. De stammen waren bij nader inzien dikker en de sappen beginnen al te stijgen, waardoor het zagen zwaarder is. Zowel de kettingzagen als de mannen kregen er serieus dorst van.

hout 5.JPG

Zelf heb ik het spektakel slechts kort mogen aanschouwen, ik concentreerde me vooral op de wederdienst en stond te zweten achter mijn houtgestookt  kookfornuis.  Een inderhaast samengesteld menu, waarvoor ik de inspiratie vond bij de roots van één van de twee mannen, een Griek. De vaste lezers van deze blog weten het al, we hebben iets met Griekenland en zeker met de  Griekse keuken.   Het werd een megaportie Griekse reuzebonen (bereid in de pan met veel ui , look, stukjes tomaat,  paprikapoeder, oregano, rijkelijk overgoten met olijfolie), spanakopita (spinazie en feta in een bladerdeegje) en keftedes (allez, eigenlijk gewoon gehaktballetjes in tomatensaus, DZV ten spijt). Dit alles geserveerd met ovenverse broodjes,  daslookboter en als drank , hoe kan het ook anders,  enkele flessen Retsina.  Omdat er toch genoeg was en onder het motto , hoe meer zielen hoe meer vreugd werden ook de respectievelijke echtgenotes erbij gehaald.  Enne, sorry  dat foto’s ontbreken, maar lekker eten is er om opgegeten te worden.

De maaltijd werd gesmaakt. Van hard werken krijg je immers honger en dan smaakt alles. Het gezelschap was aangenaam en vrolijk.  Zelfs al kenden we deze mensen van toeten noch blazen ,  als het over het goede leven gaat dan volstaan de simpele dingen.

hout 2.JPG

En de knotwilgen, wel 2 en halve wilg werden afgewerkt, nog 18 en een half te gaan. Klinkt misschien weinig, maar voor ons  al een serieuze prestatie gezien het gebrek aan ervaring en de kanjers van stammen. De kans is zeer klein dat we de rest voor het einde van de  winter nog kunnen afwerken, maar de bomen die het meest wind vangen zijn veilig gesteld en de man beschikt nu over de nodige kennis en vertrouwen om die hoop stammen te verwerken.  Het mooie aan dit verhaal is voor mij toch wel weer  het toevallige van het gebeuren, die zich als een rode draad door ons leven baant. Telkens  een situatie er hopeloos begint uit te zien,  kruist een oplossing  op klaarblijkelijk willekeurige wijze weer ons pad.